Regeling van de Minister voor Klimaat en Energie van 5 maart 2022, nr. WJZ/ 21307522, houdende regels inzake de vergunningverlening windenergiegebied Hollandse Kust (west) kavel VI (Regeling vergunningverlening windenergiegebied Hollandse Kust (west) kavel VI)

Regeling vergunningverlening windenergiegebied Hollandse Kust (west) kavel VI

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • kavel VI: kavel VI van het windenergiegebied Hollandse Kust (west) zoals aangewezen in Kavelbesluit VI windenergiegebied Hollandse Kust (west) (Stcrt. 2022, nr. 4381);

  • minister: Minister voor Klimaat en Energie;

  • P50-waarde voor de netto elektriciteitsproductie: de verwachte jaarlijkse energieproductie voor een gegeven combinatie van locatie en productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie, die dient te zijn bepaald met een waarschijnlijkheid van 50%;

  • wet: Wet windenergie op zee.

Artikel

2

De aanvraag voor een vergunning voor kavel VI wordt ingediend in de periode tussen 14 april 2022 en 12 mei 2022, 17:00 uur.

Artikel

3

Artikel

4

In aanvulling op artikel 12a, vierde lid, van de wet en artikel 3 bevat de aanvraag:

  • a.

    een samenvattende beschrijving van de realisatie, exploitatie en ontmanteling van het windpark;

  • b.

    een financieringsplan, inclusief de beoogde financiers en het beoogde aandeel dat zij zouden dragen;

  • c.

    indien de aanvrager een samenwerkingsverband betreft een door elke deelnemer ondertekende verklaring van deelname aan het samenwerkingsverband;

  • d.

    de meest recent vastgestelde jaarrekening van de aanvrager, de moederonderneming ervan, elk van de deelnemers aan het samenwerkingsverband of hun moederondernemingen, waarbij de jaarrekening betrekking heeft op een jaar dat ten hoogste drie kalenderjaren voor het jaar waarin de aanvraag wordt ingediend;

  • e.

    indien van toepassing een beschrijving van de investeringen die bijdragen aan de ecologie van de Noordzee;

  • f.

    indien van toepassing een beschrijving van de innovaties die bijdragen aan de ecologie van de Noordzee; en

  • g.

    indien van toepassing een bewijs van financiële garanties van de moederorganisatie of- organisaties.

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2022.

Artikel

12

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vergunningverlening windenergiegebied Hollandse Kust (west) kavel VI.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage
De Minister voor Klimaat en Energie, R.A.A. Jetten

Bijlage

behorende bij artikel 8, eerste lid, van de regeling vergunningverlening windenergie op zee kavel vi hollandse kust (west)

Onderlinge weging van de rangschikkingscriteria, genoemd in artikel 25b, tweede lid, onderdelen a, b en c van de wet en artikel 7, eerste en tweede lid van de regeling

Tabel 1

1

De hoogte van het financiële bod

De hoogte van het financiële bod

Minder dan € 2,5 miljoen

0

≥ € 2,5 miljoen en < € 5 miljoen

1

≥ € 5 miljoen en < € 7,5 miljoen

2

≥ € 7,5 miljoen en < € 10 miljoen

3

≥ € 10 miljoen en < € 12,5 miljoen

4

≥ € 12,5 miljoen en < € 15 miljoen

5

≥ € 15 miljoen en < € 17,5 miljoen

6

≥ € 17,5 miljoen en < € 20 miljoen

7

≥ € 20 miljoen en < € 22,5 miljoen

8

≥ € 22,5 miljoen en < € 25 miljoen

9

≥ € 25 miljoen en < € 27,5 miljoen

10

≥ € 27,5 miljoen en < € 30 miljoen

11

≥ € 30 miljoen en < € 32,5 miljoen

12

≥ € 32,5 miljoen en < € 35 miljoen

13

≥ € 35 miljoen en < € 37,5 miljoen

14

≥ € 37,5 miljoen en < € 40 miljoen

15

≥ € 40 miljoen en < € 42,5 miljoen

16

≥ € 42,5 miljoen en < € 45 miljoen

17

≥ € 45 miljoen en < € 47,5 miljoen

18

≥ € 47,5 miljoen en < € 50 miljoen

19

≥ € 50 miljoen

20

Tabel 2

1

De kennis en ervaring van de partijen die verantwoordelijk zijn voor het project- management

Deze partijen hebben projectmanagement uitgevoerd voor windparken op zee.

