Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 3 oktober 2017, nr. 2017-0000142158, tot vaststelling van de beleidsregel in het kader van de bestuursrechtelijke handhaving van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Beleidsregel bestuursrechtelijke handhaving Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag 2017)

Beleidsregel bestuursrechtelijke handhaving Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag 2017

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Besluit:

Artikel

1

Indien een werkgever de op hem rustende verplichting, bedoeld in artikel 7 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, niet of onvoldoende nakomt, wordt hem per werknemer ten aanzien van wie de overtreding is begaan een bestuurlijke boete opgelegd waarvan de hoogte wordt bepaald aan de hand van onderstaande tabel.

Boetebedragen overtreding artikel 7

< 5%

€ 500

€ 750

€ 1.000

€ 1.250

5% – < 10%

€ 750

€ 1.000

€ 1.250

€ 2.000

10% – < 25%

€ 1.250

€ 2.000

€ 3.000

€ 4.500

25% – < 50%

€ 2.000

€ 3.000

€ 4.500

€ 7.000

≥ 50%

€ 3.000

€ 4.500

€ 7.000

€ 10.000

Minder dan € 50 onderbetaling: € 500.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Indien een werkgever de op hem rustende verplichting, bedoeld in artikel 15 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, niet of onvoldoende nakomt, wordt hem per werknemer ten aanzien van wie de overtreding is begaan een bestuurlijke boete opgelegd waarvan de hoogte wordt bepaald aan de hand van onderstaande tabel, met dien verstande dat een bestuurlijke boete uitsluitend wordt opgelegd als de betaalde vakantiebijslag minder bedraagt dan 8% van het minimumloon, bedoeld in artikel 7 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.

Boetebedragen overtreding artikel 15

< 5% of minder dan € 50

€ 250

5% – < 10%

€ 500

10% – < 25%

€ 1.000

25% – < 50%

€ 1.500

≥ 50%

€ 2.000

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

De boete voor overtreding van de artikelen 7, 7a, 13, 15 en/of 18b, tweede lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag wordt met 50% verhoogd indien de overtreding is begaan door een rechtspersoon, of daarmee gelijkgestelde, waarvan een wettelijk vertegenwoordiger eerder wettelijk vertegenwoordiger was van een andere rechtspersoon, of daarmee gelijkgestelde, ten aanzien waarvan een overtreding van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag is geconstateerd, en waarvan de bedrijfsactiviteiten en de locatie waar of van waaruit de werkzaamheden worden verricht dezelfde zijn gebleven.

Artikel

10

Artikel

12

Artikel

13

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel bestuursrechtelijke handhaving Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag 2017.

Artikel

14

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher