Artikel
1
(begripsbepalingen)
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
dierentuin: een inrichting die een vergunning als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van het Besluit houders van dieren heeft voor onbepaalde tijd en waar de bezoekers van die inrichting in een deel van de referentieperiode een toegangsprijs betaalden om de tentoongestelde dieren te kunnen zien;
-
EBIT: winst voor rente en belastingen;
-
minister: minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
-
netto oppervlakte: oppervlakte van de dierentuin in vierkante meters, exclusief de oppervlakte van parkeerplaatsen en van de op het terrein van de dierentuin aanwezige vakantieverblijven;
-
omzet: opbrengsten als tegenprestatie voor de levering van producten of diensten door de dierentuin;
-
parkkosten: kosten voor noodzakelijk dagelijks onderhoud aan dierverblijven, kosten om dierenverblijven in te richten en om bezoekers, personeel en dieren veilig te houden;
-
percentage omzetverlies subsidiabele periode: percentage omzetverlies berekend overeenkomstig artikel 3, tweede lid;
-
personeelskosten: salarislasten, sociale lasten, pensioenpremies en de kosten van ingehuurd personeel;
-
referentieperiode 1: de periodes van 1 januari tot en met 18 mei 2019, 9 november tot en met 18 november 2019, en van 15 tot en met 31 december 2019;
-
referentieperiode 2: periode van 19 mei 2019 tot en met 4 juni 2019;
-
subsidiabele periode 1: periodes van 9 november 2020 tot en met 18 november 2020 en van 15 december 2020 tot en met 18 mei 2021;
-
subsidiabele periode 2: periode van 19 mei 2021 tot en met 4 juni 2021.