Deze windparken hebben een gezamenlijke capaciteit van minder dan 25 MW.

0

Deze windparken hebben een gezamenlijke capaciteit van 25 MW of meer.

3

2

De kennis en ervaring van leveranciers van de funderingen

Deze partijen hebben funderingen geleverd voor windparken op zee.

Er zijn minder dan 10 funderingen geleverd.

0

Er zijn 10 of meer funderingen geleverd.

1

3

De kennis en ervaring van installateurs van de funderingen

Deze partijen hebben funderingen geïnstalleerd voor windparken op zee.

Er zijn minder dan 10 funderingen geïnstalleerd.

0

Er zijn 10 of meer funderingen geïnstalleerd.

1

4

De kennis en ervaring van leveranciers van de windturbines

Deze partijen hebben windturbines geleverd voor windparken op zee.

Er zijn minder dan 10 windturbines geleverd.

0

Er zijn 10 of meer windturbines geleverd.

1

5

De kennis en ervaring van installateurs van de windturbines

Deze partijen hebben windturbines geïnstalleerd voor windparken op zee.

Er zijn minder dan 10 windturbines geïnstalleerd.

0

Er zijn 10 of meer windturbines geïnstalleerd.

1

6

De kennis en ervaring van leveranciers van de bekabeling die de individuele windturbines verbindt en aansluit op het platform

Deze partijen hebben bekabeling geleverd die gebruikt is voor elektriciteitsverbindingen op zee.

Bekabeling geleverd voor minder dan 10 verbindingen op zee

0

Bekabeling geleverd voor 10 of meer verbindingen op zee

1

7

De kennis en ervaring van installateurs van de bekabeling die de individuele windturbines verbindt en aansluit op het platform

Deze partijen hebben bekabeling geïnstalleerd die individuele windturbines verbindt en aansluit op een platform op zee.

Bekabeling geïnstalleerd voor de verbinding van minder dan 10 windturbines met een platform

0

Bekabeling geïnstalleerd voor de verbinding van 10 of meer windturbines met een platform

1

8

De kennis en ervaring van partijen die verantwoordelijk zijn voor het onderhoud en de bediening van het windpark

Deze partijen hebben onderhoud en bediening van windparken op zee uitgevoerd.

Ervaring met onderhoud en bediening van windparken op zee met een gezamenlijke capaciteit van minder dan 25 MW

0

Ervaring met onderhoud en bediening van windparken op zee met een gezamenlijke capaciteit van 25 MW of meer

1

9

Financiële sterkte van de aanvragende partij(en) die verantwoordelijk is/zijn voor het project

Het eigen vermogen van de partij in verhouding tot de investeringskosten in het windpark.

De omvang van het eigen vermogen is minder dan 20% van de investeringskosten in het windpark.

0

De omvang van het eigen vermogen is tenminste 20% en minder dan 40% van de investeringskosten in het windpark.

3

De omvang van het eigen vermogen is tenminste 40% en minder dan 60% van de investeringskosten in het windpark.

6

De omvang van het eigen vermogen is tenminste 60% en minder dan 80% van de investeringskosten in het windpark.

9

De omvang van het eigen vermogen is tenminste 80% en minder dan 100% van de investeringskosten in het windpark.

12

De omvang van het eigen vermogen is tenminste 100%.

