Regeling van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 3 juni 2020, nr. 24605150, houdende regels voor subsidieverstrekking voor een inhaal- en ondersteuningsprogramma aanvullend op de voorschoolse educatie om peuters met een indicatie voor voorschoolse educatie extra ondersteuning te bieden vanwege achterstanden, veroorzaakt door de sluiting van kindercentra vanwege COVID-19 (Subsidieregeling inhaal- en ondersteuningsprogramma aanvullend op voorschoolse educatie 2020)

Subsidieregeling inhaal- en ondersteuningsprogramma aanvullend op voorschoolse educatie 2020–2021

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

Besluit:

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen;

  • houder van een kindercentrum: houder van een kindercentrum als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang;

  • inhaal- en ondersteuningsprogramma ve: programma als bedoeld in artikel 3, tweede lid;

  • instelling: kindercentrum als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang, dat met een aanbod van voorschoolse educatie is geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang en dat voorschoolse educatie verzorgt aan ve-peuters;

  • Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

  • Minister: Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media;

  • subsidieontvanger: houder van een kindercentrum die ten behoeve van zijn instelling subsidie ontvangt;

  • ve-peuter: kind, dat een indicatie voor voorschoolse educatie had ten tijde van een sluiting van de instelling door COVID-19 dan wel een indicatie voor voorschoolse educatie heeft ten tijde van de uitvoering van het programma als bedoeld in artikel 3, tweede lid.

Artikel

3

Te subsidiëren activiteiten

Artikel

4

Subsidieplafond

Voor de subsidieverstrekking op grond van deze regeling is een subsidiebedrag van ten hoogste € 10.700.000,00 beschikbaar.

Artikel

5

Subsidiebedrag

Het subsidiebedrag bestaat uit:

  • a.

    een vast bedrag voor de coördinatie van het inhaal- en ondersteuningsprogramma ve, ten bedrage van € 500,00 per instelling; en

  • b.

    een variabel bedrag voor de uitvoering van het inhaal- en ondersteuningsprogramma ve, dat wordt berekend door het aantal ve-peuters dat naar verwachting zal deelnemen aan het inhaal- en ondersteuningsprogramma ve, bedoeld in artikel 7, vierde lid, onder b, te vermenigvuldigen met € 12,50 voor elk klokuur per week, bedoeld in artikel 7, vierde lid, onder c en dat te vermenigvuldigen met het aantal weken, bedoeld in artikel 7, vierde lid, onder d.

Artikel

6

Wijze van verdeling beschikbare middelen

Artikel

7

Subsidieaanvraag

Artikel

8

Subsidieverplichtingen

Artikel

9

Subsidieverstrekking, betaling en verantwoording

Artikel

10

Evaluatie

De Minister evalueert deze regeling uiterlijk in 2022.

Artikel

11

Inwerkingtreding en vervaldatum

Artikel

12

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling inhaal- en ondersteuningsprogramma aanvullend op voorschoolse educatie 2020–2021.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob