Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 24 november 2021, nr. 2021-0000417507, houdende regels met betrekking tot de verstrekking van een specifieke uitkering aan gemeenten in de provincie Groningen en aan de provincie Groningen ten behoeve van activiteiten die verband houden met de uitvoering van de versterking, of die gericht zijn op de verbetering van de sociale cohesie, of die gericht zijn op de toekomstbestendigheid of leefbaarheid van de Provincie Groningen (Meerjarige regeling verstrekking specifieke uitkeringen aardbevingsgebied Groningen)

Meerjarige regeling verstrekking specifieke uitkeringen aardbevingsgebied Groningen

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Besluit:

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • batch 1.588: door de Nationaal Coördinator Groningen benoemde batch van 1.588 woningen in de gemeenten waarvoor versterkingsadviezen zijn opgesteld;

  • minister: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • Nationaal Programma Groningen: Nationaal Programma Groningen als bedoeld in de Bestuursovereenkomst Nationaal Programma Groningen (Kamerstukken II, 2018/19, 33 529, nr. 587, bijlage 1).

Artikel

2

Activiteiten waarvoor een uitkering wordt verstrekt

Artikel

3

Verplichtingen

Artikel

4

Wijze van betaling

Artikel

5

Informatievoorziening na toekenning

Artikel

6

Verantwoording, terugvordering en vaststelling

Artikel

7

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

8

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Meerjarige regeling verstrekking specifieke uitkeringen aardbevingsgebied Groningen.

Lasten en bevelen dat deze regeling met de daarbij behorende toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

Bijlage

bij artikel 2 van de Meerjarige regeling verstrekking specifieke uitkeringen aardbevingsgebied Groningen

  • 1.

    De specifieke uitkering als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, bedraagt voor:

    • a.

      de provincie Groningen: € 37.881.511, waarvan:

      • 1°.

        € 18.442.500 voor de uitvoering van projecten uit het programma Toukomst, waarvan:

        • € 9.152.500 voor de uitvoering van het project Roemte;

        • € 150.000 voor de uitvoering van het project Markante Kultuurhoezen;

        • € 300.000 voor de uitvoering van het project Zo willen wij wonen;

        • € 1.090.000 voor de uitvoering van het project Voorbereidend project Landschapswerkplaats;

        • € 105.000 voor de uitvoering van het project Aardbeving beleving;

        • € 50.000 voor de uitvoering van het project (Boeren)Erven, als stapstenen voor de natuur;

        • € 400.000 voor de uitvoering van het project Elk dorp zijn eigen voedseltuin;

        • € 3.000.000 voor de uitvoering van het project Zummerbühne;

        • € 2.000.000 voor de uitvoering van het project Sterke musea;

        • € 200.000 voor de uitvoering van het project Nu leren wat later is;

        • € 1.000.000 voor de uitvoering van het project Kunst in de zorg;

        • € 55.000 voor de uitvoering van het project Filosofie op het Vmbo;

        • € 210.000 voor de uitvoering van het project Kansrijke Generatie;

        • € 115.000 voor de uitvoering van het project De Barst;

        • € 115.000 voor de uitvoering van het project Touripedia;

        • € 250.000 voor de uitvoering van het project Waddenburger;

        • € 250.000 voor de uitvoering van het project Groningen groen en Duurzaam: Agrifuture; en

      • 2°.

        € 19.439.011 voor de uitvoering van projecten uit het Thematisch programma, waarvan:

        • € 375.000 voor de uitvoering van het project Organisatielasten thematisch programma;

        • € 72.200 voor de uitvoering van het project Zorg Nabij; en

        • € 880.775 voor de uitvoering van het project Digitale academie;

        • € 2.000.000 voor de uitvoering van het project Ondernemersportaal GroBusiness;

        • € 5.500.000 voor de uitvoering van het project Field labs autonoom vervoer;

        • € 234.244 voor de uitvoering van het project 8 persoons OV-bus en taxibus op waterstof

        • € 1.621.845 voor de uitvoering van het project Retrofit Q-liner en intercitybus naar waterstof elektrisch;

        • € 1.500.000 voor de uitvoering van het project Hive mobility Center (fase 2);

        • € 1.020.584 voor de uitvoering van het project Innovatiehub Oost-Groningen;

        • € 1.494.600 voor de uitvoering van het project Venturelab Noord;

        • € 3.000.000 voor de uitvoering van het project Waterstof Werkt;

        • € 1.739.763 voor de uitvoering van het project REGAIN;

    • b.

      de gemeente Groningen: € 1.000.000, voor de uitvoering van het project Budgetten voor dorpsagenda's;

    • c.

      de gemeente het Hogeland: € 3.131.691, waarvan:

      • 1°.

        € 1.602.000 voor de uitvoering van het project Enne Jans Heerd; en

      • 2°.

        € 1.529.691 voor de uitvoering van het project Centrumplan Leens;

    • d.

      de gemeente Midden-Groningen: € 3.330.585, waarvan:

      • 1°.

        € 300.000 voor de uitvoering van het project Organisatielasten Lokaal Programma Midden-Groningen;

      • 2°.

        € 1.064.000 voor de uitvoering van het project Ontwikkelbedrijf;

      • 3°.

        € 680.000 voor de uitvoering van het project Moeders van Midden-Groningen;

      • 4°.

        € 500.000 voor de uitvoering van het project Toekomstbestendig Cultureel erfgoed;

      • 5°.

        € 786.585 voor de uitvoering van het project Verbeteren veiligheid Midden-Groningen; en

    • e.

      de gemeente Eemsdelta: € 9.853.588, waarvan:

      • 1°.

        € 3.283.500 voor de uitvoering van het project Gebiedsontwikkeling Delfzijl Centrum Zuidoost – Fase 2: Wonen met een plus;

      • 2°.

        € 290.000 voor de uitvoering van het project Modern Noaberschap;

      • 3°.

        € 780.450 voor de uitvoering van het project Inzet van buiten- fitnessvoorzieningen;

      • 4°.

        € 20.000 voor de uitvoering van het project Tijd voor Toekomst (deel Eemsdelta);

      • 5°.

        € 3.930.000 voor de uitvoering van het project Sociaal programma Eemsdelta;

      • 6°.

        € 1.179.638 voor de uitvoering van het project Recreatie en toerisme aanpak; en

      • 7°.

        € 370.000 voor de uitvoering van het project Versterken centrumgebieden Eemsdelta.

  • 2.

    De specifieke uitkering als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, bedraagt voor:

    • a.

      de gemeente Groningen: € 15.524.342, waarvan:

      • 1°.

        € 4.000.000 voor aanvullende Maatwerkafspraken; en

      • 2°.

        € 11.524.342 voor de tegemoetkomingen Blok B;

    • b.

      de gemeente het Hogeland: € 4.837.378 ten behoeve van de tegemoetkomingen Blok B;

    • c.

      de gemeente Midden-Groningen: € 3.943.073 ten behoeve van de tegemoetkomingen Blok B;

    • d.

      de gemeente Eemsdelta: € 40.089.273, waarvan:

      • 1°.

        € 2.000.000 voor Sloop/Nieuwbouw;

      • 2°.

        € 38.089.273 voor de tegemoetkomingen Blok B; en

    • e.

      de gemeente Oldambt: € 4.390.226 ten behoeve van de tegemoetkomingen Blok B.

  • 3.

    De specifieke uitkering als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, bedraagt voor:

    • a.

      de provincie Groningen: € 4.020.540, waarvan:

      • 1°.

        € 550.000 voor de kosten van het Programmabureau;

      • 2°.

        € 20.000 voor de kosten van de Sociale Pijler;

      • 3°.

        € 50.000 voor de kosten van de Veiligheidsregio;

      • 4°.

        € 310.000 voor de kosten van de Agrarische Tafel;

      • 5°.

        € 700.000 voor de organisatiekosten;

      • 6°.

        € 150.000 voor de kosten voor de uitwerking van bestuurlijke afspraken;

      • 7°.

        € 80.000 voor de kosten voor de uitbreiding opdracht aan Lysias;

      • 8°.

        € 277.540 voor de extra gemaakte kosten in het kader van de versterkingsopgave voor de provincie Groningen;

      • 9°.

        € 100.000 voor het Ondersteunend Bureau Gaswinning; en

      • 10°.

        € 1.783.000 ten behoeve van de maatschappelijke organisaties;

    • b.

      de gemeente Groningen: € 3.230.000 ten behoeve van de organisatiekosten;

    • c.

      de gemeente het Hogeland: € 1.970.000 ten behoeve van de organisatiekosten;

    • d.

      de gemeente Midden-Groningen: € 2.350.000 ten behoeve van de organisatiekosten;

    • e.

      de gemeente Eemsdelta: € 9.281.000, waarvan:

      • 1°.

        € 8.770.000 ten behoeve van de organisatiekosten;

      • 2°.

        € 511.000 ten behoeve van de Onafhankelijk Raadsman; en

    • f.

      de gemeente Oldambt: € 710.000 ten behoeve van de organisatiekosten.

  • 4.

    De specifieke uitkering als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel e, bedraagt voor:

    • a.

      de gemeente Eemsdelta: € 1.063.132;

    • b.

      de gemeente Oldambt: € 121.760;

    • c.

      de gemeente het Hogeland: € 204.150;

    • d.

      de gemeente Midden-Groningen: € 244.972; en

    • e.

      de gemeente Groningen: € 365.987.