Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 19 april 2021, nr. WJZ/ 21105834, houdende regels voor het verstrekken van eenmalige specifieke uitkeringen in verband met de uitvoering van het Uitvoeringsprogramma Natuur (Regeling specifieke uitkering Programma Natuur)

Regeling specifieke uitkering Programma Natuur

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Besluit:

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • apparaatskosten: kosten van provincies en partners, die samenhangen met de regievoering van voorbereiding en uitvoering van het Provinciaal Uitvoeringsprogramma. Deze kosten zijn additioneel aan de reguliere loonkosten en materiële kosten van het eigen provinciale apparaat en worden specifiek voor de uitvoering van het Provinciaal Uitvoeringsprogramma gemaakt;

  • categorieën maatregelen: categorieën van gebiedsgerichte maatregelen die zijn opgenomen in het Uitvoeringsprogramma Natuur, inhoudende:

    • a.

      verbetering van de kwaliteit van natuurgebieden (inclusief vitalisering bos);

    • b.

      hydrologische verbetering;

    • c.

      versnelling van verwerving en optimalisering van de inrichting van natuurgebieden;

    • d.

      maatregelen in de overgangszones, inclusief verbinding tussen gebieden;

    • e.

      overige kwaliteitsmaatregelen bovenop het Natuurpact (zoals recreatieve zonering of extra inzet op invasieve exoten);

  • minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

  • Natuurpact: het door het Rijk en de provincies ondertekend document Natuurpact ontwikkeling en beheer van de natuur in Nederland van 18 september 2013, waarin de ambities met betrekking tot ontwikkeling en beheer van natuur in Nederland zijn vastgelegd voor de periode tot en met 2027 (Kamerstukken II 2013/14, 33 576, nr. 6);

  • partners: organisaties die in opdracht van de provincie kosten maken voor het uitvoeren van de uitvoeringsactiviteiten;

  • Provinciaal Uitvoeringsprogramma: programma per provincie, waarin staat aangegeven hoe gebiedsgericht invulling wordt gegeven aan het realiseren van de condities, die nodig zijn voor een landelijk gunstige staat van instandhouding op de locaties, waar bij aanvang van het programma sprake is van een te hoge stikstofdepositie voor stikstofgevoelige soorten en habitats;

  • provincie: provincie die uitvoering geeft aan het Provinciaal Uitvoeringsprogramma;

  • Uitvoeringsprogramma Natuur: programma dat zich richt op natuurherstel in de overbelaste stikstofgevoelige leefgebieden, zoals beschreven in de brief van 8 december 2020 (Kamerstukken II, 2020, 33 576, nr. 216);

  • uitvoeringsactiviteiten: activiteiten van provincies en partners in het kader van het doel, de aanpak of de beoogde resultaten, bedoeld in een Provinciaal Uitvoeringsprogramma, ten behoeve van gebiedsgerichte maatregelen en boscompensatie, alsmede werkzaamheden in het kader van onderzoek en analyse, administratie en toezicht op die activiteiten.

Artikel

2

Specifieke uitkering

Artikel

3

Hoogte van de uitkering

De specifieke uitkering bedraagt ten hoogste het bedrag, inclusief de BTW, opgenomen in de bijlage bij deze regeling.

Artikel

4

Aanvraag tot verlening

Artikel

5

Beslistermijn

De minister verleent de specifieke uitkering binnen zes weken na ontvangst van de aanvraag.

Artikel

6

Verplichtingen

Artikel

7

Voorschot

De minister kan bij de verlening ambtshalve of op aanvraag besluiten tot het verstrekken van een of meerdere voorschotten voor de specifieke uitkering.

Artikel

8

Verantwoording en terugvordering

Artikel

9

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

10

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering Programma Natuur.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten

Bijlage

behorende bij artikel 3

Maximale Rijksbijdrage per provincie voor gebiedsgerichte maatregelen

Groningen

€ 3.005.002

€ 3.936.933

€ 4.450.446

Fryslân

€ 11.861.850

€ 15.540.525

€ 17.567.550

Drenthe

€ 18.504.486

€ 24.243.219

€ 27.405.378

Overijssel

€ 18.504.486

€ 24.243.219

€ 27.405.378

Gelderland

€ 40.804.764

€ 53.459.406

€ 60.432.372

Flevoland

€ 2.530.528

€ 3.315.312

€ 3.747.744

Utrecht

€ 4.428.424

€ 5.801.796

€ 6.558.552

Noord-Holland

€ 11.071.060

€ 14.504.490

€ 16.396.380

Zuid-Holland

€ 7.433.426

€ 9.738.729

€ 11.008.998

Zeeland

€ 5.219.214

€ 6.837.831

€ 7.729.722

Noord-Brabant

€ 18.504.486

€ 24.243.219

€ 27.405.378

Limburg

€ 16.290.274

€ 21.342.321

€ 24.126.102

TOTAAL

€ 158.158.000

€ 207.207.000

€ 234.234.000

Maximale Rijksbijdrage per provincie voor boscompensatie

Groningen

€ 0

€ 0

€ 0

Fryslân

€ 0

€ 0

€ 0

Drenthe

€ 575.391

€ 575.391

€ 1.208.321

Overijssel

€ 4.131.012

€ 4.131.012

€ 8.675.126

Gelderland

€ 1.794.040

€ 1.794.040

€ 3.767.483

Flevoland

€ 0

€ 0

€ 0

Utrecht

€ 153.438

€ 153.438

€ 322.219

Noord-Holland

€ 457.362

€ 457.362

€ 960.460

Zuid-Holland

€ 41.310

€ 41.310

€ 86.751

Zeeland

€ 11.803

€ 11.803

€ 24.786

Noord-Brabant

€ 2.393.036

€ 2.393.036

€ 5.025.376

Limburg

€ 442.609

€ 442.609

€ 929.478

TOTAAL

€ 10.000.000

€ 10.000.000

€ 21.000.000