Regeling van de Minister voor Medische Zorg van 21 december 2018, kenmerk 184981-1462913-Z, houdende regels voor het verstrekken van subsidie voor veelbelovende zorg (Subsidieregeling Veelbelovende Zorg Sneller bij de Patiënt)

Subsidieregeling veelbelovende zorg

De Minister voor Medische Zorg,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1.1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • aanvraag: aanvraag tot het verlenen van subsidie;

  • aanvrager: zorgaanbieder als bedoeld in artikel 1 van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg;

  • ATMP’s: Advanced Therapy Medicinal Products, medicinale producten gebaseerd op genen, cellen en/of weefsels;

  • Bacteriofagen: virussen die bacteriën kunnen aanvallen;

  • beoordelingsopdracht: opdracht tot het beoordelen van de financiële overzichten die de subsidieontvanger gebruikt voor de verantwoording van de zorgkosten en onderzoekskosten, conform de Nadere voorschriften controle- en overige standaarden ‘2400 Opdrachten tot het beoordelen van financiële overzichten’;

  • biological: een geneesmiddel waarvan de werkzame stof vervaardigd is door of afkomstig is van een levend organisme, zoals bacteriën, schimmels, dierlijke of menselijke cellen;

  • biosimilar: een nabootsing van een biological waarvoor eerder een handelsvergunning is afgegeven en waarvan de werking en veiligheid overeenkomt met het biological;

  • CBG: College ter Beoordeling van Geneesmiddelen;

  • CE-markering: aanduiding die aangeeft dat het product voldoet aan de daarvoor geldende regels binnen de Europese Economische Ruimte;

  • commissie: de adviescommissie gezamenlijk ingesteld door ZonMw en het Zorginstituut die het Zorginstituut zelfstandig adviseert over subsidieverlening voor veelbelovende zorg;

  • deelnemend centrum: zorgaanbieder die patiënten voor het onderzoek naar de interventie-indicatiecombinatie behandelt of doorverwijst;

  • EMA: European Medicines Agency;

  • FAIR: principes met betrekking tot datamanagement die voorzien in de vindbaarheid, toegankelijkheid, interoperabiliteit en herbruikbaarheid van databestanden;

  • Generiek geneesmiddel: een geneesmiddel met dezelfde kwalitatieve en kwantitatieve samenstelling aan werkzame stoffen en dezelfde farmaceutische vorm, waarvan de biologische equivalentie met het referentiegeneesmiddel is aangetoond in relevante studies inzake biologische beschikbaarheid;

  • interventie: een medische ingreep, medische behandeling, hulpmiddel of geneesmiddel;

  • indicatie: een aandoening;

  • interventie-indicatiecombinatie: een interventie die wordt ingezet bij patiënten met de betreffende indicatie;

  • kwaliteitsoordeel: commissieoordeel over de kwaliteit van het onderzoek blijkend uit vraagstelling, hypothese, plan van aanpak, haalbaarheid, expertise projectgroep en systematische review;

  • marktconforme prijs: een realistische prijs die niet uitstijgt boven de prijzen die gangbaar zijn in de markt;

  • medisch hulpmiddel: een medisch hulpmiddel waarop Verordening (EU) 2017/745 of Verordening (EU) 2017/746 van toepassing is;

  • METC: Medisch Ethische Toetsings Commissie;

  • off-label toepassing: het voorschrijven van een geneesmiddel voor een indicatie of leeftijdsgroep waar het middel niet voor geregistreerd is;

  • plan van aanpak: onderdeel van de aanvraag dat de onderzoeksopzet, uitkomstmaten, data-analyse, sample-size-berekening en economische evaluatie bevat;

  • project: het geheel aan activiteiten betreffende het aanbieden van bacteriofagen, fysio- en oefentherapie, niet-geregistreerde ATMP’s, medisch specialistische zorg, hulpmiddelen of off-label geneesmiddelen aan patiënten en het onderzoek in dat kader naar de effectiviteit en kosteneffectiviteit van interventie-indicatiecombinaties die tot het te verzekeren pakket kunnen gaan behoren;

  • referent: externe deskundige die de kwaliteit van een aanvraag beoordeelt en die op geen enkele manier bij de aanvraag is betrokken;

  • relevante partijen: partijen die voor het slagen van het onderzoek van belang zijn;

  • relevantieoordeel: commissieoordeel over de relevantie van de interventie blijkend uit de verwachte effectiviteit en de kosten in vergelijking met standaard- of gebruikelijke behandeling(en) in Nederland en de ziektelast van de indicatie;

  • te verzekeren pakket: zorg of overige diensten als bedoeld in artikel 11 van de Zorgverzekeringswet;

  • Verordening (EU) 2017/745: Verordening (EU) 2017/745 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2017 betreffende medische hulpmiddelen, tot wijziging van Richtlijn 2001/83/EG, Verordening (EG) nr. 178/2002 en Verordening (EG) nr. 1223/2009, en tot intrekking van Richtlijnen 90/385/EEG en 93/42/EEG van de Raad;

  • Verordening (EU) 2017/746: Verordening (EU) 2017/746 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2017 betreffende medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek en tot intrekking van Richtlijn 98/79/EG en Besluit 2010/227/EU van de Commissie;

  • ziektelast: commissieoordeel over de mate van gezondheidsverlies voor de gemiddelde patiënt en het aantal patiënten dat met de interventie behandeld kan worden;

  • ZonMw: samenwerkingsverband tussen de organisatie ZorgOnderzoek Nederland en het domein Medische Wetenschappen van NWO;

  • zorgactiviteiten: activiteiten als bedoeld in artikel 1.4, tweede lid, onder a tot en met e;

  • het Zorginstituut: Zorginstituut Nederland, genoemd in artikel 58, eerste lid van de Zorgverzekeringswet.

Artikel

1.3

Artikel

1.4

Artikel

1.5

Geen subsidie wordt verstrekt:

  • a.

    voor zover de kosten voor de activiteiten, bedoeld in artikel 1.4, tweede lid, onder a tot en met e, reeds via de reguliere bekostiging van zorg vergoed kunnen worden;

  • b.

    voor kosten van activiteiten in het kader van onderzoek naar een off-label geneesmiddel waarvoor de EMA of het CBG minder dan 7 jaar vóór het indienen van de aanvraag, bedoeld in artikel 2.4, een marktautorisatie heeft verstrekt;

  • c.

    voor kosten van activiteiten in het kader van onderzoek naar een off-label toepassing van een geneesmiddel dat geen generiek geneesmiddel of biosimilar is én dat bestemd is voor behandeling van een indicatie die in Nederland bij meer dan 1 op de 150.000 inwoners voorkomt;

  • d.

    voor duplicatie van lopend onderzoek waarvan de resultaten in beginsel gebruikt kunnen worden voor een beoordeling van de stand van de wetenschap en praktijk;

  • e.

    voor lopend onderzoek;

  • f.

    voor projecten met een duur langer dan 6 jaar.

Artikel

1.6

De interventie-indicatiecombinatie, bedoeld in artikel 1.4, eerste lid, voldoet aan de volgende criteria:

  • a.

    de veiligheid wordt aangetoond met verifieerbare studiegegevens van klinisch onderzoek;

  • b.

    de werkzaamheid is aannemelijk gemaakt met verifieerbare studiegegevens van klinisch onderzoek;

  • c.

    de risico’s voor de patiënt zijn aanvaardbaar in relatie tot de verwachte gezondheidswinst.

Artikel

1.7

Voor de activiteiten, bedoeld in artikel 1.4, tweede lid, onder a tot en met e, geldt dat de betreffende patiënten behoren tot een van de volgende groepen:

Artikel

1.8

Het onderzoek, bedoeld in artikel 1.4, eerste lid, moet zodanig zijn opgezet dat het gegevens oplevert op basis waarvan het Zorginstituut:

  • a.

    kan beoordelen of een interventie-indicatiecombinatie voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk, zoals bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, en

  • b.

    de kosteneffectiviteit en de landelijke budgetgevolgen van de interventie-indicatiecombinatie kan beoordelen.

Artikel

1.9

Een aanvraag komt uitsluitend voor subsidiëring in aanmerking indien de kwaliteit van het onderzoek minimaal voldoende is én de interventie-indicatiecombinatie minimaal relevant is volgens de beoordeling aan de hand van de prioriteringsmatrix, bedoeld in artikel 2.7.

Artikel

1.10

Hoofdstuk

2

De procedure

Artikel

2.1

Artikel

2.2

In het projectidee worden in elk geval de volgende gegevens opgenomen:

  • a.

    een beschrijving van veiligheid, werkzaamheid en relevantie van het project;

  • b.

    een beknopt onderzoeksvoorstel;

  • c.

    een onderbouwing van de kosten van de zorg per patiënt;

  • d.

    een onderbouwing op hoofdlijnen waarin aannemelijk gemaakt wordt dat sprake is van marktfalen waardoor het project zonder subsidie niet, niet in dezelfde mate of niet onder dezelfde voorwaarden uitgevoerd kan worden.

Artikel

2.3

Artikel

2.4

Artikel

2.5

Artikel

2.6

Artikel

2.7

Hoofdstuk

3

Verlening

Artikel

3.1

Artikel

3.2

Hoofdstuk

4

Verplichtingen

Artikel

4.1

Artikel

4.2

De subsidieontvanger dient zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen een maand na afloop van het project een eindverslag in bij het Zorginstituut, dat in ieder geval bestaat uit:

  • a.

    een samenvatting van de resultaten en toekomstige acties voor implementatie of deimplementatie van de zorg;

  • b.

    een manuscript met de resultaten van de effectiviteit van de interventie-indicatiecombinatie;

  • c.

    een systematische review van studies naar de effectiviteit van de interventie-indicatie combinatie;

  • d.

    een manuscript met de resultaten van kosteneffectiviteit van de interventie-indicatiecombinatie indien de resultaten van de effectiviteit, bedoeld onder b, positief zijn;

  • e.

    een overzicht van het aantal door de subsidieontvanger en door ieder deelnemend centrum behandelde patiënten.

Hoofdstuk

5

Bevoorschotting en betaling

Artikel

5.1

Hoofdstuk

6

Verantwoording en vaststelling

Artikel

6.1

Artikel

6.2

Hoofdstuk

7

Slotbepalingen

Artikel

7.1

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 februari 2019 en vervalt met ingang van 1 januari 2026, met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft op subsidies die krachtens deze regeling zijn verleend.

Artikel

7.2

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling veelbelovende zorg.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Medische Zorg, B.J. Bruins