Besluit van 5 juli 2019, houdende wijziging van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers in verband met de verhoging van de vergoeding voor de werkzaamheden van raadsleden en de bezoldiging van de zittende burgemeester na afloop van de periode van opclassificatie van een gemeente, alsmede nadere wijziging van het Rechtspositiebesluit Rijksvertegenwoordiger BES in verband met de harmonisatie van de rechtspositie van decentrale politieke ambtsdragers

Wijzigingsbesluit Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en Rechtspositiebesluit Rijksvertegenwoordiger BES (verhoging diverse vergoedingen en harmonisatie rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 17 mei 2019, nr. 2019-20190000250244, gedaan in overeenstemming met de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 29 mei 2019, nr. W04.19.0121/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 5 juli 2019, nr. 2019-0000327484, uitgebracht in overeenstemming met de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

I

Wijzigt het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

Artikel

II

Wijzigt het Rechtspositiebesluit Rijksvertegenwoordiger BES.

Artikel

III

Artikel

IV

Artikel

V

Artikel

VII

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage
Willem-Alexander
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren
De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus