Artikel
1
(begripsomschrijvingen)
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
dierentuin: een inrichting die een vergunning als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van het Besluit houders van dieren heeft voor onbepaalde tijd en waar de bezoekers van die inrichting in een deel van de subsidiabele periode een toegangsprijs betalen om de tentoongestelde dieren te kunnen zien;
-
EBIT: winst voor rente en belastingen;
-
minister: minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
-
netto oppervlakte: oppervlakte van de dierentuin in vierkante meters, exclusief de oppervlakte van parkeerplaatsen en van de op het terrein van de dierentuin aanwezige vakantieverblijven;
-
omzet: opbrengsten als tegenprestatie voor de levering van producten of diensten door de dierentuin;
-
parkkosten: kosten die nodig zijn om dierenverblijven te onderhouden en in te richten en om bezoekers, personeel en dieren veilig te houden;
-
percentage omzetverlies subsidiabele periode 1: percentage omzetverlies berekend overeenkomstig artikel 3, tweede lid, onderdeel a;
-
percentage omzetverlies subsidiabele periode 2: percentage omzetverlies berekend overeenkomstig artikel 3, tweede lid, onderdeel b;
-
personeelskosten: salarislasten, sociale lasten, pensioenpremies en de kosten van ingehuurd personeel;
-
referentieperiode 1: periode van 18 maart 2019 tot en met 14 mei 2019;
-
referentieperiode 2: periode van 15 mei 2019 tot en met 30 september 2019;
-
subsidiabele periode 1: periode van 18 maart 2020 tot en met 14 mei 2020;
-
subsidiabele periode 2: periode van 15 mei 2020 tot en met 30 september 2020.