Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 8 oktober 2020 , nr. IENW/BSK-2020/186487, houdende regels in verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht (Loodsplichtregeling 2021)

Loodsplichtregeling 2021

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

§

1

Definities

Artikel

1

Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • algemene PEC: PEC A, -B, -C of –D;

  • besluit: Loodsplichtbesluit 2021;

  • breedte: grootste breedte van een zeeschip;

  • diepgang: grootste diepgang van een zeeschip;

  • klein zeeschip: zeeschip met een lengte over alles van minder dan 115 meter, met een afstand van de kiel tot het hoogste vaste punt van het schip van ten hoogste 18 meter en welk schip gebruikt wordt of gebruikt zal worden in een beperkt vaargebied op zee tot ten hoogste 200 mijl uit de kust;

  • lengte over alles: lengte over alles volgens Lloyd’s Register of Ships;

  • LNG: Liquefied Natural Gas;

  • LNG-brandstof: LNG dat wordt gebruikt als brandstof voor de voortstuwing of hulpbedrijf van een schip;

  • LNG-bunkeren: aan boord van een schip brengen van LNG-brandstof of aardgas brandstof voor eigen gebruik door dat schip;

  • LNG-bunkerschip: tankschip gebruikt voor het LNG-bunkeren;

  • module 1, 2, 3, 4 of 5: module 1, 2, 3, 4 of 5 als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van het besluit.

§

2

Bepalingen in verband met het PEC-houderschap

Artikel

2

Aanwijzen regionale autoriteiten

Als regionale autoriteit wordt aangewezen voor de zeehavenregio:

  • a.

    Noord-Nederland: de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat;

  • b.

    Amsterdam-IJmond: de directeur van het Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied;

  • c.

    Rotterdam-Rijnmond-Scheveningen: de havenmeester van Rotterdam, werkzaam bij Havenbedrijf Rotterdam N.V.;

  • d.

    Scheldemonden: de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat.

Artikel

3

Te onderscheiden algemene PEC’s en daarbij behorende modules

Artikel

4

Frequentie-eis algemene PEC’s

Hoofdstuk

2

Zeehavenregio Noord Nederland

§

1

Zeehavengebied Delfzijl-Eemshaven

Artikel

5

Nadere aanduiding loodsplichtige scheepvaartwegen

Het zeehavengebied Delfzijl - Eemshaven omvat de hieronder genoemde loodsplichtige scheepvaartwegen met inbegrip van de daaraan gelegen havens:

  • a.

    aanloopgebied Westereems: het gebied vanaf de vuurtoren Borkum (53°35’.33 N 006°39’.72 E), vandaar naar de boei Riffgat (53°38’.89 N 006°27’.04 E), vandaar naar boei Westerems (53°36’.949 N 006°17’.736 E), vandaar naar boei H1 (53°34’.86 N 006°17’.96 E), vandaar naar boei H2 (53°34’.73 N 006°22’.01 E), vandaar naar de Grote Kaap op Rottumeroog (53°32’.48 N 006°34’.54 E), vandaar naar punt 53°33’.05 N 006°35’.43 E, vandaar naar punt 53°34’.21 N 006°37’.75, vandaar naar punt 53°31’.91 N 006°42’.79 E, vandaar naar punt 53°32’.56 N 006°43’.70 E, vandaar naar punt 53°34’.76 N 006°38’.79 E, vandaar naar de vuurtoren Borkum (53°35’.33 N 006°39’.72 E).

  • b.

    Borkum - Delfzijl: het gebied tussen Borkum en Delfzijl dat wordt begrensd door het punt 53°33’.05 N 006°35’.43 E, vandaar naar punt 53°34’.21 N 006°37’.75, vandaar naar punt 53°31’.91 N 006°42’.79 E, vandaar naar punt 53°32’.56 N 006°43’.70 E, vandaar naar de Duitse kust nabij Campen (53°24’.25 N 007°00’.87 E), de kust zuidwaarts volgend naar Knock (53°20’.31 N 007°02’.59 E), vandaar naar Termunten (53°17’.89 N 007°002’.78 E), tot en met de havens van Delfzijl, inclusief de zeesluis en de scheepvaartweg vanaf de zeesluis via het Oosterhornkanaal tot en met de Oosterhornhaven, vandaar de Groningse kustlijn volgend tot en met de Eemshaven, vandaar van het westelijk havenhoofd Eemshaven (53°27’.74 N 006°50’.08 E), vandaar naar de Grote Kaap op Rottumeroog (53°32’.48 N 006°34’.54 E).

Artikel

6

Aanwijzing bevoegde autoriteiten

Bevoegde autoriteiten voor de loodsplichtige scheepvaartwegen van het zeehavengebied Delfzijl - Eemshaven zijn:

  • a.

    voor scheepvaartwegen in beheer bij het Rijk: de Directeur - Generaal Rijkswaterstaat;

  • b.

    voor scheepvaartwegen in beheer bij een ander openbaar lichaam: de persoon die door het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Havenschap Groningen Seaports is aangewezen voor de zorg voor een veilige en vlotte afwikkeling van het scheepvaartverkeer.

Artikel

7

Categorale vrijstelling van de loodsplicht

Artikel

8

Vrijstelling voor werkschepen

In het zeehavengebied Delfzijl - Eemshaven heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel f, van het besluit, de kapitein van een werkschip:

  • a.

    met een lengte over alles tot en met 140 meter en een breedte tot en met 13 meter en een diepgang tot en met 6 meter op het traject haven Delfzijl - Eemshaven, vanaf de Oosterhornhaven;

  • b.

    met een lengte over alles tot en met 140 meter en een breedte tot en met 13 meter en een diepgang tot en met 6 meter op het traject haven Delfzijl - Borkum, vanaf de Oosterhornhaven;

  • c.

    met een lengte over alles tot en met 140 meter en een breedte tot en met 13 meter en een diepgang tot en met 8 meter op het traject Eemshaven - Borkum;

  • d.

    met een lengte over alles tot en met 170 meter en een breedte tot en met 25 meter en een diepgang tot en met 8 meter op het traject Borkum - Westereems.

Artikel

9

Vrijstelling van de loodsplicht met een PEC A, B of C

In het zeehavengebied Delfzijl - Eemshaven heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het besluit, de kapitein of eerste stuurman van een zeeschip, tenzij het een zeeschip met gevaarlijke lading betreft, die in het bezit is van een:

  • a.

    op het traject haven Delfzijl-Eemshaven vanaf de Oosterhornhaven:

    • 1°.

      PEC A voor zeeschepen met een lengte over alles van meer 95 meter tot en met 115 meter en een breedte tot en met 13 meter en diepgang tot en met 6 meter;

    • 2°.

      PEC B voor zeeschepen met een lengte over alles van meer dan 115 meter tot en met 125 meter en een breedte tot en met 13 meter en diepgang tot en met 6 meter;

    • 3°.

      PEC C voor zeeschepen met een lengte over alles van meer dan 125 meter tot en met 140 meter en een breedte tot en met 13 meter en diepgang tot en met 6 meter;

  • b.

    op het traject haven Delfzijl-Borkum vanaf de Oosterhornhaven:

    • 1°.

      PEC A voor zeeschepen met een lengte over alles van meer 95 meter tot en met 115 meter en een breedte tot en met 13 meter en diepgang tot en met 6 meter;

    • 2°.

      PEC B voor zeeschepen met een lengte over alles van meer dan 115 meter tot en met 125 meter en een breedte tot en met 13 meter en diepgang tot en met 6 meter;

    • 3°.

      PEC C voor zeeschepen met een lengte over alles van meer dan 125 meter tot en met 140 meter en een breedte tot en met 13 meter en diepgang tot en met 6 meter;

  • c.

    op het traject Eemshaven - Borkum:

    • 1°.

      PEC A voor zeeschepen met een lengte over alles van meer 95 meter tot en met 115 meter en een breedte tot en met 13 meter en diepgang tot en met 7 meter;

    • 2°.

      PEC B voor zeeschepen met een lengte over alles van meer dan 115 meter tot en met 125 meter en een breedte tot en met 13 meter en diepgang tot en met 8 meter;

    • 3°.

      PEC C voor zeeschepen met een lengte over alles van meer dan 125 meter tot en met 140 meter en een breedte tot en met 13 meter en diepgang tot en met 8 meter;

  • d.

    op het traject Borkum-Westereems: een PEC C voor zeeschepen met een lengte over alles van meer dan 155 meter tot en met 170 meter en een breedte tot en met 25 meter en diepgang tot en met 8 meter.

Artikel

10

Vrijstelling van de loodsplicht met een PEC kleine zeeschepen

Artikel

11

Nadere bepaling opleidingsmodules PEC

In het zeehavengebied Delfzijl-Eemshaven:

  • a.

    wordt bij module 1 kennis verlangd van het Scheepvaartreglement territoriale zee, het Binnenvaartpolitiereglement en het Scheepvaartreglement Eemsmonding;

  • b.

    wordt bij module 2 actieve kennis van de Engelse taal en passieve kennis van de Duitse taal verlangd;

  • c.

    wordt voor de toepassing van module 3 een door de bevoegde autoriteit te bepalen aantal reizen gemaakt doch ten hoogste drie ingaande en drie uitgaande reizen;

  • d.

    worden voor de toepassing van module 5 twee voldoende beoordeelde ingaande en één voldoende beoordeelde uitgaande reis gemaakt.

Artikel

12

Nadere duiding van vrijstellings- en PEC-trajecten

In artikel 7 tot en met 10 wordt verstaan onder:

  • a.

    het traject haven Delfzijl - Eemshaven: de bevaarbare scheepvaartwegen met inbegrip van de Oosterhornhaven inclusief toeleiding via het Oosterhornkanaal via de zeesluis in de haven van Delfzijl vandaar via de Damsterhaven, de Handelshaven, het Zeehavenkanaal, Gaatjebocht, Oostfriesche Gaatje en Doekegat naar de Eemshaven inclusief de daaraan gelegen ankerplaatsen gelegen in het gebied zoals omschreven in artikel 5, onderdeel b;

  • b.

    het traject haven Delfzijl - Borkum de bevaarbare scheepvaartwegen met inbegrip van de Oosterhornhaven inclusief toeleiding via het Oosterhornkanaal via de zeesluis in de haven van Delfzijl vandaar via de Damsterhaven, de Handelshaven, het Zeehavenkanaal, Gaatjebocht, Oostfriesche Gaatje, Doekegat, Randzelgat of Oude Westereems naar Borkum gelegen in het gebied zoals omschreven in artikel 5, onderdeel b;

  • c.

    het traject Eemshaven - Borkum: de Eemshaven zijnde de Wilhelminahaven, de Emmahaven, de Julianahaven en de Beatrixhaven via het Doekegatkanaal, Doekegat, Randzelgat of Oude Westereems naar Borkum gelegen in het gebied zoals omschreven in artikel 5, onderdeel b;

  • d.

    het traject Borkum - Westereems: de bevaarbare scheepvaartwegen van Borkum via Westereems, Huibertgat of Riffgat gelegen in het aanloopgebied Knock zoals omschreven in artikel 5, onderdeel a.

§

2

Zeehavengebied Den Helder-Harlingen-Terschelling

Artikel

13

Nadere aanduiding loodsplichtige scheepvaartwegen

Het zeehavengebied Den Helder - Harlingen - Terschelling, omvat de hieronder genoemde gebieden met inbegrip van de daaraan gelegen havens:

  • a.

    aanloopgebied Den Helder en Rede: het gedeelte van de Noordzee en de Waddenzee dat ligt binnen het gebied begrensd door de vuurtoren Grote Kaap (52°52’.86 N 004°42’.88 E), vandaar naar boei SG (52°52’.90 N 004°37’.90 E), vandaar naar boei ZH (52°54’.65 N 004°34’.71 E), vandaar naar boei MR (52°56’.77 N 004°33’.80 E), vandaar naar boei NH (53°00’.23 N 004°35’.36 E), vandaar naar (53°03’.88 N 004°40’.18 E) en vandaar naar paal 15 op Texel (53°03’.75 N 004°43’.33 E) en aan de oostzijde begrensd door de lijn over het oostelijk havenlicht van de haven van Den Helder (52°57’.77 N 4°47”.40 E) en vandaar naar boei T11 (52°59’.90 N 004°49’.10 E), van daar naar boei T13 (53°00’.74 N 004°50’.59 E), van daar naar boei T10 (53°01’.65 N 004°50’.57 E), van daar naar het zuidelijk havenlicht van de Haven NIOZ (53°00’.34 N 004°47’.83 E) en aan de zuidzijde begrensd door de havens van Den Helder tot de Koopvaardersschutsluis en de Zeedoksluis;

  • b.

    aanloopgebied Brandaris: het gedeelte van de Noordzee en de Waddenzee dat ligt binnen het gebied begrensd door de boei Drawa W (53°17’.36 N 004°59’.02 E), vandaar naar boei ZS (53°18’.28 N 004°56’.23 E), vandaar naar boei TG (53°24’.13 N 005°02’.32 E), vandaar naar boei Stolzenfels (53°26’.17 N 005°09’.70 E), vandaar naar een punt op Terschelling (53°23’.30 N 005°11’.30 E) en aan de oostzijde begrensd door een lijn over de vuurtoren Brandaris (53°21’.62 N 005°12’.85 E) op Terschelling en de vuurtoren Vuurduin (53°17’.74 N 005°03’.49 E) op Vlieland;

  • c.

    de westelijke Waddenzee: het gebied begrensd door het aanloopgebied Brandaris, vanaf de vuurtoren Brandaris (53°21’.62 N 005°12’.85 E) op Terschelling naar de noordzijde van de Nieuwe Industriehaven in Harlingen, de havens van Harlingen, via de kust van Friesland naar de Lorentzsluizen van Kornwerderzand, vandaar via de Afsluitdijk naar de Stevinsluizen bij Den Oever, vandaar via de kust van Noord-Holland naar het oostelijk havenlicht van de haven van Den Helder (52°57’.77 N 4°47”.40 E) en vandaar naar boei T11 (52°59’.90 N 004°49’.10 E), van daar naar boei T13 (53°00’.74 N 004°50’.59 E), van daar naar boei T10 (53°01’.65 N 004°50’.57 E), van daar naar het zuidelijk havenlicht van de Haven NIOZ (53°00’.34 N 004°47’.83 E), vandaar via de kust van Texel naar de vuurtoren Eierland (53°10’.94 N 004°51’.31 E), vandaar naar het reddingshuisje (53°13’.40 N 004°53’.12 E) op Vlieland, vandaar via de kust van Vlieland naar het aanloopgebied Brandaris.

Artikel

14

Aanwijzing bevoegde autoriteiten

Bevoegde autoriteiten voor de loodsplichtige scheepvaartwegen van het zeehavengebied Den Helder- Harlingen-Terschelling zijn:

  • a.

    voor het VTS gebied Den Helder te weten het gebied bedoeld in artikel 13, onderdeel a maar dan aan de oostzijde begrensd door lijn vanaf een punt op Texel (53°01’.45 N004°48’.72 E), vandaar naar boei T8 (53°01’.07 N 004°49’.65 E), vandaar naar boei T13 (53°00’.74N 004°50’.59 E), vandaar naar boei M10 (52°59’.69 N 004°52’.51 E), vandaar naar boei M11 (52°59’.37N 004°52’.64 E), vandaar naar boei M9 (52°59’.04 N 004°51’.74 E), vandaar naar boei M7 (52°58’.75 N 004-50’.91 E), vandaar naar boei M5 (52°58’.39 N 004°49’.85 E), vandaar naar boei M3 (52°58’.25 N 004°49’.16 E) en vandaar naar het hoekpunt van Den Helder (52°57’.85 N 004°48’.07 E): een door de Minister van Defensie aan te wijzen functionaris van de Koninklijke Marine;

  • b.

    voor de overige scheepvaartwegen in beheer bij het Rijk: de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat;

  • c.

    voor zover het betreft scheepvaartwegen in beheer bij een ander openbaar lichaam: de persoon die door het bestuur van de betreffende gemeente is aangewezen voor de zorg voor een veilige en vlotte afwikkeling van het scheepvaartverkeer in de haven van Den Helder, Den Oever, Harlingen, Terschelling, Vlieland of Oudeschild.

Artikel

15

Categorale vrijstelling van de loodsplicht

In het zeehavengebied Den Helder-Harlingen-Terschelling heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het besluit, de kapitein van een zeeschip, op:

  • a.

    het traject aanloopgebied Den Helder en Rede- Den Oever: met een lengte over alles tot en met 75 meter en een diepgang tot en met 2,5 meter;

  • b.

    het traject aanloopgebied Den Helder en Rede- Kornwerderzand: met een lengte over alles tot en met 75 meter en een diepgang tot en met 4 meter;

  • c.

    het traject Kornwerderzand - haven Harlingen: met een lengte over alles tot en met 75 meter en een diepgang tot en met 3 meter;

  • d.

    het traject haven Harlingen - Aanloopgebied Brandaris: met een lengte over alles tot en met 75 meter en een diepgang tot en met 6 meter;

  • e.

    het traject Schulpengat - Rede: met een lengte over alles tot en met 150 meter en een diepgang tot en met 7 meter;

  • f.

    het traject Schulpengat - haven Den Helder: met een lengte over alles tot en met 95 meter en een diepgang tot en met 7 meter met het Nieuwe Diep als bestemming en vertrekpunt en met een lengte over alles tot en met 95 meter en een diepgang tot en met 5 meter voor zeeschepen met bestemming of vertrekpunt tussen Moormanbrug en Koopvaardersschutsluis;

  • g.

    het traject aanloopgebied Brandaris: met een lengte over alles tot en met 140 meter en een diepgang tot en met 6,5 meter;

  • h.

    de trajecten via de overige bevaarbare vaarwegen in de Waddenzee: met een lengte over alles tot en met 65 meter en een diepgang tot en met 2,5 meter.

Artikel

16

Vrijstelling van de loodsplicht voor werkschepen

In het zeehavengebied Den Helder-Harlingen-Terschelling heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel f, van het besluit, de kapitein van een werkschip dat werkzaamheden verricht:

  • a.

    in de haven Den Helder: met een lengte over alles tot en met 115 meter en een diepgang tot en met 7 meter tot aan de Moormanbrug met het Nieuwe Diep als bestemming en vertrekpunt en met een lengte over alles tot en met 115 meter en een diepgang tot en met 5 meter voor zeeschepen met bestemming of vertrekpunt tussen Moormanbrug en Koopvaardersschutsluis;

  • b.

    op het traject aanloopgebied Den Helder en Rede - Den Oever: met een lengte over alles tot en met 95 meter en een diepgang tot en met 2,5 meter;

  • c.

    op het traject aanloopgebied Den Helder en Rede - Kornwerderzand: met een lengte over alles tot en met 95 meter en een diepgang tot en met 4 meter;

  • d.

    op het traject Kornwerderzand - haven Harlingen: met een lengte over alles tot en met 95 meter en een diepgang tot en met 3 meter;

  • e.

    op het traject haven Harlingen - aanloopgebied Brandaris: met een lengte over alles tot en met 125 meter en een diepgang tot en met 6,5 meter;

  • f.

    op het traject Schulpengat - Rede: met een lengte over alles tot en met 150 meter en een diepgang tot en met 7 meter;

  • g.

    op het traject aanloopgebied Brandaris: met een lengte over alles tot en met 140 meter en een diepgang tot en met 7,5 meter;

  • h.

    op de trajecten via de overige bevaarbare vaarwegen in de Waddenzee: met een lengte over alles tot en met 95 meter en een diepgang tot en met 2,5 meter.

Artikel

17

Vrijstelling van de loodsplicht met PEC A, B, of C

In het zeehavengebied Den Helder-Harlingen-Terschelling heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het besluit, de kapitein of eerste stuurman van een zeeschip, tenzij het een zeeschip met gevaarlijke lading betreft, op:

  • a.

    het traject aanloopgebied Den Helder en Rede- Den Oever: een PEC A met een zeeschip met een lengte over alles van meer dan 75 meter tot en met 95 meter en een diepgang tot en met 2,5 meter;

  • b.

    het traject aanloopgebied Den Helder en Rede- Kornwerderzand: een PEC A met een zeeschip met een lengte over alles van meer dan 75 meter tot en met 95 meter en een diepgang tot en met 4 meter;

  • c.

    het traject Kornwerderzand - haven Harlingen: een PEC A met een zeeschip met een lengte over alles van meer dan 75 meter tot en met 95 meter en een diepgang tot en met 3 meter;

  • d.

    het traject haven Harlingen - aanloopgebied Brandaris:

    • 1°.

      met een PEC A met een zeeschip met een lengte over alles van meer dan 75 meter tot en met 95 meter en een diepgang tot en met 6 meter;

    • 2°.

      met een PEC B met een zeeschip met een lengte over alles van meer dan 95 meter tot en met 115 meter en een diepgang tot en met 6,5 meter;

    • 3°.

      met een PEC C met een zeeschip met een lengte over alles van meer dan 115 meter tot en met 125 meter en een diepgang tot en met 6,5 meter;

  • e.

    het traject Schulpengat - haven Den Helder: een PEC A met een zeeschip met een lengte over alles van meer dan 95 meter tot en met 115 meter en een diepgang tot en met 7 meter met het Nieuwe Diep als bestemming of vertrekpunt en met een lengte over alles tot en met 115 meter en een diepgang tot en met 5 meter voor zeeschepen met bestemming of vertrekpunt tussen Moormanbrug en Koopvaardersschutsluis;

  • f.

    de trajecten via de overige bevaarbare vaarwegen in de Waddenzee: een PEC A met een zeeschip met een lengte over alles van meer dan 75 meter tot en met 95 meter en een diepgang tot en met 2,5 meter.

Artikel

18

Vrijstelling van de loodsplicht met een PEC kleine zeeschepen

Artikel

19

Nadere bepaling opleidingsmodules PEC

In het zeehavengebied Den Helder-Harlingen-Terschelling:

  • a.

    wordt bij module 1 kennis verlangd van het Scheepvaartreglement territoriale zee en het Binnenvaartpolitiereglement;

  • b.

    wordt bij module 2 actieve kennis van de Engelse taal verlangd;

  • c.

    wordt voor de toepassing van module 3 een door de bevoegde autoriteit te bepalen aantal reizen gemaakt doch ten hoogste drie ingaande en drie uitgaande reizen;

  • d.

    worden voor de toepassing van module 5 twee voldoende beoordeelde ingaande en één voldoende beoordeelde uitgaande reis gemaakt.

Artikel

20

Nadere duiding van vrijstellings- en PEC-trajecten

In de artikelen 15 tot en met 18 wordt verstaan onder:

  • a.

    het traject aanloopgebied Den Helder en Rede - Den Oever: de bevaarbare scheepvaartwegen op de Waddenzee vanuit het aanloopgebied Den Helder via het Malzwin, het Visjagersgaatje of de Wierbalg naar Den Oever;

  • b.

    het traject aanloopgebied Den Helder en Rede - Kornwerderzand: de bevaarbare scheepvaartwegen op de Waddenzee vanuit het aanloopgebied Den Helder via de Texelstroom, de Doove Balg en de Boontjes naar Kornwerderzand;

  • c.

    het traject Kornwerderzand - haven Harlingen: de bevaarbare scheepvaartwegen van Kornwerderzand over de Boontjes naar Harlingen, inclusief de Haven van Harlingen;

  • d.

    het traject haven Harlingen - aanloopgebied Brandaris: de haven Harlingen te weten de havens ten westen van de primaire zeewering van Harlingen zijnde de Voorhaven, de Nieuwe Willemshaven, de Vluchthaven, het Dok, de Nieuwe Voorhaven tot de Tjerk Hiddessluizen, de Vissershaven, de Industriehaven en de Nieuwe Industriehaven en de bevaarbare scheepvaartwegen op de Waddenzee via de Vaargeul langs de Pollendam, de Blauwe Slenk en de Vliestroom;

  • e.

    het traject Schulpengat - Rede: de bevaarbare scheepvaartwegen op de Noordzee en Waddenzee van Schulpengat en Molengat naar Marsdiep en Texelstroom en daar gelegen ankerligplaatsen binnen het aanloopgebied Den Helder en Rede zoals beschreven in artikel 13, onderdeel a, tot aan de haven van Den Helder;

  • f.

    het traject Schulpengat - haven Den Helder: de haven van Den Helder te weten de Marinehaven Willemsoord en de Rijkshaven Het Nieuwe Diep tot aan de Koopvaardersschutsluis en de Zeedoksluis en de bevaarbare scheepvaartwegen gelegen in het gebied aanloopgebied Den Helder en Rede zoals beschreven in artikel 13, onderdeel a;

  • g.

    het traject aanloopgebied Brandaris: de bevaarbare scheepvaartwegen op de Waddenzee en Noordzee binnen het gebied Aanloopgebied Brandaris, bedoeld in artikel 13, onderdeel b;

  • h.

    de trajecten via de overige bevaarbare vaarwegen in de Waddenzee: de bevaarbare scheepvaartwegen op de westelijke Waddenzee, bedoeld in artikel 13, onderdeel c.

Artikel

21

Ontheffing voor zeeschepen met beperkte hoeveelheid gevaarlijke lading

§

3

Scheepvaartwegen zeehavenregio Noord Nederland met ad-hoc-loodsplicht

Artikel

22

Aanwijzing scheepvaartwegen met ad-hoc-loodsplicht

Hoofdstuk

3

Zeehavenregio Amsterdam-IJmond

Artikel

23

Nadere aanduiding loodsplichtige scheepvaartwegen

Het zeehavengebied Amsterdam-IJmond omvat de hieronder genoemde loodsplichtige scheepvaartwegen met inbegrip van de daaraan gelegen havens:

  • a.

    aanloop Noordzeekanaal: het gedeelte van de territoriale zee dat ligt binnen het gebied begrensd door het deel van de zeewaarts gerichte boog met een straal van 5 zeemijlen gerekend vanuit het havenlicht op de zuidpier van IJmuiden (52°27’.82 N 004°31’.94 E) vanaf de kust aan de zuidzijde (52°22’.83 N 004°31’.52 E) tot de kust aan de noordzijde (52°32’.20 N 004°35’.86 E);

  • b.

    buitenhaven IJmuiden: het gebied vanaf aanloop Noordzeekanaal begrensd door de havenlichten van IJmuiden tot de sluizen van IJmuiden;

  • c.

    het Noordzeekanaal;

  • d.

    alle zijkanalen van het Noordzeekanaal, met dienverstande;

    • 1°.

      zijkanaal A;

    • 2°.

      zijkanaal C tot de spoorbrug over het Spaarne, inclusief de Industriehaven;

    • 3°.

      zijkanaal D tot de Schermersluis;

    • 4°.

      zijkanaal G tot de Wilhelminasluis;

  • e.

    het IJ tot aan de Oranjesluizen en de Amsterdamsebrug in het Amsterdam-Rijnkanaal, inclusief de voorhaven van het Noordhollandsch kanaal.

Artikel

24

Aanwijzing bevoegde autoriteiten

Bevoegde autoriteit voor de loodsplichtige scheepvaartwegen van het zeehavengebied Amsterdam-IJmond zijn:

  • a.

    voor de onderstaande scheepvaartwegen in beheer bij het Rijk: de directeur van het openbaar lichaam Centraal Nautisch Beheer:

    • 1°.

      het aanloopgebied Noordzeekanaal, zoals omschreven in artikel 23, onderdeel a;

    • 2°.

      de buitenhaven IJmuiden vanaf de koppen van de havenhoofden tot aan het sluizencomplex van IJmuiden, inclusief Hoogovenhaven en Buitenspuikanaal, exclusief Seaport Marina IJmuiden, IJmondhaven, Haringhaven en Vissershaven;

    • het sluizencomplex van IJmuiden, exclusief het gemaal en de Spuisluizen;

    • de binnentoeleidingskanalen voor het sluizencomplex IJmuiden, met uitzondering van de loswallen 2 tot en met 7;

    • 5°.

      de 1e, 2e, 3e Rijksbinnenhaven, het Binnenkanaal tot aan het eerste kunstwerk, alsmede het Binnenspuikanaal tot aan de pijlers van de voormalige baileybrug te IJmuiden;

    • 6°.

      de zijkanalen, van het Noordzeekanaal tot de volgende begrenzing:

      • i.

        zijkanaal A, de vaarwegbegrenzing;

      • ii.

        zijkanaal C, de denkbeeldig doorgetrokken oeverlijn;

      • iii.

        zijkanaal D, de denkbeeldig doorgetrokken oeverlijn;

      • iv.

        zijkanaal E, de denkbeeldig doorgetrokken oeverlijn;

      • v.

        zijkanaal G tot aan de Dr. J.M. den Uyl brug;

      • vi.

        zijkanaal H tot 100 meter achter de denkbeeldig doorgetrokken oeverlijn;

    • het Noordzeekanaal vanaf de sluizen van IJmuiden, inclusief Kruithaven (bij zijkanaal B) en het Afgesloten IJ tot aan de Oranjesluizen bij Schellingwoude en tot aan de ingang van het Amsterdam-Rijn kanaal;

  • b.

    voor de overige scheepvaartwegen in beheer bij het Rijk: de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat.

Artikel

25

Categorale vrijstelling van de loodsplicht

Artikel

26

Vrijstelling van de loodsplicht voor werkschepen

In het zeehavengebied Amsterdam-IJmond heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel f, van het besluit, de kapitein van een werkschepen met een lengte over alles tot en met 150 meter.

Artikel

27

Vrijstelling van de loodsplicht met een PEC B, C of D

Artikel

28

Vrijstelling van de loodsplicht met een PEC-kleine zeeschepen

Artikel

29

Nadere bepaling opleidingsmodules PEC

In het zeehavengebied Amsterdam-IJmond:

  • a.

    wordt bij module 1 kennis verlangd van het Scheepvaartreglement territoriale zee en het Binnenvaartpolitiereglement;

  • b.

    wordt bij module 2 actieve kennis van de Engelse taal verlangd en passieve kennis van de Nederlandse taal;

  • c.

    wordt voor de toepassing van module 3 een door de bevoegde autoriteit te bepalen aantal reizen gemaakt doch ten hoogste drie ingaande en drie uitgaande reizen;

  • d.

    worden voor de toepassing van module 5 twee voldoende beoordeelde ingaande reizen en één voldoende beoordeelde uitgaande reis gemaakt.

Hoofdstuk

4

Zeehavenregio Rotterdam-Rijnmond-Scheveningen

§

1

Zeehavengebied Rotterdam-Rijnmond - Zuid-Holland-achterland

Artikel

30

Nadere aanduiding loodsplichtige scheepvaartwegen

Het zeehavengebied Rotterdam-Rijnmond - Zuid-Holland-achterland omvat de hieronder genoemde loodsplichtige scheepvaartwegen met inbegrip van de daaraan gelegen havens:

  • a.

    het gedeelte van de territoriale zee dat ligt binnen het gebied begrensd door een lijn die loopt van het licht zuiderpier 51°59.14' N; 004°02.49' E, vandaar de kustlijn volgend naar 51°58.11' N; 003°57.86' E, vandaar naar 51°57.10' N; 003°40.05' E, vandaar naar 51°56.88' N; 003°38.86' E, vandaar naar 51°58.92’ N;57' N; 003°38.2940' E, en vandaar de 12 mijlsgrens volgend naar 52°02.08' N; 003°39.21' E; vandaar naar 52°03.79' N; 003°40.65' E, en vandaar naar 52°05.84' N; 003°42.43' E; vandaar naar 52°07.13' N; 003°44.66' E, vandaar naar 52°07.18' N; 003°55.95' E, en vandaar naar 52°07.19' N; 004°00.08' E; vandaar naar 51°59.67' N; 004°02.84' E, en vandaar naar 51°59.14' N; 004°02.49' E (terug bij de zuiderpier);

  • b.

    de Maasmond, de Nieuwe Waterweg, het Breeddiep, het Beerkanaal, het Yangtzekanaal en het Calandkanaal;

  • c.

    het Hartelkanaal;

  • d.

    de Nieuwe Maas, de Koningshaven, het Zuiddiepje;

  • e.

    Het Scheur;

  • f.

    de Noord, de Rietbaan;

  • g.

    de Oude Maas, het Spui en de Beningen;

  • h.

    de Hollandse IJssel tot aan de stuw bij Krimpen aan de IJssel;

  • i.

    de Beneden Merwede tot aan Hardinxveld-Giessendam en het Wantij;

  • j.

    de Dordtsche Kil, de Krabbegeul en het Mallegat;

  • k.

    het Hollandsch Diep ten westen van de Moerdijkbrug inclusief Zuid-Holland Diep;

  • l.

    het Haringvliet en het Vuile Gat;

  • m.

    de Krammer benoorden de Krammersluizen, de Zuid-Vlije en het Volkerak Zoommeer.

Artikel

31

Aanwijzing bevoegde autoriteiten

Bevoegde autoriteiten voor de loodsplichtige scheepvaartwegen van het zeehavengebied Rotterdam-Rijnmond - Zuid-Holland-achterland zijn:

  • a.

    de havenmeester van Rotterdam, werkzaam bij Havenbedrijf Rotterdam N.V., voor zover het betreft de scheepvaartwegen in beheer bij het Rijk benedenstrooms van kilometerraai 991,7 van de Nieuwe Maas en benedenstrooms van kilometerraai 998 van de Oude Maas;

  • b.

    voor de overige scheepvaartwegen in beheer bij het Rijk: de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat; en

  • c.

    voor zover het betreft scheepvaartwegen in beheer bij een ander openbaar lichaam: de persoon die door het bestuur van de gemeente is aangewezen voor de zorg voor een veilige en vlotte afwikkeling van het scheepvaartverkeer.

Artikel

32

Categorale vrijstelling van de loodsplicht

Artikel

33

Vrijstelling van de loodsplicht voor werkschepen

In het zeehavengebied Rotterdam-Rijnmond - Zuid-Holland-achterland heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel f, van het besluit, de kapitein van een werkschip:

  • a.

    met een lengte over alles tot en met 300 meter in de Maasmond, Calandkanaal, Beerkanaal en Yangtzekanaal, met inbegrip van de aan deze scheepvaartwegen gelegen havens;

  • b.

    met een lengte over alles tot en met 200 meter van kilometerraai 1033 Nieuwe Waterweg tot bovenstrooms kilometerraai 991.7 van de Nieuwe Maas en kilometerraai 998 van de Oude Maas, met inbegrip van de hieraan gelegen havens;

  • c.

    in de Oude Maas vanaf kilometerraai 998 met inbegrip van de daaraan gelegen havens: met een lengte over alles tot 135 meter of een diepgang tot 7 meter;

  • d.

    in de Dordtsche Kil of de daarop aansluitende vaarweg naar de havens van het Havenbedrijf Moerdijk, met inbegrip van de daaraan gelegen havens: met een lengte over alles tot 135 meter of een diepgang tot 5,5 meter.

Artikel

34

Vrijstelling van de loodsplicht met een PEC B, C of D

Artikel

35

Afwijkende bepalingen voor enkele PEC-trajecten

Artikel

36

Vrijstelling van de loodsplicht met een PEC kleine zeeschepen

Artikel

37

Vrijstelling van de loodsplicht met een PEC LNG-bunkerschepen

Artikel

38

Nadere bepaling opleidingsmodules PEC

In het zeehavengebied Rotterdam-Rijnmond - Zuid-Holland-achterland:

  • a.

    wordt bij module 1 kennis verlangd van het Scheepvaartreglement territoriale zee en het Binnenvaartpolitiereglement;

  • b.

    wordt bij module 2 actieve kennis van de Engelse taal en passieve kennis van de Nederlandse taal en voor het PEC-traject aanloopgebied Rotterdam - havens Moerdijk, actieve kennis van de Engelse en actieve kennis van de Nederlandse taal verlangd;

  • c.

    wordt voor de toepassing van module 3 een door de bevoegde autoriteit te bepalen aantal reizen gemaakt doch ten hoogste drie ingaande en drie uitgaande reizen;

  • d.

    worden voor de toepassing van module 5 twee voldoende beoordeelde ingaande reizen en één voldoende beoordeelde uitgaande reis gemaakt.

Artikel

39

Aanwijzing scheepvaartwegen met ad-hoc-loodsplicht

§

2

Zeehavengebied Scheveningen

Artikel

40

Nadere aanduiding loodsplichtige scheepvaartwegen

Het zeehavengebied Scheveningen omvat de loodsplichtige scheepvaartwegen die de aanloop naar de haven van Scheveningen vormen, begrensd door een lijn die loopt van 52°06’.18 N 004°15’.93 E, vandaar naar het zuidelijk hoekpunt van het ankergebied Scheveningen (52°07’.37 N 004°19’.9 E), vandaar naar het westelijke hoekpunt van het ankergebied Scheveningen (52°07’.90 N 004°14’.52 E), vandaar naar 52°07’.65 N 004°13’.72 E, vandaar naar 52°07’.15 N 004°12’.72 E, en vandaar naar 52°05’.56 N 004°15’.02 E, met inbegrip van de havens van Scheveningen.

Artikel

41

Aanwijzing bevoegde autoriteit

Bevoegde autoriteit voor de loodsplichtige scheepvaartwegen van het zeehavengebied Scheveningen is de persoon die door het bestuur van de gemeente Den Haag is aangewezen voor de zorg voor een veilige en vlotte afwikkeling van het scheepvaartverkeer in de haven van Scheveningen.

Artikel

42

Categorale vrijstelling van de loodsplicht

Artikel

43

Vrijstelling van de loodsplicht voor werkschepen

In het zeehavengebied Scheveningen heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel f, de kapitein van een werkschip met een lengte over alles tot en met 100 meter.

Artikel

44

Vrijstelling van de loodsplicht met een PEC B

Artikel

45

Vrijstelling van de loodsplicht met een PEC kleine zeeschepen

Artikel

46

Nadere bepaling opleidingsmodules PEC

In het zeehavengebied Scheveningen:

  • a.

    wordt bij module 1 kennis verlangd van het Scheepvaartreglement territoriale zee en het Binnenvaartpolitiereglement;

  • b.

    wordt bij module 2 actieve kennis van de Engelse taal en passieve kennis van de Nederlandse taal verlangd;

  • c.

    wordt voor de toepassing van module 3 een door de bevoegde autoriteit te bepalen aantal reizen gemaakt, doch ten hoogste drie ingaande en drie uitgaande reizen;

  • d.

    worden voor de toepassing van module 5 twee voldoende beoordeelde ingaande reizen en één voldoende beoordeelde uitgaande reis gemaakt.

Artikel

47

Experimenteerbepaling

Hoofdstuk

5

Zeehavenregio Scheldemonden

Artikel

48

Nadere aanduiding loodsplichtige scheepvaartwegen

Het zeehavengebied Scheldemonden omvat de hieronder genoemde loodsplichtige scheepvaartwegen:

  • a.

    het gedeelte van de territoriale zee dat ligt binnen het gebied begrensd door een lijn die loopt over de kerktorens van Aagtekerke en Domburg tot de positie 51°36’.98 N 003°27’.15 E, vandaar naar de vuurtoren West Schouwen (51°42’.53 N 003°41’.49 E) met inbegrip van de hieraan gelegen havens;

  • b.

    de havenbekkens, havens, steigers en aanlegplaatsen die gelegen zijn aan de Westerschelde en aan het Kanaal van Gent naar Terneuzen;

  • c.

    de Oosterschelde, het Keeten, het Mastgat, het Zijpe en de Krammer bezuiden de Krammersluizen met inbegrip van de hieraan gelegen havens;

  • d.

    het Kanaal door Walcheren, met inbegrip van het Verbrede Arnekanaal tot de spoorbrug met inbegrip van de hieraan gelegen havens;

  • e.

    het Kanaal door Zuid-Beveland met inbegrip van de hieraan gelegen havens;

  • f.

    het Veerse Meer met inbegrip van de hieraan gelegen havens.

Artikel

49

Aanwijzing bevoegde autoriteiten

Bevoegde autoriteit voor de loodsplichtige scheepvaartwegen van het zeehavengebied Scheldemonden zijn:

  • a.

    voor scheepvaartwegen in beheer bij het Rijk: de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat;

  • b.

    voor scheepvaartwegen in beheer bij de provincie Zeeland: de persoon die door de provincie Zeeland is aangewezen voor de zorg voor een veilige en vlotte afwikkeling van het scheepvaartverkeer;

  • c.

    voor scheepvaartwegen binnen het beheersgebied van North Sea Ports Netherlands N.V.: de persoon die door het bestuur van de betreffende gemeente is aangewezen voor de zorg voor een veilige en vlotte afwikkeling van het scheepvaartverkeer; en

  • d.

    voor scheepvaartwegen in beheer bij een ander openbaar lichaam: de persoon die door het bestuur van de gemeente waarin de scheepvaartweg is gelegen, is aangewezen voor de zorg voor een veilige en vlotte afwikkeling van het scheepvaartverkeer.

Artikel

50

Categorale vrijstelling van de loodsplicht

Artikel

51

Vrijstelling van de loodsplicht voor werkschepen

In het zeehavengebied Scheldemonden heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel f, van het besluit, de kapitein van een werkschip op de scheepvaartwegen, genoemd in artikel 48, indien zij voldoen aan de voorwaarden voor vrijstelling van de loodsplicht krachtens artikel 9, tweede lid, onderdeel a, van het Scheldereglement.

Artikel

52

Vrijstelling van de loodsplicht met PEC A, B, C of D

Artikel

53

Aanwijzing scheepvaartwegen met ad-hoc-loodsplicht

Hoofdstuk

6

Slotbepalingen

Artikel

54

Kosten verbonden aan de afgifte PEC door de bevoegde autoriteit

Voor de aanvraag van een PEC is de aanvrager een vergoeding verschuldigd van €300,-.

Artikel

58

Inwerkingtreding

Artikel

59

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Loodsplichtregeling 2021.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatcourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga