Beleidsregel budgettair kader Wlz 2022

Grondslag
Gelet op artikel 57, eerste lid, onderdelen b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels vast met betrekking tot het uitoefenen van de bevoegdheid om tarieven en prestatiebeschrijvingen vast te stellen.
Gelet op artikel 49e, tweede lid, van de Wmg verdeelt de NZa het door de Minister van VWS vastgestelde bedrag dat beschikbaar is voor het verlenen van zorg in natura en persoonsgebonden budgetten over de (zorgkantoor)regio’s als bedoeld in artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wet langdurige zorg.

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt, tenzij anders vermeld, verstaan onder:

  • basisbudget: Wlz-kader, stand kader 2021, zoals opgenomen in de Voorlopige kaderbrief Wlz 2022 van VWS van 2 juli 2021 (kenmerk 3215792-1011616-LZ). De structurele overhevelingen die tot 10 mei 2021 zijn gedaan, zijn hierin meegenomen. Incidentele overhevelingen worden niet meegenomen in het basisbudget.

  • bruteringseffect: het effect dat ontstaat door bij het overhevelen van middelen van zin naar pgb en andersom rekening te houden met een gemiddelde onderuitputting van het pgb-subsidieplafond van 14%. Bij overhevelingen binnen het pgb-subsidieplafond of binnen de contracteerruimte is deze brutering niet van toepassing.

  • budgettair kader Wlz: het totale financiële kader dat beschikbaar is voor de Wlz-uitvoerders/ zorgkantoren.

  • contracteerruimte: het totale financiële kader dat beschikbaar is voor de Wlz-uitvoerders om zorg in natura te contracteren bij zorgaanbieders of zelfstandige zorgverleners. Dit kader bestaat uit niet-geoormerkte middelen (artikel 4) en geoormerkte middelen (artikel 7).

  • gehonoreerde productieafspraak: De productieafspraak (i) verminderd met de door de NZa verwerkte financiële korting(en) die per zorgaanbieder is/zijn doorgevoerd als gevolg van overschrijding van reguliere en/of geoormerkte contracteerruimte en (ii) aangepast in verband met de verdere toetsing van de productieafspraak aan de beleidsregels en regelingen van de NZa.

  • maximaal beschikbare bedrag persoonsgebonden budgetten: het totale financiële kader dat beschikbaar is voor zorgkantoren voor de verlening van persoonsgebonden budgetten.

  • netto kader: financieel beschikbare kader, waarbij gecorrigeerd is voor de bruteringseffecten. De middelen die beschikbaar zijn voor pgb zijn vermenigvuldigd met 86% en worden opgeteld bij de middelen voor zin om tot een netto kader te komen.

  • persoonsgebonden budget: een subsidie van een zorgkantoor waarmee de verzekerde onder de bij of krachtens artikel 3.3.3 van de Wlz en titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht gestelde voorwaarden aan hem te verlenen zorg kan inkopen.

  • productieafspraak: het totaalbedrag van de afspraken met betrekking tot de prestaties en tarieven ten laste van de contracteerruimte die door de zorgaanbieder en het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder zijn overeengekomen in de budgetronde of herschikkingsronde.

  • regiobudget: budget dat een zorgkantoor toegewezen krijgt om in de betreffende regio de zorg in te kopen en pgb’s toe te kennen.

  • tweezijdige aanvragen; eenzijdige aanvragen: waar in deze beleidsregel wordt gesproken van een tweezijdige aanvraag, bedoelt de NZa dat:

    • zorgaanbieder en zorgkantoor/Wlz-uitvoerder gezamenlijk eensluidend indienen; zorgaanbieder en zorgkantoor/Wlz-uitvoerder hebben overeenstemming;

    • zorgaanbieder en zorgkantoor/Wlz-uitvoerder ieder afzonderlijk indienen en de indieningen eensluidend zijn; zorgaanbieder en zorgkantoor/Wlz-uitvoerder hebben overeenstemming.

    Indieningen anders dan tweezijdig beschouwt de NZa als eenzijdig.

