Regeling van de Minister van Algemene Zaken, van 25 november 2019, nr. 4100268, inzake vertrouwenspersonen integriteit en ongewenste omgangsvormen en Klachtencommissie ongewenste omgangsvormen Ministerie van Algemene Zaken

Regeling vertrouwenspersonen integriteit en ongewenste omgangsvormen en Klachtencommissie ongewenste omgangsvormen AZ

De Minister van Algemene Zaken;

Besluit:

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • betrokkene: degene op wie het vermoeden van schending van de integriteit of een misstand, de melding of de klacht betrekking heeft;

  • commissie: de in artikel 9 ingestelde klachtencommissie;

  • klacht: schriftelijke klacht over ongewenste omgangsvormen;

  • klager: de medewerker die een klacht heeft ingediend bij de commissie;

  • Manager Unit P&O/I: Manager Unit Personeel, Organisatie en Innovatie van de directie Bedrijfsvoering van het ministerie;

  • medewerker: degene die werkzaamheden verricht of heeft verricht bij het ministerie;

  • minister: Minister van Algemene Zaken;

  • ministerie: Ministerie van Algemene Zaken;

  • ongewenste omgangsvormen: factoren van direct of indirect onderscheid in de arbeidssituatie met inbegrip van intimidatie, seksuele intimidatie, agressie, geweld en pesten, die stress teweeg brengen;

  • secretaris-generaal: secretaris-generaal van het ministerie;

  • UBR | Personeel i.o: desbetreffende onderdeel van de Uitvoeringsorganisatie

Bedrijfsvoering Rijk van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

§

2

Werkingsgebied

Artikel

2

§

3

Vertrouwenspersoon integriteit en ongewenste omgangsvormen

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

De vertrouwenspersoon heeft op het gebied van ongewenste omgangsvormen in ieder geval de volgende taken:

  • a.

    het opvangen, begeleiden en van advies dienen van de in artikel 2, tweede lid, bedoelde medewerker of betrokkene en het zo nodig doorverwijzen naar een professionele hulpverlenende instantie of hulpverlener;

  • b.

    het door middel van het inschakelen van een deskundige, bemiddelaar of mediator trachten tot een oplossing te komen;

  • c.

    het adviseren over eventueel verder te nemen stappen en het behulpzaam zijn van de in artikel 2, tweede lid, bedoelde medewerker bij eventueel verder te nemen stappen;

  • d.

    het ondersteunen en begeleiden van de in artikel 2, tweede lid, bedoelde medewerker bij het indienen van een klacht bij de commissie en bij het horen door de commissie;

  • e.

    het verlenen van nazorg aan de in artikel 2, tweede lid, bedoelde medewerker of betrokkene;

  • f.

    het signaleren van knelpunten in de uitvoering van het beleid, het verstrekken van inlichtingen over de mogelijkheden tot voorkoming en bestrijding van ongewenste omgangsvormen in de organisatie en het geven van gevraagd of ongevraagd advies op dit gebied aan de secretaris-generaal;

  • g.

    het geven van voorlichting op het gebied van ongewenste omgangsvormen.

Artikel

7

Ingeval zich zowel de in artikel 2, eerste en tweede lid, bedoelde medewerker als de betrokkene zich tot een vertrouwenspersoon wenden, vindt de taakvervulling plaats door twee verschillende vertrouwenspersonen.

Artikel

8

§

4

Klachtencommissie ongewenste omgangsvormen AZ

Artikel

9

Er is een Klachtencommissie ongewenste omgangsvormen AZ.

Artikel

10

Artikel

11

De commissie wordt bijgestaan door een secretaris die wordt aangewezen door de Manager Arbeidsjuridisch Advies van UBR | Personeel i.o.

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

De commissie is bevoegd:

  • a.

    tot het oproepen van daarvoor in aanmerking komende derden. Iedere als zodanig opgeroepen medewerker is verplicht aan een oproep van de commissie gehoor te geven en desgevraagd alle inlichtingen naar waarheid en zonder voorbehoud te verstrekken;

  • b.

    overlegging te vorderen van ter zake dienende bescheiden;

  • c.

    een onderzoek op de werkplek in te stellen of te doen instellen;

  • d.

    zich door deskundigen van advies en bijstand te laten dienen;

  • e.

    ook anderszins de medewerking te verlangen die zij nodig acht voor de behandeling van de klacht.

Artikel

15

Artikel

16

§

5

Rechtspositie

Artikel

17

§

6

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

18

Voor de eerste maal worden als vertrouwenspersonen aangewezen de personen die reeds als zodanig waren aangewezen. Deze aanwijzing geldt voor de resterende duur van hun eerdere aanwijzing.

Artikel

19

Het Besluit klachtencommissie AZ wordt ingetrokken.

Artikel

20

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2020.

Artikel

21

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vertrouwenspersonen integriteit en ongewenste omgangsvormen en Klachtencommissie ongewenste omgangsvormen AZ.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Algemene Zaken, M. Rutte