Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 25 januari 2022, nr. IENW/BSK-2021/278136, houdende regels voor de verstrekking van een specifieke uitkering in verband met de aanleg en verbetering van openbare havenfaciliteiten op de goederenvervoercorridors Oost en Zuidoost (Specifieke uitkering versterking havenvoorzieningen goederenvervoercorridors Oost en Zuidoost 2022–2026)

Specifieke uitkering versterking havenvoorzieningen goederenvervoercorridors Oost, Zuidoost en Zuid 2022–2030

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • aansluitende vaarwegen: vaarwegen die aansluiten op de goederenvervoercorridors of die als alternatief voor de vaarwegen op de goederenvervoercorridors kunnen worden ingezet zoals de vaarwegverbindingen richting de Rotterdamse haven, Noord-Hollandskanaal tot en met Alkmaar, Zaan, Gouwe, Hollandsche IJssel, Nederrijn, Pannerdensch kanaal en de Gelderse IJssel tot en met Zutphen;

  • goederenvervoercorridors: corridor Oost (corridor Rotterdam – Arnhem/Nijmegen – Duitsland, corridor Zuidoost (corridor Rotterdam – Noord-Brabant/Limburg – Duitsland en corridor Zuid (corridor Amsterdam – Rotterdam – Moerdijk – Vlissingen – Terneuzen – Gent);

  • haveninitiatief: een (gedeeltelijke) herstructurering of vernieuwing van openbare havenvoorzieningenin eenbinnenhaven of zeehaven ter bevordering van de modal shift van goederen van de weg naar de binnenvaart;

  • de Minister: de Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

  • modal shift: verschuiving van een deel van het goederenvervoer over de weg naar vervoer over het water waarmee de congestie op de weg kan worden verminderd binnen de goederenvervoercorridors;

  • ontvanger: een provincie waar de goederenvervoercorridors in gelegen zijn;

  • openbare havenvoorzieningen: openbare depotruimtes, havenbekkens en kades;

  • provincies: Gelderland, Limburg, Noord-Brabant, Noord-Holland, Zeeland en Zuid-Holland;

  • vaarwegen op de goederenvervoercorridors: de vaarwegen Waal, Maas, Brabantse kanalen, Noordzeekanaal, IJ, Amsterdam-Rijnkanaal, Lekkanaal, Lek, Oude Maas, Nieuwe Maas, Dordtse Kil, Hollandsch Diep, Volkerak, Schelde-Rijnverbinding, Midden-Zeelandroute, Westerschelde en Kanaal van Gent naar Terneuzen.

Artikel

3

Doel van de regeling

De Minister verleent een specifieke uitkering voor het versnellen van de realisatie van de verbetering van bestaande of uitbreiding van openbare havenvoorzieningen ten behoeve van de binnenvaart in binnenhavens en zeehavens op de goederenvervoercorridors om daarmee een bijdrage te leveren aan de modal shift.

Artikel

4

Voor uitkering in aanmerking komende kosten en de hoogte van de uitkering

Artikel

5

Uitkeringsplafond en wijze van verdeling

Artikel

6

Aanvraag

Artikel

7

Afwijzingsgronden

De Minister beslist afwijzend op een aanvraag om een uitkering, indien:

  • a.

    de beoordelingsscore, als bedoeld in artikel 5, zesde lid, minder bedraagt dan 20 punten;

  • b.

    er geen sprake is van cofinanciering door de decentrale overheid;

  • c.

    de private investeringsomvang bedoeld in artikel 6, zesde lid, niet is aangetoond.

Artikel

8

Verlening

Artikel

9

Voorschotverlening

Artikel

10

Verplichtingen ontvanger

Artikel

12

Vaststelling

De Minister stelt de uitkering vast op 31 december van het jaar waarin de laatste verantwoording, bedoeld in artikel 13, heeft plaatsgevonden.

Artikel

13

Evaluatieverslag

De Minister publiceert voor 1 juli 2031 een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de uitkeringen in de praktijk.

Artikel

14

Inwerkingtreding en horizonbepaling

Artikel

15

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Specifieke uitkering versterking havenvoorzieningen goederenvervoercorridors Oost, Zuidoost en Zuid 2022–2030.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat M.G.J. Harbers

Bijlage

Toetsingscriteria, bedoeld in artikel 5, vijfde lid

a

Relevantie

Met dit criterium wordt bepaald aan welke opgave op de goederenvervoercorridors Oost, Zuidoost en Zuid als geheel wordt bijgedragen en op welke wijze. Aandachtspunten zijn:

  • CO2 reductie die met het project wordt behaald;

  • De mate van ontlasting van het (rijks)wegennet in de goederenvervoercorridors Oost, Zuidoost en Zuid.

b

Impact

Wat is de impact van het project op de doelstellingen van de specifieke uitkering?

  • Is de verplaatsing van het vervoersvolume van de weg naar het water voldoende onderbouwd?

  • Wat zijn de maatschappelijke baten versus de kosten?

  • Wat zijn de met het project verbonden belangrijkste risico’s en de kans dat deze zich voordoen?

c

Voldoende uitgewerkt (mature)

Gaat het om een aanvraag die voldoende is uitgewerkt?

  • Wat is het draagvlak voor dit project?

  • Wat is de commitment van partijen (ook wat betreft de financiering)?

  • Indien gebruik gemaakt wordt van onderaannemers, zijn hier al afspraken mee?

  • Is de vergunningenscan volledig, duidelijk en zijn de termijnen realistisch?

  • Is de uitvoeringsplanning volledig, duidelijk en zijn de termijnen realistisch?

d

Kwaliteit voorstel

Wat is de algehele kwaliteit van de aanvraag?

  • Is de onderbouwing helder?

  • Zijn er eisen aan de aanvraag die in de onderbouwing onderbelicht zijn gebleven?

  • Zijn de plannen en uitwerkingen in de aanvraag voldoende onderbouwd?