MIVD: Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst;
e.
directeur van de MIVD: Hoofd van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst;
f.
mandaat: bevoegdheid om namens de Minister besluiten te nemen en stukken vast te stellen en uitgaande stukken te ondertekenen;
g.
machtiging: de bevoegdheid om namens de Minister handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke handeling zijn.
Paragraaf
2
Mandaat secretaris-generaal
Artikel
2
Mandaat secretaris-generaal
1
Aan de secretaris-generaal wordt mandaat en machtiging verleend ten aanzien van:
a.
het beslissen op bezwaar met betrekking tot primaire besluiten de kennisneming van door of ten behoeve van de MIVD verwerkte gegevens, bedoeld in de artikelen 74 tot en met 85 van de Wiv;
b.
het beslissen op bezwaar met betrekking tot primaire besluiten tot het weigeren of het intrekken van de verklaring van geen bezwaar, bedoeld in de artikelen 8 en 10 juncto artikel 2 van de Wvo indien het advies van de Bezwarencommissie Veiligheidsonderzoeken Defensie wordt gevolgd.
2
Bij afwezigheid of verhindering van de secretaris-generaal treedt diens plaatsvervanger voor de duur van de afwezigheid of verhindering in diens plaats.
Artikel
3
Ondermandaat door secretaris-generaal
De secretaris-generaal wordt toegestaan schriftelijk ondermandaat te verlenen aan de plaatsvervangend secretaris-generaal ten aanzien van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a en b.
het aanwijzen van vertrouwensfuncties als bedoeld in artikel 3 juncto artikel 2 van de Wvo voor zover het functies betreft die als vertrouwensfunctie moeten worden aangemerkt in verband met de daarmee samenhangende noodzaak om toegang te hebben tot militaire installaties;
e.
het aanwijzen van vertrouwensfuncties als bedoeld in artikel 3 juncto artikel 2 van de Wvo voor zover het vertrouwensfuncties betreft die worden uitgeoefend bij de MIVD;
f.
stukken en het nemen van primaire besluiten met betrekking tot het weigeren dan wel intrekken van de verklaring van geen bezwaar, bedoeld in de artikelen 8 en 10 juncto artikel 2 van de Wvo.
2
Aan de directeur van de MIVD wordt wat betreft defensieorderbedrijven en TNO-defensieonderzoek mandaat en machtiging verleend ten aanzien van:
a.
het in overeenstemming met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aanwijzen van vertrouwensfuncties als bedoeld in artikel 3 van de Wvo;
b.
het instemmen met de weigering van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties tot het afgeven van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 8 van de Wvo;
c.
het instemmen met de intrekking door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 10 van de Wvo.
3
In afwijking van het tweede lid zijn van mandaatverlening aan de directeur van de MIVD uitgesloten de in het tweede lid bedoelde bevoegdheden voor zover respectievelijk de instemming, weigering of intrekking van de verklaring van geen bezwaar aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zelf is voorbehouden.
4
Bij afwezigheid of verhindering van de directeur van de MIVD treedt diens plaatsvervanger voor de duur van de afwezigheid of verhindering in diens plaats.
5
De directeur van de MIVD wordt toegestaan ondermandaat en machtiging te verlenen ten aanzien van de bevoegdheden bedoeld in het eerste lid, onder a, aan onder hem ressorterende functionarissen en aan een niet onder hem ressorterende functionaris, te weten het hoofd van de unit veiligheidsonderzoeken.
6
De directeur van de MIVD wordt toegestaan schriftelijk ondermandaat te verlenen aan de plaatsvervangend directeur van de MIVD ten aanzien van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, onder f. Een afschrift van dit besluit wordt aan de Minister verzonden.
Artikel
5
Mandaat beveiligingscoördinatoren van de krijgsmachtdelen, het Defensie Ondersteuningscommando, de Defensie Materieel Organisatie en de Bestuursstaf
1
Aan de beveiligingscoördinatoren van het Commando Zeestrijdkrachten, het Commando Luchtstrijdkrachten, het Commando Landstrijdkrachten, het Defensie Ondersteuningscommando, de Defensie Materieel Organisatie en de Bestuursstaf worden mandaat en machtiging verleend ten aanzien van het aanwijzen van vertrouwensfuncties als bedoeld in artikel 3 juncto artikel 2 van de Wvo, voor zover het vertrouwensfuncties betreft die worden uitgeoefend bij respectievelijk het Commando Zeestrijdkrachten, het Commando Luchtstrijdkrachten, het Commando Landstrijdkrachten, het Defensie Ondersteuningscommando, de Defensie Materieel Organisatie met uitzondering van de directie Beleid en de Bestuursstaf met uitzondering van de MIVD.
2
Mandaat en machtiging worden verleend aan de Commandant van de Koninklijke marechaussee ten aanzien van het aanwijzen van vertrouwensfuncties als bedoeld in artikel 3 juncto artikel 2 van de Wvo voor zover het vertrouwensfuncties betreft die worden uitgeoefend bij de Koninklijke marechaussee.
3
De uitoefening van de in het eerste en tweede lid bedoelde bevoegdheid geschiedt slechts na instemming van de directeur van de MIVD.
4
Bij afwezigheid van een persoon, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, treedt diens plaatsvervanger voor de duur van de afwezigheid of verhindering in diens plaats.
Mandaat directeur MIVD algemene en bijzondere bevoegdheden, uitbrengen van verslag omtrent uitoefening enkele bijzondere bevoegdheden en nemen van primaire besluiten ten aanzien van aanvragen kennisneming persoonsgegevens en andere gegevens
1
Aan de directeur van de MIVD wordt mandaat en machtiging verleend ten aanzien van het verlenen van toestemming voor de uitoefening van algemene en bijzondere bevoegdheden en het uitbrengen van verslag omtrent de uitoefening van enkele bijzondere bevoegdheden zoals bedoeld in:
artikel 58, derde lid, van de Wiv, indien de minister toestemming heeft verleend voor inzet van bijzondere bevoegdheden binnen een woning en die toestemming rechtmatig is bevonden door de toetsingscommissie;
Aan de directeur van de MIVD wordt mandaat en machtiging verleend ten aanzien van stukken en het nemen van primaire besluiten met betrekking tot de kennisneming van door of ten behoeve van de MIVD verwerkte gegevens, bedoeld in de artikelen 74 tot en met 85 van de Wiv.
3
Het verlenen van toestemming voor de uitoefening van de in het eerste en tweede lid bedoelde bevoegdheden door de directeur MIVD is uitgesloten, indien de uitoefening van de bevoegdheden betrekking heeft op onderwerpen met een principieel beleidsmatig of politiek gevoelig karakter of wanneer de bevoegdheden worden uitgevoerd binnen woningen.
Artikel
7
Ondermandaat algemene en bijzondere bevoegdheden
1
De directeur van de MIVD wordt toegestaan schriftelijk ondermandaat en ondermachtiging te verlenen voor de bevoegdheden bedoeld in artikel 6, aan de onder hem ressorterende functionarissen ten aanzien van:
de natuurlijke persoon belast wordt met het verrichten van handelingen die tot gevolg hebben dat medewerking wordt verleend aan het plegen van een strafbaar feit dan wel dat een strafbaar feit wordt gepleegd, of
2°.
de toestemming in het concrete geval voor de eerste keer wordt verleend.
De directeur van de MIVD wordt toegestaan schriftelijk ondermandaat en ondermachtiging te verlenen aan de plaatsvervangend directeur MIVD ten aanzien van de bevoegdheid bedoeld in artikel 59, eerste lid, en van stukken en het nemen van primaire besluiten met betrekking tot de kennisneming van door of ten behoeve van de MIVD verwerkte gegevens, bedoeld in de artikelen 74 tot en met 85 van de Wiv.
3
Een afschrift van het besluit, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt aan de minister verzonden.
Artikel
8
Mandaat directeur MIVD samenwerking MIVD met andere instanties
1
Aan de directeur van de MIVD wordt mandaat en machtiging verleend ten aanzien van stukken en besluiten met betrekking tot het verzoeken of verlenen van toestemming voor de vormen van ondersteuning of samenwerking als bedoeld in:
De directeur van de MIVD informeert de minister zo spoedig mogelijk over de in het eerste lid, onderdelen b en c, verleende toestemming en het verzoek als bedoeld in onderdelen d en e.
Artikel
9
Mandaat directeur MIVD externe verstrekking van gegevens
Aan de directeur van de MIVD wordt mandaat en machtiging verleend ten aanzien van:
a.
het doen van mededeling genoemd in de artikelen 62, eerste lid, en 68 van de Wiv, voor zover de mededeling geen betrekking heeft op onderwerpen met politiek gevoelig karakter.
b.
het verlenen van toestemming om in afwijking van artikel 65, eerste lid, van de Wiv, gegevens te verstrekken aan andere personen of instanties, als bedoeld in artikel 65, derde lid, van de Wiv, voor zover de gegevens geen betrekking hebben op onderwerpen met een politiek gevoelig karakter.
c.
het doen van mededeling, genoemd in artikel 66, eerste lid van de Wiv, met inbegrip van het vragen van toestemming aan de Rechtbank Den Haag indien de mededeling betrekking heeft op gegevens die betrekking hebben op de vertrouwelijke communicatie tussen een advocaat en diens cliënt zoals bedoeld in artikel 66, derde lid van de Wiv.
Artikel
10
Verdaagbesluiten en ontheffing reisverbod
Aan de directeur van de MIVD wordt mandaat en machtiging verleend ten aanzien van:
Bij afwezigheid of verhindering van de directeur van de MIVD treedt diens plaatsvervanger in de in de artikelen 6 tot en met 10 bedoelde gevallen voor de duur van de afwezigheid of verhindering in diens plaats.
Paragraaf
5
Overige bepalingen
Artikel
12
Voorwaarden uitoefening mandaat
1
De uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden geschiedt met inachtneming van de voor de burgerlijke rijksdienst en de voor het ministerie geldende beleids- en uitvoeringsregels alsmede met inachtneming van de aan de uitoefening van het mandaat gestelde regels en de daaraan verbonden instructies.
2
De mandataris is gehouden de gestelde regels en instructies op te volgen.
Artikel
13
Voorleggen ter beslissing aan mandans
De mandataris maakt geen gebruik van een aan hem verleend mandaat in de gevallen waarin hij van mening is dat de mandans een beslissing dient te nemen of een stuk dient vast te stellen en te ondertekenen.
Artikel
14
Ondertekening
1
Ondertekening van besluiten en stukken door de secretaris-generaal met betrekking tot het in artikel 2 bedoelde mandaat vindt plaats op de volgende wijze:
DE MINISTER VAN DEFENSIE
voor deze,
De secretaris-generaal
Handtekening
Naam
2
Ondertekening van besluiten en stukken door de Directeur van de MIVD met betrekking tot het in de artikelen 4 en 6 tot en met 10 bedoelde mandaat vindt plaats op de volgende wijze:
DE MINISTER VAN DEFENSIE
voor deze,
De Directeur Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst
Handtekening
Naam en militaire rang
3
Ondertekening van besluiten en stukken door de functionarissen, bedoeld in artikel 5 van deze regeling, met betrekking tot het in artikel 5 bedoelde mandaat vindt plaats op de volgende wijze:
DE MINISTER VAN DEFENSIE
voor deze:
Aanduiding van de functie
Handtekening
Naam en voor zover van toepassing de militaire rang
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 mei 2018.
Artikel
17
Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Mandaatregeling Defensie Wet op de inlichtingen en veiligheidsdiensten 2017 en de Wet veiligheidsonderzoeken.
Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage
De Minister van Defensie,A.Th.B.Bijleveld-Schouten