15

10

Financiële garanties vanuit het concern

De moederorganisatie(s) hebben een moedermaatschappijgarantie afgegeven die voldoet aan de volgende eisen:

–de garantie moet onvoorwaardelijk zijn gegeven

–de garantie moet onder het Nederlands recht vallen

–de garantie moet tijdens de volledige bouwtijd van het windpark gelden.

De garantie is afgegeven voor een bedrag van minder dan € 100.000.000.

0

De garantie is afgegeven voor een bedrag van ten minste € 100.000.000 en minder dan € 200.000.000.

3

De garantie is afgegeven voor een bedrag van ten minste € 200.000.000 en minder dan € 300.000.000.

6

De garantie is afgegeven voor een bedrag van ten minste € 300.000.000 en minder dan € 400.000.000.

9

De garantie is afgegeven voor een bedrag van ten minste € 400.000.000 en minder dan € 500.000.000.

12

De garantie is afgegeven voor een bedrag van ten minste € 500.000.000.

15

Tabel 3

1

De bijdrage van het windpark aan de energievoorziening

De berekende P50-waarde voor de netto elektriciteitsproductie per jaar geleverd aan het net op zee

Minder dan 3.000.000 MWh per jaar

2

Gelijk of meer dan 3.000.000 MWh en minder dan 3.100.000 MWh per jaar

8

Gelijk of meer dan 3.100.000 MWh en minder dan 3.200.000 MWh per jaar

16

Gelijk of meer dan 3.200.000 MWh en minder dan 3.300.000 MWh per jaar

24

Gelijk of meer dan 3.300.000 MWh en minder dan 3.400.000 MWh per jaar

32

Gelijk of meer dan 3.400.000 MWh per jaar

40

Tabel 4

1

Het stimuleren van investeringen in het windpark op kavel VI additioneel aan voorgeschreven maatregelen in het kavelbesluit VI Hollandse Kust (west) ten bate van de van nature in de Nederlandse Noordzee voorkomende biodiversiteit (soorten, populaties en habitats)

De investeringen dragen (potentieel) bij aan:

• het beperken van negatieve effecten op de instandhouding van op basis van de EU-Vogelrichtlijn (VR) en -Habitatrichtlijn (HR) beschermde soorten en populaties

of

• het bevorderen van positieve effecten op de instandhouding van mariene habitattypen van de EU-Habitatrichtlijn

of

• het bevorderen van positieve effecten op de milieutoestand (EU-Kaderrichtlijn mariene strategie; KRM) in de Nederlandse Noordzee voor 'visgemeenschap' en/of 'benthische habitats'.

De investeringen zijn geïntegreerd in het ontwerp, bouw en exploitatie van de door vergunninghouder te realiseren productie-installatie (waaronder ook begrepen de erosie beschermende bestorting en parkbekabeling) binnen het windpark op kavel VI.

De toegestane (bandbreedte aan) turbineafmetingen, het aantal turbines en het maximale rotoroppervlak per kavel, als bindend vastgelegd in voorschrift 3 van het kavelbesluit, worden niet meegewogen.

De investering moet uiterlijk 60 maanden na onherroepelijk worden van de vergunning in bedrijf zijn genomen.

Potentiële impact van de investering voor het windpark op kavel VI op:

• het beperken van negatieve effecten op de instandhouding van soorten en populaties (VR/ HR).

of

• het bevorderen van de instandhouding van mariene habitattypen (HR) en/of van (KRM; visgemeenschap; benthische habitats) in de Nederlandse Noordzee.

De potentiële impact van de investeringen op het verminderen of voorkomen van negatieve effecten op de in paragraaf 7.5.8.van Kavelbesluit VI Hollandse Kust (west) bedoelde populaties van de in bijlage I van het kavelbesluit genoemde soorten

0–6

0 – 30

De potentiële impact van de investeringen op het bevorderen van:

• een landelijk gunstige staat van instandhouding van mariene habitattypen H1110 of H1170 (HR)

of

• van een goede milieutoestand (KRM) in de Nederlandse Noordzee voor visgemeenschap (overkoepelend of D1C2 of D1C3) of voor benthische habitats (overkoepelend of D6C3 of D6C5), zoals geformuleerd in Mariene Strategie, deel 1 (2018)

0–4

De mate waarin aannemelijk wordt gemaakt dat de investering met succes kan worden toegepast in een operationele omgeving

0–10

De mate waarin inzichtelijk is welke specifieke, meetbare en tijdsgebonden voortgang de investering zal kennen en hoe deze bij uitvoering van de investering kenbaar zal worden gemaakt

0–10

De mate waarin kennis en ervaring wordt gedeeld over de investeringen.

De bedoelde ecologische kennis en ervaring is relevant voor:

• het willen beperken van negatieve effecten op de instandhouding van op basis van de EU-Vogelrichtlijn (VR) en -Habitatrichtlijn (HR) beschermde soorten en populaties

of

• het bevorderen van positieve effecten op de instandhouding van mariene habitattypen van de EU-Habitatrichtlijn

of

• het bevorderen van positieve effecten op de milieutoestand (EU-Kaderrichtlijn mariene strategie; KRM) in de Nederlandse Noordzee voor 'visgemeenschap' en/of 'benthische habitats'.

De mate waarin kennis en ervaring bijdraagt aan kennisleemten (o.a. uit de MER van kavel VI) en in goede samenhang met bestaande onderzoekstrajecten plaatsvindt

0 – 10

De kwaliteit van een disseminatie- en communicatieplan, waaronder de mate waarin het disseminatie- en communicatieplan de te delen kennis, specifiek, meetbaar en tijdsgebonden beschrijft; en de mate waarin de doelgroepen zijn benoemd en de middelen die daarbij aansluiten.

2

Het stimuleren van innovatie en de ontwikkeling van oplossingen ten bate van de van nature in de Nederlandse Noordzee voorkomende biodiversiteit (soorten, populaties en habitats) vanuit het windpark op kavel VI van en toekomstige Nederlandse windparken op zee

Een bijdrage aan de ontwikkeling of demonstratie van innovatieve oplossingen voor:

• mitigatie van negatieve effecten op de instandhouding van op basis van de EU-Vogelrichtlijn (VR) en -Habitatrichtlijn (HR) beschermde soorten en populaties

of

• het versterken van positieve effecten op de instandhouding van mariene habitattypen van de EU-Habitatrichtlijn

of

• het bevorderen van positieve effecten op de milieutoestand (EU-Kaderrichtlijn mariene strategie; KRM) in de Nederlandse Noordzee voor 'visgemeenschap' en/of 'benthische habitats'

Voor iedere demonstratie moet ten tijde van de demonstratie ten minste sprake zijn van een prototype in een operationele omgeving (TRL7) in de vorm van een pilot.

Andere innovaties en oplossingen niet te ondervangen in een TRL-niveau dienen in voldoende mate te zijn ontwikkeld voor toepassing in een operationele omgeving.

De demonstratie en toepassingen van oplossingen moeten uiterlijk 60 maanden na onherroepelijk worden van de vergunning in bedrijf zijn genomen.

De innovaties zijn geïntegreerd in het ontwerp, bouw en exploitatie van de door vergunninghouder te realiseren productie-installatie (waaronder ook begrepen de erosie beschermende bestorting en parkbekabeling) binnen het windpark op kavel VI.

De toegestane (bandbreedte aan) turbineafmetingen, het aantal turbines en het maximale rotoroppervlak per kavel, als bindend vastgelegd in voorschrift 3 van het kavelbesluit, worden niet meegewogen.

