Regeling van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, van 18 januari 2022 nr. 2022-0000019027, houdende regels met betrekking tot een subsidieregeling voor verduurzaming en onderhoud voor verhuurders (Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen)

Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen (SVOH)

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • adres: adres als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen;

  • algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 zoals laatst gewijzigd bij Verordening (EU) 2023/1315, waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2023, L 167);

  • biobased milieuvriendelijk isolatiemateriaal: isolatiemateriaal waarvan ten minste 70% van de massa bestaat uit biobased materiaal als bedoeld in de EN16575:2014, zoals blijkt uit de materiaalsamenstelling van het product genoemd in de environmental product declaration van de fabrikant, en met een maximale milieukostenindicator van 1,9, genoemd in de categorie 1-kaart als bedoeld in de Nationale Milieudatabase van het betreffende product, bij een Rd- of Rbf-waarde van 3,5 [m2K/W];

  • branchegerelateerd bedrijf: bedrijf dat in een handelsregister van een lidstaat van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte is ingeschreven in de sectie bouwnijverheid, bouwinstallatiebedrijf of een vergelijkbare sectie;

  • de-minimisverordening: Verordening (EU) nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2023, L 2023/2831);

  • duurzaam monumentenadvies: een advies als bedoeld in artikel 7, tweede lid;

  • duurzame warmteoptie: warmteoptie als bedoeld in artikel 5a;

  • energiebesparende maatregelen: maatregelen als bedoeld in artikel 5;

  • EP-maatwerkadviseur: een persoon die voldoet aan de eisen aan de vakbekwaamheid van ‘EP-maatwerkadviseur’ conform bijlage 2 van BRL 9500-MWA-W;

  • EPREL: productendatabank als bedoeld in artikel 12 van verordening (EU) nr. 2017/1369 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2017 tot vaststelling van een kader voor energie-etikettering en tot intrekking van Richtlijn 2010/30/EU (PbEU 2017, L 198);

  • ERM-adviseur: een persoon die voldoet aan de eisen aan de vakbekwaamheid van de Beoordelingsrichtlijn Erkend Monumenten Adviesbureau (BRL ERM 2000) en werkt conform de Uitvoeringsrichtlijn Bouwtechnisch Advies (URL 2001);

  • etiket: gedrukt etiket als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van verordening (EU) nr. 811/2013 of artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van verordening (EU) nr. 812/2013;

  • gebouw: bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt en in de basisregistratie als bedoeld in artikel 2 van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen als pand een identificatiecode heeft als bedoeld in artikel 19, eerste lid, aanhef en onder a, van die wet;

  • GWP: aardopwarmingsvermogen, als bedoeld in artikel 3, onderdeel 1, van verordening (EU) 2024/573;

  • HR++ glas: glas met een maximale U-waarde van 1,2 [W/m2K];

  • huurwoning: in Nederland gelegen voor verhuur bestemde bestaande woonruimte als bedoeld in artikel 233 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek die als zodanig of als onderdeel daarvan verhuurd is geweest alvorens een eventuele renovatie plaatsvindt en in de basisregistratie als bedoeld in artikel 2 van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen met een woonfunctie, standplaats of ligplaats is geregistreerd, met uitzondering van een woning die wordt verhuurd in het kader van het hotel-, pension-, kamp- en vakantiebestedingsbedrijf aan personen die in die woning voor een korte periode verblijf houden;

  • isolerende kozijnpanelen: kozijnpanelen met minimaal dezelfde U-waarde als de glassoort waarmee deze worden gecombineerd in de kozijnen, met uitzondering van kozijnpanelen bij monumenten waarvoor een U-waarde wordt vastgesteld;

  • Kaderbesluit: Kaderbesluit BZK-subsidies;

  • maatregel: energiebesparende maatregel of onderhoudsmaatregel;

  • maatwerkadvies: een advies als bedoeld in artikel 7, eerste lid;

  • meldcode: code beschikbaar gesteld door de Minister:

    • a.

      per type en merk installatie voor duurzame warmteopties;

    • b.

      per soort isolatiemateriaal voor energiebesparende isolatiemaatregelen;

  • Minister: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening;

