Regeling Erfgoed Maken

Het bestuur van stichting Fonds voor Cultuurparticipatie,
met goedkeuring van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 10 februari 2022;

besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1.1

Gebruikte begrippen

Artikel

1.2

Doel van de regeling

Met deze regeling stimuleert het Fonds projecten waarin aanvragers activiteiten ontwikkelen om immaterieel erfgoed toekomstbestendig te maken, om lokale erfgoed- en vrijwilligersorganisaties te versterken of om iedereen met erfgoed in aanraking te brengen door educatie.

Artikel

1.3

Subsidieplafond

Artikel

1.4

Samenstelling van de regeling

Vanaf hoofdstuk 2 zijn de verbijzonderde bepalingen terug te vinden ten aanzien van de in artikel 1.2 bedoelde stimulering.

Artikel

1.5

Weigeringsgronden

Artikel

1.6

Voorwaarden en beperkingen

Artikel

1.7

Bijzondere verplichtingen

Artikel

1.8

Indieningsvereisten

Artikel

1.9

Beoordelingswijze

Hoofdstuk

2

Erfgoed met effect

Op grond van dit hoofdstuk kan subsidie worden aangevraagd voor een project op het gebied van immaterieel erfgoed, erfgoedvrijwilligers of erfgoededucatie, waarin deelnemers een relevante stap zetten in de ontwikkeling van zichzelf of hun organisatie. Met het zetten van zo'n stap wordt een bepaald effect bereikt. Het Fonds vindt het belangrijk dat meer of nieuwe groepen personen actief deelnemen aan erfgoed. Daarom is het bereiken van dit effect in elk project verplicht. Er zijn projecten van verschillende omvang te onderscheiden. Voorafgaand aan een groot project is het mogelijk subsidie voor een verkenning aan te vragen.

De artikelen in dit hoofdstuk zijn verbijzonderde bepalingen ten aanzien van de artikelen in hoofdstuk 1.

Paragraaf

1

Algemeen

Artikel

2.1

Doel en effecten

Artikel

2.2

Wie kan aanvragen?

Subsidie op grond van dit hoofdstuk kan uitsluitend worden aangevraagd door een in het Koninkrijk der Nederlanden gevestigde:

  • a.

    stichting of vereniging zonder commercieel winstoogmerk, die zich inzet voor erfgoed, cultuurparticipatie of cultuureducatie, of die een erfgoedgemeenschap vertegenwoordigt;

  • b.

    zelfstandige erfgoedprofessional met aantoonbare ervaring van ten minste drie jaar, die zich inzet voor actieve erfgoedparticipatie of -educatie.

Artikel

2.3

Indieningstermijnen

Aanvragen op grond van dit hoofdstuk kunnen worden ingediend vanaf maandag 14 maart 2022 om 13.00 uur tot en met woensdag 31 juli 2024 om 17.00 uur CET.

Artikel

2.4

Beoordelingscriteria

Paragraaf

2

Categorie 1

Artikel

2.5

Waarvoor kan worden aangevraagd

Subsidie in categorie 1 kan alleen worden aangevraagd:

Artikel

2.6

Hoogte van de subsidie

Voor een project in categorie 1:

  • a.

    kan minimaal € 1.000 en maximaal € 5.000 worden aangevraagd; en

  • b.

    bedraagt de subsidie maximaal 100% van de totale projectkosten.

Artikel

2.7

Subsidieplafond

Het subsidieplafond voor projecten in categorie 1 is € 110.000 per jaar.

Paragraaf

3

Categorie 2

Artikel

2.8

Waarvoor kan worden aangevraagd?

Artikel

2.9

Hoogte van de subsidie

Voor een project in categorie 2:

  • a.

    wordt meer dan € 5.000,– en maximaal € 25.000,– aangevraagd; en

  • b.

    bedraagt de subsidie maximaal 80% van de totale projectkosten.

Artikel

2.10

Subsidieplafond

Het subsidieplafond voor projecten in categorie 2 is € 600.000 per jaar.

Paragraaf

4

Categorie 3

Artikel

2.11

Waarvoor kan worden aangevraagd?

Artikel

2.12

Hoogte van de subsidie

Voor een project in categorie 3:

  • a.

    wordt meer dan € 25.000,– en maximaal € 75.000,– aangevraagd; en

  • b.

    is de subsidie maximaal 50% van de totale projectkosten, als de aanvrager gevestigd is in het Europees deel van Nederland; of

  • c.

    is de subsidie maximaal 80% van de totale projectkosten, als de aanvrager gevestigd is in het Caribisch deel van het Koninkrijk.

Artikel

2.13

Subsidieplafond

Het subsidieplafond voor projecten in categorie 3 is € 1.200.000 per jaar.

Hoofdstuk

3

Talentontwikkeling ambachten: meester-gezeltraject

Dit hoofdstuk richt zich op talentontwikkeling op het gebied van ambachten die verloopt via een Meester-Gezeltraject. Het Fonds onderzoekt of dergelijke trajecten bijdragen aan het stimuleren van kennisoverdracht, de (door)ontwikkeling en het levend houden van ambachten. Subsidie op basis van dit hoofdstuk is niet bedoeld voor beoefenaars die zich beginnen te bekwamen in een ambacht (leerlingen zonder enige ervaring of starters).

De artikelen in dit hoofdstuk zijn verbijzonderde bepalingen ten aanzien van de artikelen in hoofdstuk 1.

Paragraaf

1

Algemeen

Artikel

3.1

Gebruikte begrippen

Naast artikel 1.1 gelden in dit hoofdstuk onderstaande begripsbepalingen.

  • a.

    Ambacht: beroepsmatige activiteit waarbij een persoon specifieke producten van begin tot eind maakt, vanuit een historische en culturele basis, waarbij het vakmanschap van die maker terug te zien is in het product.

  • b.

    Gezel: persoon met enige aantoonbare ervaring in een specifiek ambacht, die door een Meester opgeleid wil worden om zich verder te bekwamen in dat ambacht, zodat dit behouden blijft, wordt doorontwikkeld en levend gehouden.

  • c.

    Meester: zeer ervaren ambachtsbeoefenaar die een Gezel onder de hoede neemt en deze opleidt tot gevorderd ambachtsbeoefenaar, door kennis, kunde en ervaring over te dragen. Een Meester wordt door vakgenoten erkend om werkwijze en vakbekwaamheid en kan dat aantonen met een curriculum vitae en referenties van minstens vijf jaar praktijk, al dan niet aan de hand van een portfolio.

  • d.

    Meester-Gezeltraject: een informeel leertraject waarin Gezellen zich onder begeleiding van een Meester verder bekwamen in een ambacht, zodat zij dit op een eigentijdse manier zelfstandig kunnen beoefenen, voortzetten en op hun beurt doorgeven.

  • e.

    Opleidingsplan: een plan waarin Meester en Gezel hun leerdoelen vastleggen, de manier waarop zij die realiseren, en bepalen waarvoor de subsidie wordt ingezet.

  • f.

    Samenwerkingsovereenkomst: een document waarin Meester en Gezel de eigen verantwoordelijkheden beschrijven, de gang van zaken als de samenwerking onverhoopt niet wordt voortgezet, de subsidieverdeling en afspraken over materiaal en eigendom van kennis en producten.

Paragraaf

2

Doel en hoogte van de subsidie

Artikel

3.2

Doel

Met dit hoofdstuk stimuleert het Fonds de kennisoverdracht, doorontwikkeling en het levend houden van ambachten door middel van Meester-Gezeltrajecten.

Artikel

3.3

Wie kan aanvragen

Artikel

3.4

Waarvoor kan worden aangevraagd?

Artikel

3.5

Hoogte van de subsidie

Artikel

3.6

Subsidieplafond

Artikel

3.7

Weigeringsgronden

Naast de weigeringsgronden van artikel 1.5 worden aanvragen voor subsidie op grond van dit hoofdstuk niet in behandeling genomen als die niet de vereiste documenten zoals bedoeld in artikel 3.9 bevat.

Paragraaf

3

De aanvraag

Artikel

3.8

Indieningstermijnen

Aanvragen op grond van dit hoofdstuk kunnen worden ingediend van maandag 3 oktober 2022 om 13.00 uur CET tot en met woensdag 2 november 2022, 17.00 uur CET.

Artikel

3.9

Indieningsvereisten

Artikel

3.10

Beoordelingscriteria

Hoofdstuk

4

Slotbepalingen

Artikel

4.1

Hardheidsclausule

Het Fonds kan afwijken van de rechten en plichten in deze regeling. Dat kan alleen in het voordeel van de aanvrager, in bijzondere gevallen die een onredelijke uitwerking hebben waarmee geen rekening is gehouden bij het opstellen van dit reglement.

Artikel

4.2

Algemeen subsidiereglement

Voor zover deze regeling daar niet in voorziet, zijn de bepalingen uit het Algemeen Subsidiereglement van toepassing. Dit is te vinden op de website van het Fonds.

Artikel

4.3

Inwerkingtreding en vervaldatum

Artikel

4.4

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Erfgoed Maken.

Namens het bestuur van stichting Fonds voor Cultuurparticipatie, H. Verhoeven directeur-bestuurder