In geval een subsidieontvanger gebruik wil maken van de mogelijkheid om subsidiemiddelen die hij als gevolg van de COVID-19 epidemie niet meer wil of kan besteden aan de activiteiten waarvoor de subsidie was verleend, in te zetten voor activiteiten gericht op de bestrijding van de (gevolgen van de) COVID-19 epidemie, kan hij een aanvraag doen voor een nieuwe subsidie voor die activiteiten. Gezien de urgentie is voor het verstrekken van dergelijke subsidies een verkorte procedure ontwikkeld. De procedure bestaat uit de volgende stappen:
-
1.
De subsidieontvanger dient uiterlijk 7 mei 2020, aan de hand van het daartoe vastgestelde aanvraagformat2Het aanvraagformat wordt beschikbaar gesteld op www.rijksoverheid.nl en www.government.nl. en voorzien van de op dit format vermelde bescheiden, een aanvraag voor een nieuwe subsidie en een verzoek tot verlaging van de reeds verleende subsidie in bij de contactpersoon vermeld in de bestaande subsidieverleningsbeschikking, met kopieverlening aan dso-covid19@minbuza.nl.3Houd er rekening mee dat bestanden groter dan 14MB niet kunnen worden ontvangen. Emails groter dan 14MB dienen in kleinere e-mails te worden verdeeld. Nummer dan de e-mails in de onderwerpregel, waarbij duidelijk is hoeveel e-mails de aanvraag in totaal behelst. Bijvoorbeeld: e-mail 1 van 5, e-mail 2 van 5 etc. tot ‘e-mail 5 van 5’. Het verzoek tot wijziging van de bestaande subsidieverleningsbeschikking bevat in elk geval de gevraagde aanpassing van het verleende subsidiebedrag; indien mogelijk ook de aanpassing van de activiteiten, de planning, en, indien nodig, de liquiditeitsprognose.
-
2.
De aanvraag voor de nieuwe subsidie wordt beoordeeld aan de hand van de maatstaven neergelegd in dit subsidiebeleidskader. Indien de aanvraag in aanmerking komt voor subsidie, volgen een beschikking tot wijziging van de verleende subsidie en een subsidieverleningsbeschikking voor de nieuwe activiteiten, uiterlijk vier weken nadat de aanvraag en het wijzigingsverzoek waren ingediend.
-
3.
De subsidieontvanger dient indien nodig (dit zal dan bij de subsidieverleningsbeschikking en/of wijzigingsbeschikking worden vermeld) uiterlijk 1 juli 2020 bij de eerder genoemde contactpersoon een nadere uitwerking in van de nieuwe activiteiten waarvoor een nieuwe subsidie is verleend en/of van de aanpassing van de activiteiten waarvoor de eerder verleende subsidie was verstrekt.
-
4.
De subsidieontvanger verantwoordt zich na afloop van de respectievelijke tijdvakken van beide subsidies over de besteding van de middelen.
-
5.
Voor subsidies die zijn verleend in het kader van Strategische Partnerschappen Pleiten & Beïnvloeden 2016-20204Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 7 mei 2014, nr. DSO/MO-113/2014 tot vaststelling van beleidsregels voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Strategische partnerschappen pleiten en beïnvloeden 2016–2020), Stcrt. 2014, nr. 13509., SRGR Partnerschappen 2016-20205Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 19 maart 2015 nr. DSO/GA-83/15, tot vaststelling van beleidsregels voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (SRGR Partnerschappen 2016–2020), Stcrt. 2015, nr. 8330., Funding Leadership Opportunities for Women 2016-20206Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 3 juni 2015, nr. TFVG 122-15, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Funding Leadership Opportunities for Women 2016–2020), Stcrt. 2015, nr. 15691., Vrouwen, vrede en veiligheid 2016-20197Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelings-samenwerking van 3 mei 2016, nr. MINBUZA-2016.242245, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Vrouwen, vrede en veiligheid 2016–2019), Stcrt. 2016, nr. 24150. en Vrouwen, vrede en veiligheid 20208Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 5 september 2019, Min-BuZa.2019.4266-30, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Vrouwen, vrede en veiligheid 2020), Stcrt. 2019, nr. 50466. geldt dat de subsidieontvanger zowel de reeds gesubsidieerde activiteiten, als de activiteiten waarvoor in het kader van het Subsidiebeleidskader NGO’s Corona crisis een subsidie wordt verstrekt, in beginsel voor 1 januari 2021 dient af te ronden.
Ad 2: De financiering van nieuwe activiteiten in het kader van het Subsidiebeleidskader NGO’s Corona crisis vindt plaats ten laste van eerder verleende maar nog niet (geheel) aangewende subsidies. Het door een subsidieontvanger voor de nieuwe activiteiten gevraagde subsidiebedrag moet dan ook vrij beschikbaar zijn binnen zijn lopende subsidie. De lopende subsidies wordt, indien de aanvraag in het kader van het Subsidiebeleidskader NGO’s Corona crisis wordt gehonoreerd, dan ook met het daarmee corresponderende bedrag bijgesteld.