Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 22 september 2020, nr. IENW/BSK-2020/126947, houdende de regels voor de subsidieverstrekking voor het bevaarbaar houden van jachthavens en vaargeulen in het IJsselmeergebied bij een verlaagd waterpeil (Tijdelijke subsidieregeling bevaarbaarheid jachthavens en vaargeulen IJsselmeergebied)

Tijdelijke subsidieregeling bevaarbaarheid jachthavens en vaargeulen IJsselmeergebied

Artikel

1

Begripsbepalingen

Artikel

2

Toepassingsgebied

Deze regeling is van toepassing op jachthavens en vaargeulen tot jachthavens in het IJsselmeergebied buiten de primaire waterkering of buiten een andere kering met een vergelijkbare functie mits de desbetreffende waterstand direct beïnvloedbaar is vanuit het IJsselmeer of het Markermeer.

Artikel

3

Doel van de regeling

Deze regeling heeft als doel het bevorderen van de toegankelijkheid van jachthavens en de bruikbaarheid van de daarin gelegen ligplaatsen in het IJsselmeergebied bij een ingevolge het peilbesluit verlaagd waterpeil in de tweede helft van augustus door middel van het verrichten van baggerwerkzaamheden.

Artikel

4

Verstrekken van subsidie

Artikel

5

Subsidieplafond en wijze van verdelen

Artikel

6

Subsidiabele kosten en hoogte van de subsidie

Artikel

7

De aanvraag

Artikel

8

Afwijzing subsidieaanvraag

De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag om subsidie indien de aanvraag betrekking heeft op baggerwerkzaamheden voor een waterbodem waarvoor reeds een beschikking tot subsidieverstrekking is gegeven in het kader van deze regeling.

Artikel

10

Evaluatie

Uiterlijk op 1 juni 2025 publiceert de minister een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de krachtens deze regeling verstrekte subsidie.

Artikel

11

Inwerkingtreding

Artikel

12

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling bevaarbaarheid jachthavens en vaargeulen IJsselmeergebied.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga