Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 2 mei 2022, nr. IENW/BSK-2022/87024, houdende vaststelling van tijdelijke regels voor subsidiëring van haalbaarheidsstudies en pilotprojecten voor innovaties voor waterveiligheid en waterzekerheid in delta’s, deltasteden en in stroomgebieden in het buitenland (Tijdelijke subsidieregeling innovaties voor waterveiligheid en waterzekerheid buitenlandse delta’s, deltasteden en stroomgebieden)

Tijdelijke subsidieregeling innovaties voor waterveiligheid en waterzekerheid buitenlandse delta’s, deltasteden en stroomgebieden

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • aanvraagperiode: periode als bedoeld in artikel 7, eerste, tweede, derde of vierde lid;

  • haalbaarheidsstudie: project als bedoeld in artikel 2, onderdeel 87, van de algemene groepsvrijstellingsverordening waarbij wordt onderzocht of en onder welke technische, financiële en juridische condities een voorgenomen pilotproject kan worden geïmplementeerd;

  • minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

  • non-gouvernementele organisatie: niet op winst gerichte, niet aan een overheidsinstantie statutair of feitelijk verbonden organisatie met een maatschappelijk oogmerk, beschikkend over rechtspersoonlijkheid naar burgerlijk recht in het land waar de organisatie statutair gevestigd is, die niet door een overheidsinstantie is opgericht, dan wel die na oprichting door een overheidsinstantie geheel verzelfstandigd is en als zodanig is geregistreerd;

  • onderzoeksorganisatie: organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding als bedoeld in artikel 2, onderdeel 83, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, die voldoet aan een van de volgende voorwaarden:

    • a.

      de organisatie is onder a, b, g of h van de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemd als instelling voor hoger onderwijs;

    • b.

      de organisatie is een andere dan de onder a bedoelde geheel of gedeeltelijk door de rijksoverheid gefinancierde onderzoeksorganisatie die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke en technische kennis uit te breiden;

    • c.

      de organisatie is een geheel of gedeeltelijk door een andere Staat gefinancierde openbare instelling voor hoger onderwijs gelijkwaardig aan een instelling als bedoeld onder a; of

    • d.

      de organisatie is een geheel of gedeeltelijk door een andere Staat gefinancierde onderzoeksinstelling die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke en technische kennis uit te breiden;

  • pilotproject: project betreffende experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 2, onderdeel 86, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, waarbij sprake is van het verwerven, combineren, vormgeven en gebruiken van bestaande wetenschappelijke, technologische, zakelijke en andere relevante kennis en vaardigheden, gericht op het demonstreren van een nieuw of verbeterd product of een nieuwe of verbeterde technologie, dienst of aanpak;

  • stroomgebied: gebied dat bijdraagt aan de afvoer van een specifieke waterloop;

  • waterveiligheid en waterzekerheid: duurzame bescherming tegen te veel, te weinig of te vuil water voor mens, plant en dier.

Artikel

2

Doel

Het doel van deze regeling is het stimuleren van de watersector tot het leveren van een bijdrage aan waterveiligheid en waterzekerheid in een delta, deltastad of stroomgebied in het buitenland door middel van de inzet van innovatieve Nederlandse kennis en kunde in het land waarin een pilotproject of een haalbaarheidsstudie wordt uitgevoerd mits de toepassing van die kennis en kunde nog aanpassing vergt voor gebruik onder de lokale omstandigheden.

Artikel

3

Subsidieplafond en wijze van verdeling

Artikel

4

Reservering per projectsoort

Artikel

5

Verlenen subsidie

De minister kan op aanvraag een subsidie verstrekken voor de uitvoering van een haalbaarheidsstudie die of een pilotproject dat:

  • a.

    bijdraagt aan het in artikel 2 genoemde doel;

  • b.

    in een land als bedoeld uit de categorie A, bedoeld in bijlage 1 bij deze regeling wordt uitgevoerd; en

  • c.

    betrekking heeft op een of meer van de volgende thema’s:

    • drinkwater;

    • sanitatie;

    • waterkwaliteit en waterbeschikbaarheid;

    • klimaatadaptatie, droogte- en overstromingsrisico’s, stroomgebiedsbeheer, weerbare steden;

    • biodiversiteit en water-gerelateerde ecosystemen;

    • voedselproductie en duurzame landbouw; of

    • klimaatweerbare waterinfrastructuur en duurzame vaarwegen en havens, niet zijnde activiteiten aan de wal.

Artikel

6

Aanvraag tot subsidieverlening

Artikel

7

Aanvraagperioden

Artikel

8

Subsidiabele kosten en standaardberekeningswijze uurtarieven

Artikel

9

Berekening subsidiabele kosten bij toepassing integrale kostensystematiek

Artikel

10

Berekening subsidiabele kosten bij toepassing kosten per kostendrager met opslag

Artikel

11

Berekening met forfaitair uurtarief loonkosten

Artikel

12

Minimum en maximum subsidiabele kosten

Artikel

13

Hoogte van de subsidie

Artikel

14

Rangschikking haalbaarheidsstudies en pilotprojecten

Artikel

15

Afwijzingsgronden

In aanvulling op de artikelen 11 en 12 van het Kaderbesluit subsidies I en M wijst de minister de aanvraag tot subsidieverlening af indien:

  • a.

    de haalbaarheidsstudie of het pilotproject wordt uitgevoerd in een land uit categorie B als bedoeld in bijlage bij deze regeling;

  • b.

    al een subsidie is verstrekt op grond van deze regeling voor eenzelfde haalbaarheidsstudie of eenzelfde pilotproject;

  • c.

    de subsidieverstrekking niet in overeenstemming is met de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • d.

    geen sprake is van een duidelijke gebruiker of begunstigde van de haalbaarheidsstudie of het pilotproject in het land waarop de aanvraag betrekking heeft;

  • e.

    de haalbaarheidsstudie of het pilotproject op een of meer van de in artikel 15 genoemde criteria, minder dan 65% van de te behalen punten haalt;

  • f.

    de aanvraag niet voldoet aan een of meer van de minimaal benodigde punten per wegingsfactor; of

  • g.

    de uitvoering van de haalbaarheidsstudie of van het pilotproject naar verwachting langer zal duren dan een respectievelijk twee jaar.

Artikel

16

Verplichting

Een onderneming die penvoerder is van een samenwerkingsverband en op het tijdstip van de verlening van de subsidie geen vaste inrichting of dochteronderneming in Nederland heeft, heeft vóór de eerste voorschotbetaling plaatsvindt een vaste inrichting of dochteronderneming in Nederland en behoudt deze na die betaling tot uiterlijk de datum waarop de beschikking tot vaststelling van de subsidieverlening onherroepelijk is.

Artikel

17

Inwerkingtreding en horizonbepaling

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2022 en vervalt met ingang van 1 juli 2025, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Artikel

18

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling innovaties voor waterveiligheid en waterzekerheid buitenlandse delta’s, deltasteden en stroomgebieden.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, M.G.J. Harbers

Bijlage

1

behorend bij artikel 5, onderdeel b, van deze regeling

Alle landen behalve de landen die vallen in categorie B

Afghanistan

Bosnië en Herzegovina

Burundi

Centraal Afrikaanse Republiek

Tsjaad

Comoren

Democratische Republiek Congo

Eritrea

Guinee-Bissau

Irak

Haïti

Ivoorkust

Kiribati

Kosovo

Libië

Liberia

Madagascar

Micronesia

Myanmar

Oost-Timor

Republiek Soedan

Russische Federatie

Sierra Leone

Solomon Eilanden

Somalië

Syrië

Togo

Tuvalu

Jemen

West Bank en Gaza

Zimbabwe

Zuid Soedan

Bijlage

2

behorend bij artikel 14, vierde lid, van deze regeling

Impact:

maximaal 5

minimaal 2

6

30

A: Haalbaarheidsstudie:

De mate waarin het project een overtuigende strategie weergeeft voor het implementeren van de innovatie in een pilot vervolgfase, met een duidelijke potentiële bijdrage aan waterveiligheid en waterzekerheid.

B: Pilotproject:

De mate waarin het project een overtuigende strategie weergeeft voor het bereiken van een grotere waterveiligheid en waterzekerheid voor mens, plant en dier

Innovatie

De mate waarin de haalbaarheidsstudie of het pilotproject innovatieve kennis en kunde op het gebied van waterveiligheid en waterzekerheid van in Nederland of van in het buitenland gevestigde partijen ontsluit.

maximaal 5

minimaal 2

4

20

Lokale inbedding

De mate waarin de haalbaarheidsstudie of het pilotproject of de studie passend en mogelijk is binnen de lokale institutionele, sociale, culturele en economische context, overtuigend aansluit bij een lokale behoefte, aansluit of aanvullend is op lokale wetgeving en beleid, en steun heeft van lokale partijen.

maximaal 5

minimaal 2

2

10

Technische duurzaamheid

De mate waarin de innovatie kwalitatief goed, betaalbaar en toepasbaar is met lokaal aanwezige kennis en mogelijkheden.

maximaal 5

minimaal 2

2

10

Effecten klimaat en milieu 1

De mate waarin op aantoonbare wijze de risico’s van projectactiviteiten voor klimaat en milieu worden gemitigeerd, en de mate waarin de haalbaarheidsstudie of het pilotproject bijdraagt aan één van de volgende thema’s:

– Klimaat;

– Circulariteit;

– Biodiversiteit en ecosystemen.

maximaal 5

minimaal 2

2

10

Samenwerking

De mate waarin de samenwerking tussen Nederlandse partijen en tussen Nederlandse en lokale partijen van meerwaarde is voor de uitvoering van de haalbaarheidsstudie of van het pilotproject in technische, institutionele dan wel inhoudelijke zin.

maximaal 5

minimaal 2

2

10

Kwaliteit aanvraag

De mate waarin de aanvraag een heldere probleemanalyse, transparante begroting, risicoanalyse met inbegrip van een IMVO-risicoanalyse, en een duidelijk gedefinieerde activiteiten- en resultaatsplanning heeft.

maximaal 5

minimaal 2

2

10

Totaal: (100)

(Minimum score)

100

(65)

1 Een minimale score wordt behaald met een ‘netto-nul emissie’ voor klimaatmitigatie/geen intensivering grondstofgebruik of geen schade aan biodiversiteit en ecosystemen.