Wet van 20 januari 2021 tot uitvoering van Verordening (EU) 2017/352 van het Europees Parlement en de Raad van 15 februari 2017 tot vaststelling van een kader voor het verrichten van havendiensten en gemeenschappelijke regels inzake de financiële transparantie van havens (PbEU 2017, L 57) (Uitvoeringswet EU-zeehavenverordening)

Uitvoeringswet EU-zeehavenverordening

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is dat Verordening (EU) 2017/352 wordt uitgevoerd en geïmplementeerd;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

1

Algemene bepalingen

Artikel

2

Toepassingsbereik

Artikel

3

Bekendmaking informatie selectieprocedure van havendiensten

Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld inzake:

  • a.

    de bekendmaking van minimumeisen en het in kennis stellen van wijzigingen in de criteria en de procedure, bedoeld in artikel 4, zesde lid, van de EU-zeehavenverordening;

  • b.

    de beperking van het aantal aanbieders van een havendienst door een havenbeheerder of bevoegde instantie met betrekking tot de informatie, selectieprocedure of wijze van bekendmaking als bedoeld in artikel 6, vierde lid, van de EU-zeehavenverordening.

Artikel

4

Heffingen op het gebruik van haveninfrastructuur

De havenbeheerder of in voorkomend geval de bevoegde instantie legt overeenkomstig artikel 13 van de EU-zeehavenverordening een heffing op voor het gebruik van haveninfrastructuur.

Artikel

5

Raadpleging havengebruikers en andere belanghebbenden

Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de raadpleging van havengebruikers en andere belanghebbenden als bedoeld in artikel 15 van de EU-zeehavenverordening door de havenbeheerder of in voorkomend geval de bevoegde instantie.

Artikel

6

Indienen van klachten

Artikel

7

Behandeling van klachten

Artikel

8

Toezicht

De Autoriteit Consument en Markt is belast met het toezicht op de naleving van de EU-zeehavenverordening, met uitzondering van de artikelen 9 en 14 van de EU-zeehavenverordening, en hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald.

Artikel

9

Sanctionering

Artikel

10

Kosten verbonden aan de taken van de Autoriteit Consument en Markt

In afwijking van artikel 6a van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt worden de kosten van de Autoriteit Consument en Markt die samenhangen met de uitvoering van de taken op grond van de EU-zeehavenverordening of deze wet, niet ten laste gebracht van marktorganisaties.

Artikel

13

Inwerkingtreding

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel

14

Citeertitel

Deze wet wordt aangehaald als: Uitvoeringswet EU-zeehavenverordening.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage
Willem-Alexander
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga
De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus