Regeling van de Minister voor Milieu en Wonen, van 9 maart 2020, nr. IENW/BSK-2020/35672, houdende vaststelling van regels voor subsidiëring van activiteiten ter bevordering van een circulaire economie (Subsidieregeling Circulaire Economie)

Subsidieregeling Circulaire Economie

Paragraaf

1

Algemene bepalingen

Artikel

1.1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel

1.2

Doel van de regeling

Deze regeling heeft als doel het stimuleren van activiteiten gericht op de bevordering van een circulaire economie.

Artikel

1.3

Afwijzingsgronden

In aanvulling op de artikelen 11 en 12 van het Kaderbesluit wordt een subsidieaanvraag afgewezen als de algemene groepsvrijstellingsverordening van toepassing is en:

  • a.

    voor zover er sprake is van ongeoorloofde cumulatie van steun als bedoeld in artikel 8 van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • b.

    er sprake is van een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, achttiende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • c.

    de werkzaamheden aan het project reeds zijn aangevangen voordat de aanvraag voor dat project is ingediend; of

  • d.

    de subsidieverstrekking niet in overeenstemming is met enige andere bepaling van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

Paragraaf

2

Circulaire ketenprojecten

Artikel

2.1

Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • circulair ketenproject: samenhangend geheel van activiteiten om producten, processen, diensten of businessmodellen circulair te ontwerpen, produceren of organiseren;

  • circulair ketensamenwerkingsverband: samenwerkingsverband bestaande uit tenminste drie en ten hoogste zes MKB-ondernemers met in ieder geval drie verschillende rollen in een keten die niet in een groep met elkaar verbonden zijn en dat ten doel heeft een circulair ketenproject uit te voeren;

  • daadwerkelijke samenwerking: samenwerking als bedoeld in artikel 2, onderdeel 90, van de algemene groepsvrijstellingsverordening tussen ten minste twee onafhankelijke partijen om kennis of technologie uit te wisselen of om een gemeenschappelijke doelstelling op basis van een taakverdeling te bereiken, waarbij de partijen samen de omvang van het samenwerkingsproject bepalen, bijdragen aan de tenuitvoerlegging ervan, en het risico en de resultaten ervan delen;

  • experimentele ontwikkeling: onderzoeks- en ontwikkelingsproject dat valt binnen de categorie experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 2, onderdeel 86, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, waarbij sprake is van het verwerven, combineren, vormgeven en gebruiken van bestaande wetenschappelijke, technologische, zakelijke en andere relevante kennis en vaardigheden, gericht op het ontwikkelen van nieuwe of verbeterde producten, procedés of diensten;

  • groep: economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden:

    • a.

      een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, die direct of indirect:

      • 1°.

        meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,

      • 2°.

        volledig aansprakelijk vennoot is van, of

      • 3°.

        overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en

    • b.

      laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen;

  • MKB-ondernemer: ondernemer die een kleine onderneming of een middelgrote onderneming in de zin van artikel 2, tweede lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening in stand houdt;

  • organisatie-innovatie: innovatie als bedoeld in artikel 2, onderdeel 96, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, waarbij sprake is van de toepassing van een nieuwe organisatiemethode in de bedrijfsvoering, in de organisatie op de werkvloer of in de externe betrekkingen van een onderneming, maar met uitsluiting van veranderingen die zijn gebaseerd op organisatiemethoden die reeds in gebruik zijn in de onderneming, veranderingen in de managementstrategie, fusies en acquisities, het niet meer gebruiken van een procedé, eenvoudige vervangings- en uitbreidingsinvesteringen, veranderingen die louter het gevolg zijn van prijswijzigingen voor productiefactoren, aanpassingen op maat, lokalisatie, gebruikelijke, seizoens- en andere cyclische veranderingen, het verhandelen van nieuwe of sterk verbeterde producten;

  • procesbegeleider: rechtspersoon, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, of natuurlijke persoon, met aantoonbare kennis en ervaring op het gebied van circulaire economie, die volgens feitelijk handelen aantoonbaar minimaal één jaar ervaring heeft met het begeleiden van ondernemingen op het vlak van circulaire economie en die door de MKB-ondernemers in het circulair ketensamenwerkingsverband is aangesteld als begeleider van het circulair ketenproject;

  • procesinnovatie: innovatie als bedoeld in artikel 2, onderdeel 97, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, waarbij sprake is van de toepassing van een nieuwe of sterk verbeterde productie- of leveringsmethode (daaronder begrepen aanzienlijke veranderingen in technieken, uitrusting of software), maar met uitsluiting van geringe veranderingen of verbeteringen, verhogingen van de productie- of dienstverleningscapaciteit door de toevoeging van productie- of logistieke systemen die sterk gelijken op die welke reeds in gebruik zijn, het niet meer gebruiken van een procedé, eenvoudige vervangings- en uitbreidingsinvesteringen, veranderingen die louter het gevolg van prijswijzigingen voor productiefactoren zijn, aanpassingen op maat, lokalisatie, gebruikelijke seizoens- en andere cyclische veranderingen, het verhandelen van nieuwe of sterk verbeterde producten.

Artikel

2.2

Doel van de subsidie

Deze paragraaf heeft tot doel circulaire ketenprojecten te stimuleren die leiden tot grondstoffenbesparing en reductie van CO2-uitstoot.

Artikel

2.3

Subsidiabele activiteiten

De Minister kan op aanvraag subsidie verstrekken voor de uitvoering van een circulair ketenproject dat:

  • a.

    is gericht op realisatie van op de markt verhandelbare of toepasbare producten, processen, diensten of businessmodellen die bij toepassing leiden tot grondstoffenbesparing en reductie van CO2-uitstoot;

  • b.

    in daadwerkelijke samenwerking wordt uitgevoerd door een circulair ketensamenwerkingsverband dat een procesbegeleider aanstelt;

  • c.

    is aan te merken als:

    • 1°.

      experimentele ontwikkeling; of

    • 2°.

      proces- en organisatie-innovatie; en

  • d.

    niet overwegend betrekking heeft op terugwinning van materialen voor recycling op een manier die leidt tot minder hoogwaardig gebruik dan de oorspronkelijke toepassing.

Artikel

2.4

Subsidiabele kosten

Artikel

2.5

Hoogte subsidie

De subsidie voor een MKB-ondernemer in het circulair ketensamenwerkingsverband bedraagt 50 procent van de subsidiabele kosten van de ondernemer met een maximum van € 20.000.

Artikel

2.6

Subsidieplafond

Artikel

2.7

Wijze van verdeling

De Minister verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel

2.8

Aanvraagperiode

Artikel

2.9

Aanvrager

Een aanvraag wordt ingediend door de penvoerder, bedoeld in artikel 1 van het Kaderbesluit, van een circulair ketensamenwerkingsverband.

Artikel

2.10

Aanvraag

Artikel

2.11

Afwijzingsgronden

In aanvulling op de artikelen 11 en 12 van het Kaderbesluit en artikel 1.3 wordt een subsidieaanvraag afgewezen indien:

  • a.

    de datum waarop het circulair ketenproject start meer dan zes maanden na de datum van ontvangst van de subsidieaanvraag ligt;

  • b.

    de uitvoering van het circulair ketenproject meer dan twee jaar duurt;

  • c.

    één van de MKB-ondernemers in het circulair ketensamenwerkingsverband meer dan 70% van het totaal van de voor alle MKB-ondernemers in het circulair ketensamenwerkingsverband in aanmerking komende subsidiabele kosten voor zijn rekening neemt;

  • d.

    al eerder in hetzelfde kalenderjaar op grond van deze regeling subsidie is verstrekt aan één van de deelnemers van het circulair ketensamenwerkingsverband;

  • e.

    onvoldoende vertrouwen bestaat dat de resultaten van het circulair ketenproject toegepast zullen worden.

Artikel

2.12

Verplichtingen subsidieontvanger

In aanvulling op artikel 17 van het Kaderbesluit is de subsidieontvanger verplicht:

  • a.

    indien er betrokkenheid bestaat tussen de procesbegeleider en één of meer ondernemers in het circulair ketensamenwerkingsverband, maatregelen te nemen om belangenverstrengeling te voorkomen;

  • b.

    om een kort verslag in te dienen van de resultaten van de uitvoering van het project.

Paragraaf

3

Slotbepalingen

Artikel

3.1

Evaluatie

De Minister publiceert voor 9 april 2025 een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk.

Artikel

3.2

Inwerkingtreding en horizonbepaling

Deze regeling treedt in werking met ingang van 9 april 2020 en vervalt met ingang van 9 april 2025, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Artikel

3.3

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Circulaire Economie.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Milieu en Wonen, S. van Veldhoven-van der Meer