Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 24 april 2020, nr 2020-0000202924, houdende vaststelling van de regels voor subsidiëring van samenwerkingsverbanden ten behoeve van het ter verduurzaming uitvoeren van grootschalige innovatieve renovatieprojecten (Subsidieregeling Renovatieversneller)

Subsidieregeling renovatieversneller

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • aanbieder: onderneming die productie, levering, installatie of onderhoud van energiebesparende maatregelen, duurzame energie-installaties of ventilatiesystemen aanbiedt;

  • Kaderbesluit: Kaderbesluit BZK-subsidies;

  • minister: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • MKB-onderneming: kleine, middelgrote of micro-onderneming als bedoeld in de bijlage bij de Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-onderneming (PbEG 2003, L124);

  • penvoerder: de door een samenwerkingsverband als zodanig aangewezen organisatie die deelneemt aan het samenwerkingsverband en die ten minste 50 woningen in het renovatieproject inbrengt;

  • renovatieproject: renovatieproject als bedoeld in artikel 3;

  • samenwerkingsverband: verband zonder rechtspersoonlijkheid niet zijnde een vennootschap, dat samenwerkt ten behoeve van de uitvoering van een renovatieproject en bestaat uit niet in een groep verbonden deelnemers, waaronder ten minste twee woningeigenaren die ieder ten minste 50 woningen in het renovatieproject inbrengen;

  • standaardmaatregelenpakket: pakket bestaande uit energiebesparende maatregelen en eventueel een ventilatiesysteem dan wel een duurzame installatie dat op de woningen in het renovatieproject wordt toegepast;

  • vereniging van eigenaars: vereniging van de eigenaars als bedoeld in artikel 112, eerste lid, onderdeel e, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek;

  • woning: bestaande gebouwde onroerende zaak, die een zelfstandige woongelegenheid vormt alvorens renovatie plaatsvindt en in de basisregistratie als bedoeld in artikel 2 van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen met een woonfunctie is geregistreerd, niet zijnde een woonwagen of woonboot, dan wel een bestaand appartement, dat een zelfstandige woongelegenheid vormt alvorens renovatie plaatsvindt en in voornoemde basisregistratie met een woonfunctie is geregistreerd;

  • woningcorporatie: krachtens artikel 19, eerste lid, van de Woningwet toegelaten rechtspersoon;

  • woningeigenaar: woningcorporatie, natuurlijke of rechtspersoon die een of meer voor verhuur bestemde woningen in eigendom heeft, eigenaar-bewoner of vereniging van eigenaars;

Artikel

2

Doel van de regeling

Deze regeling heeft tot doel het stimuleren van grootschalige innovatieve renovatieprojecten ter verduurzaming van woningen die worden uitgevoerd in het kader van een samenwerkingsverband.

Artikel

3

Subsidieactiviteiten en voorwaarden

De minister kan aan woningeigenaren die deelnemen aan een samenwerkingsverband subsidie verstrekken voor de renovatie van woningen, mits het renovatieproject ten behoeve waarvan in het samenwerkingsverband wordt samengewerkt:

  • a.

    bestaat uit toepassing van een of meer standaardmaatregelenpakketten in ten minste 150 woningen met een bouwjaar tot 1995, waarvoor niet reeds op grond van deze regeling subsidie is verstrekt, waardoor voor ten minste 90 procent van die woningen de netto warmtevraag na renovatie lager wordt dan 70 kWh per vierkante meter per jaar; en

  • b.

    per woning wordt uitgevoerd volgens het verduurzamingsplan, bedoeld in artikel 6, derde lid, onderdeel b.

Artikel

4

Subsidieplafond en wijze van verdeling

Artikel

5

Aanvraagperioden

Artikel

6

Aanvragers en aanvraagformulier

Artikel

7

Hoogte van de subsidie

Artikel

8

Afwijzingsgronden

Een subsidie wordt, onverminderd het bepaalde in de artikelen 12 en 13 van het Kaderbesluit, in ieder geval afgewezen:

  • a.

    voor zover voor een woning in het renovatieproject reeds subsidie is verstrekt op grond van deze regeling;

  • b.

    indien een woningeigenaar een onderneming is in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, achttiende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening of een onderneming ten aanzien waarvan een bevel tot terugvordering van steun uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • c.

    voor zover aan de woningeigenaar in totaal meer subsidie verstrekt zou worden dan geoorloofd is op grond van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • d.

    voor zover voor de renovatie van een woning het forfaitaire bedrag hoger is dan 30 procent van de subsidiabele kosten, zijnde de bijkomende investeringskosten, bedoeld in de artikelen 38, derde lid, en 41, zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • e.

    indien de uitvoeringskwaliteit van het renovatieproject, inclusief het betrekken van de bewoners, niet voldoende is; of

  • f.

    indien de kwaliteit van het verduurzamingsplan niet voldoende is.

Artikel

9

Rangschikking renovatieprojecten

Artikel

10

Adviescommissie Renovatieversneller

Artikel

11

Verplichtingen

De subsidieontvanger is verplicht:

  • a.

    ten minste 80 procent van de woningen waarvoor subsidie is verleend te renoveren overeenkomstig het verduurzamingsplan, bedoeld in artikel 6, derde lid, onderdeel b;

  • b.

    binnen twee jaar, te rekenen vanaf de datum van de dagtekening van de subsidiebeschikking, de uitvoering van het renovatieproject te starten door de overeenkomst met uitvoerders van het renovatieproject te ondertekenen en hierover door de penvoerder te laten rapporteren aan de minister;

  • c.

    de uitvoering van de renovatie van de woning of woningen waarvoor subsidie is verleend binnen drie jaar na de datum waarop de uitvoering van de renovatie is gestart te voltooien;

  • d.

    via de penvoerder jaarlijks aan de minister te laten rapporteren over de voortgang van het renovatieproject; en

  • e.

    na renovatie een meting te laten uitvoeren van de netto warmtevraag per vierkante meter per jaar van de woningen volgens de NTA 8800 door een daartoe gecertificeerde partij en die meting te laten registreren in EP-online.

Artikel

12

Aanvraag vaststelling

Artikel

13

Bekendmaking van gegevens over steunverlening

Artikel

14

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2025, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor 1 januari 2025 zijn verstrekt.

Artikel

15

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling renovatieversneller.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

Bijlage

Rangschikkingscriteria als bedoeld in artikel 9, eerste lid

Voor de rangschikking van de subsidieaanvragen zal het ingediende verduurzamingsplan inclusief bijlagen worden beoordeeld op de volgende criteria:

  • 1.

    Omvang van het renovatieproject (maximaal 35 punten). Het renovatieproject scoort hoger naarmate het meer woningen omvat.

  • 2.

    Opschalingspotentieel (maximaal 20 punten). Het renovatieproject scoort hoger naarmate het in een groter deel van de woningvoorraad kan worden herhaald. Gekeken wordt op welke woningtypen en locaties de standaardmaatregelenpakketten toe te passen zijn, naar de aantallen woningen in de vervolgprojecten en naar de intentie van het samenwerkingsverband en de gespecificeerde aanbieders om vervolgprojecten uit te voeren die voor 2030 tot realisatie komen.

  • 3.

    Mate van vernieuwing (maximaal 20 punten). Het renovatieproject scoort hoger naarmate het meer proces- en productinnovatie bevat. Het gaat bij procesinnovatie om hoe woningeigenaren onderling en met aanbieders gaan samenwerken, innovatieve contractvormen daarbij en welke kostenbesparende innovaties aanbieders in ketensamenwerking, industrialisatie, digitalisering, en installatie- en onderhoudsprocessen met behulp van het verduurzamingsplan willen gaan doorvoeren. Bij productinnovatie zal worden beoordeeld of een standaardmaatregelenpakket al breed op de markt is geïntroduceerd. Het renovatieproject scoort minder hoog als het standaardmaatregelenpakket al breed op de markt is verspreid.

  • 4.

    Verwachte kostendaling (maximaal 25 punten). Uit een via de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland beschikbaar gestelde uniforme berekeningsmethode van de te verwachten kostenreductie uitgedrukt in integrale kosten voor de eigenaar, ook wel aangeduid als Total Cost Of Ownership (TCO), moet duidelijk worden wat de integrale kosten van het verduurzamingsplan per woning zijn. Het renovatieproject scoort hoger naarmate:

    • er een grotere integrale kostendaling in het renovatieproject zal worden gerealiseerd. Om hier een indicatie van te kunnen geven dienen de deelnemende aanbieders in het TCO-model aan te geven wat de integrale kosten zouden bedragen van een (denkbeeldig) project ter omvang van 50 woningen van één opdrachtgever uitgevoerd volgens de gangbare werkwijze.

    • er een grotere integrale kostendaling per woning mogelijk is bij verdere opschaling van de verduurzamingsaanpak met het standaardmaatregelenpakket. De deelnemende aanbieders in het consortium dienen daarbij aan te geven welke verlaging van de integrale kosten zij kunnen aanbieden, indien na realisatie van het renovatieproject een vervolgopdracht verstrekt zou worden voor renovatieprojecten van verschillende omvang, bestaande uit 150, 500, 1.000, 5.000 of 10.000 woningen (exclusief prijswijzigingen en loonindexering).