Besluit van 7 juli 2020, houdende de voor het personeel van de Kamer van Koophandel ten opzichte van Rijksambtenaren afwijkende arbeidsvoorwaardelijke aangelegenheden (Besluit rechtspositie Kamer van Koophandel)
Besluit rechtspositie Kamer van Koophandel
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 19 december 2019, nr. WJZ / 19309774;
vaststelling en toepassing van afspraken over werktijden, waaronder het Nieuwe Roosteren;
c.
berekening van het aantal in overheidsdienst doorgebrachte jaren;
d.
vaststelling en toepassing van eigen beoordelingsafspraken;
e.
de wijze van toepassing van de bij de CAO vastgestelde minimum- en maximumsalarisbedragen;
f.
vaststelling van een voor het gehele personeel gelijk moment wanneer een salarisverhoging ingaat;
g.
toepassing van een ander functiewaarderingsysteem;
h.
vaststelling van de samenstelling van een geschillencommissie die zich bezig houdt met individuele geschillen waaronder functiewaarderingsuitkomsten, uitgezonderd de geschillen die conform de CAO worden voorgelegd aan de interpretatiecommissie;
i.
vergoeding op declaratiebasis van kosten voor maaltijden en logies en voor kleine uitgaven overdag en ’s-avonds;
j.
vaststelling van meer belastingvrije bestemmingsmogelijkheden in het kader van het Individueel Keuze Budget (IKB) dan opgenomen in de CAO.
Artikel
3
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2020.
Artikel
4
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit rechtspositie Kamer van Koophandel.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage
Willem-Alexander
De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,M.C.G.Keijzer
De Minister van Justitie en Veiligheid,F.B.J.Grapperhaus