Potentiële impact van de bijdrage aan de ontwikkeling of demonstratie van de innovatie vanuit het windpark op kavel VI en windparken op zee in de toekomst als de innovatie marktrijp wordt gemaakt op:

• het beperken van negatieve effecten op de instandhouding van soorten en populaties (VR/ HR).

of

• het bevorderen van de instandhouding van mariene habitattypen (HR) en/of van de milieutoestand (KRM; visgemeenschap; benthische habitats).

De potentiële impact van de innovatie of kennisontwikkeling op het verminderen of voorkomen van negatieve effecten op de in paragraaf 7.5.8.van Kavelbesluit VI Hollandse Kust (west) bedoelde populaties van de in bijlage I van het kavelbesluit genoemde soorten

0 – 12

0 – 50

De potentiële impact van de innovatie of kennisontwikkeling op het bevorderen van:

• een landelijk gunstige staat van instandhouding van mariene habitattypen H1110 of H1170 (HR)

of

• een goede milieutoestand (KRM) in de Nederlandse Noordzee voor visgemeenschap (overkoepelend of D1C2 of D1C3) of benthische habitats (overkoepelend of D6C3 of D6C5, zoals geformuleerd in Mariene Strategie, deel 1 (2018)

0 – 6

De mate waarin de innovatie vernieuwend en vindingrijk is t.o.v. de op dit moment beste op de markt beschikbare producten, diensten of processen

0–8

De mate waarin de innovatie gebaseerd is op de meest actuele wetenschappelijke inzichten ten tijde van het indienen van de aanvraag

0–8

De mate waarin aannemelijk wordt gemaakt dat de innovatie met succes kan worden toegepast in een operationele omgeving, enerzijds door onderbouwing vanuit de literatuur, anderzijds door monitoring van de effectiviteit na aanleg van de pilot

0–8

De mate waarin inzichtelijk is welke specifieke, meetbare en tijdsgebonden voortgang de demonstratie zal kennen en hoe deze bij uitvoering van de innovatie kenbaar zal worden gemaakt

0–8

De mate waarin kennis en ervaring wordt gedeeld over de innovatie die wordt demonstratie gedemonstreerd

De bedoelde ecologische kennis en ervaring is relevant voor:

• het willen beperken van negatieve effecten op de instandhouding van op basis van de EU-Vogelrichtlijn (VR) en -Habitatrichtlijn (HR) beschermde soorten en populaties

of

• het bevorderen van positieve effecten op de instandhouding van mariene habitattypen van de EU-Habitatrichtlijn

of

• het bevorderen van positieve effecten op de milieutoestand (EU-Kaderrichtlijn mariene strategie; KRM) in de Nederlandse Noordzee voor 'visgemeenschap' en/of 'benthische habitats'.

De bijdrage moet ten tijde van de indiening van de aanvraag additioneel zijn aan of in nauwe afstemming plaatsvinden met bestaand onderzoek.

De mate waarin kennis en ervaring bijdraagt aan kennisleemten (o.a. uit de MER van kavel VI) en in goede samenhang met bestaande onderzoekstrajecten plaatsvindt

0 – 10

De kwaliteit van een disseminatie- en communicatieplan, waaronder de mate waarin het disseminatie- en communicatieplan de te delen kennis, specifiek, meetbaar en tijdsgebonden beschrijft; en de mate waarin de doelgroepen zijn benoemd en de middelen die daarbij aansluiten

  • 2.

    Indicatieve waardes op een continuschaal van 0 tot 100 in procenten voor de criteria, bedoeld in artikel 25b, vierde lid, van de wet en voor onderdeel 2 in de tabel 'Criterium: de bijdrage aan de ecologie van de Noordzee', bedoeld in onderdeel 1 van deze bijlage:

    Uitstekend, met toegevoegde waarde

    100%

    Zeer goed, met enige toegevoegde waarde

    90%

    Goed

    80%

    Ruim voldoende

    70%

    Voldoende

    60%

    Matig

    50%

    Onvoldoende

    40%

    Ruim onvoldoende

    30%

    Slecht

    20%

    Zeer slecht

    10%