Wet van 16 december 2020 tot wijziging van enkele wetten houdende aanpassing van de belastingheffing over sparen en beleggen in de inkomstenbelasting (Wet aanpassing box 3)

Wet aanpassing box 3

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is maatregelen te treffen waarmee het heffingvrije vermogen in de vermogensrendementsheffing wordt verhoogd, het belastingtarief van de vermogensrendementsheffing wordt verhoogd en, om ongewenste effecten te voorkomen naar inkomensafhankelijke regelingen die voor hun vermogenstoets aansluiten bij de rendementsgrondslag, de aangifteplicht voor de inkomstenbelasting wordt verruimd;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze

Artikel

I

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Artikel

II

Wijzigt de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

Artikel

III

Wijzigt de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.

Artikel

IV

Wijzigt de Wet op de zorgtoeslag.

Artikel

V

Wijzigt de Wet op het kindgebonden budget.

Artikel

VI

Wijzigt de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945.

Artikel

VII

Wijzigt de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945.

Artikel

VIII

Wijzigt de Wet op de rechtsbijstand.

Artikel

IX

Wijzigt de Wet bevordering eigenwoningbezit.

Artikel

X

Artikel

XI

Deze wet wordt aangehaald als: Wet aanpassing box 3.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage
Willem-Alexander
De Staatssecretaris van Financiën, J.A. Vijlbrief
De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus