Artikel
1
In dit besluit wordt verstaan onder:
-
–
advies: advies van de Commissie Mijnbouwschade aan de schademelder en de mijnbouwonderneming;
-
–
behandeling van een schademelding: buitengerechtelijke behandeling van een schademelding van een schademelder;
-
–
bodembeweging: bodemtrilling als gevolg van een geïnduceerde beving, bodemdaling en bodemstijging;
-
–
Commissie: de Commissie Mijnbouwschade, bedoeld in artikel 2, eerste lid;
-
–
geïnduceerde beving: door het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut geregistreerde bodemtrilling die – vanwege de plaats en overige eigenschappen van de trilling – wordt toegerekend aan de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk;
-
–
mijnbouwonderneming: exploitant van een mijnbouwwerk;
-
–
gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van Woningwet, met een geheel of gedeeltelijke woonbestemming of dat eigendom is van een micro-onderneming als bedoeld in artikel 2, derde lid, van bijlage I van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard;
-
–
mijnbouwwerk: mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 1, onderdeel n, van de Mijnbouwwet;
-
–
Minister: Minister van Economische Zaken en Klimaat;
-
–
protocol: protocol behandeling schademeldingen opgenomen in bijlage 1;
-
–
schade:
-
a.
fysieke schade aan gebouwen als gevolg van bodembeweging door de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk en
-
b.
materiële schade die het directe gevolg is van deze fysieke schade en het herstel daarvan, met in achtneming van bijlage 2;
-
a.
-
–
schademelder: eigenaar van een gebouw die een schade aan dat gebouw meldt bij de Commissie.