Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 1 oktober 2020, nr. IENW/BSK-2020/181458, houdende tijdelijke regels voor toekenning van specifieke uitkeringen ter stimulering van het nemen van maatregelen ten behoeve van veiliger, doelmatiger en duurzamer gebruik van verkeersinfrastructuur 2020 (Tijdelijke stimuleringsregeling veilig, doelmatig en duurzaam gebruik verkeersinfrastructuur 2020)

Tijdelijke stimuleringsregeling veilig, doelmatig en duurzaam gebruik verkeersinfrastructuur 2020

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • Bestuurlijke Overleggen MIRT 2018 en 2019: Bestuurlijke overleggen MIRT Noord-Nederland, Oost-Nederland, Zuid-Nederland, Zuidwest-Nederland, Noordwest-Nederland en goederenvervoercorridors die hebben plaatsgevonden op 21 en 22 november 2018 respectievelijk 20 en 21 november 2019;

  • minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

  • specifieke uitkering: uitkering als bedoeld in artikel 3;

Artikel

2

Doel van de regeling

Deze regeling heeft tot doel het stimuleren van het nemen van maatregelen die veiliger, doelmatiger en duurzamer gebruik van verkeersinfrastructuur beogen te bevorderen.

Artikel

3

Activiteiten waarvoor een specifieke uitkering kan worden aangevraagd

Tot het in artikel 2 genoemde doel kan de minister overeenkomstig de afspraken die hierover zijn gemaakt in het kader van de Bestuurlijke Overleggen MIRT 2018 en 2019 op aanvraag van een provincie of gemeente een specifieke uitkering verstrekken voor:

  • a.

    proeven met maatregelen waarmee wordt beoogd dat kinderen en jongeren veilig per fiets naar school kunnen gaan;

  • b.

    organisatorische inbedding van levering van actuele en betrouwbare data voor digitale mobiliteitsdiensten en het data-gedreven uitvoeren van overheidstaken in het mobiliteitsdomein;

  • c.

    aanschaf, installatie van intelligente verkeersregelinstallaties of onderdelen hiervan en aansluiting op een landelijk datanetwerk van intelligente verkeersregelinstallaties;

  • d.

    onderzoek naar mogelijkheden om gebruik van het openbaar vervoer door studenten beter te spreiden en het aantal reisbewegingen te verminderen;

  • e.

    ondersteuning bij kennisuitwisseling en planvorming door werkgevers en advisering aan werkgevers ten behoeve van verduurzaming van woon-werkverkeer;

  • f.

    stimulering door werkgevers van gebruik van de fiets voor woon-werkverkeer en zakelijk verkeer; of

  • g.

    advies en ondersteuning bij het opstellen van een regionaal plan van aanpak voor verkeer en vervoer van goederen gericht op verbetering van de bereikbaarheid en vermindering van CO2-emissie.

Artikel

4

Kosten die in aanmerking komen voor een specifieke uitkering

Artikel

5

Percentage van de kosten dat ten hoogste in aanmerking komt voor een specifieke uitkering

Het percentage van de kosten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, dat ten hoogste in aanmerking komt voor een specifieke uitkering, wordt vastgesteld overeenkomstig de afspraken die hierover zijn gemaakt in het kader van de Bestuurlijke Overleggen MIRT 2018 en 2019.

Artikel

6

Hoogte specifieke uitkering

Artikel

7

Aanvraag voor verlening specifieke uitkering

Artikel

8

Verlening specifieke uitkering

Artikel

9

Voorschotverlening

De minister verstrekt bij een besluit tot verlening als bedoeld in artikel 8 een voorschot van 100% van het verleende bedrag.

Artikel

10

Verplichtingen ontvanger

Artikel

12

Vaststelling specifieke uitkering

Artikel

13

Inwerkingtreding en verval

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2025, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op specifieke uitkeringen die voor die datum zijn verstrekt.

Artikel

14

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke stimuleringsregeling veilig, doelmatig en duurzaam gebruik verkeersinfrastructuur 2020.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga