Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 19 oktober 2018, 2018-0000160222, tot vaststelling van de beleidsregel in het kader van de bestuursrechtelijke handhaving van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (beleidsregel bestuursrechtelijke handhaving 2018)

Beleidsregel bestuursrechtelijke handhaving Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag 2018

Artikel

2

Indien een werkgever de op hem rustende verplichting, bedoeld in artikel 7, van de wet, niet of onvoldoende nakomt, wordt hem per werknemer ten aanzien van wie de overtreding is begaan een bestuurlijke boete opgelegd waarvan de hoogte wordt bepaald aan de hand van onderstaande tabel.

Boetebedragen overtreding artikel 7

< 5%

€ 500

€ 750

€ 1.000

€ 1.250

5% – < 10%

€ 750

€ 1.000

€ 1.250

€ 2.000

10% – < 25%

€ 1.250

€ 2.000

€ 3.000

€ 4.500

25% – < 50%

€ 2.000

€ 3.000

€ 4.500

€ 7.000

≥ 50%

€ 3.000

€ 4.500

€ 7.000

€ 10.000

Minder dan € 50 onderbetaling: € 500.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Indien een werkgever de op hem rustende verplichting, bedoeld in artikel 15 van de wet, niet of onvoldoende nakomt, wordt hem per werknemer ten aanzien van wie de overtreding is begaan een bestuurlijke boete opgelegd waarvan de hoogte wordt bepaald aan de hand van onderstaande tabel, met dien verstande dat een bestuurlijke boete uitsluitend wordt opgelegd als de betaalde vakantiebijslag minder bedraagt dan 8% van het minimumloon, bedoeld in artikel 7 van de wet.

Boetebedragen overtreding artikel 15

< 5% of minder dan € 50

€ 250

5% – < 10%

€ 500

10% – < 25%

€ 1.000

25% – < 50%

€ 1.500

≥ 50%

€ 2.000

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

De boete voor overtreding van de artikelen 7, 7a, 13, 13a, 15 of 18b, tweede lid, van de wet wordt met 50% verhoogd indien de overtreding is begaan door een rechtspersoon, of daarmee gelijkgestelde, waarvan een wettelijk vertegenwoordiger eerder wettelijk vertegenwoordiger was van een andere rechtspersoon, of daarmee gelijkgestelde, ten aanzien waarvan een overtreding van de wet is geconstateerd, en waarvan de bedrijfsactiviteiten of de locatie waar of van waaruit de werkzaamheden worden verricht dezelfde zijn gebleven.

Artikel

13

De boete wordt met 25% gematigd in de gevallen dat tussen de laatste ambtshandeling van de inspecteur en het insturen van het boeterapport een periode zit van langer dan een halfjaar.

Artikel

14

Artikel

17

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel bestuursrechtelijke handhaving Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag 2018.

Artikel

18

Wijzigt de Beleidsregel boeteoplegging Wet arbeid vreemdelingen 2017.

Artikel

19

Wijzigt de Beleidsregel boeteoplegging Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie.

Artikel

20

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees