Regeling van de Minister voor Klimaat en Energie van 30 juni 2022, nr. WJZ/ 22076980, houdende regels over het verstrekken van eenmalige specifieke uitkeringen ten behoeve van extra ondersteuning voor toezicht op en handhaving van de energiebesparingsplicht

Regeling specifieke uitkering additionele capaciteit voor toezicht en handhaving energiebesparing

De Minister voor Klimaat en Energie,

Besluit:

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • additionele capaciteit: de capaciteit die door een omgevingsdienst wordt ingezet in aanvulling op de reeds ingezette en geplande capaciteit voor toezicht- en handhavingsactiviteiten op de energiebesparingsplicht, met uitzondering van geplande capaciteit in het kader van de VUE;

  • energiebesparingsplicht: de energiebesparingsplicht, bedoeld in artikel 5.15 van het Besluit activiteiten leefomgeving en artikel 3.84 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;

  • EU ETS-deelnemer: bedrijf of instelling waarop artikel 16.5 van de Wet milieubeheer van toepassing is;

  • fte: fulltime-equivalent, de rekeneenheid voor de omvang van een baan of voor de totale personeelssterkte, waarbij één fte gelijk staat aan een werkweek van 36 uur;

  • informatieplicht: de verplichting tot het verstrekken van gegevens en bescheiden als bedoeld in artikel 5.15a van het Besluit activiteiten leefomgeving en artikel 3.84a van het Besluit bouwwerken leefomgeving;

  • kwaliteitscriteria VTH: de kwaliteitscriteria voor vergunningverlening, toezicht en handhaving, bedoeld in Kwaliteitscriteria 2.2 zoals vastgesteld door het Interprovinciaal Overleg en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten;

  • minister: Minister voor Klimaat en Energie;

  • nulsituatie: de stand van toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht op basis van het budget en een omschrijving van de reeds geplande capaciteit uitgedrukt in fte hiervoor over het gehele jaar 2021 of 2022;

  • omgevingsdienst: omgevingsdienst die is ingesteld als een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

  • onderzoeksplicht: de verplichting tot het verrichten van een onderzoek naar de maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik als bedoeld in artikel 5.15b van het Besluit activiteiten leefomgeving;

  • toezichts- en handhavingsactiviteiten: activiteiten in het kader van het toezicht op en de handhaving van de energiebesparingsplicht en informatieplicht als bedoeld in bijlage 2 bij deze regeling;

  • VUE: Versterkte uitvoering energiebesparings- en informatieplicht.

Artikel

2

Doel van de regeling

Deze regeling heeft tot doel om meerjarig additionele capaciteit voor toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht te realiseren.

Artikel

3

Activiteiten

De minister kan op aanvraag aan een omgevingsdienst een specifieke uitkering verstrekken voor de uitvoering van activiteiten in de periode 2022 tot en met 2026 die bijdragen aan het doel zoals genoemd in artikel 2 en zoals opgenomen in bijlage 1.

Artikel

4

Hoogte, plafond en verdeling

Artikel

5

Aanvraag

Artikel

6

Verplichtingen

Artikel

7

Monitoring

Artikel

8

Afwijzingsgronden

De minister wijst een aanvraag af indien:

  • a.

    de geraamde uitgaven voor de activiteiten zoals opgenomen in de begroting, bedoeld in artikel 5, vijfde lid, onder e, onvoldoende bijdragen aan het doel, bedoeld in artikel 2; of

  • b.

    er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd niet of niet geheel zullen worden uitgevoerd of de omgevingsdienst niet zal voldoen aan de in deze regeling opgenomen verplichtingen.

Artikel

9

Informatieverplichtingen

De omgevingsdienst doet onverwijld schriftelijk mededeling aan de minister zodra aannemelijk is dat:

  • a.

    de in het projectplan, bedoeld in artikel 5, vierde lid, onder e, opgenomen activiteiten niet, niet tijdig, of niet geheel zullen worden verricht; of

  • b.

    niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de specifieke uitkering verbonden verplichtingen zal worden voldaan.

Artikel

10

Verantwoording en terugvordering

Artikel

11

Vaststelling

De minister stelt de specifieke uitkering overeenkomstig de verlening vast, tenzij:

  • a.

    de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verleend, niet of niet volledig hebben plaatsgevonden, of

  • b.

    niet is voldaan aan de verplichtingen en monitoringseisen, bedoeld in de artikelen 6 en 7.

Artikel

12

Wijziging van de Regeling specifieke uitkering additionele capaciteit voor toezicht en handhaving energiebesparing

Wijzigt deze regeling.

Artikel

13

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, met uitzondering van artikel 12, dat in werking treedt per 1 januari 2024.

Artikel

14

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering additionele capaciteit voor toezicht en handhaving energiebesparing.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage
De Minister voor Klimaat en Energie, R.A.A. Jetten

Bijlage

1

Activiteiten als bedoeld in artikel 3

A. Activiteiten die zien op toezicht en handhaving op de energiebesparings- en informatieplicht

  • A1.

    Het uitvoeren van bedrijfsbezoeken en (her)controles bij bedrijven of instellingen op basis van de energiebesparings- en informatie- of onderzoeksplicht, waarbij indien nodig een afdwingbare hersteltermijn wordt opgelegd.

  • A2.

    Het uitvoeren van administratieve controle op de informatieplicht- of onderzoeksplicht.

  • A3

    Het verbeteren van het inzicht in de doelgroep van de informatie- of onderzoeksplicht door het aanschrijven van bedrijven, waarbij indien nodig een afdwingbare hersteltermijn wordt opgelegd.

  • A4.

    Het verrichten van benodigde juridische of specialistische werkzaamheden voor de onder A1, A2 en A3, bedoelde activiteiten.

  • A5.

    Het deelnemen aan een landelijk structuur voor toezicht en handhaving op de energiebesparings- en onderzoeksplicht voor EU ETS-deelnemers.

B. Overige activiteiten, waaronder:

  • B1.

    Stimulerende toezichtactiviteiten of het stimuleren van het uitvoeren van bovenwettelijke maatregelen waarbij geen termijn aan uit te voeren maatregelen wordt gesteld.

  • B2.

    Het verbeteren van het inzicht in de doelgroep op andere wijze dan via aanschrijvingen.

  • B3.

    Opleiding en training van toezichthouders op het gebied van energiebesparing via (externe) cursussen en trainingen.

  • B4

    Overheadkosten; kosten die zien op het inrichten van de monitoringssystemen, periodieke rapportage, jaarlijks aanpassen van het projectplan aan de actuele situatie, management- en wervingskosten.

Bijlage

2

Bedragen per omgevingsdienst als bedoeld in artikel 4, tweede en derde lid

Nederland

€ 10.732.277

€ 12.858.378

€ 12.849.329

€ 8.849.329

€ 8.849.329

€ 54.138.642

Omgevingsdienst (indeling 2022) Achterhoek

€ 254.870

€ 269.461

€ 269.209

€ 247.068

€ 247.068

€ 1.287.677

Omgevingsdienst (indeling 2022) Brabant Noord

€ 427.969

€ 477.790

€ 477.393

€ 388.832

€ 388.832

€ 2.160.815

Omgevingsdienst (indeling 2022) DCMR Milieudienst Rijnmond

€ 1.081.386

€ 1.604.329

€ 1.603.742

€ 574.221

€ 574.221

€ 5.437.900

Omgevingsdienst (indeling 2022) De Vallei

€ 174.577

€ 180.735

€ 180.558

€ 173.178

€ 173.178

€ 882.226

Omgevingsdienst (indeling 2022) Flevoland & Gooi en Vechtstreek

€ 338.668

€ 363.560

€ 363.230

€ 322.640

€ 322.640

€ 1.710.739

Omgevingsdienst (indeling 2022) Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO)

€ 413.477

€ 477.636

€ 477.268

€ 359.187

€ 359.187

€ 2.086.755

Omgevingsdienst (indeling 2022) Groningen

€ 466.400

€ 673.156

€ 672.883

€ 266.979

€ 266.979

€ 2.346.396

Omgevingsdienst (indeling 2022) Haaglanden

€ 536.377

€ 580.490

€ 579.972

€ 506.171

€ 506.171

€ 2.709.182

Omgevingsdienst (indeling 2022) IJmond

€ 232.733

€ 239.731

€ 239.493

€ 232.113

€ 232.113

€ 1.176.184

Omgevingsdienst (indeling 2022) IJsselland

€ 326.955

€ 349.861

€ 349.541

€ 312.641

€ 312.641

€ 1.651.638

Omgevingsdienst (indeling 2022) Midden- en West Brabant

€ 899.715

€ 1.145.459

€ 1.144.772

€ 672.447

€ 672.447

€ 4.534.840

Omgevingsdienst (indeling 2022) Midden-Holland (totale uitkering)

€ 159.383

€ 165.322

€ 165.160

€ 157.780

€ 157.780

€ 805.426

Omgevingsdienst (indeling 2022) Noord-Holland Noord

€ 322.854

€ 360.247

€ 359.947

€ 293.526

€ 293.526

€ 1.630.101

Omgevingsdienst (indeling 2022) Noord-Veluwe

€ 99.109

€ 100.541

€ 100.438

€ 100.438

€ 100.438

€ 500.964

Omgevingsdienst (indeling 2022) Noordzeekanaalgebied

€ 857.431

€ 1.057.106

€ 1.056.414

€ 676.341

€ 676.341

€ 4.323.633

Omgevingsdienst (indeling 2022) Regio Arnhem

€ 311.249

€ 448.486

€ 448.303

€ 178.930

€ 178.930

€ 1.565.897

Omgevingsdienst (indeling 2022) Regio Nijmegen

€ 152.446

€ 180.104

€ 179.973

€ 128.313

€ 128.313

€ 769.149

Omgevingsdienst (indeling 2022) Regio Utrecht

€ 267.095

€ 281.863

€ 281.597

€ 259.457

€ 259.457

€ 1.349.470

Omgevingsdienst (indeling 2022) Rivierenland

€ 182.746

€ 210.842

€ 210.680

€ 159.019

€ 159.019

€ 922.307

Omgevingsdienst (indeling 2022) RUD Drenthe

€ 311.812

€ 370.866

€ 370.601

€ 259.900

€ 259.900

€ 1.573.079

Omgevingsdienst (indeling 2022) RUD Limburg-Noord

€ 413.865

€ 456.209

€ 455.819

€ 382.018

€ 382.018

€ 2.089.929

Omgevingsdienst (indeling 2022) RUD Utrecht

€ 377.365

€ 419.182

€ 418.829

€ 345.028

€ 345.028

€ 1.905.433

Omgevingsdienst (indeling 2022) RUD Zeeland

€ 263.893

€ 311.345

€ 311.117

€ 222.556

€ 222.556

€ 1.331.467

Omgevingsdienst (indeling 2022) RUD Zuid-Limburg

€ 385.427

€ 516.461

€ 516.193

€ 261.581

€ 261.581

€ 1.941.244

Omgevingsdienst (indeling 2022) Twente

€ 406.032

€ 466.446

€ 466.083

€ 355.382

€ 355.382

€ 2.049.325

Omgevingsdienst (indeling 2022) Veluwe IJssel

€ 130.328

€ 139.484

€ 139.356

€ 124.596

€ 124.596

€ 658.360

Omgevingsdienst (indeling 2022) West-Holland

€ 207.531

€ 219.620

€ 219.414

€ 200.964

€ 200.964

€ 1.048.494

Omgevingsdienst (indeling 2022) Zuid-Holland Zuid

€ 237.257

€ 269.777

€ 269.562

€ 210.521

€ 210.521

€ 1.197.639

Omgevingsdienst (indeling 2022) Zuidoost-Brabant

€ 493.324

€ 522.269

€ 521.781

€ 477.500

€ 477.500

€ 2.492.375