Regeling van de Minister voor Medische Zorg van 4 oktober 2019, kenmerk 1562477-193693-Z, houdende bepalingen omtrent de in de Zorgverzekeringswet bedoelde vereveningsbijdrage voor het jaar 2020 (Regeling risicoverevening 2020)
Bij de indeling van verzekerden bij de klassen van het vereveningscriterium MHK laat het Zorginstituut de kosten van verpleging en verzorging buiten beschouwing.
3
Bij de indeling van verzekerden bij de klassen van het vereveningscriterium GGZ-MHK laat het Zorginstituut de kosten van het tweede en derde jaar intramurale geestelijke gezondheidszorg buiten beschouwing.
Artikel
6
In afwijking van artikel 5 en bijlage 1, tabellen 1.2, 1.3, 1.4, 1.5 en 1.11, en bijlage 2, tabellen 2.2 en 2.3, wordt een verzekerde die in het buitenland woont ingedeeld in de klassen ‘Geen FKG’, ‘Geen primaire DKG’, ‘Geen secundaire DKG’, ‘Geen HKG’, ’Geen FDG’, ‘Geen FKG psychische aandoeningen’ en ‘Geen DKG psychische aandoeningen’, waarbij voor hem het gewicht van die klassen door het Zorginstituut wordt vastgesteld op een percentage van de gewichten van de desbetreffende klassen zoals deze op grond van de genoemde tabellen voor in Nederland wonende verzekerden gelden.
Artikel
7
1
De nominale rekenpremie per jaar bedraagt € 1.373 per zorgverzekering waarvoor premie moet worden betaald.
2
Het Zorginstituut raamt de opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar, bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, door het geraamde aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moet worden betaald te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie.
3
Het Zorginstituut raamt het aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moet worden betaald, bedoeld in het tweede lid, door het geraamde aantal zorgverzekeringen van verzekerden van achttien jaar en ouder bij een zorgverzekeraar, te verminderen met het geraamde aantal zorgverzekeringen van verzekerden, bedoeld in artikel 24 van de wet.
Artikel
8
1
Het Zorginstituut raamt de opbrengst van het verplicht eigen risico per zorgverzekeraar, bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, door per verzekerde van achttien jaar en ouder, met uitzondering van verzekerden, bedoeld in artikel 24 van de wet, de geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico te bepalen en vervolgens de geraamde opbrengsten per zorgverzekeraar te sommeren.
2
Het Zorginstituut gaat voor de bepaling van de geraamde opbrengst per verzekerde, bedoeld in het eerste lid, voor verzekerden van achttien jaar of ouder die zowel onder de klasse ‘Geen FKG’, als onder de klassen ‘Geen primaire DKG’, ‘Geen secundaire DKG’, ‘Geen HKG’, ‘Geen MVV’ en ‘Geen FDG’ vallen en niet worden ingedeeld bij MHK-klasse ‘2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent’ of hoger, uit van verzekerdenaantallen onderverdeeld in klassen naar leeftijd en geslacht, AVI, regio en MHK en de in bijlage 4 genoemde gewichten. Hierbij wordt de in de bijlage 4 aangegeven klassenindeling van de criteria aangehouden.
3
De geraamde opbrengst per verzekerde, bedoeld in het eerste lid, bedraagt € 359,53 voor verzekerden van achttien jaar of ouder waarop het tweede lid niet van toepassing is.
Artikel
9
1
Het Zorginstituut wijst bij samenloop van klassen van een vereveningscriterium alleen de hoogste klasse van dat criterium toe.
2
In afwijking van het eerste lid wijst het Zorginstituut alle toepasselijke klassen van het vereveningscriterium FKG’s toe met inachtneming van de volgende uitzonderingen:
a.
In geval van samenloop bij de klassen ‘Diabetes type I met hypertensie’, ‘Diabetes type I zonder hypertensie’, ‘Diabetes type II met hypertensie’ en ‘Diabetes type II zonder hypertensie’, deelt het Zorginstituut een verzekerde in bij eerstgenoemde klasse die voor de betreffende verzekerde van toepassing is en niet bij de andere genoemde klassen;
b.
Indien een verzekerde is ingedeeld bij de klasse ’Psychose en verslaving’, deelt het Zorginstituut deze verzekerde niet in bij de klasse ‘Depressie’;
c.
Indien een verzekerde is ingedeeld bij de klasse ‘Neuropathische pijn’, deelt het Zorginstituut deze verzekerde niet in bij de klasse ‘Chronische pijn exclusief opioïden’;
d.
In geval van samenloop bij de klassen ‘COPD/Zware astma o.b.v. add-on’, ‘COPD/Zware astma’ en ‘Astma’, deelt het Zorginstituut een verzekerde in bij eerstgenoemde klasse die voor de betreffende verzekerde van toepassing is en niet bij de andere genoemde klassen;
e.
Indien een verzekerde is ingedeeld bij de klasse ‘Auto-immuunziekten o.b.v. add-on’, deelt het Zorginstituut deze verzekerde niet in bij de klasse ‘Reuma’ en niet bij de klasse ‘Psoriasis’ en niet bij de klasse ‘Ziekte van Crohn/Colitis Ulcerosa’;
f.
Indien een verzekerde is ingedeeld bij de klasse ‘Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: multiple sclerose’, deelt het Zorginstituut deze verzekerde niet in bij de klasse ‘Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: overig’;
g.
In geval van samenloop bij de klassen ‘Kanker o.b.v. add-on’, ‘Kanker’ en ‘Hormoongevoelige tumoren’, deelt het Zorginstituut een verzekerde in bij eerstgenoemde klasse die voor de betreffende verzekerde van toepassing is en niet bij de andere genoemde klassen;
h.
