Wet van 8 juli 2020, houdende herstel van de voorzieningen in het bestuur van het openbaar lichaam Sint Eustatius (Wet herstel voorzieningen Sint Eustatius)

Wet herstel voorzieningen Sint Eustatius

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is om, in overeenstemming met de artikelen 129, vierde lid, en 132, tweede en vijfde lid, in samenhang met artikel 132a, tweede lid van de Grondwet, alsmede artikel 232 van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, de tijdelijke voorziening wegens taakverwaarlozing op Sint Eustatius voor bepaalde tijd te verlengen en regels te stellen voor een geleidelijk herstel van de voorzieningen in het bestuur van het openbaar lichaam Sint Eustatius;

Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

(Begripsbepaling)

In deze wet wordt verstaan onder:

  • bestuurscollege, eilandgriffier, eilandsbestuur, eilandsecretaris, eilandsraad, eilandgedeputeerden, griffie onderscheidenlijk gezaghebber: bestuurscollege, eilandgriffier, eilandsbestuur, eilandsecretaris, eilandsraad, eilandgedeputeerden, griffie onderscheidenlijk gezaghebber als bedoeld in de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van het openbaar lichaam Sint Eustatius;

  • Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • regeringscommissaris: de regeringscommissaris, bedoeld in artikel 2;

  • plaatsvervangend regeringscommissaris: de plaatsvervangend regeringscommissaris, bedoeld in artikel 2.

Hoofdstuk

2

(Inrichting en samenstelling van de organen)

Artikel

2

(Regeringscommissaris en plaatsvervangend regeringscommissaris)

Artikel

3

(Verkiezing eilandsraad)

Artikel

4

(Zittingsperiode leden eilandsraad)

Artikel

5

(Benoeming eilandgriffier)

Hoofdstuk

3

Taken en bevoegdheden

Artikel

11

(Verantwoordingsplicht regeringscommissaris)

Artikel

12

(Taken en bevoegdheden rijksvertegenwoordiger)

Hoofdstuk

4

Herstel voorzieningen

Artikel

13

(Herstel voorzieningen eilandgedeputeerden)

Indien de omstandigheden zodanig zijn gewijzigd dat mag worden verwacht dat het bestuurscollege de taken op grond van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, met uitzondering van de taken die betrekking hebben op de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam, bedoeld in artikel 168, eerste lid, onderdeel c, van die wet, zelf naar behoren kan vervullen, worden op voordracht van Onze Minister, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, de hoofdstukken 2 en 3 van deze wet op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip als volgt gewijzigd:

Artikel

14

(Herstel voorzieningen griffie en ambtelijke organisatie)

Indien de omstandigheden zodanig zijn gewijzigd dat mag worden verwacht dat de eilandsraad en het bestuurscollege hun taken en bevoegdheden met betrekking tot de griffie onderscheidenlijk de ambtelijke organisatie op grond van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius zelf naar behoren kunnen vervullen, vervalt artikel 7 van deze wet op voordracht van Onze Minister, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel

15

(Herstel verantwoordelijkheid financiële taken)

Indien de omstandigheden zodanig zijn gewijzigd dat mag worden verwacht dat de eilandsraad en het bestuurscollege hun taken en bevoegdheden op grond van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius zelf naar behoren kunnen vervullen, wordt op voordracht van Onze Minister, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, deze wet op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip als volgt gewijzigd:

Artikel

16

(Herstel gezaghebber)

Nadat de in de artikelen 13 tot en met 15 genoemde koninklijke besluiten zijn genomen en indien mag worden verwacht dat de gezaghebber zijn taken en bevoegdheden zelf naar behoren kan vervullen, wordt op voordracht van Onze Minister, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip deze wet als volgt gewijzigd:

Hoofdstuk

5

Overige bepalingen en slotbepalingen

Artikel

17

(Voorhangprocedure)

De voordracht voor een krachtens de artikelen 13 tot en met 16 vast te stellen koninklijk besluit wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Artikel

20

(Inwerkingtreding)

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld, met uitzondering van:

Artikel

21

(Verval)

Artikel

22

(Citeertitel)

Deze wet wordt aangehaald als: Wet herstel voorzieningen Sint Eustatius.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.W. Knops
De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus