Artikel
I
Wijzigt de Wet op het financieel toezicht.
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt de Wet op het financieel toezicht.
De artikelen 1:1, 1:13b, 1:79, 1:80, 1:107, 2:121c, 3:2, 3:5, 3A:23, 4:37c, 5:25g en 5:32a, het bij of krachtens Hoofdstuk 5.1 bepaalde en de bijlagen, behorend bij de artikelen 1:79 en 1:80 van de Wet op het financieel toezicht, de bijlagen 1 en 2 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 1, onder 2°, van de Wet op de economische delicten, artikel 1.1, onderdeel e, onder 1°, van de Wet handhaving consumentenbescherming, artikel XIX van de Wijzigingswet financiële markten 2015 en artikel 193f van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, zoals zij onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet luidden, blijven van toepassing op prospectussen als bedoeld in artikel 46, derde lid, van Verordening (EU) nr. 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG (PbEU 2017, L 168) die voor de inwerkingtreding van deze wet zijn goedgekeurd. Deze overgangstermijn duurt tot 21 juli 2020 of, indien dit eerder is, tot de datum waarop de geldigheid van het prospectus eindigt.
Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.
Wijzigt de Wijzigingswet financiële markten 2015.
Wijzigt de Wet op de economische delicten.
Wijzigt de Invoerings- en aanpassingswet Wet op het financieel toezicht.
Wijzigt de Wet handhaving consumentenbescherming.
Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 6.
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Deze wet wordt aangehaald als: Wet implementatie prospectusverordening.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.