Indien een verzekerde is ingedeeld bij de klasse ‘COPD/Zware astma o.b.v. add-on’, ‘COPD/Zware astma’, ‘Hartaandoeningen’ of ‘Pulmonale arteriële hypertensie’, deelt het Zorginstituut deze verzekerde niet in bij de klasse ‘Chronische antistolling’.
3
Het Zorginstituut deelt bij het vereveningscriterium FKG’s een verzekerde niet in op basis van het gebruik van geneesmiddelen die in een van de twee aan het vereveningsjaar voorafgaande kalenderjaren zijn opgehouden dure intramurale geneesmiddelen te zijn.
4
Voor de indeling van een verzekerde bij het vereveningscriterium AVI geldt dat:
a.
het Zorginstituut een verzekerde van 18 tot en met 64 jaar die in meerdere klassen van het vereveningscriterium AVI is in te delen, in afwijking van het eerste lid, indeelt op basis van de volgorde in de volgende trechtering:
1.
duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA);
2.
arbeidsongeschikten;
3.
bijstandsgerechtigden;
4.
studenten van 18 tot en met 34 jaar;
5.
werklozen en loontrekkers, behalve als zij hoogopgeleid en 18 tot en met 44 jaar zijn;
6.
zelfstandigen;
7.
hoogopgeleiden van 18 tot en met 44 jaar;
8.
alle verzekerden die niet zijn ingedeeld onder 1 tot en met 7. Zij vormen samen met de verzekerden onder 5 de referentiegroep.
b.
het Zorginstituut een verzekerde van 0 tot en met 17 jaar indeelt op basis van de AVI-indeling van de volwassenen op hetzelfde adres. Indien er meerdere volwassenen op hetzelfde adres wonen, deelt het Zorginstituut de verzekerde, bedoeld in de eerste volzin van dit onderdeel, in de relevante AVI-klasse in die het eerst voorkomt in de trechtering onder a.
c.
het Zorginstituut een verzekerde van 65 tot en met 69 jaar indeelt op basis van de laatst bekende AVI-indeling.
5
In afwijking van het eerste lid wijst het Zorginstituut alle toepasselijke klassen van het vereveningscriterium FKG’s psychische aandoeningen toe met inachtneming van de volgende uitzondering: In geval van samenloop bij de klassen ‘Psychose depot’, ‘Chronische stemmingsstoornissen complex’, ‘Psychose’, ‘Bipolaire stoornissen complex’, ‘Bipolaire stoornissen regulier’ en ‘Chronische stemmingsstoornissen’, deelt het Zorginstituut een verzekerde in bij eerstgenoemde klasse die voor de betreffende verzekerde van toepassing is en niet bij de andere genoemde klassen.
6
Het Zorginstituut deelt verzekerden in een Wlz-instelling bij het vereveningscriterium SES in in de klasse ‘1 (zeer laag)’ en bij het vereveningscriterium MVV in de klasse ‘Geen MVV’.
7
Het Zorginstituut deelt verzekerden in de DKG’s psychische aandoeningen 15 tot en met 18 bij het vereveningscriterium SES in de klasse ‘1 (zeer laag)’ in.
8
Het Zorginstituut deelt bij het vereveningscriterium GGZ-MHK verzekerden met kosten op de percentielgrens ’98,5 procent met kosten >10 euro’ naar rato in bij de betreffende klassen.
9
Het Zorginstituut deelt bij het vereveningscriterium MVV verzekerden met kosten op de percentielgrens naar rato in bij de betreffende klassen.
10
Indien een percentielgrens als bedoeld in het negende lid, gelijk is aan nul euro, deelt het Zorginstituut, in afwijking van het negende lid, verzekerden met kosten op die percentielgrens in bij de klasse ‘Geen MVV’.
11
Het Zorginstituut stelt als bijlage bij de beleidsregels, bedoeld in artikel 32, vijfde lid, van de Zorgverzekeringswet, referentiebestanden vast voor de vereveningscriteria FKG’s, primaire DKG’s, secundaire DKG’s, HKG’s, AVI, SES, PPA, regio, FDG, FKG’s psychische aandoeningen, DKG’s psychische aandoeningen en GGZ-regio ter onderbouwing van de indeling van verzekerden in de klassen van het betreffende vereveningscriterium.
Hoofdstuk
3
Regels ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) ten behoeve van een zorgverzekeraar
Artikel
10
1
Een verzekerde die slechts gedurende een deel van het vereveningsjaar bij een zorgverzekeraar verzekerd was, telt voor het vaststellen van de vereveningsbijdrage voor die zorgverzekeraar mee in een mate die bepaald wordt door het aantal dagen dat hij in dat jaar bij die zorgverzekeraar verzekerd was te delen door het aantal dagen in dat jaar.
2
Indien een verzekerde gedurende een aantal dagen van het vereveningsjaar bij meer dan één zorgverzekeraar verzekerd was, telt hij voor het vaststellen van de vereveningsbijdrage over die periode mee in een mate die bepaald wordt door het getal 1 te delen door het aantal zorgverzekeraars waarbij hij in die periode verzekerd was.
Artikel
11
1
Nadat het Zorginstituut de gerealiseerde kosten op de in de artikelen 12 tot en met 15 beschreven wijze heeft toegedeeld, herberekent het Zorginstituut voor de clusters ‘variabele zorgkosten’ en ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ de relevante deelbedragen.
