Bestuursreglement toelatingsprocedure gewasbeschermingsmiddelen en biociden Ctgb 2018, College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Bestuursreglement toelatingsprocedure gewasbeschermingsmiddelen en biociden Ctgb 2018

Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden,

besluit de volgende regeling te treffen voor de uitvoering van de aanvraagprocedure voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden.

Hoofdstuk

1

Definities

artikel

1:1

Definities

Regelingen

Vergunningen

  • k.

    vergunning: toestemming om een reeds in de lidstaat toegelaten middel onder een ander toelatingsnummer en onder een andere naam, voor alle of enkele van de reeds toegelaten toepassingen, op de markt aan te bieden voor distributie en gebruik onder dezelfde voorschriften en voorwaarden;

  • l.

    afgeleide vergunning gewasbeschermingsmiddel: een handelsvergunning waarbij een reeds toegelaten gewasbeschermingsmiddel (het moedermiddel) op aanvraag tevens wordt geregistreerd onder een andere handelsnaam, met een ander toelatingsnummer en met dezelfde of een andere toelatingshouder;

  • m.

    afgeleide toelating biocide: een handelsvergunning waarbij op basis van artikel 52 van de wet (oud) een reeds toegelaten biocide (het moedermiddel) op aanvraag tevens wordt geregistreerd onder een andere handelsnaam, met een ander toelatingsnummer en met dezelfde of een andere toelatingshouder;

  • n.

    moedermiddel: het in Nederland toegelaten middel op basis waarvan een of meer afgeleide vergunningen worden of zijn verleend;

  • o.

    parallelle toelating biocide: een vergunning voor parallelhandel van een biocide, verleend op basis van artikel 53 van de Wet (oud);

  • p.

    referentiemiddel: het in Nederland toegelaten middel op basis waarvan een vergunning voor parallelhandel wordt verleend.

Overig

  • q.

    aanvraag: een aanvraag bevat een verzoek tot toelating, tot wederzijdse erkenning of tot zonale erkenning, tot verlenging of wijziging van een toelating, tot verkrijging van een vergunning of een registratie, of tot intrekking van een toelating;

  • r.

    bestaande werkzame stof: een werkzame stof, zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 1, onder d, van de Biocidenverordening;

  • s.

    biociden onder overgangsrecht: biociden waarvoor ingevolge artikel 89, tweede lid, van de biocidenverordening juncto artikel 130a, vierde lid, van de Wet, nationaal recht van toepassing is.

  • t.

    valide aanvraag: een aanvraag die beoordeeld kan worden, dat wil zeggen een aanvraag die ten minste alle elementen bevat die nodig zijn om een adequate beoordeling uit te kunnen voeren;

  • u.

    intake: eerste fase in de aanvraagprocedure waarbij het Ctgb onderzoekt of aan de administratieve vereisten is voldaan;

  • v.

    tijdige betaling: de betaling is tijdig als het Ctgb de betaling voor afloop van de gestelde termijn heeft ontvangen, dan wel als de aanvrager voor afloop van die termijn een bewijs heeft overgelegd dat de bedrag is overgeschreven, dan wel als het Ctgb voor afloop van die termijn een automatische incasso machtiging voor betaling heeft ontvangen;

  • w.

    dierproef: een proef op gewervelde dieren.

Hoofdstuk

2

De aanvraag tot toelating van een gewasbeschermingsmiddel

artikel

2:1

Intake: Indienen aanvraag

artikel

2:2

Intake: administratieve verwerking

artikel

2:3

Beoordeling

artikel

2:4

Bijzondere bepalingen bij intrekking van de aanvraag

Hoofdstuk

3

Bijzondere bepalingen voor de toelating van een gewasbeschermingsmiddel

artikel

3:1

Zienswijzeprocedure

Indien het Ctgb voornemens is een toelating ambtshalve te wijzigen of in te trekken, als bedoeld in artikel 44 van de Gewasbeschermingsverordening, wordt de zienswijzeprocedure van Afdeling 3.4 van de Awb gevolgd, tenzij naar het gemotiveerde oordeel van het Ctgb de uitkomst van deze procedure niet kan worden afgewacht.

artikel

3:2

Vergunning voor parallelhandel

artikel

3:3

Afgeleide vergunning

artikel

3:4

Vrijstelling voor proefdoeleinden

Op de aanvraag tot vrijstelling voor proefdoeleinden als bedoeld in artikel 54 van de Gewasbeschermingsmiddelenverordening zijn artikel 2:1 en artikel 2:2 lid 2 van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk

4

Bepalingen voor aanvragen inzake biociden, niet zijnde biociden onder overgangsrecht

artikel

4:1

Zienswijzeprocedure bij ambtshalve wijziging of intrekking

Indien het Ctgb voornemens is een toelating ambtshalve te wijzigen of in te trekken, als bedoeld in artikel 48 van de Biocideverordening, wordt de zienswijzeprocedure van Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht gevolgd, tenzij naar het gemotiveerd oordeel van het Ctgb de uitkomst van deze procedure niet kan worden afgewacht.

artikel

4:2

Vergunning voor parallelhandel

artikel

4.3

Intrekking van de aanvraag

Hoofdstuk

5

Bepalingen voor aanvragen inzake biociden onder overgangsrecht

artikel

5:1

Intake: Aanvraag

artikel

5:2

Intake: Dossiereisen

artikel

5:3

Intake: Dierproefregeling

artikel

5:4

Intake: overige bepalingen

artikel

5:5

Beoordeling

artikel

5:6

Aanvullende gegevens beoordeling

artikel

5:7

Intrekking van de aanvraag

Artikel 4:3 is van toepassing.

artikel

5:8

Procedurele verlenging

Indien op een aanvraag tot verlenging van de toelating door het Ctgb geen besluit kan worden genomen voordat de lopende toelating expireert, schort het Ctgb het vervallen van de lopende toelating op als bedoeld in artikel 44 van de Wet (oud), mits de reden van het niet op tijd kunnen beslissen op de aanvraag niet veroorzaakt is door de aanvrager of voor risico behoort te komen van de aanvrager.

Hoofdstuk

6

Bijzondere bepalingen voor aanvragen inzake biociden onder overgangsrecht

artikel

6:1

Administratieve of mineure wijziging

Artikel 5:5 en 5:6 zijn niet van toepassing indien het een aanvraag betreft voor een administratieve of mineure wijziging. Na tijdige voldoening van de aanvraagkosten wordt gestart met de toets aan de voorwaarden die zijn gesteld aan honorering van de aanvraag.

artikel

6:2

Afgeleide toelating in de zin van artikel 52 Wet (oud)

artikel

6:3

Parallelle toelating in de zin van artikel 53 van de wet (oud)

Artikel

6:4

Zienswijzeprocedure bij ambtshalve wijziging of intrekking

Op een ambtshalve wijziging of intrekking ingevolge artikel 68 van de Wet (oud) is artikel 4:1 van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk

7

Overgangs- en slotbepalingen

artikel

7:1

Overgangsbepalingen

Dit besluit treedt in werking na publicatie in de Staatscourant.

artikel

7:3

Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Bestuursreglement toelatingsprocedure gewasbeschermingsmiddelen en biociden Ctgb 2018.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. Vastgesteld in de vergadering van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden op 24 oktober 2018 (C-318.1.11).

Dit besluit is goedgekeurd bij besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van 7 december 2018, met nummer DGAN-PAV/1 8273798.

Ede
Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden,
Voor deze,
De Voorzitter,