Artikel
1
In dit besluit wordt verstaan onder:
-
−
bevel voorlopige hechtenis: bevel als bedoeld in artikel 484 van het Wetboek van Strafvordering BES;
-
−
jeugddetentie: jeugddetentie als bedoeld in artikel 79h, eerste lid, onderdeel a, van de wet;
-
−
jeugdige: persoon ten aanzien van wie de artikelen 79a tot en met 79w van de wet toepassing hebben gevonden;
-
−
onveroordeelde: persoon ten aanzien van wie een bevel voorlopige hechtenis is gegeven als bedoeld in artikel 484, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering BES;
-
−
Onze Minister: Onze Minister voor Rechtsbescherming;
-
−
openbaar ministerie: het openbaar ministerie bij het gerecht dat de straf van jeugddetentie of van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen heeft opgelegd;
-
−
pij-maatregel: maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen als bedoeld in artikel 79h, derde lid, onderdeel a, van de wet;
-
−
project: project als bedoeld in artikel 79e van de wet;
-
−
reclassering: de Stichting Reclassering Caribisch Nederland, bedoeld in artikel 1 juncto 4 van het Reclasseringsbesluit BES en de Jeugdzorg en Gezinsvoogdij Caribisch Nederland;
-
−
verblijfsplan: plan als bedoeld in artikel 10 van dit besluit;
-
−
voogdijraad: de voogdijraad, bedoeld in artikel 238, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES;
-
−
voorwaardelijke veroordeling: voorwaardelijke oplegging als bedoeld in Titel VIIIA van de wet;
-
−
vrijheidsbeneming: de tenuitvoerlegging van een bevel voorlopige hechtenis, jeugddetentie of pij-maatregel;
-
−
wet: het Wetboek van Strafrecht BES.