2
Het Zorginstituut gaat bij de herberekening, bedoeld in het eerste lid, uit van de gerealiseerde kosten voor elk van de in het eerste lid genoemde clusters van prestaties en van gerealiseerde aantallen verzekerden per klasse van ieder vereveningscriterium. Voor de herberekening van de vereveningsbijdrage voor het cluster ‘variabele zorgkosten’ past het Zorginstituut de gewichten in de tabellen van bijlage 1 toe. Voor de herberekening van de vereveningsbijdrage voor het cluster ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ past het Zorginstituut de gewichten in de tabellen van bijlage 3 toe.
3
De gerealiseerde aantallen verzekerden per klasse van ieder vereveningscriterium worden voor de hiernavolgende criteria aan de hand van realisatiecijfers over de volgende jaren berekend:
a.
leeftijd en geslacht: 2020;
b.
FKG’s: 2019;
c.
primaire DKG’s: 2018 en 2019;
d.
secundaire DKG’s: 2018 en 2019;
e.
HKG’s: 2019;
f.
AVI: 2020;
g.
regio: 2020;
h.
SES: 2019 en 2020;
i.
MHK: 2017, 2018 en 2019;
j.
GGZ-regio: 2020;
k.
FKG’s psychische aandoeningen: 2019;
l.
DKG’s psychische aandoeningen: 2017, 2018 en 2019;
m.
PPA: 2019 en 2020;
n.
GGZ-MHK: 2015, 2016, 2017, 2018 en 2019;
o.
FDG: 2019;
p.
MVV: 2017, 2018 en 2019.
4
In afwijking van het tweede lid herberekent het Zorginstituut het gewicht van de klasse ‘Geen FKG’ zodanig dat het voor de klassen ‘Auto-immuunziekten o.b.v. add-on’, ‘Kanker o.b.v. add-on’, ‘Groeistoornissen o.b.v. add-on’, ‘Immunoglobuline o.b.v. add-on’, ‘COPD/Zware astma o.b.v. add-on’, ‘Extreem hoge kosten cluster 1’, ‘Extreem hoge kosten cluster 2’ en ‘Extreem hoge kosten cluster 3’ gesommeerde verschil tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht in tabel 1.2 en de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in tabel 1.2, teniet wordt gedaan. Het Zorginstituut rondt het herberekende gewicht af op twee decimalen.
5
In afwijking van het tweede lid herberekent het Zorginstituut het gewicht voor elke klasse van de vereveningscriteria primaire DKG’s en secundaire DKG’s zodanig dat per klasse het resultaat van de vermenigvuldiging van het herberekende gewicht met het gerealiseerde aantal verzekerden gelijk is aan het resultaat van de vermenigvuldiging van het gewicht in tabel 1.3 respectievelijk tabel 1.4 met het bij toekenning van de vereveningsbijdragen verwachte aantal verzekerden. Het Zorginstituut rondt de herberekende gewichten af op twee decimalen.
6
In afwijking van het tweede lid herberekent het Zorginstituut het gewicht voor de klasse ‘Geen MHK’ zodanig dat het voor de klassen ‘3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 4 procent’, ‘3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 1,5 procent’ en ‘3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 0,5 procent’ gesommeerde verschil tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht in tabel 1.10 en de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in tabel 1.10, teniet wordt gedaan. Het Zorginstituut rondt het herberekende gewicht af op twee decimalen.
7
In afwijking van het tweede lid, herberekent het Zorginstituut het gewicht van de klasse ‘Geen DKG psychische aandoeningen’ zodanig dat voor het criterium DKG’s psychische aandoeningen de gesommeerde resultaten van de vermenigvuldiging van de gewichten met het gerealiseerde aantal verzekerden, nul bedragen. Het Zorginstituut rondt het herberekende gewicht af op twee decimalen.
8
Het Zorginstituut gebruikt bij de herberekening, bedoeld in het eerste lid, de referentiebestanden, bedoeld in artikel 9, elfde lid.
uit de specificatie blijkt dat zij ofwel gelden als kosten van geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen te bieden als bedoeld in artikel 2.4 van het Besluit Zorgverzekering – met uitzondering van de kosten, bedoeld in subonderdeel b – ofwel als kosten van verblijf als bedoeld in artikel 2.12 van het Besluit zorgverzekering – met uitzondering van de kosten, bedoeld in subonderdeel b – ofwel als kosten van geneeskundige zorg zoals verpleegkundigen die plegen te bieden als bedoeld in artikel 2.10 van het Besluit zorgverzekering en, voor zover die zorg daarmee gepaard gaat, kosten van verblijf, aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’;
b.
uit de specificatie blijkt dat zij gelden als kosten van geneeskundige zorg zoals klinisch psychologen en psychiaters die plegen te bieden die gericht is op het herstel van een psychische aandoening alsmede het daarmee gepaard gaande verblijf gedurende een onafgebroken periode van niet meer dan 1095 dagen, aan als kosten van het cluster ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’;
c.
uit de specificatie niet blijkt dat zij gelden als kosten als bedoeld onder a of b aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’.
2
Het Zorginstituut merkt kosten voor prestaties van grensoverschrijdende zorg die gemaakt zijn met toepassing van internationale regelingen inzake sociale zekerheid, aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’.
Artikel
13
1
Met uitzondering van betalingen uit hoofde van een verplicht of vrijwillig eigen risico, deelt het Zorginstituut zorgkosten die voor rekening komen van de verzekerden niet toe aan een cluster van prestaties.
2
Het Zorginstituut deelt renteheffingskosten niet toe aan een cluster van prestaties.
Artikel
14
1
Het Zorginstituut merkt de kosten van prestaties, geleverd door instellingen die meedoen aan experimenten in de zin van de Wet marktordening gezondheidszorg, voor een door hem per instelling vast te stellen percentage aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’.
2
Het Zorginstituut merkt de kosten van de Stichting Kinderoncologie Nederland en van de Nederlandse Transplantatiestichting voor 75 procent aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’.
Artikel
15
1
Het Zorginstituut merkt de kosten van prestaties, geleverd door instellingen die meedoen aan experimenten in de zin van de Wet marktordening gezondheidszorg, per instelling voor medisch-specialistisch zorg voor 100 procent minus het door hem op basis van artikel 14, eerste lid, vastgestelde percentage, aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.
2
Het Zorginstituut merkt de kosten van de Stichting Kinderoncologie Nederland en van de Nederlandse Transplantatiestichting voor 25 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.
3
Het Zorginstituut merkt de kosten van geneesmiddelen die in het vereveningsjaar of de twee daaraan voorafgaande kalenderjaren zijn opgehouden dure intramurale geneesmiddelen te zijn aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.
4
Het Zorginstituut calculeert 100 procent na op het verschil tussen de kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’, vastgesteld ingevolge het eerste tot en met derde lid enerzijds, en het herberekende deelbedrag ‘vaste zorgkosten’ na toepassing van artikel 3.15, tweede lid van het Besluit zorgverzekering.
de drempelwaarde wordt bepaald, zodanig dat 0,5% van de verzekerden met kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg kosten gelijk aan of boven deze drempelwaarde heeft;
b.
75% van de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg van de verzekerde, voor zover deze kosten de drempelwaarde overschrijden, wordt berekend;
c.
vervolgens worden de uitkomsten uit onderdeel b per zorgverzekeraar gesommeerd;
d.
daarna wordt het percentage berekend dat voortvloeit uit de verhouding tussen de som van de uitkomsten van onderdeel c van alle zorgverzekeraars samen en de herberekende deelbedragen kosten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg van alle zorgverzekeraars samen, en dit percentage wordt toegepast op het corresponderende herberekende deelbedrag van een zorgverzekeraar.
e.
ten slotte wordt het herberekende deelbedrag per zorgverzekeraar nogmaals herberekend door hierbij het resultaat van onderdeel c op te tellen en vervolgens te verminderen met het resultaat van onderdeel d.
2
Het Zorginstituut kan bij een voorlopige vaststelling als bedoeld in artikel 3.20, eerste lid, van het Besluit zorgverzekering, de toepassing van hogekostencompensatie achterwege laten. Het Zorginstituut past dan in afwijking van artikel 11, tweede lid, voor de herberekening van de vereveningsbijdrage voor het cluster ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ de gewichten in de tabellen van bijlage 2 toe.
Artikel
17
1
De opbrengst van de nominale rekenpremie, bedoeld in artikel 3.19, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, wordt berekend overeenkomstig artikel 7, met dien verstande, dat wordt uitgegaan van het gerealiseerde aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moest worden betaald.
De artikelen 5, tweede en derde lid, 6 en 9 zijn van overeenkomstige toepassing bij de vaststelling van de vereveningsbijdrage ten behoeve van een zorgverzekeraar met dien verstande dat bij toepassing van hogekostencompensatie een verzekerde die in het buitenland woont, in afwijking van bijlage 3, tabellen 3.2 en 3.3, wordt ingedeeld in ‘Geen FKG psychische aandoeningen’ en ‘Geen DKG psychische aandoeningen’.
Hoofdstuk
4
Aanvullingen op de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar
Betaling van de vereveningsbijdrage aan zorgverzekeraar door het zorginstituut
Artikel
20
De betaling van de bijdrage geschiedt overeenkomstig door het Zorginstituut te stellen beleidsregels, waarin een betaalschema is opgenomen dat rekening houdt met declaratiepatronen van zorgaanbieders.
Hoofdstuk
6
Slotbepalingen
Artikel
21
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 30 september 2019.
Artikel
22
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling risicoverevening 2020.
Deze regeling zal (met toelichting) in de Staatscourant worden geplaatst.
De bijlage betreft kosten van zorg behorende tot het cluster ‘variabele zorgkosten’. De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de ex ante berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 5, eerste lid) en vormen de basis voor de ex post berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 11, tweede lid).
