Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 25 mei 2020, nr. 2020-0000058877, houdende de inrichting van de directie CIO-office en Integrale Veiligheid alsmede doorverlening van vertegenwoordigingsbevoegdheden van de directeur CIO-office en Integrale Veiligheid (Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie CIV SZW 2020)

Organisatie-, Mandaat- en Volmachtbesluit directie CIV SZW 2020

§

1

Algemeen

Artikel

1

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

§

2

Organisatie

Artikel

2

§

3

Verantwoordelijkheden

Artikel

3

Artikel

3a

Het afdelingshoofd CIO-office is verantwoordelijk voor de ondersteuning van de directeur bij de uitoefening van haar taken.

Artikel

3b

De CISO is belast met de ontwikkeling en coördinatie van het informatiebeveiligingsbeleid als bedoeld in artikel 3 van het Besluit Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst 2007 en artikel 3 van het Besluit Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst – Bijzondere Informatie 2013 en het ondersteunen van het verantwoordelijke lijnmanagement bij de implementatie en naleving hiervan. Voorts is de CISO verantwoordelijk voor de taken als bedoeld in artikel 7 van het Besluit CIO-stelsel.

Artikel

3c

Het afdelingshoofd Informatie voor Beleid en Bedrijfsvoering is verantwoordelijk voor de volgende taken:

  • a.

    het vroegtijdig aandacht geven aan de kansen en risico’s van informatie en ICT bij het vormgeven van beleid en uitvoering;

  • b.

    het zijn van de verbindende factor tussen beleidsdirecties, de afdeling CIO-office en uitvoerende partijen, zoals de Dienst Uitvoering Onderwijs, de Sociale Verzekeringsbank en het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, een en ander in nauwe samenwerking met onder anderen de afdeling CIO-office, de bestuursraad van het ministerie, de directeur-generaal Sociale Zekerheid en Integratie en directie Stelsel en Volksverzekeringen;

  • c.

    het zijn van een belangrijke sparringpartner voor de directies van het ministerie op het gebied van ICT, informatiebeveiliging en privacy;

  • d.

    het met advies ondersteunen van de (beleids)werkvelden met de toepassing van (IV)beleid en -kaders bij de ontwikkeling van beleid;

  • e.

    het versterken van IV in de werkprocessen van planning en control bij de werkvelden;

  • f.

    het borgen van informatiebeveiliging- en privacyaspecten in de beleidsontwikkeling en bedrijfsvoering bij het ministerie;

  • g.

    het hebben en houden van een overzicht over de beleidsinitiatieven en projecten met een IV-component, de specifieke applicaties die draaien en de inrichting van functioneel beheer;

  • h.

    het signaleren waar het ministerie-brede informatiebeleid versterkt moet worden;

  • i.

    het houden en maken van veilige en toegankelijke digitale informatie voor iedereen;

  • j.

    het onderhouden van verbinding met de onderdelen van het ministerie die zelf invulling geven aan het adviseren met de toepassing van IV beleid en -kaders op het gebied van informatiemanagement, informatiebeveiliging en privacybescherming, zoals de Nederlandse Arbeidsinspectie, Dienstverlening, Samenwerkingsverbanden en Uitvoering en de Rijksschoonmaakorganisatie.

Artikel

4

§

4

Bevoegdheden

Artikel

5

Aan elk van de afdelingshoofden wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het ondertekenen van stukken die betrekking hebben op:

  • a.

    de taken van de eigen afdeling;

  • b.

    de personeelsaangelegenheden van de eigen afdeling voor zover het betreft:

    • 1°.

      het opmaken, niet zijnde vaststellen, van een beoordeling van medewerkers;

    • 2°.

      het houden van personeelsgesprekken;

    • 3°.

      verlof van medewerkers;

    • 4°.

      kleine beloningen, niet zijnde gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur maximaal € 150.

Artikel

6

Elk van de afdelingshoofden is gevolmachtigd tot het aangaan van overeenkomsten met een waarde van ten hoogste € 75.000,– inclusief BTW per overeenkomst, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten die vallen onder hun verantwoordelijkheid.

Artikel

7

Aan elk van de afdelingshoofden wordt mandaat en machtiging verleend met betrekking tot:

  • a.

    het afdoen van informatieve brieven die betrekking hebben op de taken van de eigen afdelingen;

  • b.

    het paraferen van stukken waar de directie geen voortouw in heeft, met uitzondering van stukken waarvan gelet op het belang daarvan redelijkerwijs vermoed kan worden dat deze door de directeur afgedaan moeten worden.

Artikel

8

Bij afwezigheid of verhindering van de directeur worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens taken en bevoegdheden waargenomen door de plaatsvervangend directeur.

§

5

Slotbepaling

Artikel

9

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Namens deze,
N. Weegink Directeur CIO-office en Integrale Veiligheid