  • monumentale huurwoning: huurwoning die zelfstandig of als onderdeel van een gebouw deel uitmaakt van cultureel erfgoed dat is ingeschreven als:

  • onderhoudsmaatregelen: maatregelen als bedoeld in artikel 6;

  • prestatieverklaring: prestatieverklaring als bedoeld in artikel 2.14 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;

  • productkaart: productkaart als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van verordening (EU) nr. 811/2013 of artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van verordening (EU) nr. 812/2013;

  • ruimteverwarmingstoestel: ruimteverwarmingstoestel met warmtepomp als bedoeld in bijlage I, onderdeel 3 of onderdeel 4, van Verordening (EU) nr. 811/2013 of artikel 2, lid 17 of 18, van Verordening (EU) nr. 813/2013, niet zijnde een lucht-luchtwarmtepomp;

  • technische documentatie: technische documentatie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, en bijlage V van verordening (EU) nr. 811/2013, artikel 3, eerste lid, onderdeel c, en bijlage V van verordening (EU) nr. 812/2013 of productinformatie als bedoeld in bijlage II, vijfde lid, van Verordening (EU) nr. 813/2013;

  • thermisch vermogen bij bivalente temperatuur: thermisch vermogen bij bivalente temperatuur als bedoeld in tabel 8 van bijlage V van verordening (EU) nr. 811/2013 of tabel 2 van bijlage II van Verordening (EU) nr. 813/2013;

  • thermisch vermogen bij referentieontwerptemperatuur: thermisch vermogen bij referentieontwerptemperatuur als bedoeld in tabel 10 van bijlage VII van verordening (EU) nr. 811/2013 of tabel 4 van bijlage III van Verordening (EU) nr. 813/2013;.

  • thermische schil: thermische schil als beschreven in ISSO 82.1;

  • triple-glas: glas met een maximale U-waarde van 0,7 [W/m2K];

  • UF-schuim: ureumformaldehydeschuim, een tweecomponentenschuim op basis van ureumformaldehyde;

  • verordening (EU) 2024/573: verordening (EU) 2024/573 van het Europees Parlement en de Raad van 7 februari 2024 betreffende gefluoreerde broeikasgassen, tot wijziging van Richtlijn (EU) 2019/1937 en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 517/2014;

  • verordening (EU) nr. 811/2013: verordening (EU) nr. 811/2013 van de Commissie van 18 februari 2013 ter aanvulling van Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad wat de energie-etikettering van ruimteverwarmingstoestellen, combinatieverwarmingstoestellen, pakketten van ruimteverwarmingstoestellen, temperatuurregelaars en zonne-energie-installaties en pakketten van combinatieverwarmingstoestellen, temperatuurregelaars en zonne-energie-installaties betreft (PbEU 2013, L 239);

  • verordening (EU) nr. 812/2013: verordening (EU) nr. 812/2013 van de Commissie van 18 februari 2013 ter aanvulling van Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad wat de energie-etikettering van waterverwarmingstoestellen, warmwatertanks en pakketten van waterverwarmingstoestellen en zonne-energie-installaties betreft (PbEU 2013, L 239);

  • verordening (EU) nr. 813/2013: verordening (EU) nr. 813/2013 van de Commissie van 2 augustus 2013 tot uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad wat eisen inzake ecologisch ontwerp voor ruimteverwarmingstoestellen en combinatieverwarmingstoestellen betreft (PbEU 2013, L 239);

  • waterverwarmingstoestel: waterverwarmingstoestel met warmtepomp als bedoeld in artikel 2, onderdeel zeventien, van verordening (EU) nr. 812/2013.

Artikel

2

Doel van de regeling

Deze regeling heeft tot doel energiebesparing, duurzame warmteopties en onderhoud te stimuleren in bestaande huurwoningen en monumentale huurwoningen.

Artikel

3

Staatssteun

Artikel

4

Subsidieplafond en wijze van verdeling

Artikel

5

Energiebesparende maatregelen

Energiebesparende maatregelen zijn het door een branchegerelateerd bedrijf in een woning laten aanbrengen van isolatiemateriaal, dat is voorzien van een prestatieverklaring, voor één of meer van de volgende typen energiebesparende maatregelen:

  • a.

    isoleren van spouwmuren in de bestaande thermische schil met isolatiemateriaal met een minimale Rd-waarde van 1,1 [m2K/W] voor de gehele daarvoor in aanmerking komende oppervlakten of voor minimaal 10 m2 per huurwoning of monumentale huurwoning, waarbij, in het geval lokaal gespoten PIR of PUR wordt aangebracht, dat gebeurt met HFK-vrije blaasmiddelen;

  • b.

    isoleren van de binnen- of buitengevel in de bestaande thermische schil met isolatiemateriaal met een minimale Rd-waarde van 3,5 [m2K/W] voor de gehele daarvoor in aanmerking komende oppervlakten of voor minimaal 10 m2 per huurwoning of met een minimale Rd-waarde van 2,5 [m2K/W] voor de gehele daarvoor in aanmerking komende oppervlakten of voor minimaal 10 m2 per monumentale huurwoning;

  • c.

    isoleren van het dak in de bestaande thermische schil of het laten isoleren van de zolder- of vlieringvloer in de bestaande thermische schil indien de zolder of vliering onverwarmd is, waarbij het niet toegestaan is om een combinatie van deze twee isolatievormen gezamenlijk in een subsidieaanvraag in te dienen en waarbij, in het geval lokaal gespoten PIR of PUR wordt aangebracht, dat gebeurt met HFK-vrije blaasmiddelen, en waarbij isolatiemateriaal wordt gebruikt met een minimale Rd-waarde van 3,5 [m2K/W] voor de gehele daarvoor in aanmerking komende oppervlakten of voor minimaal 20 m2 per huurwoning of, als het een monumentale huurwoning betreft, met een minimale Rd-waarde van 2,5 [m2K/W] voor de gehele daarvoor in aanmerking komende oppervlakten of voor minimaal 20 m2 per monumentale huurwoning;

  • d.

    isoleren van de vloer dan wel bodem in de bestaande thermische schil, waarbij, in het geval lokaal gespoten PIR of PUR wordt aangebracht, dat gebeurt met HFK-vrije blaasmiddelen, en waarbij een minimale Rd- of Rbf-waarde van 3,5 [m2K/W] wordt behaald voor de gehele daarvoor in aanmerking komende oppervlakten of voor minimaal 20 m2 per huurwoning of monumentale huurwoning;

  • e.

    vervangen van glas, kozijnpanelen of deuren in de bestaande thermische schil of voor minimaal 3 m2 per huurwoning, gemeten op basis van binnenwerkse maten, door:

    • 1°.

      HR++ glas of nieuwe isolerende kozijnpanelen met een Up-waarde van ten hoogste 1,2 [W/m2K] of nieuwe isolerende deuren met een Ud-waarde van ten hoogste 1,5 [W/m2K]; of

    • 2°.

      triple-glas, in combinatie met een nieuw isolerend kozijn, of nieuwe isolerende kozijnpanelen met een Up-waarde van ten hoogste 0,7 [W/m2K] of nieuwe isolerende deuren met een Ud-waarde van ten hoogste 1,0 [W/m2K];

  • f.

    vervangen van glas, kozijnpanelen of deuren in de bestaande thermische schil voor minimaal 3 m2 per monumentale huurwoning, gemeten op basis van binnenwerkse maten, door hoogrendementsglas met een Ug-waarde van ten hoogste 2,0 [W/m2K], nieuwe isolerende kozijnpanelen of nieuwe isolerende deuren;

  • g.

    in de bestaande thermische schil voor minimaal 3 m2 per monumentale huurwoning, gemeten op basis van binnenwerkse maten:

    • 1°.

      vervangen van voor- of achterzetbeglazing door voor- of achterzetbeglazing met een Ug-waarde van ten hoogste 2,0 [W/m2K];

    • 2°.

      plaatsen van voor- of achterzetbeglazing met een Ug-waarde van ten hoogste 2,0 [W/m2K]; of

    • 3°.

      plaatsen van voor- of achterzetbeglazing met een Ug-waarde van ten hoogste 5,8 [W/m2K];

  • h.

    aanleggen van een ventilatiesysteem door:

    • 1°.

      het voor de eerste keer aanleggen van een compleet systeem voor CO2-gestuurde ventilatie of het voor de eerste keer aanleggen van een compleet systeem voor balansventilatie met warmteterugwinning, met een rendement van ten minste 85%, per huurwoning of monumentale huurwoning waarvan de sturing per huurwoning, monumentale huurwoning of appartement afzonderlijk is te regelen en waarbij de CO2-sensoren ten minste aanwezig zijn in de woonkamer en hoofdslaapkamer; of

    • 2°.

      het voor de eerste keer aanleggen van decentrale balansventilatiesystemen met geïntegreerde CO2-sensoren met een rendement van ten minste 80%, mits die ten minste in de woonkamer en de hoofdslaapkamer van elke afzonderlijke huurwoning, monumentale huurwoning of appartement worden aangebracht.

Artikel

5a

Duurzame warmteopties

Duurzame warmteopties zijn het door een branchegerelateerd bedrijf laten installeren van één of meer van de volgende installaties:

  • a.

    een ruimteverwarmingstoestel of een waterverwarmingstoestel dat:

    • 1°.

      is uitgerust met een lucht-waterwarmtepomp, een grond-waterwarmtepomp of een water-waterwarmtepomp;

    • 2°.

      een thermisch vermogen heeft van ten hoogste 400 kW bij bivalente temperatuur in geval van een lucht-waterwarmtepomp dan wel bij een referentieontwerptemperatuur in geval van een grond-waterwarmtepomp of een water-waterwarmtepomp;

    • 3°.

      is voorzien van een etiket, een productkaart en de bijbehorende technische documentatie en is geregistreerd in EPREL, indien sprake is van een installatie met een thermisch vermogen tot en met 70kW;

    • 4°.

      is voorzien van technische documentatie, indien sprake is van een installatie met een thermisch vermogen van 71 kW tot ten hoogste 400 kW;

    • 5°.

      geen gezamenlijk thermisch vermogen heeft dat meer is dan 500 kW bij bivalente temperatuur in geval van een lucht-waterwarmtepomp dan wel bij een referentieontwerptemperatuur in geval van een grond-waterwarmtepomp of een water-waterwarmtepomp, indien sprake is van meerdere warmtepompen aangesloten op hetzelfde verwarmings- of afgiftesysteem; en

    • 6°.

      een koudemiddel met een GWP kleiner dan 750 bevat, in geval van een splitwarmtepomp;

  • b.

    een zonneboiler, waaronder begrepen een zonneboilercombi, bestaande uit een zonne-energie-installatie die:

    • 1°.

      is bedoeld voor het maken van warm tapwater of voor het leveren van ruimteverwarming in combinatie met het maken van warm tapwater;

    • 2°.

      een totale apertuuroppervlakte van ten hoogste 200 m2 per verwarmings- of afgiftesysteem heeft;

    • 3°.

      is voorzien van een productkaart en de bijbehorende technische documentatie; en

    • 4°.

      is voorzien van een etiket, indien sprake is van een zonneboilercombi.

Artikel

6

Onderhoudsmaatregelen

Onderhoudsmaatregelen zijn het door een branchegerelateerd bedrijf laten:

  • a.

    plaatsen van een nieuw buitenkozijn van een deur of raam in de bestaande thermische schil waarbij het glas in het buitenkozijn een oppervlakte heeft van ten minste 3 m2 per huurwoning of 3 m2 per monumentale huurwoning, gemeten op basis van binnenwerkse maten, met uitzondering bij de toepassing van triple glas;

  • b.

    herstellen van een buitenkozijn van een deur of raam in een monumentale huurwoning in de bestaande thermische schil, waarbij het buitenkozijn een oppervlakte betreft van ten minste 3 m2 per monumentale huurwoning, gemeten op basis van binnenwerkse maten; en

  • c.

    vervangen of installeren van een ventilatiebox.

Artikel

7

Maatwerkadvies of duurzaam monumentenadvies

Artikel

8

Activiteiten en voorwaarden

Artikel

9

Hoogte van de subsidie voor maatregelen, maatwerkadvies en duurzaam monumentenadvies

Artikel

9a

Hoogte van subsidie voor duurzame warmteopties

Artikel

9b

Biobased milieuvriendelijk isolatiemateriaal

Artikel

9c

Maximale totale subsidie per woning

Artikel

10

Aanvraag

Artikel

11

Afwijzingsgronden

Artikel

13

Vaststelling van de subsidie

Bij het verzoek tot vaststelling van de subsidie wordt meegestuurd:

  • a.

    factuur of facturen en betaalbewijs of betaalbewijzen, met daarin ten minste de naam en het adres van de eigenaar en het branchegerelateerde bedrijf dat werkzaamheden betreffende de investering of investeringen heeft uitgevoerd, een omschrijving van het soort energiebesparende isolatiemaatregel en aanverwante werkzaamheden die door het branchegerelateerde bedrijf uitgevoerd zijn, de naam, het type, het merk en de dikte van het isolatiemateriaal dat gebruikt is en de plaats en bijhorende oppervlakte voor elk van de ingediende huurwoning of monumentale huurwoning dan wel huurwoningen of monumentale huurwoningen die geïsoleerd is of zijn;

  • b.

    factuur of facturen en betaalbewijs of betaalbewijzen van de aanschaf en de installatie of het aanbrengen van de investering voor een duurzame warmteoptie, waaronder begrepen de door het branchegerelateerde bedrijf ondertekende factuur in geval van contante betaling van de investeringen, waarop ten minste het betaalde bedrag, de begunstigde en betaaldatum vermeld wordt;

  • c.

    factuur of facturen en betaalbewijs of betaalbewijzen voor de onderhoudsmaatregelen, met een nadere onderbouwing van kozijnomvang in m2 en gebruikt product, merk en type van de nieuwe vervangende ventilatiebox;

  • d.

    mits van toepassing een factuur en betaalbewijs van het uitgevoerde maatwerkadvies of duurzaam monumentenadvies voor de betreffende huurwoning of monumentale huurwoning dan wel huurwoningen of monumentale huurwoningen, waarvoor subsidie voor maatregelen zal worden ontvangen via deze regeling;

  • e.

    ten minste één foto per energiebesparende isolatie- en onderhoudsmaatregel, genomen tijdens de uitvoering van de werkzaamheden door het branchegerelateerde bedrijf, met daarop zichtbaar de naam, merk, soort, en dikte van het isolatiemateriaal of merk en type ventilatiebox;

  • f.

    indien het een investering voor glas of deurisolatie als bedoeld in artikel 5, onderdelen e of f, betreft, voor zover van toepassing, een kozijnstaat met daarin merk en type van het kozijn en het daarbij behorende frame, glas en netto afmetingen van het glas;

  • g.

    indien het een investering in een duurzame warmteoptie betreft, een document waaruit blijkt dat een investering:

    • 1°.

      in gebruik is genomen;

    • 2°.

      voldoet aan de technische eisen; en

    • 3°.

      is geïnstalleerd of aangebracht door een branchegerelateerd bedrijf.

Artikel

14

Subsidieverplichtingen

Artikel

14a

Overgangsrecht

Artikel

14b

Gegevensuitwisseling

Ter bepaling van de subsidiehoogte wisselen de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en de uitvoeringsorganisatie belast met de uitvoering van Maatregel 29 onderling uitsluitend de volgende gegevens uit:

  • a.

    het adres van de woning waarvoor subsidie wordt aangevraagd of is verleend;

  • b.

    de gesubsidieerde activiteiten;

  • c.

    de naam van de regeling waarvoor eerder subsidie is verkregen, het subsidiebedrag en de datum van de beschikking tot subsidieverlening- en vaststelling; en

  • d.

    indien noodzakelijk, de facturen van de gesubsidieerde activiteiten.

Artikel

15

Inwerkingtreding en vervaldatum

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2022 en vervalt met ingang van 1 januari 2030, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die op grond van deze regeling vóór laatstgenoemde datum zijn aangevraagd.

Artikel

16

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen (SVOH).

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, H.M. de Jonge