Tabel 1.1. Gewichten voor het vereveningscriterium leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde)
Mannen
0 jaar, geboren in het vereveningsjaar
9735.62
0 jaar, geboren in het voorafgaande jaar
2872.85
1–4 jaar
2193.99
5–9 jaar
2010.78
10–14 jaar
2021.98
15–17 jaar
2111.78
18–24 jaar
1879.16
25–29 jaar
1891.18
30–34 jaar
1887.18
35–39 jaar
1955.11
40–44 jaar
2018.54
45–49 jaar
2141.85
50–54 jaar
2308.47
55–59 jaar
2577.09
60–64 jaar
2827.12
65–69 jaar
3158.19
70–74 jaar
3655.62
75–79 jaar
4069.32
80–84 jaar
4626.41
85–89 jaar
5195.83
90+ jaar
6183.60
Vrouwen en onbepaald geslacht
0 jaar, geboren in het vereveningsjaar
8530.34
0 jaar, geboren in het voorafgaande jaar
2610.32
1–4 jaar
1927.53
5–9 jaar
1983.71
10–14 jaar
2050.50
15–17 jaar
2213.58
18–24 jaar
2132.29
25–29 jaar
2585.00
30–34 jaar
2728.28
35–39 jaar
2410.03
40–44 jaar
2186.14
45–49 jaar
2255.39
50–54 jaar
2341.32
55–59 jaar
2425.13
60–64 jaar
2583.58
65–69 jaar
2849.18
70–74 jaar
3181.51
75–79 jaar
3520.14
80–84 jaar
4034.95
85–89 jaar
4718.37
90+ jaar
5603.59
Tabel 1.2. Gewichten voor het vereveningscriterium FKG’s (in euro’s per verzekerde)
Geen FKG
–313.04
Schildklieraandoeningen
24.69
Glaucoom
205.45
Depressie
115.58
Psychose en verslaving
392.10
Epilepsie
559.19
Chronische antistolling
790.07
Transplantaties
1319.11
Parkinson
2208.41
Hartaandoeningen
1782.07
Chronische pijn exclusief opioïden
895.03
Neuropatische pijn
1548.89
Diabetes type II zonder hypertensie
434.17
Diabetes type II met hypertensie
841.53
Diabetes type I zonder hypertensie
1710.70
Diabetes type I met hypertensie
2059.18
Cystic fibrosis/pancreasenzymen
3411.43
Groeistoornissen o.b.v. add-on
2521.57
Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: overig
2992.60
Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: multiple sclerose
4535.84
HIV/AIDS
4523.07
Psoriasis
521.91
Ziekte van Crohn/Colitis Ulcerosa
629.89
Reuma
733.49
Auto-immuunziekten o.b.v. add-on
5424.27
Nieraandoeningen
7602.15
Acromegalie
12288.86
Immunoglobuline o.b.v. add-on
10782.89
Astma
451.57
COPD/Zware astma
1677.02
COPD/Zware astma o.b.v. add-on
12118.02
Hormoongevoelige tumoren
842.31
Kanker
1553.67
Kanker o.b.v. add-on
11425.79
Pulmonale arteriële hypertensie
20591.73
Extreem hoge kosten cluster 1
123993.38
Extreem hoge kosten cluster 2
262028.94
Extreem hoge kosten cluster 3
385821.47
Tabel 1.3. Gewichten voor het vereveningscriterium primaire DKG’s (in euro’s per verzekerde)
Geen primaire DKG
–227.23
1
627.21
2
1328.67
3
1344.43
4
1661.31
5
2765.72
6
2283.41
7
4936.77
8
6320.33
9
7038.99
10
8021.10
11
12358.08
12
15785.97
13
8162.58
14
64321.45
15
51023.38
Tabel 1.4. Gewichten voor het vereveningscriterium secundaire DKG’s (in euro’s per verzekerde)
Geen secundaire DKG
–91.03
1
932.12
2
2403.52
3
3898.61
4
7535.25
5
14713.47
6
19243.22
7
74449.92
Tabel 1.5. Gewichten voor het vereveningscriterium HKG’s (in euro’s per verzekerde)
Geen HKG
–54.81
CPAP apparatuur
286.01
Therapeutische elastische kousen
448.43
Voorzieningen voor stomapatiënten
1498.91
Vernevelaar met toebehoren
1375.84
Middelen voor urine-opvang
2049.97
Injectiespuiten met toebehoren (excl. diabetes)
2253.80
Zuurstofapparaten met toebehoren
4482.92
Voedingshulpmiddelen (excl. zuigelingen)
7929.07
Slijmuitzuigapparatuur
20691.00
Draagbare infuuspompen
9294.56
Tabel 1.6. Gewichten voor het vereveningscriterium AVI (in euro’s per verzekerde)
70+ jaar
0.00
Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA)
0–17 jaar
124.18
18–34 jaar
1292.91
35–44 jaar
881.74
45–54 jaar
1131.56
55–64 jaar
713.59
65–69 jaar
643.19
Arbeidsongeschikten excl. IVA
0–17 jaar
155.69
18–34 jaar
286.41
35–44 jaar
491.44
45–54 jaar
501.26
55–64 jaar
427.03
65–69 jaar
387.21
Bijstandsgerechtigden
0–17 jaar
147.63
18–34 jaar
323.47
35–44 jaar
324.24
45–54 jaar
378.57
55–64 jaar
326.17
65–69 jaar
401.08
Studenten
0–17 jaar
–37.98
18–34 jaar
–166.78
Zelfstandigen
0–17 jaar
–73.30
18–34 jaar
–77.15
35–44 jaar
–124.00
45–54 jaar
–179.61
55–64 jaar
–213.12
65–69 jaar
–74.93
Hoogopgeleiden
0–17 jaar
–96.15
18–34 jaar
–13.92
35–44 jaar
–74.36
Referentiegroep
0–17 jaar
–8.17
18–34 jaar
18.35
35–44 jaar
–21.47
45–54 jaar
–59.38
55–64 jaar
–82.21
65–69 jaar
–113.90
Tabel 1.7. Gewichten voor het vereveningscriterium regio (in euro’s per verzekerde)
1
82.29
2
48.02
3
19.81
4
19.55
5
–14.01
6
–16.13
7
–23.23
8
–30.39
9
–38.98
10
–48.13
Tabel 1.8. Gewichten voor het vereveningscriterium SES (in euro’s per verzekerde)
1 (zeer laag)
0–17 jaar
61.89
18–69 jaar
–1.91
70+ jaar
–91.37
2 (laag)
0–17 jaar
32.30
18–69 jaar
18.47
70+ jaar
–58.57
3 (midden)
0–17 jaar
–15.08
18–69 jaar
19.08
70+ jaar
43.99
4 (hoog)
0–17 jaar
–47.85
18–69 jaar
–30.10
70+ jaar
75.91
Tabel 1.9. Gewichten voor het vereveningscriterium PPA (in euro’s per verzekerde)
0–17 jaar
0.00
Wlz-instelling, blijvend
18–69 jaar
–574.75
70–79 jaar
–1898.04
80+ jaar
–3232.04
Wlz-instelling, instromend
18–69 jaar
9089.49
70–79 jaar
12930.58
80+ jaar
10597.71
Eenpersoonshuishouden
18–69 jaar
–30.88
70–79 jaar
169.97
80+ jaar
44.51
Overig
18–69 jaar
3.61
70–79 jaar
–117.14
80+ jaar
–156.55
Tabel 1.10. Gewichten voor het vereveningscriterium MHK (in euro’s per verzekerde)
Geen MHK
–616.07
Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 30 procent
153.39
2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent
2557.80
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 15 procent
2345.17
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent
3707.38
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 7 procent
5678.11
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 4 procent
8737.85
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 1,5 procent
18529.80
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 0,5 procent
45209.32
Tabel 1.11. Gewichten voor het vereveningscriterium FDG (in euro’s per verzekerde)
Geen FDG
–23.57
1
637.18
2
2042.64
3
1524.84
4
8652.76
Tabel 1.12. Gewichten voor het vereveningscriterium MVV (in euro’s per verzekerde)
Geen MVV
–198.14
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 3,5 procent
1258.89
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 3 procent
1908.55
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 2,5 procent
3331.90
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 2 procent
5936.76
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 1,5 procent
8808.05
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 1 procent
12614.04
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 0,5 procent
18174.57
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 0,25 procent
30979.61
Kosten V&V voorafgaand jaar in top 0,25%; 0–17 jaar
68284.87
Bijlage
2
Normbedragen vereveningsmodel geneeskundige GGZ (behorende bij artikel 5, eerste lid, van de Regeling risicoverevening 2020)
De bijlage betreft de kosten van zorg behorende tot het cluster ‘geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’.
De in deze bijlage genoemde vereveningscriteria zijn van toepassing voor verzekerden van achttien jaar en ouder; de gewichten zijn bedoeld voor de ex ante berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 5, eerste lid). De gewichten bevatten geen correctie voor hogekostencompensatie.
Tabel 2.1. Gewichten voor het vereveningscriterium leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde)
Mannen
18–24 jaar
341.10
25–29 jaar
332.55
30–34 jaar
322.20
35–39 jaar
311.59
40–44 jaar
294.04
45–49 jaar
268.80
50–54 jaar
265.83
55–59 jaar
250.85
60–64 jaar
250.85
65–69 jaar
244.02
70–74 jaar
253.62
75–79 jaar
253.62
80–84 jaar
244.05
85–89 jaar
244.05
90+ jaar
244.05
Vrouwen en onbepaald geslacht
18–24 jaar
424.09
25–29 jaar
385.28
30–34 jaar
345.11
35–39 jaar
331.84
40–44 jaar
311.82
45–49 jaar
282.96
50–54 jaar
273.27
55–59 jaar
250.85
60–64 jaar
250.85
65–69 jaar
244.02
70–74 jaar
253.62
75–79 jaar
253.62
80–84 jaar
244.05
85–89 jaar
244.05
90+ jaar
244.05
Tabel 2.2. Gewichten voor het vereveningscriterium FKG’s psychische aandoeningen (in euro’s per verzekerde)
Geen FKG psychische aandoeningen
–29.37
ADHD
159.06
Verslaving
220.31
Angststoornissen
907.33
Chronische stemmingsstoornissen
265.36
Bipolaire stoornissen regulier
746.21
Bipolaire stoornissen complex
1669.06
Psychose
1542.84
Chronische stemmingsstoornissen complex
1863.56
Psychose depot
3878.35
Tabel 2.3. Gewichten voor het vereveningscriterium DKG’s psychische aandoeningen (in euro’s per verzekerde)
Geen DKG psychische aandoeningen
–122.56
1 (gebruik basis GGZ in het voorgaande jaar)
274.84
2
439.03
3
983.25
4
1813.36
5
3902.85
6
4783.84
7
5074.19
8
7556.60
9
11119.87
10
11828.82
11
17778.64
12
20955.19
13
35455.80
14
30191.88
15
37606.51
16
37691.84
17
74348.69
18
30676.09
Tabel 2.4. Gewichten voor het vereveningscriterium AVI (in euro’s per verzekerde)
70+ jaar
0.00
Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA)
18–34 jaar
446.39
35–44 jaar
10.51
45–54 jaar
–21.81
55–64 jaar
–6.83
65–69 jaar
0.00
Arbeidsongeschikten excl. IVA
18–34 jaar
406.58
35–44 jaar
404.39
45–54 jaar
140.10
55–64 jaar
52.97
65–69 jaar
0.00
Bijstandsgerechtigden
18–34 jaar
362.36
35–44 jaar
157.93
45–54 jaar
67.44
55–64 jaar
17.97
65–69 jaar
0.00
Studenten
18–34 jaar
–58.73
Zelfstandigen
18–34 jaar
–65.17
35–44 jaar
–50.02
45–54 jaar
–21.81
55–64 jaar
–6.83
65–69 jaar
0.00
Hoogopgeleiden
18–34 jaar
–64.41
35–44 jaar
–42.21
Referentiegroep
18–34 jaar
–7.08
35–44 jaar
–19.48
45–54 jaar
–12.36
55–64 jaar
–6.83
65–69 jaar
0.00
Tabel 2.5. Gewichten voor het vereveningscriterium GGZ-regio (in euro’s per verzekerde)
1
79.59
2
16.37
3
–10.77
4
–12.26
5
–10.92
6
–12.45
7
–12.45
8
–12.45
9
–12.45
10
–12.45
Tabel 2.6. Gewichten voor het vereveningscriterium SES (in euro’s per verzekerde)
1 (zeer laag)
18–69 jaar
9.79
70+ jaar
14.09
2 (laag)
18–69 jaar
–9.98
70+ jaar
2.33
3 (midden)
18–69 jaar
–9.98
70+ jaar
–7.84
4 (hoog)
18–69 jaar
9.88
70+ jaar
–6.19
Tabel 2.7. Gewichten voor het vereveningscriterium PPA (in euro’s per verzekerde)
Wlz-instelling, blijvend
18–69 jaar
–31.62
70–79 jaar
–45.52
80+ jaar
–35.95
Wlz-instelling, instromend
18–69 jaar
714.00
70–79 jaar
376.50
80+ jaar
111.55
Eenpersoonshuishouden
18–69 jaar
72.36
70–79 jaar
21.53
80+ jaar
–1.55
Overig
18–69 jaar
–11.85
70–79 jaar
–9.31
80+ jaar
0.66
Tabel 2.8. Gewichten voor het vereveningscriterium GGZ-MHK (in euro’s per verzekerde)
Geen GGZ-MHK
–57.81
Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 98,5 procent met kosten GGZ >10 euro
194.57
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 10 promille*
1285.20
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille*
2821.00
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille*
4743.20
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 1 promille*
9966.15
5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille
12995.10
5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille
23764.20
* Voor verzekerden jonger dan 24 jaar: ten minste 1 van de 5 voorafgaande jaren.
Bijlage
3
Normbedragen vereveningsmodel geneeskundige GGZ bij toepassing van hogekostencompensatie (behorende bij artikel 11, tweede lid, van de Regeling risicoverevening 2020)
De bijlage betreft de kosten van zorg behorende tot het cluster ‘geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’.
De in deze bijlage genoemde vereveningscriteria zijn van toepassing voor verzekerden van achttien jaar en ouder; de gewichten vormen de basis voor de ex post berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 11, tweede lid). De gewichten bevatten een correctie voor hogekostencompensatie.
Tabel 3.1. Gewichten voor het vereveningscriterium leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde)*
Mannen
18–24 jaar
340.50
25–29 jaar
332.54
30–34 jaar
319.44
35–39 jaar
312.07
40–44 jaar
294.23
45–49 jaar
271.03
50–54 jaar
266.25
55–59 jaar
249.80
60–64 jaar
249.80
65–69 jaar
243.16
70–74 jaar
252.07
75–79 jaar
252.07
80–84 jaar
243.76
85–89 jaar
243.76
90+ jaar
243.76
Vrouwen en onbepaald geslacht
18–24 jaar
422.17
25–29 jaar
387.21
30–34 jaar
348.43
35–39 jaar
333.49
40–44 jaar
313.22
45–49 jaar
286.06
50–54 jaar
275.31
55–59 jaar
249.80
60–64 jaar
249.80
65–69 jaar
243.16
70–74 jaar
252.07
75–79 jaar
252.07
80–84 jaar
243.76
85–89 jaar
243.76
90+ jaar
243.76
* Gewichten inclusief correctie voor hogekostencompensatie.
Tabel 3.2. Gewichten voor het vereveningscriterium FKG’s psychische aandoeningen (in euro’s per verzekerde)*
Geen FKG psychische aandoeningen
–29.58
ADHD
163.47
Verslaving
303.52
Angststoornissen
890.33
Chronische stemmingsstoornissen
274.05
Bipolaire stoornissen regulier
780.31
Bipolaire stoornissen complex
1701.38
Psychose
1538.27
Chronische stemmingsstoornissen complex
1926.91
Psychose depot
3714.17
* Gewichten inclusief correctie voor hogekostencompensatie.
Tabel 3.3. Gewichten voor het vereveningscriterium DKG’s psychische aandoeningen (in euro’s per verzekerde)*
Geen DKG psychische aandoeningen
–122.12
1 (gebruik basis GGZ in het voorgaande jaar)
284.59
2
476.33
3
1012.57
4
1851.77
5
3972.33
6
4938.10
7
5203.31
8
7521.85
9
10876.88
10
11643.87
11
16790.39
12
19936.97
13
30497.27
14
28055.01
15
35354.68
16
36620.29
17
59772.98
18
30550.44
* Gewichten inclusief correctie voor hogekostencompensatie.
Tabel 3.4. Gewichten voor het vereveningscriterium AVI (in euro’s per verzekerde)*
70+ jaar
0.00
Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA)
18–34 jaar
289.61
35–44 jaar
23.42
45–54 jaar
–23.09
55–64 jaar
–6.64
65–69 jaar
0.00
Arbeidsongeschikten excl. IVA
18–34 jaar
353.03
35–44 jaar
386.82
45–54 jaar
143.26
55–64 jaar
51.67
65–69 jaar
0.00
Bijstandsgerechtigden
18–34 jaar
353.10
35–44 jaar
157.48
45–54 jaar
69.31
55–64 jaar
17.05
65–69 jaar
0.00
Studenten
18–34 jaar
–54.90
Zelfstandigen
18–34 jaar
–62.99
35–44 jaar
–51.06
45–54 jaar
–23.09
55–64 jaar
–6.64
65–69 jaar
0.00
Hoogopgeleiden
18–34 jaar
–62.02
35–44 jaar
–40.13
Referentiegroep
18–34 jaar
–4.74
35–44 jaar
–18.66
45–54 jaar
–12.54
55–64 jaar
–6.64
65–69 jaar
0.00
* Gewichten inclusief correctie voor hogekostencompensatie.
