Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 21 april 2022, 2022-0000091000, tot vaststelling van een tijdelijke subsidieregeling gericht op het ontwikkelen, uitvoeren en onderzoeken van experimenten en het uitvoeren van wetenschappelijke onderzoek naar effectieve interventies inzake duurzame inzetbaarheid en leven lang ontwikkelen (Tijdelijke subsidieregeling onderzoek en experimenten duurzame inzetbaarheidsinterventies)

Tijdelijke subsidieregeling onderzoek en experimenten duurzame inzetbaarheidsinterventies

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Besluit:

Artikel

1

Begripsbepalingen

Artikel

3

Doel en reikwijdte van de regeling

Artikel

4

Subsidiabele activiteiten

Artikel

5

Subsidieplafond en maximale hoeveelheid aanvragen

Artikel

6

Aanvraagtijdvakken

Artikel

7

Minimaal en maximaal aan te vragen subsidiebedrag

Artikel

8

Looptijd van de activiteiten

Artikel

9

Subsidieaanvraag

Artikel

10

Behandeling subsidieaanvragen

Artikel

11

Beoordeling subsidieaanvragen

Artikel

12

Adviespanel

Artikel

13

Samenwerkingsverband

Artikel

14

Subsidieverlening

Artikel

15

Weigeringsgronden

De aanvraag tot verlening van subsidie voor het uitvoeren van een activiteit A of B wordt in ieder geval geheel of gedeeltelijk geweigerd, indien naar het oordeel van de Minister:

  • a.

    de subsidieaanvraag niet voldoet aan de bij deze regeling gestelde eisen;

  • b.

    een activiteit niet uitvoerbaar is wegens strijd met bestaande wet- en regelgeving;

  • c.

    de subsidiabele kosten niet in een redelijke verhouding staan tot de voorgenomen prestaties en de daarvan te verwachten resultaten;

  • d.

    de subsidieaanvraag tot gevolg heeft dat een subsidieplafond als bedoeld in artikel 5 in een aanvraagtijdvak wordt overschreden;

  • e.

    de subsidieaanvraag vergelijkbaar is met een soortgelijke eerdere aanvraag door vergelijkbare partijen in een samenwerkingsverband;

  • f.

    dezelfde subsidiabele kosten reeds uit hoofde van deze of een andere subsidieregeling worden gefinancierd;

  • g.

    onvoldoende is aangetoond dat de administratie van de hoofdaanvrager zal voldoen aan de daaraan gestelde eisen; of

  • h.

    de aanvraag als onvoldoende wordt beoordeeld op basis van de criteria, bedoeld in artikel 11, eerste lid.

Artikel

16

Subsidiabele kosten

Artikel

17

Niet subsidiabele kosten

Niet voor subsidie komen in aanmerking:

  • a.

    onredelijk en niet noodzakelijk gemaakte kosten ter uitvoering van de activiteit of een onderdeel daarvan;

  • b.

    kosten gemaakt voor de aanvang of na afloop van de looptijd van een activiteit;

  • c.

    kosten die in aanmerking komen voor andere financiering van overheidswege;

  • d.

    kosten die voortvloeien uit wettelijk verplichte taken;

  • e.

    opleidings- en scholingskosten, met uitzondering van opleidings- en scholingskosten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van subsidiabele interventies, werkwijzen of methodieken;

  • f.

    kosten voor verbruiksgoederen;

  • g.

    loonverletkosten, zijnde de loonkosten van werkenden voor niet-productieve uren als gevolg van deelname aan een subsidiabele activiteit;

  • h.

    externe kosten waarvoor geen factuur en betaalbewijs kan worden overgelegd; of

  • i.

    in rekening gebrachte en betaalde omzetbelasting die door de betreffende organisatie verrekend dan wel teruggevorderd kan worden.

Artikel

18

Meewerken aan controle en onderzoek

Artikel

19

Administratievoorschriften

Artikel

20

Rapportageverplichting

Artikel

21

Einddeclaratie en subsidievaststelling

Artikel

22

Intrekking en terugvordering

Artikel

23

Evaluatie van de regeling

Artikel

24

Inwerkingtreding en vervaldatum

Artikel

25

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling onderzoek en experimenten duurzame inzetbaarheidsinterventies.

Deze regeling zal met toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, C.E.G. van Gennip

Bijlage

1

bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Tijdelijke subsidieregeling onderzoek en experimenten duurzame inzetbaarheidsinterventies

1

Eisen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, ten aanzien van het activiteitenplan

Het activiteitenplan bevat ten minste de volgende onderdelen:

  • a.

    een tijdsplanning van de activiteiten;

  • b.

    een onderbouwde begroting;

  • c.

    een probleemanalyse of contextanalyse;

  • d.

    beschrijving van de activiteit, waar wordt ingegaan op het doel van elk experiment, interventie, werkwijze of methodiek die binnen de activiteit wordt ingezet;

  • e.

    een beschrijving van de interventielogica, of beleidstheorie – mede ter onderbouwing van het in te zetten experiment, de interventie, werkwijze of methodiek, met daaronder:

    • 1°.

      een beschrijving van de directe output per interventie of instrument (in de vorm van bereik van doelgroepen en bewustwording);

    • 2°.

      en beschrijving van de (verwachte) tussentijdse resultaten per interventie of instrument; en

    • 3°.

      een beschrijving van de (te verwachten) effecten, die alleen betrekking heeft op de overall resultaten).

II

Eisen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, ten aanzien van het onderzoeksplan

Het onderzoeksplan bevat ten minste de volgende onderdelen:

  • a.

    een planning;

  • b.

    een onderbouwde begroting;

  • c.

    een beschrijving van alle interventies, instrumenten, werkwijzen of methodieken waarvoor subsidie wordt aangevraagd en een beschrijving van die afzonderlijke elementen;

  • d.

    een beschrijving hoe men een procesevaluatie zal opzetten, bestaande uit de volgende onderdelen:

    • 1°.

      het verloop van het project en van de activiteiten zoals opgenomen in het activiteitenplan;

    • 2°.

      de wijze van, en ervaringen met de samenwerking tussen de diverse (andere) partijen;

    • 3°.

      werving en draagvlakverkrijging onder de beoogde deelnemers aan de interventie;

    • 4°.

      doelgroepbereik: het aantal werkgevers en werknemers dat bereikt is, versus het beoogde aantal;

    • 5°.

      eventuele afwijkingen van het beoogde projectplan, met redenen waarom;

    • 6°.

      de benodigde randvoorwaarden, inspanningen en doorlooptijd;

    • 7°.

      succes- en faalfactoren in het uitvoeringsproces:

    • 8°.

      leerpunten voor toekomstige vergelijkbare activiteiten.

  • e.

    een beschrijving hoe men een realistische evaluatie zal opzetten die inzicht biedt in de volgende onderdelen:

    • 1°.

      toetsen van de beleidstheorie die in het activiteitenplan is opgesteld:

      • in kaart brengen van de werkzame mechanismes in de praktijk, en in hoeverre en hoe de beleidsketen doorlopen wordt;

      • in kaart brengen van kwalitatieve indicaties dat de beleidsinterventie leidt tot de beoogde (tussen)resultaten; en

      • eventueel het opstellen van een aangepaste beleidstheorie.

    • 2°.

      analyseren waarom de beleidsinterventie in bepaalde situaties (contexten) wel of niet werkt;

    • 3°.

      in kaart brengen van de succes- en faalfactoren van de interventie; en

    • 4°.

      beschrijven op welke wijze de beleidsinterventie ook in andere situaties succesvol ingezet kan worden.

  • f.

    voor activiteit B tevens een beschrijving hoe men een effectevaluatie met een nulmeting en nameting onder de interventiegroep zal opzetten.