Regeling van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 8 maart 2022, nr. 2021-0000677231 houdende regels met betrekking tot de verstrekking van een specifieke uitkering aan gemeenten voor de derde ronde proeftuinen van het programma aardgasvrije wijken

Regeling verstrekking specifieke uitkering aan gemeenten voor de derde ronde proeftuinen van het programma aardgasvrije wijken

De Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,

Besluit:

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • aanvraag: de door de gemeente ingediende aanvraag met bijlagen voor een Rijksbijdrage voor de derde ronde proeftuinen van het Programma Aardgasvrije Wijken, gebruikmakend van het aanvraagformulier dat door de minister ter beschikking is gesteld;

  • aardgasvrij maken: het aardgasvrij maken van gebouwen door aansluiting op een duurzame warmtebron met goede woningisolatie;

  • college: college van burgermeester en wethouders;

  • minister: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening;

  • Plan van Aanpak Monitoringssystematiek PAW: het Plan van Aanpak waarin is beschreven hoe het Programma Aardgasvrije Wijken jaarlijks wordt gemonitord en geëvalueerd, gepubliceerd op https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2020/06/01/plan-van-aanpak-georganiseerd-leren-plan-van-aanpak-monitoring-en-evaluatie-programma-aardgasvrije-wijken;

  • stapsgewijze aanpak: een gefaseerde aanpak waarbij de gebouwen als tussenstap naar aardgasvrij gereed worden gemaakt voor aansluiting op een duurzame warmtebron door het gebouw beter te isoleren.

Artikel

2

Doel van de specifieke uitkering

De minister verstrekt een specifieke uitkering aan de gemeenten, genoemd in artikel 3, tweede lid, ten behoeve van het toepassen van een wijkgerichte aanpak die gericht is op het aardgasvrij maken van gebouwen, of op het met behulp van een stapsgewijze aanpak gereed maken van gebouwen voor aansluiting op een duurzame warmtebron, met als doel om te leren hoe de wijkgerichte aanpak kan worden ingericht en opgeschaald.

Artikel

3

Activiteiten waarvoor de uitkering wordt verstrekt

Artikel

4

Wijze van betaling

Bij de toekenning van de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 2, wordt een voorschot van 100% verleend. De betaling van dit voorschot vindt uiterlijk plaats op 31 december 2022.

Artikel

5

Verplichtingen

Artikel

6

Informatievoorziening na uitkering

Het college informeert de minister op verzoek over de voortgang van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt en verleent op verzoek van de minister medewerking aan monitoring en evaluatie, zoals beschreven in het Plan van Aanpak Monitoringssystematiek PAW.

Artikel

7

Verantwoording, terugvordering en vaststelling

Artikel

8

Inwerkingtreding en vervaldatum

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2032, met dien verstande dat deze regeling van toepassing blijft op specifieke uitkeringen die voor die datum zijn verstrekt.

Lasten en bevelen dat deze regeling met de daarbij behorende toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.

De Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, H.M. de Jonge