Tabel 3.5. Gewichten voor het vereveningscriterium GGZ-regio (in euro’s per verzekerde)*
1
73.01
2
15.25
3
–8.31
4
–10.33
5
–9.57
6
–12.05
7
–12.05
8
–12.05
9
–12.05
10
–12.05
* Gewichten inclusief correctie voor hogekostencompensatie.
Tabel 3.6. Gewichten voor het vereveningscriterium SES (in euro’s per verzekerde)*
1 (zeer laag)
18–69 jaar
12.70
70+ jaar
15.07
2 (laag)
18–69 jaar
–9.39
70+ jaar
1.99
3 (midden)
18–69 jaar
–9.70
70+ jaar
–8.02
4 (hoog)
18–69 jaar
7.20
70+ jaar
–6.64
* Gewichten inclusief correctie voor hogekostencompensatie.
Tabel 3.7. Gewichten voor het vereveningscriterium PPA (in euro’s per verzekerde)*
Wlz-instelling, blijvend
18–69 jaar
–34.67
70–79 jaar
–45.94
80+ jaar
–37.63
Wlz-instelling, instromend
18–69 jaar
871.49
70–79 jaar
430.58
80+ jaar
122.06
Eenpersoonshuishouden
18–69 jaar
74.47
70–79 jaar
19.35
80+ jaar
–2.35
Overig
18–69 jaar
–12.27
70–79 jaar
–8.97
80+ jaar
0.94
* Gewichten inclusief correctie voor hogekostencompensatie.
Tabel 3.8. Gewichten voor het vereveningscriterium GGZ-MHK (in euro’s per verzekerde)*
Geen GGZ-MHK
–57.45
Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 98,5 procent met kosten GGZ >10 euro
200.84
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 10 promille**
1294.59
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille**
2859.60
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille**
4701.83
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 1 promille**
9030.15
5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille
12714.41
5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille
22391.53
* Gewichten inclusief correctie voor hogekostencompensatie.
** Voor verzekerden jonger dan 24 jaar: ten minste 1 van de 5 voorafgaande jaren.
Bijlage
4
Normbedragen vereveningsmodel voor de eigen betalingen ten gevolge van het verplicht eigen risico alleen volwassenen zonder FKG/primaire DKG/secundaire DKG/ HKG/FDG/MVV en niet ingedeeld bij MHK-klasse ‘2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent’ of hoger (behorende bij artikel 8, tweede lid van de Regeling risicoverevening 2020)
De bijlage betreft de eigen betalingen ten gevolge van het verplicht eigen risico.
De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de berekening van de specifiek voor een zorgverzekeraar geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico (artikel 8, tweede lid) en vormen de basis voor de herberekening van de opbrengst van het verplicht eigen risico ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage van een zorgverzekeraar (artikel 17, tweede lid).
Tabel 4.1. Gewichten voor het vereveningscriterium leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde)
Mannen
18–24 jaar
130.08
25–29 jaar
128.84
30–34 jaar
130.52
35–39 jaar
135.44
40–44 jaar
140.38
45–49 jaar
148.65
50–54 jaar
161.56
55–59 jaar
180.55
60–64 jaar
201.11
65–69 jaar
221.55
70–74 jaar
240.01
75–79 jaar
256.82
80–84 jaar
262.68
85–89 jaar
267.16
90+ jaar
258.61
Vrouwen en onbepaald geslacht
18–24 jaar
179.87
25–29 jaar
178.74
30–34 jaar
173.90
35–39 jaar
171.33
40–44 jaar
177.66
45–49 jaar
185.32
50–54 jaar
194.18
55–59 jaar
200.42
60–64 jaar
211.17
65–69 jaar
228.55
70–74 jaar
243.72
75–79 jaar
259.67
80–84 jaar
261.85
85–89 jaar
254.28
90+ jaar
228.82
Tabel 4.2. Gewichten voor het vereveningscriterium AVI (in euro’s per verzekerde)
70+
0.00
Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA)
18–34 jaar
92.19
35–44 jaar
75.75
45–54 jaar
61.39
55–64 jaar
46.88
65–69 jaar
28.91
Arbeidsongeschikten excl. IVA
18–34 jaar
54.43
35–44 jaar
64.09
45–54 jaar
51.39
55–64 jaar
34.87
65–69 jaar
18.68
Bijstandsgerechtigden
18–34 jaar
43.51
35–44 jaar
47.00
45–54 jaar
38.63
55–64 jaar
17.98
65–69 jaar
–3.66
Studenten
18–34 jaar
–8.20
Zelfstandigen
18–34 jaar
–5.02
35–44 jaar
–7.90
45–54 jaar
–10.04
55–64 jaar
–12.45
65–69 jaar
–9.00
Hoogopgeleiden
18–34 jaar
–8.73
35–44 jaar
–12.43
Referentiegroep
18–34 jaar
0.46
35–44 jaar
–0.25
45–54 jaar
–2.78
55–64 jaar
–2.15
65–69 jaar
–1.59
Tabel 4.3. Gewichten voor het vereveningscriterium regio (in euro’s per verzekerde)
1
6.03
2
3.99
3
2.10
4
0.72
5
–0.01
6
–1.95
7
–2.10
8
–2.72
9
–3.39
10
–2.89
Tabel 4.4. Gewichten voor het vereveningscriterium MHK (in euro’s per verzekerde)
Geen MHK
–31.51
Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 30 procent