Artikel
1
Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
gebouwde onroerende zaak: gebouwde onroerende zaak of gebouwde onroerende zaken of gedeelten daarvan die niet uitsluitend een woonfunctie heeft of hebben en die staan ingeschreven in de basisregistratie kadaster op één adres of één gebouwde onroerende zaak die staat ingeschreven in de basisregistratie kadaster op meerdere adressen;
-
eigendom: eigendom, erfpacht of recht van opstal op een gebouwde onroerende zaak;
-
kleine maatschappelijk vastgoedeigenaar:
-
a.
gemeente met minder dan 50.000 inwoners op 1 oktober 2022;
-
b.
schoolbestuur van een door het Rijk bekostigde school in het primair onderwijs met maximaal vijftien gebouwde onroerende zaken in eigendom;
-
c.
schoolbestuur van een door het Rijk bekostigde school in het voortgezet onderwijs met maximaal tien gebouwde onroerende zaken in eigendom;
-
d.
zorgaanbieder, met uitzondering van academische en algemene ziekenhuizen, met maximaal tien gebouwde onroerende zaken in eigendom;
-
e.
culturele instelling met een door de Belastingdienst aangewezen status als culturele algemeen nut beogende instelling of gelieerd aan een instelling met een door de Belastingdienst aangewezen status als culturele algemeen nut beogende instelling, met maximaal tien gebouwde onroerende zaken in eigendom;
-
f.
stichting, vereniging of coöperatie ter exploitatie en beheer van gebouwen met een publieksfunctie, waaronder in ieder geval behoort een buurthuis, dorpshuis, wijkcentrum of gemeenschapscentrum, met maximaal tien gebouwde onroerende zaken in eigendom;
-
g.
religieuze of levensbeschouwelijke instelling met maximaal vijftien gebouwde onroerende zaken in eigendom;
-
h.
kinderopvangorganisatie met maximaal tien gebouwde onroerende zaken in eigendom;
-
a.
-
de minister: de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.