  • verdeelmodel Wlz1In de technische bijlage bij de beleidsregel wordt het verdeelmodel Wlz en het flankerend beleid in detail beschreven.: verdeelsleutel waarbij de gemiddelde uitstaande indicaties met peilmoment 1 april 2021, 1 juni 2021 en 1 augustus 2021 per zorgkantoorregio worden gewogen voor zorgzwaarte door de uitstaande indicaties te vermenigvuldigen met de waarde van de bijbehorende zorgprofielen. De waarde van de zorgprofielen wordt gebaseerd op de gerealiseerde productie van 2019 die naar prijspeil is gebracht. Tevens wordt rekening gehouden met de verzilvering van de uitstaande indicaties. De uitkomst van het verdeelmodel Wlz leidt tot een budgetaandeel (percentage) van die regio dat als verdeelsleutel wordt gebruikt voor de verdeling van het netto budgettair kader over de regio’s (zie artikel 5).

  • flankerend beleid2 regeling waarbij het procentuele aandeel van de zorgkantoorhouder in het netto budgettair kader 2022 exclusief de netto middelen voor toegang Wlz voor mensen met een psychische stoornis volgens het verdeelmodel Wlz niet lager kan zijn dan –0,5% ten opzichte van het procentuele aandeel van de zorgkantoorhouder in het netto budgettair kader van 2021 exclusief de netto middelen voor toegang Wlz voor mensen met een psychische stoornis.

    Zorgkantoorhouders met een negatief effect lager dan –0,5% worden gecompenseerd door evenredig budget te minderen bij zorgkantoorhouders met groeiend budget. De bijdrage in de compensatie is naar rato van het verschil tussen netto kader 2021 exclusief de netto middelen voor toegang Wlz voor mensen met een psychische stoornis en netto kader 2022 exclusief de netto middelen voor toegang Wlz voor mensen met een psychische stoornis van zorgkantoorhouders met groeiend budget.

  • Wlz-uitvoerdersbudget: som van de regiobudgetten van de regio’s waarvoor een Wlz-uitvoerder op grond van het Besluit aanwijzing zorgkantoren is aangewezen als zorgkantoor.

  • Wlz-uitvoerder: de rechtspersoon die geen zorgverzekeraar is en die zich overeenkomstig artikel 4.1.1 van de Wlz heeft aangemeld voor de uitvoering van die wet, daaronder begrepen de met toepassing van artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wlz door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangewezen Wlz-uitvoerder.

  • zin: zorg in natura is de door een zorgkantoor gecontracteerde zorg ten behoeve van Wlz-cliënten.

  • zorgaanbieder zonder initiële budgetafspraken: een nieuwe zorgaanbieder die na 15 november 2021 een overeenkomst sluit met een zorgkantoor en zorg wil leveren in 2022.

  • zorgkantoor: een ingevolge artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wlz voor een bepaalde regio aangewezen Wlz-uitvoerder. Het zorgkantoor is voor alle verzekerden die wonen in de regio waarvoor hij is aangewezen, belast met de verstrekking van het persoonsgebonden budget, alsmede met de administratie of controle van de aan die verzekerden verleende zorg.

  • zorgkantoorhouder: Wlz-uitvoerder die voor één of meer regio’s is aangewezen als zorgkantoor.

Voor overige begrippen die in deze beleidsregel voorkomen en die niet hierboven worden vermeld, wordt verwezen naar de Beleidsregel definities Wlz.

Artikel

2

Doel van de beleidsregel

Het doel van deze beleidsregel is om de regionale verdeling van het budgettair kader vast te stellen waarbinnen de Wlz-uitvoerders/ zorgkantoren voor het jaar 2022 zorg kunnen contracteren voor zorg in natura (zin) of verleningsbeschikkingen kunnen afgeven voor de persoonsgebonden budgetten (pgb). Verder geeft deze beleidsregel aan op welke wijze de verwerking van de gemaakte productieafspraken in de budgetronde en herschikkingsronde in de budgetten van zorgaanbieders plaatsvindt. Tot slot geeft de beleidsregel aan op welke manieren middelen overgeheveld kunnen worden tussen de verschillende kaders. Het totale budgettair kader 2022 is bepaald door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Artikel

3

Reikwijdte

Deze beleidsregel is van toepassing op de zorg of dienst als omschreven bij of krachtens de Wet langdurige zorg (Wlz) die wordt geleverd door zorgaanbieders.

Artikel

4

Toedeling en opbouw budgettair kader 2022

Artikel

5

Verdeling budgettair kader over de regio’s

Het in artikel 4, derde lid beschreven Wlz kader wordt als volgt over de regio’s verdeeld.

  • 1.

    Verdeling netto Wlz kader 2022

    • a.

      Het regiobudget 2022 van de zorgkantoorhouders bestaat bij de voorlopige verdeling (juli 2021) uit het procentuele aandeel in het bruto Wlz kader 2021 (exclusief kwaliteitsmiddelen, incidentele middelen en incidentele overhevelingen) van 15 juni 2021, vermenigvuldigd met 99.5% van het geschoonde Wlz kader 2022. Het geschoonde Wlz kader is het netto kader exclusief middelen voor toegang Wlz voor mensen met een psychische stoornis (GGZ wonen), herverdelingsmiddelen en gevolgen van overhevelingen. Het bedrag voor GGZ wonen wordt gebaseerd op de middelen voor GGZ wonen uit de definitieve kaderbrief Wlz 2021 en de verhoging van het Wlz kader 2021 naar aanleiding van de meibrief 2021 van de NZa, beide geïndexeerd naar prijspeil 2022, en vermeerderd met de middelen die in de voorlopige kaderbrief Wlz 2022 artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 3º aanvullend beschikbaar worden gesteld voor GGZ wonen in 2022. Deze berekening wordt zowel voor de contracteerruimte voor zin als voor het pgb kader uitgevoerd.

      Vervolgens worden de middelen voor GGZ wonen verdeeld op basis van de indicaties GGZ wonen op peildatum 1 juni 2021 per zorgkantoorregio. De indicaties worden vermenigvuldigd met de basis beleidsregelwaarde die hoort bij de indicatie GGZ wonen. De basis beleidsregelwaarde is de maximum beleidsregelwaarde van de basis zzp. De basis zzp is de laagste zzp zonder behandeling en dagbesteding die hoort bij een bepaald zorgprofiel. Voor de voorlopige verdeling wordt gebruik gemaakt van de beleidsregelwaarden die gelden in 2021. De procentuele verdeling op basis van de berekende bedragen per regio vormt de verdeelsleutel waarmee de middelen voor GGZ wonen worden verdeeld over de zorgkantoorregio’s, voor zowel pgb als zin.

    • b.

      Bij de definitieve verdeling (oktober 2021) wordt de verdeling volgens lid 1 onder a gecorrigeerd voor verdeelmodel Wlz en flankerend beleid. Hiertoe worden de volgende stappen doorlopen:

      • i.

        Het netto Wlz-kader 2022 wordt geschoond voor middelen voor GGZ wonen. Dit macrobedrag wordt gebaseerd op basis van de definitieve kaderbrief Wlz 2022 van 28 september 2021 (kenmerk 3257251-1015438-LZ), deel II paragraaf 3. De verhouding tussen pgb en zin voor dit macrobedrag is dezelfde verhouding die wordt toegepast in de definitieve kaderbrief Wlz 2022 (artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 3º).

      • ii.

        Op het voor GGZ-wonen geschoonde netto Wlz-kader wordt het verdeelmodel en flankerend beleid toegepast. Het flankerend beleid wordt op zorgkantoorhouderniveau uitgevoerd.

      • iii.

        De berekende procentuele mutatie per zorgkantoorhouder die volgt uit het verdeelmodel en/of flankerend beleid wordt toegepast op de onderliggende zorgkantoorregio’s van de desbetreffende zorgkantoorhouder. Daarna vindt er een herverdeling plaats van de middelen voor niet beïnvloedbare factoren (NBF): Na toepassing van het flankerend beleid wordt € 8,3 miljoen herverdeeld in verband met niet beïnvloedbare factoren bij zzp en vpt vv4 t/m 10. Hiervoor wordt per zorgkantoorregio het aandeel, dat gelijk is aan het (initiële) aandeel van het kwaliteitsbudget 2021 van de zorgkantoorregio in het macro kwaliteitsbudget 2021, vermenigvuldigd met € 8,3 miljoen. Deze bedragen worden in mindering gebracht op het regio budget na toepassing van flankerend beleid. De aldus berekende regiobudgetten worden vervolgens opgehoogd met het aandeel van de regio in het totale waarde op landelijk niveau van de gedeclareerde NBF component in de tarieven, vermenigvuldigd met € 8,3 miljoen. Dit aandeel wordt bepaald door op regioniveau en op landelijk niveau het aantal gedeclareerde NBF prestaties in de maanden januari-februari-maart 2020 (op basis van Vektis aanlevering d.d. 13 augustus 2020) te waarderen op het minimumtarief van de betreffende prestatie. Het regionale bedrag gedeeld op het landelijke bedrag levert het aandeel van de regio.

      • iv.

        Het netto kader Wlz 2022 wordt vervolgens toegedeeld naar zin en pgb volgens artikel 6.

      • v.

        De bruto middelen voor GGZ wonen (beschreven onder i) worden verdeeld op basis van de indicaties GGZ wonen op peildatum 1 augustus 2021 en worden ingedeeld naar de verschillende regio’s. De indicaties worden vermenigvuldigd met de basis beleidsregelwaarde die hoort bij de indicatie GGZ wonen. De basis beleidsregelwaarde is de maximum beleidsregelwaarde van de basis zzp. De basis zzp is de laagste zzp zonder behandeling en dagbesteding die hoort bij een bepaald zorgprofiel. De procentuele verdeling op basis van de berekende bedragen per regio vormt de verdeelsleutel waarmee de middelen voor GGZ-wonen worden verdeeld over de zorgkantoorregio’s, voor zowel pgb als zin.

      • vi.

        De extra middelen 2022 volgens de Reactie op de februaribrief van de NZa van 30 maart 2022 (kenmerk 3334575-1025358-LZ). worden verdeeld over de 31 zorgkantoren conform het verzoek van Zorgverzekeraars Nederland van 8 april 2022.

      • vii.

        De transitiemiddelen scheiden wonen en zorg 2022 worden verwerkt als generieke ophoging (+0,151%) van de regionale contracteerruimten (zin).

      • viii.

        Het stimuleringsbudget Wlz breed wordt verwerkt als generieke ophoging (+0,114%) van de regionale contracteerruimten (zin).

  • 2.

    Herverdelingsmiddelen artikel 4, tweede lid, onderdeel b, onder 3º

    Er is nog € 125 miljoen beschikbaar aan herverdelingsmiddelen. De NZa zal de Minister van VWS in juli 2022 informeren over de ontwikkelingen in het licht van de toereikendheid van het kader.Deze middelen kunnen door VWS indien nodig worden ingezet om budgettaire knelpunten op te lossen.

Artikel

6

Toedeling budgettair kader naar zin en pgb

De uitkomst van artikel 5, eerste lid onder b, stap i t/m iv is een netto kader per regio. Om aan te sluiten bij de kaderbrief wordt dit netto kader gebruteerd door de NZa en verdeeld over de contracteerruimte voor zin en het pgb-kader. Eerst wordt het macro pgb kader verdeeld over de regio’s. Hiervoor wordt, per regio, het regionale pgb kader gedeeld door het macro pgb kader, om de procentuele verdeling te bepalen. Het betreft hier het regionale pgb kader en het macro pgb kader, beide exclusief de middelen voor toegang Wlz voor mensen met een psychische stoornis, van jaar t-1 op peilmoment 15 september t-1. Deze verdeling wordt vermenigvuldigd met het bruto pgb kader van jaar t. Vervolgens wordt de contracteerruimte voor zin bepaald door het netto kader te verminderen met 0,86 maal het toegekende pgb kader.

Vervolgens kunnen Wlz-uitvoerders tot 15 november 2021 aangeven of zij deze initiële verdeling willen aanpassen. Na 15 november 2021 kan overgeheveld worden conform de systematiek van artikel 9. Bij verschuivingen tussen zin en pgb neemt de NZa de bruteringsregels in acht. De NZa stelt hiervoor een format beschikbaar.

Het totale kader, de beschikbare contracteerruimte en de verdeling van de pgb-middelen naar de verschillende regio’s wordt opgenomen in de Regeling langdurige zorg.

Artikel

7

Geoormerkte middelen

Naast de contracteerruimte als bedoeld in artikel 4 van deze beleidsregel, zijn er geoormerkte middelen voor innovatie beschikbaar.

Voor de bekostiging van innovatie ten behoeve van nieuwe zorgprestaties is landelijk € 17,5 miljoen beschikbaar (zie beleidsregel ‘Innovatie voor kleinschalige experimenten’). Dit bedrag wordt niet verdeeld over de regio’s.

Artikel

8

Overhevelingen tussen regio’s

Artikel

9

Overheveling in een regio

Artikel

10

Overheveling tussen Wlz en Zvw (in de ggz-sector)

Het is mogelijk om middelen over te hevelen van de Wlz naar de Zvw en andersom. De voorwaarden hiervoor zijn opgenomen in de Beleidsregel overheveling ggz budget Wlz-Zvw. De Minister van VWS stelt het budgettair kader vast. Dit betekent dat de overhevelingen pas doorwerken in de regionale contracteerruimte(n) als het vastgestelde kader daadwerkelijk is aangepast door VWS.

Artikel

11

Algemene verwerking budgetaanvragen 2022 zin

Artikel

12

Beslismodel

In het eerste lid van dit artikel wordt aangegeven van welke productieafspraak de NZa uitgaat voor de toetsing van de afspraak aan de beschikbare contracteerruimte exclusief geoormerkte middelen.

Hoe de NZa omgaat met aanpassingen van de eerder vastgestelde gehonoreerde productieafspraak wordt in het tweede lid van dit artikel aangegeven.

  • 1.

    Productieafspraak

    • Als de door de zorgaanbieder en de Wlz-uitvoerder aangevraagde productieafspraak aan elkaar gelijk zijn, gaat de NZa uit van de door de zorgaanbieder en de Wlz-uitvoerder aangevraagde productieafspraak.

    • Als de door de zorgaanbieder en de Wlz-uitvoerder aangevraagde productieafspraak niet aan elkaar gelijk zijn gaat de NZa uit van de laagste productieafspraak.

    • Als één of beide partijen geen productieafspraak aanvraagt, gaat de NZa uit van het feit dat de productieafspraak nul is.

  • 2.

    Aanpassing gehonoreerde productieafspraak (vastgestelde productieafspraak)

    Wanneer in de budgetronde met betrekking tot 2022, onder toepassing van artikel 12, eerste lid van deze beleidsregel, een productieafspraak met betrekking tot een bepaalde aanvraag is vastgesteld door de NZa, zal de NZa de vastgestelde productieafspraak in de herschikkingsronde alleen aanpassen als daartoe een tweezijdige aanvraag wordt ingediend.

    Tweezijdige indiening is van belang om de volgende redenen. In het stelsel van zorginkoop en zorgverkoop is het van belang dat zorgkantoor/Wlz-uitvoerder en zorgaanbieder overeenstemming hebben over relevante factoren. Ook is het van belang dat geen onzekerheid ontstaat over welk bedrag ten laste van de contracteerruimte kan worden gebracht. Verder is het voor partijen en de NZa belastend om een beslisprocedure opnieuw over een eenzelfde jaar te moeten doorlopen.

    Indien een eenzijdige aanvraag wordt ingediend, vergewist de NZa zich van de grondslag van de weigering van het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder of de zorgaanbieder om de aanvraag mede te ondertekenen. Een eenzijdige aanvraag wijst de NZa af tenzij de NZa de weigering van het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder of de zorgaanbieder kennelijk onredelijk acht.

