Reglement werkwijze Ctgb 2018

Reglement werkwijze Ctgb 2018

Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

In dit reglement wordt verstaan onder:

  • a.

    de wet: Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden;

  • b.

    College: het in artikel 3 van de wet bedoelde College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden;

  • c.

    secretariaat: het in artikel 7 van de wet bedoelde secretariaat van het College;

  • d.

    voorzitter: voorzitter van het College;

  • e.

    secretaris: de in artikel 7 van de wet bedoelde secretaris van het College tevens directeur van het secretariaat;

  • f.

    Onze Minister: de in artikel 1 van de wet bedoelde Minister;

  • g.

    risk envelope: de definitie van risk envelope conform het ‘Guidance document on the preparation and submission of dossiers for plant protection products according to the “risk envelope approach”, SANCO/11244/2011’ en diens opvolgers.

Hoofdstuk

2

Vergadering

Artikel

2

Het College vergadert ten kantore van het College, tenzij de voorzitter een andere plaats aanwijst.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Om aan de beraadslagingen en de besluitvorming te kunnen deelnemen dient ieder lid op de presentielijst zijn handtekening te hebben geplaatst.

Artikel

6

De voorzitter kan één of meerdere personen niet-zijnde leden van het College uitnodigen om een vergadering geheel of gedeeltelijk bij te wonen en aan de beraadslagingen deel te nemen.

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

De vergaderingen van het College zijn besloten.

Hoofdstuk

3

Besluitvorming

Artikel

10

Onverminderd het bepaalde in artikel 34 dienen voor het nemen van besluiten naast de voorzitter of plaatsvervangend voorzitter ten minste drie leden aanwezig te zijn.

Artikel

11

Artikel

12

Over onderwerpen, die niet vooraf zijn geagendeerd, kunnen slechts besluiten worden genomen indien geen der leden zich hiertegen verzet.

Artikel

13

Hoofdstuk

4

Taakverdeling binnen het College

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Hoofdstuk

5

Taakverdeling College en secretaris

Artikel

17

Artikel

18

De secretaris legt verantwoording af aan het College over de wijze waarop hij uitvoering heeft gegeven aan het bepaalde in artikel 17.

Hoofdstuk

6

Toezicht College

Artikel

19

Het College oefent met inachtneming van het bij of krachtens de wet bepaalde toezicht uit op de taakuitvoering van de secretaris.

Artikel

20

Hoofdstuk

7

Regeling werkzaamheden secretaris

Artikel

21

Artikel

22

Artikel

23

De secretaris biedt jaarlijks aan het College een ontwerp van de begroting alsmede een ontwerp van het werkplan voor het volgende kalenderjaar aan op een zodanig tijdstip dat toezending aan Onze Minister daarvan, na vaststelling door het College, kan geschieden vóór 1 oktober. Na goedkeuring door het College draagt de secretaris zorg voor de afhandeling van de verdere procedure ter zake.

Artikel

24

De secretaris biedt jaarlijks aan het College een ontwerp van het jaarverslag alsmede een ontwerp van de jaarrekening over het afgelopen kalenderjaar aan op een zodanig tijdstip dat aanbieding aan Onze Minister en beschikbaarstelling na vaststelling door het College kan geschieden vóór 15 maart. Na goedkeuring door het College draagt de secretaris zorg voor de afhandeling van de verdere procedure ter zake.

Artikel

25

De secretaris draagt zorg voor het opstellen van kwartaalrapportages binnen een maand nadat het kwartaal is verstreken. De kwartaalrapportages worden opgesteld ten behoeve van de interne en externe beheersmatige en beleidsmatige aansturing en het tweedelijns toezicht.

Hoofdstuk

8

Mandatering, volmacht, machtiging en vertegenwoordiging

Artikel

26

Artikel

27

Artikel

28

Artikel

29

Artikel

30

Artikel

31

Hoofdstuk

9

Overige bepalingen

Artikel

32

Artikel

33

Met het oog op het voldoen aan de regelgeving inzake de behandeling van vertrouwelijke gegevens en met het oog op het waarborgen van de onafhankelijke positie van de leden van het College ondertekenen de leden een verklaring inzake geheimhouding en onafhankelijkheid.

Artikel

34

Hoofdstuk

10

Slotbepalingen

Artikel

35

In geschillen over de uitleg van dit reglement beslist de voorzitter.

Artikel

36

Artikel

37

Dit besluit wordt aangehaald als ‘Reglement werkwijze Ctgb 2018’.

Dit besluit zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

Vastgesteld in de vergadering van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden op 28 maart 2018 (C-311.1.10).

Ede
Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden,
voor deze,
de Voorzitter,

Bijlage

I

Bijlage als bedoeld in artikel 27 van het Reglement Werkwijze College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden 2018

De secretaris is bevoegd om namens het College de volgende besluiten te nemen:

  • 1.

    Het niet in behandeling nemen, het verwerpen of het niet-ontvankelijk verklaren van een aanvraag.

  • 2.

    Het stellen van aanvullende vragen en het geven van hersteltermijnen aan aanvragers.

  • 3.

    Het verlenen van een toelating voor eenzelfde biocide als bedoeld in artikel 17, zevende lid, van Verordening (EU) nr. 528/2012, juncto artikel 5 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 414/2013.

  • 4.

    Het verlenen van een ontheffing voor proeven of experimenten als bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de wet, juncto artikel 54 van Verordening (EG) nr. 1107/2009.

  • 5.

    Het verbieden van of verbinden van voorwaarden aan een proef of experiment als bedoeld in artikel 56 van Verordening (EU) nr. 528/2012.

  • 6.

    Het op verzoek van een toelatinghouder intrekken van een toelating als bedoeld in artikel 45 van Verordening (EG) nr. 1107/2009, artikel 49 van Verordening (EU) nr. 528/2012 en artikel 68 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden zoals deze luidde vóór de inwerkingtreding van de wet van 6 november 2013.

  • 7.

    Het besluiten op een verzoek om een wijziging van de toelating als bedoeld in artikel 45 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 of als bedoeld in artikel 50, derde lid, onder a en b, van Verordening (EU) nr. 528/2012 of op een vergelijkbaar verzoek tot wijziging betreffende een biocide waarvoor ingevolge artikel 89, tweede lid, van Verordening (EU) nr. 528/2012 het nationale recht wordt toegepast.

  • 8.

    Het verlenen, uitbreiden of verlengen van een vergunning voor parallelhandel als bedoeld in artikel 52 van Verordening (EG) nr. 1107/2009, artikel 53 van Verordening (EU) nr. 528/2012 en artikel 53 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden zoals deze luidde vóór de inwerkingtreding van de wet van 6 november 2013, en het afwijzen van een aanvraag tot voornoemde vergunning.

  • 9.

    Het verlenen, wijzigen of intrekken van een toelating voor een toevoegingsstof als bedoeld in artikel 58 van Verordening (EG) nr. 1107/2009.

  • 10.

    Het toekennen van gegevensbescherming als bedoeld in artikel 59 van Verordening nr. (EG) 1107/2009.

  • 11.

    Het verlenen, uitbreiden of verlengen van een afgeleide toelating als bedoeld in artikel 52 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden zoals deze luidde vóór de inwerkingtreding van de wet van 6 november 2013.