Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 mei 2020, kenmerk 1681299-204718-J, houdende regels met betrekking tot het verstrekken van een specifieke uitkering ten behoeve van de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling (Regeling specifieke uitkering aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling)

Regeling specifieke uitkering aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Besluit:

Artikel

1

Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • beoordelaars: medewerkers van het programmateam Geweld hoort nergens thuis;

  • centrumgemeente: de gemeente die mede namens andere gemeenten in zijn regio een aanvraag indient, genoemd in bijlage I;

  • huiselijk geweld: huiselijk geweld als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

  • integrale sturing: het op bestuurlijk niveau integraal behandelen van verschillende thema’s die samenhangen met de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling in een regio;

  • kindermishandeling: kindermishandeling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet;

  • MDA++: multidisciplinaire aanpak van complexe vormen van kindermishandeling, huiselijk en seksueel geweld;

  • meldcode: meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling als bedoeld in het Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling;

  • minister: Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

  • ouderenmishandeling: lichamelijke of psychische mishandeling van een persoon van 65 jaar of ouder, inclusief verwaarlozing, financiële uitbuiting en seksueel misbruik;

  • programma Geweld hoort nergens thuis: programma voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling in de periode 2018–2021 als bedoeld in Kamerstukken II 2017/18, 28 345, nr. 185;

  • programmateam: het team dat de doelstellingen van het programma Geweld hoort nergens thuis ondersteunt en daaraan uitvoering geeft;

  • regio: een regio waarin gemeenten samenwerken op grond van de indeling opgenomen in Bijlage I, zoals gehanteerd door het programma Geweld hoort nergens thuis;

  • regionaal projectleider: de persoon die door de samenwerkende gemeenten in een regio is aangesteld als regionaal projectleider van het programma Geweld hoort nergens thuis;

  • visie gefaseerde ketenzorg: de visie zoals beschreven in het landelijk visiedocument ‘Eerst samenwerken voor veiligheid, dan samenwerken voor risicogestuurde zorg’ van GGD GHOR Nederland mei 2016.

Artikel

2

Activiteiten die in aanmerking komen voor specifieke uitkering

Artikel

4

Hoogte van de uitkering

Artikel

5

Aanvraag

Artikel

6

Verlening

Artikel

7

Weigeringsgronden

Een aanvraag voor een specifieke uitkering wordt afgewezen, indien:

  • a.

    de activiteiten in de aanvraag behoren tot de reguliere taken van een gemeente;

  • b.

    de activiteiten plaatsvinden binnen één organisatie;

  • c.

    uit het projectvoorstel onvoldoende blijkt dat er bestuurlijk draagvlak is;

  • d.

    het projectvoorstel:

    • i.

      onvoldoende duidelijk maakt hoe de activiteiten bijdragen aan de doelstellingen van het programma Geweld hoort nergens thuis;

    • ii.

      niet voorziet in een projectbegroting met financiële onderbouwing;

  • e.

    goedkeuring van de regionaal projectleider ontbreekt;

  • f.

    niet aannemelijk is dat de activiteiten genoemd in de aanvraag voor 1 januari 2022 zullen zijn afgerond.

Artikel

8

Verplichtingen verbonden aan de uitkering

Artikel

9

Beoordeling van de aanvragen

Artikel

10

Verdeling van het uitkeringsplafond

Artikel

11

Bevoorschotting en betaling

De minister verleent bij het besluit tot verlening de volgende voorschotten: in 2020 40% en in 2021 60% van de verleende uitkering.

Artikel

13

Vaststelling

Artikel

14

Hardheidsclausule

De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel

15

Inwerkingtreding en vervaldatum

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2023.

Artikel

16

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge

Bijlage

I

1

Alkmaar – West-Friesland

Alkmaar

2

Amsterdam-Amstelland

Amsterdam

3

Arnhem-Achterhoek

Arnhem

4

Drenthe

Emmen

5

Flevoland

Almere

6

Friesland

Leeuwarden

7

Gelderland-Zuid

Nijmegen

8

Gooi en Vechtstreek

Hilversum

9

Groningen

Groningen

10

Haaglanden

Den Haag, Delft

11

Hart van Brabant

Tilburg

12

Hollands-Midden

Gouda, Leiden

13

IJsselland

Zwolle

14

Kennemerland

Haarlem

15

Kop van Noord-Holland

Den Helder

16

Noord- en Midden-Limburg

Venlo

17

Noordoost-Brabant

’s Hertogenbosch

18

Noord- en Oost-Gelderland

Apeldoorn

19

Rotterdam-Rijnmond

Rotterdam, Nissewaard, Vlaardingen

20

Twente

Enschede

21

Utrecht

Utrecht, Amersfoort

22

West-Brabant

Breda

23

West-Veluwe Vallei

Ede

24

Zaanstreek-Waterland

Zaanstad

25

Zeeland

Vlissingen

26

Zuid-Holland Zuid

Dordrecht

27

Zuid-Limburg

Heerlen, Maastricht

28

Zuidoost-Brabant

Helmond, Eindhoven

Bijlage

II

Domeinoverstijgende samenwerking

Meer punten kunnen worden gekregen indien partners uit meerdere domeinen afkomstig zijn.

20

Inzet ervaringsdeskundigen

Indien ervaringskennis wordt ingezet, kunnen punten worden verkregen.

10

Verduurzaming en borging

De mate waarin verduurzaming en borging van het projectvoorstel blijkt uit de aanvraag.

30

Aansluiting bij regionale prioriteiten / knelpunten

De mate waarin de aanvraag aansluit bij regionale prioriteiten en/of knelpunten.

20

Impact van het project

De mate waarin het resultaat van het project bijdraagt aan het doel (aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling).

25

De efficiëntie van de implementatie

De mate waarin de activiteiten en resultaten concreet worden beschreven en uitvoerbaar zijn binnen de gestelde looptijd en budget

25

Totaal

130