    In afwijking daarvan wordt, wanneer de gehonoreerde productieafspraak geen reële productieafspraak is, met andere woorden als de realisatie van het eerste half jaar hoger is dan de gehele productieafspraak, bij afhandeling van een eenzijdige aanvraag in de herschikkingsronde uitgegaan van 85% van de naar een heel jaar geëxtrapoleerde realisatie van het eerste half jaar. Hierop geldt de volgende uitzondering: Als de door de zorgaanbieder en de Wlz-uitvoerder aangevraagde productieafspraak niet aan elkaar gelijk zijn gaat de NZa uit van de laagste productieafspraak als deze hoger is dan 85% van de naar een heel jaar geëxtrapoleerde realisatie van het eerste half jaar.

    Indien één eenzijdige aanvraag wordt ingediend, waarbij sprake is van een door de rechter uitgesproken faillissement van de zorgaanbieder, vergewist de NZa zich van de grondslag van weigering van het zorgkantoor/Wlz-uitvoerder of zorgaanbieder/curator om de aanvraag mede te ondertekenen. Een eenzijdige aanpassing van de gehonoreerde productieafspraak in geval van faillissement is mogelijk. De NZa volgt in dat geval de enige eenzijdige opgave, ingediend door de zorgaanbieder/curator dan wel door zorgkantoor/Wlz-uitvoerder.

    Indien er sprake is van twee eenzijdige verzoeken tot aanpassing van de productieafspraak, waarbij sprake is van een door de rechter uitgesproken faillissement van de zorgaanbieder, gaat de NZa uit van de aanpassing van de productieafspraak tot het laagste totaal bedrag.

Artikel

13

Overschrijding contracteerruimte en geoormerkte ruimte

Artikel

14

Overschrijding pgb-kader

Indien een zorgkantoor verwacht het regionale pgb-kader te overschrijden, moet dit tijdig kenbaar worden gemaakt bij de NZa. Hierbij moet niet worden gewacht tot de maandelijkse informatieverstrekking aan de NZa.

Een zorgkantoorregio mag het beschikbaar gestelde pgb subsidieplafond niet overschrijden. Om een overschrijding van een regionaal plafond te voorkomen kan een zorgkantoor:

  • middelen overhevelen vanuit de contracteerruimte voor zorg in natura uit de eigen regio;

  • andere zorgkantoren verzoeken om middelen over te hevelen vanuit het pgb-kader of contracteerruimte voor zorg in natura;

  • een knelpuntenprocedure starten. Een knelpuntenprocedure kan worden gestart als er geen mogelijkheden meer zijn om middelen over te hevelen en een pgb-overschrijding dreigt;

  • bij het uitblijven van middelen een pgb-stop invoeren en indien mogelijk zorg in natura aanbieden.

Artikel

15

Budgettair kader Wlz 2021

Artikel

16

Intrekken/Vervallen oude beleidsregel(s)

De Beleidsregel budgettair kader Wlz 2021, met kenmerk BR/REG-21110d, die een geldigheidsduur heeft tot 1 april 2022, is op laatstgenoemde datum van rechtswege komen te vervallen.

Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze beleidsregel wordt de Beleidsregel budgettair kader Wlz 2022, met kenmerk BR/REG-22117b, ingetrokken.

Artikel

17

Toepasselijkheid voorafgaande beleidsregel, bekendmaking, inwerkingtreding, terugwerkende kracht en citeertitel

Toepasselijkheid voorafgaande beleidsregel

De Beleidsregel budgettair kader Wlz 2021 met kenmerk BR/REG-21110d, blijft van toepassing op besluiten en aangelegenheden die hun grondslag vinden in die beleidsregel en die betrekking hebben op de periode waarvoor die beleidsregel gold. In aanvulling op de Beleidsregel budgettair kader Wlz 2021, met kenmerk BR/REG-21110d, geldt tevens hetgeen gesteld in artikel 15 van onderhavige beleidsregel.

Inwerkingtreding/Bekendmaking

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de beleidsregel ingevolge artikel 5, aanhef en onder e, van de Bekendmakingswet, wordt geplaatst en werkt terug tot en met 15 juli 2021 en vervalt met ingang van 1 juli 2023.

De beleidsregel ligt ter inzage bij de NZa en is te raadplegen op www.nza.nl.

Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel budgettair kader Wlz 2022.