Artikel
1
Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
gebouwde onroerende zaak: een gebouwde onroerende zaak of gebouwde onroerende zaken of gedeelten daarvan die staan ingeschreven in de basisregistratie kadaster op één adres of één gebouwde onroerende zaak die staat ingeschreven in de basisregistratie kadaster op meerdere adressen;
-
kleine maatschappelijk vastgoedeigenaren:
-
a.
gemeenten met minder dan 25.000 inwoners op 1 oktober 2020;
-
b.
schoolbesturen van door het Rijk bekostigde scholen in het primair onderwijs met maximaal tien gebouwde onroerende zaken in eigendom;
-
c.
schoolbesturen van door het Rijk bekostigde scholen in het voortgezet onderwijs met maximaal vijf gebouwde onroerende zaken in eigendom;
-
d.
zorgaanbieders in de langdurige zorg, met uitzondering van ziekenhuizen, en eerstelijnszorg met maximaal tien gebouwde onroerende zaken in eigendom;
-
e.
sportbedrijven die bestuurlijk en financieel verbonden zijn aan een gemeente met maximaal twintig gebouwde onroerende zaken in eigendom;
-
f.
culturele algemeen nut beogende instellingen met maximaal tien gebouwde onroerende zaken in eigendom; of
-
g.
stichtingen, verenigingen of coöperaties ter exploitatie en beheer van gebouwen met een publieksfunctie, zijnde buurthuis, dorpshuis, wijkcentrum of gemeenschapscentrum, met maximaal tien gebouwde onroerende zaken in eigendom;
-
a.
-
de minister: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.