Besluit van de Minister voor Rechtsbescherming van 10 december 2020 nr. BOACAT2020/067, strekkende tot aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij de Belastingdienst
Gelezen het verzoek van directeur-generaal Belastingdienst van 8 december 2020 en de adviezen van de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag en van de algemeen directeur Midden- en kleinbedrijf;
buitengewoon opsporingsambtenaar: de persoon als bedoeld in artikel 2 van dit besluit;
Artikel
2
De personen, werkzaam in de functie van verbalisant of fraudecoördinator in dienst bij de Belastingdienst, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
3
De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het in het eerste lid genoemde domein.
4
De buitengewoon opsporingsambtenaar bij de Belastingdienst draagt bij de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar bij zich het legitimatiebewijs vastgesteld in de bekendmaking model legitimatiebewijs Belastingdienst (d.d. 11 juni 2014, Staatscourant 2014/15855).
Artikel
4
Op grond van dit besluit kunnen maximaal 200 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd.
Aan de buitengewoon opsporingsambtenaar die slechts belast is met het opmaken van processen-verbaal, waarbij hij geen verklaringen van verdachten of getuigen behoeft op te nemen, wordt ontheffing verleend van het bepaalde in artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar.
De algemeen directeur Midden- en kleinbedrijf brengt jaarlijks, voor 1 april, verslag uit over:
a.
het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam in de in artikel 2 genoemde functie;
b.
de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
c.
de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister voor Rechtsbescherming goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
2
Dit verslag wordt toegezonden aan de in artikel 5 bedoelde toezichthouder en direct toezichthouder en aan het Ministerie van Justitie en Veiligheid, Justis, afdeling V&T, postbus 20300, 2500 EH Den Haag.
Artikel
8
De op naam gestelde akten van beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het in artikel 9 genoemde besluit, worden geacht mede te zijn afgegeven op basis van dit besluit.
Dit artikel brengt geen wijziging in de resterende looptijd van de afgegeven aktes.