Verordening Deelneming in gerechtsdeurwaarderkantoren

Verordening Deelneming in gerechtsdeurwaarderskantoren

De ledenraad van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders,
Overwegende dat de KBvG tot taak heeft de bevordering van een goede beroepsuitoefening door de leden en van hun vakbekwaamheid;
Gezien het ontwerp van het bestuur en de bijbehorende toelichting;
Gehoord het advies van de algemene ledenvergadering van de KBvG;

Stelt de navolgende verordening met toelichting vast:

Afdeling

1

Algemeen

Artikel

1

(begripsbepalingen)

In deze verordening wordt verstaan onder:

Afdeling

2

Interne zeggenschap

Artikel

2

De gerechtsdeurwaarder zorgt ervoor dat alle beslissingen over het beleid van het kantoor, het beheer van de derdengelden en de behandeling van alle opdrachten, zowel in de minnelijke fase als in de ambtelijke fase, uitsluitend worden genomen door een gerechtsdeurwaarder, dan wel onder directe verantwoordelijkheid van een gerechtsdeurwaarder.

Artikel

3

(zeggenschap en invloed)

Artikel

4

(deelneming door niet-gerechtsdeurwaarders)

De gerechtsdeurwaarder draagt er zorg voor dat personen die niet gerechtsdeurwaarder zijn, slechts deelnemen in de vennootschap waaraan het gerechtsdeurwaarderskantoor toebehoort, indien:

  • a.

    zij bij aanvang van hun deelneming beschikken over een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens die niet ouder is dan drie maanden;

  • b.

    zij niet betrokken zijn bij opdrachten aan het kantoor of anderszins werkzaamheden verrichten of diensten aanbieden op een wijze die aan de gerechtsdeurwaarder niet zou zijn toegestaan of die schade kunnen toebrengen aan eer en aanzien van het ambt.

  • c.

    Zij zich jegens de gerechtsdeurwaarder hebben verbonden zich te onderwerpen en medewerking te verlenen aan toezicht overeenkomstig artikel 30 en artikel 31 van de Gerechtsdeurwaarderswet, teneinde het Bureau Financieel Toezicht, genoemd in artikel 110 van de Wet op het Notarisambt, in staat te stellen effectief toezicht uit te oefenen op de financiële positie van de gerechtsdeurwaarder en zijn gerechtsdeurwaarderskantoor

Artikel

5

(aandeelhoudersovereenkomst)

Artikel

6

(dienstverband)

De gerechtsdeurwaarder is niet in dienst van een persoon die, zonder gerechtsdeurwaarder te zijn, als aandeelhouder, vennoot of anderszins deelneemt in de vennootschap waaraan het gerechtsdeurwaarderskantoor toebehoort.

Afdeling

3

Externe participate

Artikel

7

(toegestane deelnemingen en bestuursfuncties)

Het is de gerechtsdeurwaarder slechts toegestaan om deel te nemen in een vennootschap, niet zijnde zijn eigen of een ander gerechtsdeurwaarderskantoor, of daarin als bestuurder werkzaam te zijn, indien:

  • a.

    deze vennootschap niet is verbonden met opdrachten aan het gerechtsdeurwaarderskantoor of anderszins werkzaamheden verricht of diensten aanbiedt op een wijze die aan een gerechtsdeurwaarder niet zou zijn toegestaan of die schade kunnen toebrengen aan eer en aanzien van het ambt;

  • b.

    de deelneming of bestuursfunctie op geen enkele wijze afbreuk doet of kan lijken te doen aan de onafhankelijkheid van de gerechtsdeurwaarder of het aanzien van het ambt kan schaden.

Afdeling

4

Overige bepalingen

Artikel

8

(transparantie)

Artikel

10

(citeertitel)

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Deelneming in gerechtsdeurwaarderskantoren.

Artikel

12

(inwerkingtreding)

Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede maand na die van de dag van de bekendmaking door plaatsing in de Staatscourant en vervangt op dat moment de Verordening Onafhankelijk gerechtsdeurwaarder (Stcrt. 2010, nr. 8276).

De ledenraad van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders