Regeling van de Minister voor Langdurige Zorg en Sport van 17 augustus 2022, kenmerk 3389377-1031688-MEVA, houdende regels voor het subsidiëren van zorgaanbieders voor een lokaal actieplan veerkracht en zeggenschap (Subsidieregeling veerkracht en zeggenschap)

Subsidieregeling veerkracht en zeggenschap

De Minister voor Langdurige Zorg en Sport,

Besluit:

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze Subsidieregeling wordt verstaan onder:

  • begeleider: iemand die beroepsmatig maatschappelijke, lichamelijke of psychosociale hulp en ondersteuning biedt;

  • de-minimisverordening: Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2013, L352);

  • handelsregister: handelsregister als bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007;

  • lokaal actieplan veerkracht en zeggenschap: activiteiten die zijn gericht op het bevorderen van de veerkracht en zeggenschap van VVVB’ers die werkzaam zijn bij de aanvrager;

  • loonkosten: brutoloon en werkgeverslasten voor de uren van het projectteam die worden ingezet voor het uitvoeren van activiteiten als bedoeld in artikel 3;

  • Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

  • inkoopcontract: overeenkomst tussen de aanvrager en een of meerdere gemeenten ten behoeve van de inkoop van zorg in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of Jeugdwet;

  • minister: Minister voor Langdurige Zorg en Sport;

  • projectteam: werknemers van de aanvrager die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het uitvoeren en verantwoorden van de activiteiten als bedoeld in artikel 3;

  • SBI-code: code van de Standaard Bedrijfsindeling zoals gehanteerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek waarmee de economische activiteit van een bedrijf wordt weergegeven in het handelsregister;

  • veerkracht: mentaal en fysiek welzijn dat nodig is om te kunnen omgaan met diverse eisen en uitdagingen gerelateerd aan dagelijkse beroepsuitoefening of zaken die aan beroepsuitoefening verwant zijn;

  • VVVB’er: iemand die werkzaam is in de functie van verzorgende, verpleegkundige, verpleegkundig specialist of begeleider;

  • werknemer: persoon die bij een zorgaanbieder werkzaam is op basis van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, gesloten met de zorgaanbieder;

  • zeggenschap: mogelijkheid om invloed uit te oefenen op besluiten die van invloed zijn op de dagelijkse beroepsuitoefening of zaken die aan beroepsuitoefening verwant zijn.

Artikel

3

Doel subsidie en subsidiabele activiteiten

Artikel

4

Hoogte van de subsidie en subsidiabele kosten

Artikel

5

Subsidieplafond en wijze van verdeling

Artikel

6

Subsidieperiode

Subsidie wordt op grond van deze Subsidieregeling voor een periode van ten hoogste 12 maanden verleend.

Artikel

7

Aanvraag tot verlening

Artikel

8

Voorwaarden

Artikel

9

Verlening, bevoorschotting en betaling

De minister verstrekt en betaalt bij het besluit tot verlening van de subsidie een voorschot van 80% van de subsidie.

Artikel

10

Verantwoording en vaststelling

Artikel

11

Hardheidsclausule

De minister kan een of meer bepalingen van deze Subsidieregeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel

12

Inwerkingtreding en vervaldatum

Deze Subsidieregeling treedt in werking met ingang van 1 september 2022 en vervalt met ingang van 1 januari 2025, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn verleend.

Artikel

13

Citeertitel

Deze Subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling veerkracht en zeggenschap.

Deze Subsidieregeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Langdurige Zorg en Sport, C. Helder

Bijlage

1

Lotingsystematiek, behorend bij artikel 5, tweede lid

De volgende lotingssystematiek wordt gebruikt indien er meer dan 255 aanvragen worden ingediend. Indien er minder aanvragen worden ingediend, vindt er geen loting plaats. Subsidie wordt dan verleend aan aanvragers waarvan de aanvraag aan de criteria uit deze Subsidieregeling voldoet.

Stap 1

De aanvragen die worden ingediend binnen de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 7, eerste lid, worden in drie lotingsgroepen ingedeeld. Deze groepen zijn representatief voor de branches:

  • 1.

    Verzorgingstehuizen, verpleeghuizen en thuiszorg

    Deze groep is gebaseerd op de SBI-code van de aanvragers zoals opgenomen onder categorie 1 in bijlage 2.

  • 2.

    Gehandicaptenzorg, GGZ-/jeugdzorg, huisartsenzorg en gezondheidscentra

    Deze groep is gebaseerd op de SBI-code van de aanvragers zoals opgenomen onder categorie 2 in bijlage 2.

  • 3.

    Ziekenhuizen en universitaire medische centra

    Deze groep is gebaseerd op de SBI-code van de aanvragers zoals opgenomen onder categorie 3 in bijlage 2.

Stap 2

Binnen de bovengenoemde categorieën vindt een loting plaats. De loting vindt plaats door een notaris en de daaruit resulterende rangschikking wordt schriftelijk vastgelegd. Dit resulteert in een lootlijst. De lootlijst bepaalt de behandelvolgorde van de aanvragen.

Stap 3

  • 3.1.

    De aanvragen worden beoordeeld op volledigheid. Aanvragers krijgen éénmaal één week de tijd om aanvragen aan te vullen. Aanvragen die niet tijdig volledig zijn, worden afgewezen.

  • 3.2.

    De volledige aanvragen worden vervolgens beoordeeld op de criteria die in deze Subsidieregeling zijn opgenomen. Aanvragen die niet aan de criteria voldoen, worden afgewezen.

Stap 4

  • 4.1.

    De aanvragen die niet volledig zijn of die niet aan de criteria voldoen, worden van de lootlijst geschrapt.

  • 4.2.

    Per groep wordt vervolgens subsidie verleend aan de eerste 85 aanvragen op de lootlijst.

  • 4.3.

    Indien in een lotingsgroep minder dan 85 aanvragen op de lootlijst staan, wordt het resterende subsidiebedrag verdeeld over de lotingsgroep waar meer dan 85 aanvragen op de lootlijst staan. Indien er in twee lotingsgroepen meer dan 85 aanvragen op de lootlijst staan, wordt het resterende beschikbare bedrag verdeeld over deze twee groepen. Bij het toekennen van de subsidies wordt de volgende volgorde aangehouden: groep 1 – groep 2 – groep 3 (zie de indeling bij stap 1).

  • 4.4.

    Aanvragen die op basis van deze loting niet voor subsidie in aanmerking komen, worden afgewezen.

Voorbeeld van de lotingssystematiek

Er worden 300 aanvragen ingediend. Na stap 1 blijkt dat de verdeling als volgt is: in groep 1 zijn 105 aanvragen ingediend, in groep 2 zijn 70 aanvragen ingediend en in groep 3 zijn 145 aanvragen ingediend. Na stap 2 is de lootlijst opgesteld.

Na stap 3 blijkt dat een aantal aanvragen onvolledig is of niet aan de criteria voldoet. Deze aanvragen worden van de lootlijst geschrapt. Op de lootlijst blijven in groep 1 95 aanvragen over, in groep 2 66 aanvragen en in groep 3 120 aanvragen.

Vervolgens vindt de toekenning plaatst. De aanvragen in groep 2 worden allemaal toegekend indien voldaan aan de subsidievoorwaarden. De eerste 85 aanvragen (vastgesteld via de lootlijst) in groep 1 en groep 3 worden toegekend. Het resterende bedrag € 950.000 wordt verdeeld over de overige aanvragen. Het bedrag van € 950.000 wordt verdeeld over 19 aanvragen: de eerstvolgende 10 aanvragen op de lootlijst van groep 1 worden toegekend en de eerstvolgende 9 aanvragen op de lootlijst van groep 3 worden toegekend.

Bijlage

2

SBI-codes, behorend bij artikel 8, eerste lid, onder b

Categorie 1 Verzorgingstehuizen, verpleeghuizen en thuiszorg

Verpleeghuizen

87.10

Verzorgingshuizen

87.30.2

Thuiszorg

88.10.1

Categorie 2 Gehandicaptenzorg, GGZ, jeugdzorg, huisartsenzorg en gezondheidscentra

Geestelijke gezondheids- en verslavingszorg met overnachting

86.10.4

Praktijken van huisartsen

86.21

Praktijken van psychiaters en dagbehandelcentra voor geestelijke gezondheids- en verslavingszorg

86.22.2

Gezondheidscentra

86.92.1

Huizen en dagverblijven voor verstandelijke gehandicapten

87.20

Huizen en dagverblijven voor niet-verstandelijk gehandicapten

87.30.1

Jeugdzorg met overnachting en dagverblijven voor jeugdzorg

87.90.1

Maatschappelijke opvang met overnachting

87.90.2

Ondersteuning en begeleiding van gehandicapten

88.10.3

Ambulante jeugdzorg

88.99.1

Categorie 3 Ziekenhuizen en universitaire medische centra

Universitair medisch centra

86.10.1

Algemene ziekenhuizen

86.10.2

Categorale ziekenhuizen

86.10.3

Praktijken van medisch specialisten en medische dagbehandelcentra (geen tandheelkunde en psychiatrie)

86.22.1

Bijlage

3

Criteria, behorend bij artikel 8, eerste lid, onder c

De aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria. Alleen aanvragen waarbij op ieder criterium ‘ja’ wordt gescoord, komen voor subsidie in aanmerking. Aanvragen waarbij op één of meerdere criteria ‘nee’ wordt gescoord, worden afgewezen.

Het lokale actieplan veerkracht en zeggenschap beschrijft wat de huidige situatie op het gebied van veerkracht en zeggenschap VVVB’ers is (max. 250 woorden).

Ja

Nee

Het lokale actieplan veerkracht en zeggenschap beschrijft hoe de gewenste situatie op het gebied van veerkracht en zeggenschap VVVB’ers bij de betreffende zorgaanbieder eruit ziet (max. 250 woorden).

Ja

Nee

Er is aangegeven hoe het lokale actieplan veerkracht en zeggenschap bijdraagt aan het bevorderen van veerkracht en zeggenschap van de VVVB’ers bij de betreffende zorgaanbieder en op welk niveau (individueel, team, organisatie).

Ja

Nee

Het lokale actieplan veerkracht en zeggenschap bevat een omschrijving (inclusief tijdspad) waarmee naar de gewenste situatie veerkracht en zeggenschap wordt toegewerkt (max. 500 woorden).

Ja

Nee

Het lokale actieplan veerkracht en zeggenschap beschrijft op welke wijze het beoogde resultaat wordt geborgd na afloop van de subsidieperiode.

Ja

Nee

Het lokale actieplan veerkracht en zeggenschap beschrijft hoe VVVB’ers zijn betrokken bij het tot stand komen van het lokale actieplan.

Ja

Nee

Het lokale actieplan veerkracht en zeggenschap beschrijft hoe VVVB’ers betrokken zullen worden bij de uitvoering van het lokale actieplan.

Ja

Nee

Het lokale actieplan veerkracht en zeggenschap beschrijft hoe tenminste 1 andere discipline wordt betrokken bij de totstandkoming van het lokale actieplan.

Ja

Nee

Bij de aanvraag is ingevuld wie de leden zijn van het projectteam (functie, rol, tijdsinvestering)

a. Een tekenbevoegde bestuurder

Ja

Nee

b. Projectleider met een achtergrond als VVVB’er

(de persoon die voor de duur van het project de eindverantwoordelijkheid draagt over de uitvoering en verantwoording van het project)

Ja

Nee

c. Leden projectteam

Ja

Nee