Besluit van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 14 december 2025, nr. 2025-0000042677 tot wijziging van het Besluit CIO-stelsel Rijksdienst 2021 (Besluit CIO-stelsel Rijksdienst 2026)

Besluit CIO-stelsel Rijksdienst 2026

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

§

1

Algemeen

Artikel

1

Definities

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel

2

Reikwijdte

§

2

CIO en CISO

Artikel

3

CIO-functie

Artikel

4

Taken departementale CIO

De minister die belast is met de leiding van een ministerie draagt aan de departementale CIO met betrekking tot het ministerie in elk geval de volgende taken op:

  • a.

    het adviseren van het lijnmanagement en de minister over het beleid ten aanzien van informatievoorziening en digitalisering;

  • b.

    het adviseren van het lijnmanagement en de minister over de implicaties voor informatievoorziening en digitalisering van (voorgenomen) wet- en regelgeving, beleids- en uitvoeringstrajecten en investeringen;

  • c.

    het opstellen, beheren en zorgdragen voor de uitvoering van een meerjarig informatieplan voor het ministerie met een financiële paragraaf;

  • d.

    het richten op en stimuleren van digitale transformatie en technologisch gedreven innovatie binnen het ministerie door het investeren in een cultuur van kennisdeling en door het lerend vermogen op het gebied van digitalisering binnen het ministerie te bevorderen;

  • e.

    het met inachtneming van toepasselijke rijksbrede kaders en ICT-voorzieningen zorgdragen voor de ontwikkeling en coördinatie van informatievoorzieningsbeleid en digitaliseringsbeleid en de ontwikkeling en het beheer van de informatiesystemen van het ministerie;

  • f.

    het toezien op naleving van de kaders gesteld op grond van de artikelen 2 en 6 van het Coördinatiebesluit en het gevraagd en ongevraagd informeren en adviseren van het verantwoordelijk lijnmanagement en de CIO Rijk hierover;

  • g.

    het ontwikkelen en coördineren van integraal portfoliomanagement en levenscyclusmanagement om de samenhang tussen ICT-(door)ontwikkeling en ICT-beheer van het kerndepartement en dienstonderdelen te bewaken;

  • h.

    het gevraagd en ongevraagd adviseren en informeren van de CIO Rijk voor zover dit redelijkerwijs noodzakelijk is voor diens taakuitoefening, bedoeld in artikel 18;

  • i.

    het zorgdragen voor voldoende aandacht binnen het ministerie voor continue beheeractiviteit en verbetering van de ICT-infrastructuur inclusief de benodigde technologische vernieuwing en informatiebeveiliging;

  • j.

    het voeren van een solide informatiehuishouding waarbinnen de informatie duurzaam toegankelijk, vindbaar, juist, volledig en betrouwbaar bewaard wordt;

  • k.

    het uitvoeren van oordelen aangaande de beheersing, haalbaarheid, risico’s en implicaties van alle voorgenomen en in uitvoering zijnde activiteiten met een grote ICT-component, conform de daarvoor geldende rijksbrede kwaliteitsnormen;

  • l.

    het aanmelden van activiteiten bij het Adviescollege ICT-toetsing, als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 2° van de Wet Adviescollege ICT-toetsing;

  • m.

    het uitvoeren van de taken met betrekking tot het (IV)beleidsterrein voor de eigen diensten die vallen onder het eigen ministerie;

  • n.

    het realiseren van interoperabiliteit tussen ministeries op tenminste uitwisselfunctionaliteiten en aansluiting op rijksbrede generieke voorzieningen en dienstverlening.

Artikel

5

Bevoegdheden departementale CIO

Artikel

6

Departementale CISO

Artikel

7

Taken departementale CISO

De minister die belast is met de leiding van een ministerie draagt aan de departementale CISO ten aanzien van digitalisering en informatievoorziening, met betrekking tot het ministerie, de taak op tot:

  • a.

    het ontwikkelen en coördineren van departementaal informatiebeveiligingsbeleid en -kaders en het ondersteunen van de implementatie en naleving hiervan;

  • b.

    het zorgdragen voor het departementale informatiebeveiligingsbeleid als onderdeel van het departementale digitaliserings- en informatievoorzieningsbeleid, bedoeld in artikel 4, onder e;

  • c.

    het ontwikkelen en actueel houden van een departementaal risicobeeld met betrekking tot informatiebeveiliging;

  • d.

    het bijdragen aan het opstellen en beheren van het meerjarig informatieplan voor het ministerie, bedoeld in artikel 4, onder c, met betrekking tot de departementale informatiebeveiliging;

  • e.

    het bijdragen aan het opstellen van het rijksbrede informatiebeveiligingsbeleid, het risicobeeld en het calamiteitenplan, bedoeld in artikel 20, onder a, c en j, en de rijksbrede strategie, bedoeld in artikel 18, onder a, en aan het integrale beveiligingsbeleid, de risicoanalyse en het calamiteitenplan, bedoeld in artikel 4, eerste, derde en zesde lid, van het Besluit BVA-stelsel Rijksdienst 2021, met betrekking tot de departementale informatiebeveiliging;

  • f.

    het gevraagd en ongevraagd adviseren van de departementale CIO, het verantwoordelijk lijnmanagement en CISO’s van dienstonderdelen over de informatiebeveiliging en de risico’s daarvoor van (voorgenomen) wet- en regelgeving, investeringen, beleids- en uitvoeringstrajecten, informatieprocessen en informatiesystemen;

  • g.

    het gevraagd en ongevraagd adviseren en informeren van de CISO Rijk voor zover dit redelijkerwijs noodzakelijk is voor diens taakuitoefening, bedoeld in artikel 20, en van de departementale beveiligingsautoriteit ten behoeve van diens taakuitoefening op grond van het bepaalde in het Besluit BVA-stelsel Rijksdienst 2021;

  • h.

    het monitoren en controleren van het informatiebeveiligingsbewustzijn binnen het ministerie, het adviseren van het kerndepartement en dienstonderdelen hierover en het zorgdragen voor het vergroten van het bewustzijn over informatiebeveiliging binnen het ministerie;

  • i.

    het onderhouden van relaties met de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, het Nationaal Cyber Security Centrum en de Nationale Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid aangaande dreigingen die verband houden met de informatiebeveiliging van het departement;

  • j.

    het ontwikkelen en coördineren van informatiebeveiligingsactiviteiten, -projecten en het zorgdragen voor een projectportfolio voor informatiebeveiliging;

  • k.

    het bijdragen aan CIO-oordelen en kwaliteitstoetsen als bedoeld in artikel 5, tweede lid, met betrekking tot informatiebeveiliging;

  • l.

    het binnen het ministerie coördineren van onderzoeken van de Auditdienst Rijk, Algemene Rekenkamer, Adviescollege ICT-toetsing en eventueel Autoriteit Persoonsgegevens naar het niveau van de naleving van het betreffende beleidsgebied;

  • m.

    het monitoren en signaleren van afwijkingen van artikel 41, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en het informeren hierover van de secretaris-generaal als eigenaar van een zelfstandig bestuursorgaan.

Artikel

8

Bevoegdheden departementale CISO

Artikel

9

Departementale (C)DO, (C)PO en (C)TO

Artikel

10

Taken departementale (Chief) Data Officer

De departementale (C)DO ressorteert onder de departementale CIO. De CIO kan de departementale (C)DO de volgende taken toewijzen:

  • a.

    het ontwikkelen en coördineren van een gegevensstrategie die richting geeft aan het gegevens en algoritmebeleid en integraliteit borgt van het gegevens-, algoritme- en Artificial Intelligence (AI)-beleid;

  • b.

    het zorgdragen voor het opstellen, beheren en monitoren van de uitvoering van het gegevens-, algoritme- en AI-beleid. Dit beleid omvat de volgende classificatie: gegevenstyperingsbeleid, gegevenskwaliteitsbeleid, gegevens- en algoritmegebruiksbeleid en gegevensdelingsbeleid;

  • c.

    het gevraagd en ongevraagd adviseren van de departementale CIO en het verantwoordelijk lijnmanagement in lijn met het verkregen mandaat en (C)DO’s van dienstonderdelen over gegevens-, algoritme- en AI-vraagstukken in onder andere (voorgenomen) wet- en regelgeving, investeringen, beleids- en uitvoeringstrajecten, informatieprocessen en informatiesystemen, CIO-oordelen en kwaliteitstoetsen;

  • d.

    het invullen van de randvoorwaarden voor en het onderkennen van de mogelijkheden van waardecreatie als ook het datagedreven werken. Dat houdt onder andere in het ontwikkelen, stimuleren of coördineren van activiteiten en projecten om dit kunnen te realiseren door onder andere te investeren in gegevenscultuur en vaardigheden die nodig zijn om gegevens effectief te begrijpen, interpreteren en te gebruiken;

  • e.

    het monitoren van de uitvoering van assessments bij de inzet van algoritmes, zoals het Impact Assessment voor Mensenrechten (IAMA) en een AI impactassessment (AIIA) in afstemming of samenwerking met de (C)PO;

  • f.

    het opstellen van het beleid in diens beleidsgebied (te weten de visie, kaders, indicatoren, strategie en governance) voor het ministerie, de inrichting van het stelsel daarvan binnen het departement en het monitoren van de werking binnen de organisatieonderdelen;

  • g.

    het monitoren van de toepassing door de organisatie van de kaders op diens beleidsgebied. Het inrichten van een PDCA-cyclus voor de monitoring van de stand van zaken van de naleving van wet- en regelgeving en beleid bij alle organisatieonderdelen op diens beleidsgebied;

  • h.

    het zoeken van afstemming en samenwerking met de (C)xO’s of specialisten van onder andere de vakgebieden: privacy, gegevens, informatiehuishouding, beveiliging, open source, open standaarden, technologie en duurzame toegankelijkheid en digitale toegankelijkheid;

  • i.

    het adviseren over en monitoren van de naleving van (internationale) wet- en regelgeving op het betreffende beleidsgebied om bij te dragen aan het realiseren van maatschappelijke opgaven;

  • j.

    het coördineren van kennisdeling en bewustwording op het betreffende beleidsgebied met daarbij specifiek oog voor het ethische, handelen in lijn met wet- en regelgeving op het betreffende beleidsgebied en het bijdragen aan het vergroten van het noodzakelijke bewustzijn binnen het ministerie of organisatieonderdeel;

  • k.

    het adviseren van betreffende beleidsgebied-professionals en het management van dienstonderdelen bij disputen en/of conflicterende belangen tussen verschillende dienstonderdelen rondom vraagstukken op het betreffende beleidsgebied;

  • l.

    het monitoren van de juiste afhandeling en juiste registratie in registers van het betreffende beleidsgebied bij incidenten of regulier gebruik waar dat verplicht of gewenst is;

  • m.

    het bijdragen aan het opstellen van rijksbreed beleid in samenwerking met de CIO Rijk;

  • n.

    het gevraagd en ongevraagd adviseren en informeren van de CIO Rijk voor zover dit redelijkerwijs noodzakelijk is;

  • o.

    het binnen het ministerie coördineren van onderzoeken van de Auditdienst Rijk, Algemene Rekenkamer, Adviescollege ICT-toetsing en eventueel Autoriteit Persoonsgegevens naar het niveau van de naleving van het betreffende beleidsgebied;

  • p.

    het op verzoek van de CIO bijdragen aan CIO-oordelen en kwaliteitstoetsen.

Artikel

11

Bevoegdheden departementale (Chief) Data Officer

Artikel

12

Taken departementale (Chief) Privacy Officer

De departementale (C)PO ressorteert onder de departementale CIO. De CIO kan de departementale (C)PO de volgende taken toewijzen:

  • a.

    het vertalen van en het bijdragen aan beleid gerelateerd aan de bescherming van privacy en persoonsgegevens;

  • b.

    het zorgdragen voor het opstellen beheren en monitoren van de uitvoering van het privacy- en persoonsgegevensbeschermingsbeleid;

  • c.

    het gevraagd en ongevraagd adviseren van de departementale CIO en het verantwoordelijk lijnmanagement en (C)PO’s van dienstonderdelen over verwerking van persoonsgegevens in onder andere (voorgenomen) wet- en regelgeving, investeringen, beleids- en uitvoeringstrajecten, informatieprocessen en informatiesystemen, CIO-oordelen en kwaliteitstoetsen voor zover het niet individuele casuïstiek betreft;

  • d.

    het monitoren van de uitvoering van Data Protection Impact Assessments (DPIA’s) en Data Transfer Impact Assessments (DTIA’s) en assessments bij de inzet van algoritmes zoals het Impact Assessment voor Mensenrechten (IAMA) en een AI impactassessment (AIIA) in afstemming of samenwerking met de (C)DO functie;

  • e.

    het opstellen van het beleid in diens beleidsgebied (te weten de visie, kaders, indicatoren, strategie en governance) voor het ministerie, de inrichting van het stelsel daarvan binnen het departement en het monitoren van de werking binnen de organisatieonderdelen;

  • f.

    het monitoren van de toepassing door de organisatie van de kaders op diens beleidsgebied. Het inrichten van een PDCA-cyclus voor de monitoring van de stand van zaken van de naleving van wet- en regelgeving en beleid bij alle organisatieonderdelen op diens beleidsgebied;

  • g.

    het zoeken van afstemming en samenwerking met de (C)xO’s of specialisten van onder andere de vakgebieden: privacy, gegevens, informatiehuishouding, beveiliging, open source, open standaarden, technologie en duurzame toegankelijkheid en digitale toegankelijkheid;

  • h.

    het adviseren over en monitoren van de naleving van (internationale) wet- en regelgeving op het betreffende beleidsgebied om bij te dragen aan het realiseren van maatschappelijke opgaven;

  • i.

    het coördineren van kennisdeling en bewustwording op het betreffende beleidsgebied met daarbij specifiek oog voor het ethische, handelen in lijn met wet- en regelgeving op het betreffende beleidsgebied en het bijdragen aan het vergroten van het noodzakelijke bewustzijn binnen het ministerie of organisatieonderdeel;

  • j.

    het adviseren van betreffende beleidsgebied-professionals en het management van dienstonderdelen bij disputen en/of conflicterende belangen tussen verschillende dienstonderdelen rondom vraagstukken op het betreffende beleidsgebied;

  • k.

    het monitoren van de juiste afhandeling en juiste registratie in registers van het betreffende beleidsgebied bij incidenten of regulier gebruik waar dat verplicht of gewenst is;

  • l.

    het bijdragen aan het opstellen van rijksbreed beleid in samenwerking met de CIO Rijk;

  • m.

    het gevraagd en ongevraagd adviseren en informeren van de CIO Rijk voor zover dit redelijkerwijs noodzakelijk is;

  • n.

    het binnen het ministerie coördineren van onderzoeken van de Auditdienst Rijk, Algemene Rekenkamer, Adviescollege ICT-toetsing en eventueel Autoriteit Persoonsgegevens naar het niveau van de naleving van het betreffende beleidsgebied;

  • o.

    het op verzoek van de CIO bijdragen aan CIO-oordelen en kwaliteitstoetsen.

Artikel

13

Bevoegdheden departementale (Chief) Privacy Officer

Artikel

14

Taken departementale (Chief) Technology Officer

De departementale (C)TO ressorteert onder de departementale CIO. De CIO kan de departementale (C)TO de volgende taken toewijzen:

  • a.

    het adviseren van de departementale CIO en op verzoek van de CIO het lijnmanagement over het gevoerde technologie- en innovatiebeleid;

  • b.

    het gevraagd en ongevraagd adviseren van de departementale CIO en het verantwoordelijk lijnmanagement en (C)TO’s van dienstonderdelen over de technologische innovatie, investeringen, beleids- en uitvoeringstrajecten, informatieprocessen en informatiesystemen, CIO-oordelen en kwaliteitstoetsen voor zover het niet individuele casuïstiek betreft;

  • c.

    het mede-ontwikkelen en mede-uitvoeren van de departementale strategie samen met de departementale CIO, CISO, (C)DO en (C)PO, met de nadruk op bedrijfscontinuïteit en lifecyclemanagement;

  • d.

    het mede ontwikkelen en uitvoeren van meerjarenplannen en een digitale visie voor het IT-landschap van de organisatie en het bijdragen op de totstandkoming van de IV-portfolio;

  • e.

    het onderhouden van strategische relaties met ICT-leveranciers in de markt en relevante marktpartijen en diensten aangaande het IV-beleid van het departement;

  • f.

    het bijdragen aan de technologische kennis en vaardigheden door technologische kennisuitwisseling in het departement te faciliteren;

  • g.

    het periodiek informeren en rapporteren aan de departementale CIO over het gevoerde technologie- en innovatiebeleid;

  • h.

    het opstellen van het beleid in diens beleidsgebied (te weten de visie, kaders, indicatoren, strategie en governance) voor het ministerie, de inrichting van het stelsel daarvan binnen het departement en het monitoren van de werking binnen de organisatieonderdelen;

  • i.

    het monitoren van de toepassing door de organisatie van de kaders op diens beleidsgebied. Het inrichten van een PDCA-cyclus voor de monitoring van de stand van zaken van de naleving van wet- en regelgeving en beleid bij alle organisatieonderdelen op diens beleidsgebied;

  • j.

    het zoeken van afstemming en samenwerking met de (C)xO’s of specialisten van onder andere de vakgebieden: privacy, gegevens, informatiehuishouding, beveiliging, open source, open standaarden, technologie en duurzame toegankelijkheid en digitale toegankelijkheid;

  • k.

    het adviseren over en monitoren van de naleving van (internationale) wet- en regelgeving op het betreffende beleidsgebied om bij te dragen aan het realiseren van maatschappelijke opgaven;

  • l.

    het coördineren van kennisdeling en bewustwording op het betreffende beleidsgebied met daarbij specifiek oog voor het ethische, handelen in lijn met wet- en regelgeving op het betreffende beleidsgebied en het bijdragen aan het vergroten van het noodzakelijke bewustzijn binnen het ministerie of organisatieonderdeel;

  • m.

    het adviseren van betreffende beleidsgebied-professionals en het management van dienstonderdelen bij disputen en/of conflicterende belangen tussen verschillende dienstonderdelen rondom vraagstukken op het betreffende beleidsgebied;

  • n.

    het monitoren van de juiste afhandeling en juiste registratie in registers van het betreffende beleidsgebied bij incidenten of regulier gebruik waar dat verplicht of gewenst is;

  • o.

    het bijdragen aan het opstellen van rijksbreed beleid in samenwerking met de CIO Rijk;

  • p.

    het gevraagd en ongevraagd adviseren en informeren van de CIO Rijk voor zover dit redelijkerwijs noodzakelijk is;

  • q.

    het binnen het ministerie coördineren van onderzoeken van de Auditdienst Rijk, Algemene Rekenkamer, Adviescollege ICT-toetsing en eventueel Autoriteit Persoonsgegevens naar het niveau van de naleving van het betreffende beleidsgebied;

  • r.

    het op verzoek van de CIO bijdragen aan CIO-oordelen en kwaliteitstoetsen.

Artikel

15

Bevoegdheden departementale (Chief) Technology Officer

Artikel

16

Departementaal CIO-stelsel

§

3

CIO Rijk en CISO Rijk

Artikel

17

CIO Rijk en CISO Rijk

Artikel

18

Taken CIO Rijk

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties draagt aan de CIO Rijk met betrekking tot de rijksdienst de taak op tot:

  • a.

    richten op en stimuleren van digitale transformatie en technologisch gedreven innovatie, door het investeren in een cultuur van kennisdeling en door het lerend vermogen op het gebied van digitalisering te bevorderen;

  • b.

    het adviseren van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het lijnmanagement van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de gevolgen voor het rijksbrede digitaliserings- en informatievoorzieningsbeleid, de rijksbrede informatieprocessen en informatiesystemen van onder andere (voorgenomen) wet- en regelgeving, beleid, uitvoeringstrajecten en investeringen voor zover deze betrekking hebben op de rijksdienst;

  • c.

    het coördineren van het CIO-stelsel binnen de Rijksdienst;

  • d.

    het ontwikkelen, coördineren en monitoren van de implementatie van het rijksbrede digitaliserings- en informatievoorzieningsbeleid;

  • e.

    het ontwikkelen en beheren van kaders zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid, en 6, tweede lid, van het Coördinatiebesluit, met betrekking tot informatiesystemen van de ministeries;

  • f.

    het beoordelen van op grond van de in artikel 6, eerste lid, van het Coördinatiebesluit ontvangen informatie voor eventuele aanscherping van de kaders, bedoeld in onderdeel e, en ter bevordering van het lerend vermogen op het gebied van digitalisering binnen de rijksdienst;

  • g.

    het voorbereiden van de jaarrapportage over de digitalisering, informatievoorziening en informatiesystemen binnen de rijksdienst;

  • h.

    het toezien op de naleving van de op grond van artikelen 2, eerste lid, en 6, tweede lid, van het Coördinatiebesluit gestelde kaders over de informatiesystemen van de ministeries en de wijze waarop de gegevens over de informatiesystemen worden verstrekt; en

  • i.

    het toezien op de kwaliteitsaspecten van de informatieplannen, bedoeld in artikel 4, onder c, aan vastgestelde kwaliteitsnormen en het rapporteren hierover aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • j.

    het jaarlijks voeren van individuele departementale gesprekken met de departementale CIO’s en de leden van het CIO-beraad. Door de CIO Rijk wordt hiervan een verslag en actielijst opgesteld, deze wordt gedeeld met de departementale CIO en het lid van het CIO-beraad;

  • k.

    het ontwikkelen van een meerjarige strategie op het gebied van digitalisering en informatievoorziening en het coördineren en monitoren van de uitvoering daarvan en over de voortgang verslag uitbrengen aan het CIO-beraad;

  • l.

    het coördineren van en toezien op interoperabiliteit tussen ministeries op tenminste uitwissel functionaliteiten en aansluiting op rijksbrede generieke voorzieningen en dienstverlening.

Artikel

19

Bevoegdheden CIO Rijk

Artikel

20

Taken CISO Rijk

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties draagt aan de CISO Rijk ten aanzien van digitalisering en informatievoorziening met betrekking tot de rijksdienst de taak op tot:

  • a.

    het ontwikkelen, coördineren en monitoren van de implementatie en naleving van rijksbreed informatiebeveiligingsbeleid en -kaders en de wijze waarop de gegevens over de informatiebeveiliging van informatiesystemen door de ministeries worden verstrekt;

  • b.

    het zorg dragen voor het rijksbrede informatiebeveiligingsbeleid als onderdeel van het rijksbrede digitaliserings- en informatievoorzieningsbeleid, bedoeld in artikel 18, onder d;

  • c.

    Het ontwikkelen en coördineren van het onderdeel informatiebeveiliging in de meerjarige strategie, bedoeld in artikel 18, onderdeel d;

  • d.

    het adviseren van de CIO Rijk en het lijnmanagement van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de informatiebeveiliging en de risico’s daarvoor van (voorgenomen) wet- en regelgeving, investeringen, beleid, uitvoeringstrajecten, informatieprocessen en informatiesystemen voor zover deze betrekking hebben op de rijksdienst;

  • e.

    het gevraagd en ongevraagd uitbrengen van rijksbrede adviezen en verstrekken van informatie, inzake informatiebeveiliging en het risicomanagement daarvan;

  • f.

    het gevraagd en ongevraagd adviseren en informeren van de beveiligingsautoriteit Rijk ten behoeve van diens taakuitoefening op grond van het bepaalde in het Besluit BVA-stelsel Rijksdienst 2021;

  • g.

    het monitoren en controleren van het informatiebeveiligingsbewustzijn binnen de rijksdienst en het zorgdragen voor het vergroten van het bewustzijn over informatiebeveiliging binnen de rijksdienst;

  • h.

    het onderhouden van relaties met de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, het Nationaal Cyber Security Centrum en de Nationale Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid aangaande dreigingen die verband houden met de informatiebeveiliging van de rijksdienst;

  • i.

    het in samenwerking met de CISO’s en beveiligingsautoriteit Rijk opstellen en actueel houden van het rijksbrede risicobeeld en calamiteitenplan met betrekking tot informatiebeveiliging;

  • j.

    het coördineren van de aanpak van rijksbrede informatiebeveiligingsincidenten en -calamiteiten.

Artikel

21

Bevoegdheden CISO Rijk

§

4

CIO-beraad en Rijks ICT-dashboard

Artikel

22

CIO-beraad

Artikel

23

Rijks ICT-dashboard

§

5

Slotbepalingen

Artikel

24

Uitzonderingen

In overleg met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan op onderdelen worden afgeweken van het bepaalde in dit besluit, wanneer dit de effectiviteit van de met dit besluit beoogde doelen ten goede komt.

Artikel

25

Evaluatie

Dit besluit wordt drie jaar na inwerkingtreding geëvalueerd en vervolgens elke drie jaar.

Artikel

26

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

Artikel

27

Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit CIO-stelsel Rijksdienst 2026.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, E. van Marum