Regeling van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 7 juli 2020, nr. 24938080, houdende regels met betrekking tot de rechtspositie van de voorzitter en leden van het Commissariaat voor de Media en de leden van het bestuur van het Stimuleringsfonds voor de journalistiek (Regeling rechtspositie Commissariaat voor de Media en Stimuleringsfonds voor de Journalistiek)

Regeling rechtspositie Commissariaat voor de Media en Stimuleringsfonds voor de journalistiek

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Commissariaat: Commissariaat voor de Media;

  • b.

    Minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • c.

    Stimuleringsfonds: Stimuleringsfonds voor de journalistiek.

Hoofdstuk

2

Commissariaat voor de Media

§

2.1

Bezoldiging en overige arbeidsvoorwaarden voorzitter en leden

Artikel

2

Bezoldiging

Artikel

3

Gemiddelde arbeidsduur

Artikel

4

Verlof

Artikel

5

Reis- en verblijfkosten

De leden van het Commissariaat hebben recht op een vergoeding voor reis- en verblijfkosten overeenkomstig hetgeen daarover is overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren.

Artikel

6

Representatievergoeding

Artikel

7

Vergoeding woon-werkverkeer en overige voorzieningen

Artikel

8

Arbeidsongeschiktheidsuitkering

Artikel

9

Uitkering bij ontslag dan wel einde van (her)benoemingstermijn

Artikel

10

Afwijking bijzondere gevallen

De Minister kan in bijzondere gevallen bij beschikking afwijken van het bepaalde in deze paragraaf.

Artikel

11

Uitvoering

Het Commissariaat is belast met de uitvoering van de artikelen 2 en 4 tot en met 10. De in deze regeling bedoelde bezoldigingen, uitkeringen en vergoedingen komen ten laste van het Commissariaat.

§

2.2

Overige bepalingen

Artikel

12

Nevenfuncties

Artikel

13

Uitoefening functie

Artikel

14

Vrijwaring

Als een lid van het Commissariaat financiële gevolgen ondervindt uit persoonlijke aansprakelijkheid die voortvloeit uit de uitoefening van zijn functie, wordt hij daar door de Staat der Nederlanden van gevrijwaard, tenzij de aansprakelijkheid het gevolg is van ernstig verwijtbaar gedrag, zoals opzet of grove schuld van betrokkene.

Artikel

15

Afkoelingsperiode

Hoofdstuk

3

Stimuleringsfonds voor de Journalistiek

§

3.1

Bezoldiging en overige arbeidsvoorwaarden bestuur

Artikel

16

Bezoldiging

Artikel

17

Gemiddelde arbeidsduur

Over de periode van een jaar bedraagt de gemiddelde arbeidsduur voor de voorzitter van het bestuur van het Stimuleringsfonds acht uur per week en voor de overige leden van het bestuur van het Stimuleringsfonds vier uur per week.

Artikel

18

Reis- en verblijfkosten

De leden van het bestuur van het Stimuleringsfonds hebben recht op een vergoeding voor reis- en verblijfkosten overeenkomstig hetgeen daarover is overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren.

Artikel

20

Overige voorzieningen

Het Stimuleringsfonds stelt aan de leden van het bestuur de overige voorzieningen, zoals ICT-voorzieningen, beschikbaar die noodzakelijk zijn voor het kunnen uitoefenen van hun functie.

Artikel

21

Uitvoering

Het Stimuleringsfonds is belast met de uitvoering van de artikelen 16 en 18 tot en met 20. De daaruit voortvloeiende kosten van bezoldiging, uitkeringen en vergoedingen komen ten laste van het Stimuleringsfonds.

§

3.2

Overige bepalingen

Artikel

22

Uitoefening functie en vrijwaring

De artikelen 12, 13 en 14 zijn van overeenkomstige toepassing op de leden van het bestuur van het Stimuleringsfonds.

Hoofdstu

4

Slotbepalingen

Artikel

24

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2020.

Artikel

25

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling rechtspositie Commissariaat voor de Media en Stimuleringsfonds voor de journalistiek.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob