Tijdelijke regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 16 juni 2021, nr. WJZ/ 21154365, houdende regels betreffende subsidie voor evenementen bij een evenementenverbod in verband met COVID-19 (Tijdelijke regeling subsidie evenementen COVID-19)

Tijdelijke regeling subsidie evenementen COVID-19

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • evenement: professioneel en projectmatig georganiseerde, één- of meerdaagse fysieke en voor het publiek toegankelijke gebeurtenis bijgewoond door een verzameling personen, waarbij sprake is van toegang tegen betaling en die plaatsvindt binnen een periode van 15 dagen, op een andere plaats dan:

    • a.

      in een woning of op een daarbij behorend erf;

    • b.

      in een gebouw of op een plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Grondwet; of

    • c.

      in een gebouw dat bestemd is voor de presentatie van podiumkunsten op basis van reguliere podiumprogrammering;

  • Kaderbesluit: Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies;

  • minister: Minister van Economische Zaken en Klimaat;

  • organisator: ondernemer die verantwoordelijk is voor het organiseren van een evenement en het financiële risico daarvan draagt;

  • evenementenverbod: bij ministeriële regeling op grond van artikel 58i van de Wet publieke gezondheid vastgesteld verbod tot het organiseren van evenementen;

  • pandemiedekking: dekking voor schade als gevolg van annulering door:

    • a.

      een pandemie; of

    • b.

      overmacht in algemene zin, waarbij epidemieën of pandemieën niet expliciet zijn uitgesloten.

  • projectkosten: in redelijkheid daadwerkelijk gemaakte kosten en aangegane betalingsverplichtingen die verbonden zijn aan het organiseren van het evenement, inclusief kosten voor het opstellen van een controleverklaring of verklaring van een deskundige derde als bedoeld in artikel 10, vierde respectievelijk vijfde lid, en exclusief vaste lasten van de organisator en licentiekosten;

  • vaste lasten:

    • a.

      afschrijvingen op vaste activa; en

    • b.

      overige vaste bedrijfskosten, niet zijnde

      • 1°.

        kosten bestaande uit lonen van werknemers, inclusief direct loon en bijzondere beloningen; en

      • 2°.

        ten laste van de werkgever komende sociale premies.

Artikel

2

Reikwijdte

Artikel

3

Subsidieverstrekking

Artikel

4

Aanvraag tot subsidieverlening

Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend in de periode van het tijdstip waarop deze regeling in werking treedt tot en met 30 september 2021, met dien verstande dat:

  • a.

    een aanvraag ten behoeve van een evenement dat voor 1 oktober 2021 zou moeten plaatsvinden uiterlijk op 30 juni 2021 wordt ingediend; en

  • b.

    een aanvraag voor subsidie ten behoeve van een evenement dat na 30 september 2021 zou moeten plaatsvinden wordt ingediend ten minste 3 maanden voor de geplande datum van het evenement.

Artikel

5

Hoogte subsidie

Artikel

6

Subsidiabele kosten

Artikel

7

Verdeling subsidieplafond

Artikel

8

Afwijzingsgronden

Artikel

9

Subsidievoorwaarden

De subsidie wordt verleend onder de opschortende voorwaarden dat:

  • a.

    indien voor het evenement een evenementenvergunning is vereist: die vergunning voorafgaand aan het tijdstip van vaststelling van het evenementenverbod als gevolg waarvan het evenement moet worden geannuleerd, is verleend of uiterlijk op dat tijdstip door het voor de vergunningverlening bevoegde gezag schriftelijk het voornemen tot verlening van die vergunning is bevestigd;

  • b.

    indien sprake is van een terugbetalingsverplichting en de subsidieontvanger onderdeel uitmaakt van een groep, maar niet de hoogste in Nederland gevestigde onderneming binnen die groep is:

    • 1°.

      bij de aanvraag tot subsidievaststelling een borgstellingsovereenkomst, overeenkomstig een door de minister beschikbaar gesteld middel, wordt overgelegd waarin de hoogste in Nederland gevestigde onderneming binnen de groep zich borg stelt voor het door de subsidieontvanger terug te betalen bedrag; of

    • 2°.

      bij de aanvraag tot subsidievaststelling een verklaring als bedoeld in artikel 403, eerste lid, onderdeel f, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek wordt overgelegd die tenminste dezelfde mate van zekerheid ten aanzien van de terugbetalingsverplichting biedt als de borgstelling, bedoeld in subonderdeel 1°.

Artikel

10

Verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel

11

Informatieverplichtingen

Artikel

12

Voorschotten

Artikel

13

Aanvraag tot subsidievaststelling

Artikel

14

Staatssteun

Artikel

15

Inwerkingtreding

Artikel

16

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling subsidie evenementen COVID-19.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, M.C.G. Keijzer

Bijlage

1

behorende bij artikel 10, vierde lid, van de Tijdelijke regeling subsidie evenementen COVID-19

Controleprotocol

1

Uitgangspunten

1.1

Doelstelling

Dit protocol heeft als doel het geven van aanwijzingen over de reikwijdte en de diepgang van de controle aan de accountant, belast met de controle van de door de subsidieontvanger bij het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) in te dienen financieel verslag opgenomen in de aanvraag om subsidievaststelling. Financiële afrekening door EZK of LNV vindt plaats op basis van het in de aanvraag tot subsidievaststelling opgenomen financieel verslag als bedoeld in artikel 50 van het Kaderbesluit nationale EZK en LNV-subsidies, voorzien van een controleverklaring van de accountant.

1.2

Definities

  • Accountant: een registeraccountant of Accountant-Administratieconsulent als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek aan wie de subsidieontvanger de opdracht heeft toegekend de aanvraag tot subsidievaststelling te controleren;

  • Subsidieontvanger: een natuurlijke of rechtspersoon of diens gemachtigde aan wie namens de Minister van EZK een subsidie is verstrekt;

  • Controleverklaring: een schriftelijke verklaring van de accountant inhoudende een oordeel over de juistheid, de volledigheid en de financiële rechtmatigheid van een aanvraag tot subsidievaststelling.

1.3

Wet- en regelgeving

Voor de controle van het financieel verslag is de volgende wet- en regelgeving van toepassing:

  • de voorwaarden en verplichtingen die in (de bijlagen bij) de beschikking tot subsidieverlening (of wijzigingen daarin) tot toetsingskader voor de accountant worden benoemd, voor zover dit de door hem te controleren financiële rechtmatigheid van het verslag betreft;

  • indien de subsidieontvanger een aanbestedende dienst is volgens artikel 1.1 van de Aanbestedingswet 2012: de Aanbestedingswet 2012, het Aanbestedingsbesluit en de Gids Proportionaliteit.

Bij de uitvoering van de controle stelt de accountant vast dat:

  • a.

    in het financieel verslag:

    • 1°.

      geen kosten als subsidiabel zijn opgenomen die niet voor subsidie in aanmerking komen op grond van het toetsingskader in de beschikking tot subsidieverlening;

    • 2°.

      uitsluitend kosten als subsidiabel zijn opgenomen die zijn gemaakt binnen de subsidiabele periode en voor rekening komen van de subsidieontvanger;

  • b.

    de subsidieontvanger opgave doet van alle opbrengsten, waaronder subsidies, waarmee de activiteit waarop de subsidie betrekking heeft, mede is gefinancierd;

  • c.

    kosten en opbrengsten aantoonbaar zijn gemaakt in het kader van de organisatie van het evenement in overeenstemming met de begroting waarop de beschikking tot subsidieverlening betrekking heeft.

2

Controleaanpak

2.1

Eisen voor de controleaanpak

De controle moet voldoen aan de controlestandaarden die onderdeel zijn van de nadere voorschriften Controle- en overige standaarden (NV COS), die door de Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) zijn vastgesteld.

Voor de controle van aanbestedende diensten geldt dat bij aanbestedingen boven de Europese drempelbedragen voor de financiële rechtmatigheid van de in het financieel verlag opgenomen kosten de in dit protocol opgenomen goedkeuringstoleranties worden gehanteerd.

2.2

Materialiteit: goedkeuringstoleranties en gewenste zekerheid

Bij zijn oordeelsvorming over de naleving van de subsidievoorwaarden streeft de accountant naar een redelijke mate van zekerheid. Indien dit begrip voor het gebruik van statistische technieken gekwantificeerd moet worden, wordt een betrouwbaarheid van 95 procent gehanteerd.

Een controleverklaring met een goedkeurende strekking impliceert dat, gegeven eerder genoemde betrouwbaarheid, de maximale afwijking niet groter is dan één procent en de maximale onzekerheid niet groter is dan drie procent van het totaalbedrag aan subsidiabele kosten dat in het financieel verslag wordt verantwoord. De hierna vermelde goedkeuringstoleranties zijn in dit kader van toepassing.

Afwijkingen in het financieel verslag (fouten)

< 1%

≥ 1% en < 3%

N.v.t.

≥ 3%

Het niet in staat zijn om voldoende en geschikte controle-informatie te verkrijgen (onzekerheden in de controle)

< 3%

≥ 3% en < 10%

≥ 10%

N.v.t.

Voor de financiële rechtmatigheid worden alle geconstateerde fouten die van invloed zijn op de hoogte van de vaststelling van subsidie, voor zover mogelijk door de subsidieontvanger gecorrigeerd. Hierbij is het niet van belang of de tolerantiegrenzen worden overschreden.

Indien de accountant zowel fouten in de verantwoordingsinformatie als onzekerheden in de controle aantreft, dan weegt hij deze bij zijn oordeelsvorming altijd in onderlinge samenhang.

3

Verslaglegging

De accountant legt de uitkomsten van de controle vast in een controleverklaring. Hiervoor wordt de meest actuele NBA-voorbeeldtekst in de Handleiding Regelgeving Accountancy, deel 3, sectie II, hoofdstuk 10.3: ‘Controleverklaring bij een subsidiedeclaratie in de (semi)publieke sector’ als basis gehanteerd. In de verklaring dient te staan dat de accountant dit accountantsprotocol heeft gevolgd.

4

Reviewbeleid

De Auditdienst Rijk (ADR) kan een review uitvoeren op de uitgevoerde accountantscontrole op deze subsidie. De accountant, die de subsidiecontrole heeft uitgevoerd, verstrekt de ADR desgevraagd alle inlichtingen en bescheiden.1Krachtens artikel 6.3 van de Comptabiliteitswet 2016 hebben EZK en LNV bij rechtspersonen, commanditaire vennootschappen, vennootschappen onder firma en natuurlijke personen die een beroep of bedrijf uitoefenen aan wie door de Staat of een derde voor rekening of risico van de Staat rechtstreeks of middellijk een subsidie, een lening of garantie wordt verstrekt het recht kennis te nemen van (interne) jaarrekeningen, jaarverslagen en daaraan toegevoegde overige gegevens, verantwoordingen, gegevens en documenten nodig voor vaststelling van subsidies, leningen en garanties en verslagen van onderzoeken van accountants hiernaar en naar aanleiding hiervan nadere inlichtingen in te winnen en zijn EZK en LNV bevoegd inzage te vorderen in de controledossiers van de accountant die de betreffende bescheiden heeft gecontroleerd om te bepalen of bij de vaststelling kan worden gesteund op de door deze accountant uitgevoerde controle. Met betrekking tot het verlenen van inzage in het controledossier kan de accountant zich niet beroepen op de omstandigheid dat hij op grond van andere bij of krachtens de wet opgelegde verplichtingen tot geheimhouding is verplicht van in dit dossier opgenomen vertrouwelijke gegevens. EZK en LNV zijn bevoegd van stukken inzake de betreffende controle uit de controledossiers kopieën te maken.