Besluit van 15 juli 2019 ter implementatie van de Richtlijn (EU) 2017/853 van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 mei 2017 tot wijziging van Richtlijn 91/477/EEG van de Raad inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens (PbEU 2017, L 137/22) (Besluit wapens en munitie)

Besluit wapens en munitie

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister Justitie en Veiligheid van 14 mei 2019, nr. 2594027,
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 12 juni 2019, nr.W16.19.0122/II);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie en Veiligheid van 9 juli 2019, nr.2628415;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

1

Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel

2

Erkenning als museum

Artikel

3

Erkenning als verzamelaar

Artikel

4

Verplicht lidmaatschap erkende vereniging

Een verlof op grond van artikel 28 van de wet voor het voorhanden hebben van een vuurwapen opgenomen in categorie A, onderdelen 6 of 7, in bijlage I van de Richtlijn, wordt in ieder geval geweigerd indien de aanvrager geen bewijs van lidmaatschap overlegt van een erkende vereniging.

Artikel

5

Beheer van wapens bij een erkende vereniging

Artikel

6

Verdachte transacties

Onder een verdachte transactie in de zin van artikel 9a, eerste lid, van de wet wordt in ieder geval verstaan:

  • a.

    een transactie van een of meerdere aankopen voor munitie binnen een week waarbij de koper meer dan 10.000 patronen heeft aangeschaft, of

  • b.

    een transactie waarbij degene die munitie aanschaft naar het oordeel van de houder van een erkenning of de beheerder in de zin van artikel 9a, eerste lid, van de wet niet vertrouwd lijkt te zijn met het gebruik van de munitie, dan wel niet overtuigend kan aangeven waarvoor hij de munitie gaat gebruiken.

Artikel

7

Redelijk belang

Artikel

8

Gegevens die de korpschef moet registreren over wapens

De korpschef registreert ter uitvoering van artikel 35 van de wet:

  • a.

    het type, merk, model, kaliber en serienummer van elk vuurwapen waarvoor een erkenning, vergunning, verlof, ontheffing of jachtakte is verleend en het merkteken dat is aangebracht op de framegroep of kastgroep ervan;

  • b.

    het serienummer of de unieke markering die is aangebracht op de essentiële onderdelen van het vuurwapen, indien er een verschil is met de markering op de framegroep of kastgroep;

  • c.

    naam en adres van de houder van een erkenning, vergunning, verlof en ontheffing voor een vuurwapen, met de datum van verstrekking ervan; en

  • d.

    iedere ombouw of aanpassing van een vuurwapen die ertoe leidt dat het moet worden ingedeeld in een andere categorie of subcategorie van bijlage I van de Richtlijn met inbegrip van de door de korpschef op grond van artikel 43 van de wet gecontroleerde onbruikbaarmaking of vernietiging van het vuurwapen en de bijbehorende datum of data.

Artikel

9

Overgangsrecht erkenning musea en verzamelaars

Ontheffingen die op grond van artikel 4 van de wet aan musea en verzamelaars zijn verleend voordat dit besluit in werking is getreden gelden, voor de nog lopende geldigheidsduur van deze ontheffing, als een erkenning in de zin van artikel 2 respectievelijk artikel 3 van dit besluit.

Artikel

10

Inwerkingtreding

Indien het bij koninklijke boodschap van 29 juni 2018 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet wapens en munitie in verband met de Richtlijn (EU) 2017/853 van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 mei 2017 tot wijziging van Richtlijn 91/477/EEG van de Raad inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens (PbEU 2017, L 137/22) (34 984) tot wet is of wordt verheven en die wet in werking treedt, treedt dit besluit op hetzelfde tijdstip in werking.

Artikel

11

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit wapens en munitie.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage
Willem-Alexander
De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus
De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus