Artikel
I
Wijzigt de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken.
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken.
Wijzigt de Erfgoedwet.
Wijzigt de Kadasterwet.
Paragraaf 2 van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken en de daarop berustende bepalingen, zoals die luidden op de dag voor de datum van inwerkingtreding van deze wet, blijven tot het tijdstip waarop de mededeling, bedoeld in artikel 17a, tweede lid, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken is gedaan, van toepassing op de beperkingenbesluiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken zoals die luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van deze wet en de daarop betrekking hebbende beslissingen in administratief beroep of rechterlijke uitspraken, bedoeld in artikel 3, eerste lid, en vervallenverklaringen als bedoeld in artikel 15, derde lid, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken zoals die luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van deze wet.
Dit artikel en artikel 17a van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken vervallen met ingang van 1 januari 2021.
De Invoeringswet Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken, het Uitvoeringsbesluit Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken en de Uitvoeringsregeling Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken worden ingetrokken.
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.