Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 18 november 2022, kenmerk 3465547–1039405–Z, houdende bepalingen omtrent de in de Zorgverzekeringswet bedoelde vereveningsbijdrage voor het jaar 2022 (Regeling risicoverevening 2022)
Regeling risicoverevening 2022
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
HSM: historische somatische morbiditeit, een vereveningscriterium op grond waarvan verzekerden worden ingedeeld in klassen op basis van hun morbiditeit in het verleden;
b.
MFK: meerjarige farmaciekosten, een vereveningscriterium op grond waarvan verzekerden worden ingedeeld in klassen op basis van hun farmaciekosten in het verleden;
c.
SEI: seizoenarbeiders, een vereveningscriterium op grond waarvan verzekerden worden ingedeeld in klassen waarbij seizoenarbeiders worden onderscheiden van overige verzekerden;
d.
seizoenarbeider: een verzekerde van 18 tot en met 64 jaar, die in het buitenland woont en die in 2022 niet het gehele jaar verzekerd is en in 2021 niet of niet het gehele jaar is verzekerd;
Regels ten behoeve van de toekenning van de vereveningsbijdrage (ex ante) aan een zorgverzekeraar
Artikel
5
1
De verdeling van het macro-deelbedrag variabele zorgkosten, bedoeld in artikel 3.4 van het Besluit zorgverzekering, geschiedt ten behoeve van het vereveningsjaar 2022 in aanvulling op de criteria, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, mede aan de hand van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar verdeeld naar HSM, naar MFK en naar SEI.
2
De verdeling van het macro-deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg, bedoeld in artikel 3.6 van het Besluit zorgverzekering, geschiedt ten behoeve van het vereveningsjaar 2022 in aanvulling op de criteria, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, mede aan de hand van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar verdeeld naar SEI.
3
In afwijking van het eerste en tweede lid worden verzekerden die in Nederland wonen niet ingedeeld bij het vereveningscriterium SEI.
Bij de indeling van verzekerden in de klassen van het vereveningscriterium MHK laat het Zorginstituut de kosten van verpleging en verzorging buiten beschouwing.
3
Bij de indeling van verzekerden in de klassen van het vereveningscriterium GGZ-MHK laat het Zorginstituut de kosten van het tweede en derde jaar intramurale geestelijke gezondheidszorg buiten beschouwing.
Artikel
7
1
In afwijking van artikel 6 en bijlage 1, tabellen 1.2, 1.3, 1.4 en 1.10, en bijlage 2, tabellen 2.2 en 2.3, wordt een verzekerde die in het buitenland woont ingedeeld in de klassen ‘Geen FKG’, ‘Geen DKG’, ‘Geen HKG’, ’Geen FDG’, ‘Geen FKG psychische aandoeningen’ en ‘Geen DKG psychische aandoeningen’, waarbij voor hem het gewicht van die klassen door het Zorginstituut wordt vastgesteld op een percentage van de gewichten van de desbetreffende klassen zoals deze op grond van de genoemde tabellen voor in Nederland wonende verzekerden gelden.
2
In afwijking van artikel 6 en bijlage 1, tabellen 1.12 en 1.13, wordt een verzekerde die in het buitenland woont ingedeeld in de klassen ‘Geen HSM’ en ‘Geen MFK’.
Artikel
8
1
De nominale rekenpremie per jaar bedraagt € 1.499 per zorgverzekering waarvoor premie moet worden betaald.
2
Het Zorginstituut raamt de opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar, bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, door het geraamde aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moet worden betaald te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie.
3
Het Zorginstituut raamt het aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moet worden betaald, bedoeld in het tweede lid, door het geraamde aantal zorgverzekeringen van verzekerden van 18 jaar of ouder bij een zorgverzekeraar, te verminderen met het geraamde aantal zorgverzekeringen van verzekerden als bedoeld in artikel 24 van de wet.
Artikel
9
1
Het Zorginstituut raamt de opbrengst van het verplicht eigen risico per zorgverzekeraar, bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, door per verzekerde van 18 jaar of ouder, met uitzondering van verzekerden als bedoeld in artikel 24 van de wet, de geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico te bepalen en vervolgens de geraamde opbrengsten per zorgverzekeraar te sommeren.
2
Het Zorginstituut gaat voor de bepaling van de geraamde opbrengst per verzekerde, bedoeld in het eerste lid, voor verzekerden van 18 jaar of ouder die zowel onder de klasse ‘Geen FKG’, als onder de klassen ‘Geen DKG’, ‘Geen HKG’, ‘Geen MVV’ en ‘Geen FDG’ vallen en niet worden ingedeeld bij MHK-klasse ‘2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent’ of hoger, uit van verzekerdenaantallen onderverdeeld in klassen naar leeftijd en geslacht, AVI, regio, MHK en SEI en de in bijlage 4 genoemde gewichten. Hierbij wordt de in de bijlage 4 aangegeven klassenindeling van de criteria aangehouden.
3
In afwijking van het tweede lid worden verzekerden die in het buitenland wonen niet ingedeeld bij het criterium regio en verzekerden die in Nederland wonen niet bij het criterium SEI.
4
De geraamde opbrengst per verzekerde, bedoeld in het eerste lid, bedraagt voor verzekerden van 18 jaar of ouder waarop het tweede lid niet van toepassing is:
a.
Voor seizoenarbeiders: € 345,87;
b.
Voor in het buitenland woonachtige verzekerden die geen seizoenarbeider zijn: € 357,31;
c.
Voor overige verzekerden: € 352,33.
Artikel
10
1
Het Zorginstituut wijst bij samenloop van klassen van een vereveningscriterium alleen de hoogste klasse van dat criterium die voor de betreffende verzekerde van toepassing is toe.
2
In afwijking van het eerste lid wijst het Zorginstituut alle toepasselijke klassen van het vereveningscriterium FKG’s toe met inachtneming van de volgende uitzonderingen:
a.
In geval van samenloop bij twee of meer van de klassen ‘Diabetes type I met hypertensie’, ‘Diabetes type I zonder hypertensie’, ‘Diabetes type II met hypertensie’ en ‘Diabetes type II zonder hypertensie’, deelt het Zorginstituut een verzekerde in bij de eerstgenoemde klasse die voor de betreffende verzekerde van toepassing is en niet bij de andere genoemde klassen;
b.
In geval van samenloop bij twee of meer van de klassen ‘Verslaving exclusief nicotine’, ’Psychose’ en ‘Depressie’ deelt het Zorginstituut een verzekerde in bij de eerstgenoemde klasse die voor de betreffende verzekerde van toepassing is en niet bij de andere genoemde klassen;
c.
Indien een verzekerde is ingedeeld bij de klasse ‘Neuropathische pijn’, deelt het Zorginstituut deze verzekerde niet in bij de klasse ‘Chronische pijn exclusief opioïden’;
d.
In geval van samenloop bij twee of meer van de klassen ‘COPD/Zware astma o.b.v. add-on’, ‘COPD/Zware astma’ en ‘Astma’, deelt het Zorginstituut een verzekerde in bij de eerstgenoemde klasse die voor de betreffende verzekerde van toepassing is en niet bij de andere genoemde klassen;
e.
Indien een verzekerde is ingedeeld bij de klasse ‘Auto-immuunziekten o.b.v. add-on’, deelt het Zorginstituut deze verzekerde niet in bij de klasse ‘Reuma’ en niet bij de klasse ‘Psoriasis’ en niet bij de klasse ‘Ziekte van Crohn/Colitis Ulcerosa’;
f.
Indien een verzekerde is ingedeeld bij de klasse ‘Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: multiple sclerose’, deelt het Zorginstituut deze verzekerde niet in bij de klasse ‘Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: overig’;
g.
In geval van samenloop bij twee of meer van de klassen ‘Kanker o.b.v. add-on’, ‘Hormoongevoelige tumoren’ en ‘Kanker’, deelt het Zorginstituut een verzekerde in bij de eerstgenoemde klasse die voor de betreffende verzekerde van toepassing is en niet bij de andere genoemde klassen;
h.
Indien een verzekerde is ingedeeld bij de klasse ‘Pulmonale arteriële hypertensie’, deelt het Zorginstituut deze verzekerde niet in bij de klasse ‘Chronische antistolling’ en niet bij de klasse ‘Astma’ en niet bij de klasse ‘COPD/Zware astma’;
i.
In geval van samenloop bij twee of meer van de klassen ‘Hartaandoeningen: overig’, ‘Hartaandoeningen: anti-aritmica’ en ‘Chronische antistolling’ deelt het Zorginstituut een verzekerde in bij de eerstgenoemde klasse die voor de betreffende verzekerde van toepassing is en niet bij de andere genoemde klassen;
j.
Indien een verzekerde is ingedeeld bij de klasse ‘Chronische pijn exclusief opioïden’, deelt het Zorginstituut deze verzekerde niet in bij de klasse ‘Psychose’;
k.
Indien een verzekerde is ingedeeld bij de klasse ‘Schildklieraandoeningen’, deelt het Zorginstituut deze verzekerde niet in bij de klasse ‘Groeistoornissen o.b.v. add-on’;
l.
In geval van samenloop bij twee of meer van de klassen ‘Extreem hoge kosten cluster 4’, ‘Extreem hoge kosten cluster 3’, ‘Extreem hoge kosten cluster 2’ en ‘Extreem hoge kosten cluster 1’, deelt het Zorginstituut een verzekerde in bij de eerstgenoemde klasse die voor de betreffende verzekerde van toepassing is en niet bij de andere genoemde klassen.
3
Het Zorginstituut deelt bij het vereveningscriterium FKG’s een verzekerde niet in op basis van de verstrekking van een geneesmiddel die in een van de vier aan het vereveningsjaar voorafgaande kalenderjaren is opgehouden een verstrekking van een duur intramuraal geneesmiddel te zijn.
4
In afwijking van het eerste lid, wijst het Zorginstituut alle toepasselijke klassen toe van:
a.
het vereveningscriterium DKG’s, waarbij een klasse meerdere malen kan worden toegewezen; en
b.
het vereveningscriterium HKG’s.
5
Voor de indeling van een verzekerde bij het vereveningscriterium AVI geldt dat:
a.
het Zorginstituut een verzekerde van 18 tot en met 64 jaar die in meerdere klassen van het vereveningscriterium AVI is in te delen, in afwijking van het eerste lid, indeelt op basis van de volgorde in de volgende trechtering:
•
duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA);
•
arbeidsongeschikten;
•
bijstandsgerechtigden;
•
studenten van 18 tot en met 34 jaar;
•
werklozen en loontrekkers, behalve als zij hoogopgeleid en 18 tot en met 44 jaar zijn;
•
zelfstandigen;
•
hoogopgeleiden van 18 tot en met 44 jaar;
•
alle verzekerden die niet zijn ingedeeld onder 1 tot en met 7, zij vormen samen met de verzekerden onder 5 de referentiegroep;
b.
het Zorginstituut een verzekerde van 0 tot en met 17 jaar indeelt op basis van de AVI-indeling van de volwassenen op hetzelfde adres. Indien er meerdere volwassenen op hetzelfde adres wonen, deelt het Zorginstituut de verzekerde, bedoeld in de vorige zin, in de relevante AVI-klasse in die het eerst voorkomt in de trechtering van onderdeel a, bij die indeling worden alleen volwassenen betrokken die jonger zijn dan 65 jaar en die ten minste 15 jaar ouder zijn dan de betreffende verzekerde van 0 tot en met 17 jaar; en
c.
het Zorginstituut een verzekerde van 65 tot en met 69 jaar indeelt op basis van de laatst bekende AVI-indeling van voordat de verzekerde 65 jaar werd.
6
In afwijking van het eerste lid wijst het Zorginstituut alle toepasselijke klassen van het vereveningscriterium FKG’s psychische aandoeningen toe met inachtneming van de volgende uitzondering: In geval van samenloop bij twee of meer van de klassen ‘Psychose depot’, ‘Chronische stemmingsstoornissen complex’, ‘Psychose’, ‘Bipolaire stoornissen complex’, ‘Bipolaire stoornissen regulier’ en ‘Chronische stemmingsstoornissen’, deelt het Zorginstituut een verzekerde in bij de eerstgenoemde klasse die voor de betreffende verzekerde van toepassing is en niet bij de andere genoemde klassen.
7
Het Zorginstituut deelt verzekerden in een Wlz-instelling bij het vereveningscriterium SES in de klasse ‘1 (zeer laag)’ in en bij het vereveningscriterium MVV verzekerden in een Wlz-instelling van 18 jaar of ouder in de klasse ‘Geen MVV’.
8
Het Zorginstituut deelt verzekerden ingedeeld in de klassen ‘15’ tot en met ‘18’ van het vereveningscriterium DKG’s psychische aandoeningen bij het vereveningscriterium SES in de klasse ‘1 (zeer laag)’ in.
9
Het Zorginstituut deelt bij het vereveningscriterium GGZ-MHK verzekerden met kosten op de percentielgrens ’98,5 procent met kosten >10 euro’ naar rato in bij de betreffende klassen.
10
Het Zorginstituut deelt bij het vereveningscriterium MVV verzekerden met kosten op de percentielgrens naar rato in bij de betreffende klassen.
11
Indien een percentielgrens als bedoeld in het tiende lid, gelijk is aan nul euro, deelt het Zorginstituut, in afwijking van het tiende lid, verzekerden met kosten op die percentielgrens in bij de klasse ‘Geen MVV’.
12
Het Zorginstituut stelt als bijlage bij de beleidsregels, bedoeld in artikel 32, vijfde lid, van de Zorgverzekeringswet, referentiebestanden vast voor de gehanteerde vereveningscriteria, met uitzondering van SEI, ter onderbouwing van de indeling van verzekerden in de klassen van het desbetreffende vereveningscriterium.
Hoofdstuk
3
Regels ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) ten behoeve van een zorgverzekeraar
Artikel
11
1
Een verzekerde die slechts gedurende een deel van het vereveningsjaar bij een zorgverzekeraar verzekerd was, telt voor het vaststellen van de vereveningsbijdrage voor die zorgverzekeraar mee in een mate die bepaald wordt door het aantal dagen dat hij in dat jaar bij die zorgverzekeraar verzekerd was te delen door het aantal dagen in dat jaar.
2
Indien een verzekerde gedurende een aantal dagen van het vereveningsjaar bij meer dan één zorgverzekeraar verzekerd was, telt hij voor het vaststellen van de vereveningsbijdrage over die periode mee in een mate die bepaald wordt door het getal 1 te delen door het aantal zorgverzekeraars waarbij hij in die periode verzekerd was.
Artikel
12
1
Nadat het Zorginstituut de gerealiseerde kosten op de in de artikelen 13 tot en met 16 beschreven wijze heeft toegedeeld, herberekent het Zorginstituut voor de clusters ‘variabele zorgkosten’ en ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ de relevante deelbedragen met gebruik van de referentiebestanden, bedoeld in artikel 10, twaalfde lid.
2
Het Zorginstituut gaat bij de herberekening, bedoeld in het eerste lid, uit van de gerealiseerde kosten voor elk van beide clusters en van gerealiseerde aantallen verzekerden per klasse van ieder vereveningscriterium. Voor de herberekening van de vereveningsbijdrage voor het cluster ‘variabele zorgkosten’ past het Zorginstituut de gewichten in de tabellen van bijlage 1 toe. Voor de herberekening van de vereveningsbijdrage voor het cluster ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ past het Zorginstituut de gewichten in de tabellen van bijlage 3 toe.
3
De gerealiseerde aantallen verzekerden per klasse van ieder vereveningscriterium worden voor de hiernavolgende criteria aan de hand van realisatiecijfers over de volgende jaren berekend:
a.
leeftijd en geslacht: 2022;
b.
FKG’s: 2021;
c.
DKG’s: 2021;
d.
HKG’s: 2021;
e.
AVI: 2022;
f.
regio: 2022;
g.
SES: 2021 en 2022;
h.
MHK: 2019, 2020 en 2021;
i.
GGZ-regio: 2022;
j.
FKG’s psychische aandoeningen: 2021;
k.
DKG’s psychische aandoeningen: 2019, 2020 en 2021;
l.
PPA: 2021 en 2022;
m.
GGZ-MHK: 2017, 2018, 2019, 2020 en 2021;
n.
FDG: 2021;
o.
MVV: 2019, 2020 en 2021;
p.
HSM: 2019;
q.
MFK: 2019, 2020 en 2021;
r.
SEI: 2021 en 2022.
4
In afwijking van het tweede lid herberekent het Zorginstituut het gewicht van de klasse ‘Geen FKG’ zodanig dat het voor de klassen ‘Auto-immuunziekten o.b.v. add-on’, ‘Kanker o.b.v. add-on’, ‘Groeistoornissen o.b.v. add-on’, ‘Immunoglobuline o.b.v. add-on’, ‘COPD/Zware astma o.b.v. add-on’, ‘Maculadegeneratie o.b.v. add-on’, ‘Cystic fibrosis/pancreasenzymen’, ‘Astma’, ‘COPD/Zware astma’, ‘Hypercholesterolemie’, ‘Verslaving exclusief nicotine’, ‘Extreem hoge kosten cluster 1’, ‘Extreem hoge kosten cluster 2’, ‘Extreem hoge kosten cluster 3’ en ‘Extreem hoge kosten cluster 4’ gesommeerde verschil tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht in tabel 1.2 en de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in tabel 1.2, teniet wordt gedaan.
5
In afwijking van het tweede lid herberekent het Zorginstituut het gewicht voor de klasse ‘Geen DKG’ zodanig dat voor het criterium DKG’s de gesommeerde resultaten van de vermenigvuldiging van de gewichten met het gerealiseerde aantal verzekerden nul bedragen.
6
In afwijking van het tweede lid herberekent het Zorginstituut het gewicht voor de klasse ‘Geen MHK’ zodanig dat voor het criterium MHK de gesommeerde resultaten van de vermenigvuldiging van de gewichten met het gerealiseerde aantal verzekerden nul bedragen.
7
In afwijking van het tweede lid herberekent het Zorginstituut het gewicht voor de klasse ‘Geen MVV’ zodanig dat voor het criterium MVV de gesommeerde resultaten van de vermenigvuldiging van de gewichten met het gerealiseerde aantal verzekerden nul bedragen.
8
In afwijking van het tweede lid, herberekent het Zorginstituut het gewicht van de klasse ‘Geen DKG psychische aandoeningen’ zodanig dat voor het criterium DKG’s psychische aandoeningen de gesommeerde resultaten van de vermenigvuldiging van de gewichten met het gerealiseerde aantal verzekerden nul bedragen.
9
In afwijking van het tweede lid, herberekent het Zorginstituut het gewicht van de klasse ‘Geen FDG’ zodanig dat voor het criterium FDG de gesommeerde resultaten van de vermenigvuldiging van de gewichten met het gerealiseerde aantal verzekerden nul bedragen.
10
In afwijking van het tweede lid herberekent het Zorginstituut het gewicht van de klasse ‘Geen HKG’ zodanig dat het voor de klassen ‘Therapeutische elastische kousen’, ‘Vernevelaar met toebehoren’, ‘Voedingshulpmiddelen (excl. zuigelingen)’ en ‘Orthesen’ gesommeerde verschil tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht in tabel 1.4 en de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in tabel 1.4, teniet wordt gedaan.
11
In afwijking van het tweede lid, herberekent het Zorginstituut het gewicht van de klasse ‘Geen GGZ-MHK’ zodanig dat voor het criterium GGZ-MHK de gesommeerde resultaten van de vermenigvuldiging van de gewichten met het gerealiseerde aantal verzekerden nul bedragen.
12
In afwijking van het tweede lid, herberekent het Zorginstituut de gewichten voor elke leeftijdsklasse in tabel 1.5 voor de zelfstandigen, de referentiegroep en de hoogopgeleiden zodanig dat voor de corresponderende leeftijdsklasse voor de bijstandsgerechtigden het verschil tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht in tabel 1.5 en de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in tabel 1.5, teniet wordt gedaan. Het Zorginstituut past bij de herberekening de betrokken gewichten per leeftijdsklasse voor de zelfstandigen, de referentiegroep en de hoogopgeleiden met eenzelfde bedrag aan.
13
In afwijking van het tweede lid, herberekent het Zorginstituut de gewichten voor elke leeftijdsklasse in tabel 3.4 voor de zelfstandigen, de referentiegroep en de hoogopgeleiden zodanig dat voor de corresponderende leeftijdsklasse voor de bijstandsgerechtigden het verschil tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht in tabel 3.4 en de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in tabel 3.4, teniet wordt gedaan. Het Zorginstituut past bij de herberekening de betrokken gewichten per leeftijdsklasse voor de zelfstandigen, de referentiegroep en de hoogopgeleiden met eenzelfde bedrag aan.
14
In afwijking van het tweede lid herberekent het Zorginstituut het gewicht van de klasse ‘Geen FKG psychische aandoeningen’ zodanig dat het verschil voor de klasse ‘Verslaving exclusief nicotine’ tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht in tabel 3.2 en de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in tabel 3.2, teniet wordt gedaan.
15
In afwijking van het tweede lid, herberekent het Zorginstituut de gewichten voor elke leeftijdsklasse in tabel 1.8 voor de klassen ‘Eenpersoonshuishouden’ en ‘Overig’ zodanig dat voor de corresponderende leeftijdsklasse het voor de klassen ‘Wlz-instelling, blijvend’ en ‘Wlz-instelling, instromend’ gesommeerde verschil tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht in tabel 1.8 en de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in tabel 1.8, teniet wordt gedaan. Het Zorginstituut past bij de herberekening de betrokken gewichten per leeftijdsklasse voor de klassen ‘Eenpersoonshuishouden’ en ‘Overig’ met eenzelfde bedrag aan.
16
In afwijking van het tweede lid, herberekent het Zorginstituut de gewichten voor elke leeftijdsklasse in tabel 3.7 voor de klassen ‘Eenpersoonshuishouden’ en ‘Overig’ zodanig dat voor de corresponderende leeftijdsklasse het voor de klassen ‘Wlz-instelling, blijvend’ en ‘Wlz-instelling, instromend’ gesommeerde verschil tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht in tabel 3.7 en de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in tabel 3.7, teniet wordt gedaan. Het Zorginstituut past bij de herberekening de betrokken gewichten per leeftijdsklasse voor de klassen ‘Eenpersoonshuishouden’ en ‘Overig’ met eenzelfde bedrag aan.
17
In afwijking van het tweede lid herberekent het Zorginstituut het gewicht voor de klasse ‘Geen MFK’ zodanig dat voor het criterium MFK de gesommeerde resultaten van de vermenigvuldiging van de gewichten met het gerealiseerde aantal verzekerden nul bedragen.
18
Het Zorginstituut rondt de op grond van het vierde tot en met zeventiende lid herberekende gewichten af op twee decimalen.
die zodanig zijn gespecificeerd dat uit de specificatie blijkt dat zij gelden als kosten van geneeskundige zorg zoals klinisch psychologen en psychiaters die plegen te bieden die gericht is op het herstel van een psychische aandoening alsmede het daarmee gepaard gaande verblijf gedurende een onafgebroken periode van niet meer dan 1.095 dagen, aan als kosten van het cluster ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’; en
b.
waarvan de specificatie niet voldoet aan onderdeel a aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’.
2
Het Zorginstituut merkt kosten voor prestaties van grensoverschrijdende zorg die gemaakt zijn met toepassing van internationale regelingen inzake sociale zekerheid, aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’.
Artikel
14
1
Met uitzondering van betalingen uit hoofde van een verplicht of vrijwillig eigen risico, deelt het Zorginstituut zorgkosten die voor rekening komen van de verzekerden niet toe aan een cluster van prestaties.
2
Het Zorginstituut deelt renteheffingskosten niet toe aan een cluster van prestaties.
Artikel
15
Het Zorginstituut merkt de kosten van prestaties, geleverd door instellingen die meedoen aan experimenten in de zin van de Wet marktordening gezondheidszorg, voor een door hem per instelling vast te stellen percentage aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’.
Artikel
16
1
Het Zorginstituut merkt de kosten van prestaties, geleverd door instellingen die meedoen aan experimenten in de zin van de Wet marktordening gezondheidszorg, per instelling voor medisch-specialistisch zorg voor 100 procent minus het door hem op basis van artikel 15 vastgestelde percentage, aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.
2
Het Zorginstituut merkt de kosten van een verstrekking van een geneesmiddel die in het vereveningsjaar of de vier daaraan voorafgaande kalenderjaren is opgehouden een verstrekking van een duur intramuraal geneesmiddel te zijn, aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.
3
Het Zorginstituut calculeert 100 procent na op het verschil tussen de kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’, vastgesteld ingevolge het eerste en tweede lid enerzijds, en het herberekende deelbedrag ‘vaste zorgkosten’ na toepassing van artikel 3.15, tweede lid van het Besluit zorgverzekering anderzijds.
de drempelwaarde wordt bepaald, zodanig dat 0,5% van de verzekerden met kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg kosten gelijk aan of boven deze drempelwaarde heeft;
b.
90% van de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg van de verzekerde, voor zover deze kosten de drempelwaarde overschrijden, wordt berekend;
c.
vervolgens worden de uitkomsten uit onderdeel b per zorgverzekeraar gesommeerd;
d.
daarna wordt het percentage berekend dat voortvloeit uit de verhouding tussen de som van de uitkomsten van onderdeel c van alle zorgverzekeraars samen en de herberekende deelbedragen kosten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg van alle zorgverzekeraars samen, en dit percentage wordt toegepast op het corresponderende herberekende deelbedrag van een zorgverzekeraar.
e.
ten slotte wordt het herberekende deelbedrag per zorgverzekeraar nogmaals herberekend door hierbij het resultaat van onderdeel c op te tellen en vervolgens te verminderen met het resultaat van onderdeel d.
2
Het Zorginstituut kan bij een voorlopige vaststelling als bedoeld in artikel 3.20, eerste lid, van het Besluit zorgverzekering, de toepassing van hogekostencompensatie achterwege laten. Het Zorginstituut past dan in afwijking van artikel 12, tweede lid, voor de herberekening van de vereveningsbijdrage voor het cluster ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ de gewichten in de tabellen van bijlage 2 toe.
Artikel
18
1
De opbrengst van de nominale rekenpremie, bedoeld in artikel 3.19, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, wordt berekend overeenkomstig artikel 8, met dien verstande, dat wordt uitgegaan van het gerealiseerde aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moest worden betaald.
Bij de berekening, bedoeld in het tweede lid, herberekent het Zorginstituut, in afwijking van dat lid en artikel 9, tweede lid, de gewichten voor elke leeftijdsklasse in tabel 4.2 voor de zelfstandigen, de referentiegroep en de hoogopgeleiden zodanig dat voor de corresponderende leeftijdsklasse voor de bijstandsgerechtigden het verschil tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht in tabel 4.2 en de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in tabel 4.2, teniet wordt gedaan. Het Zorginstituut past bij de herberekening de betrokken gewichten per leeftijdsklasse voor de zelfstandigen, de referentiegroep en de hoogopgeleiden met eenzelfde bedrag aan. Het Zorginstituut rondt de herberekende gewichten af op twee decimalen.
4
Bij de berekening, bedoeld in het tweede lid, herberekent het Zorginstituut, in afwijking van dat lid en artikel 9, tweede lid, het gewicht voor de klasse ‘Geen MHK’ zodanig dat voor het criterium MHK de gesommeerde resultaten van de vermenigvuldiging van de gewichten met het gerealiseerde aantal verzekerden nul bedragen. Het Zorginstituut rondt het herberekende gewicht af op twee decimalen.
Artikel
19
De artikelen 5, 6, tweede en derde lid, 7 en 10 zijn van overeenkomstige toepassing bij de vaststelling van de vereveningsbijdrage ten behoeve van een zorgverzekeraar met dien verstande dat bij toepassing van hogekostencompensatie een verzekerde die in het buitenland woont, in afwijking van bijlage 3, tabellen 3.2 en 3.3, wordt ingedeeld in de klassen ‘Geen FKG psychische aandoeningen’ en ‘Geen DKG psychische aandoeningen’.
Hoofdstuk
4
Aanvullingen op de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar
Betaling van de vereveningsbijdrage aan zorgverzekeraar door het Zorginstituut
Artikel
21
De betaling van de bijdrage geschiedt overeenkomstig door het Zorginstituut te stellen beleidsregels, waarin een betaalschema is opgenomen dat rekening houdt met declaratiepatronen van zorgaanbieders.
Hoofdstuk
6
Slotbepalingen
Artikel
22
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 30 september 2021.
Artikel
23
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling risicoverevening 2022.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,E.J.Kuipers
Bijlage
1
Normbedragen vereveningsmodel variabele zorgkosten (behorende bij artikel 6 en artikel 12, tweede lid, van de Regeling risicoverevening 2022)
De bijlage betreft kosten van zorg behorende tot het cluster ‘variabele zorgkosten’. De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de ex ante berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 6) en vormen de basis voor de ex post berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 12, tweede lid).
Tabel 1.1. Gewichten voor het vereveningscriterium leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde)
Mannen
0 jaar, geboren in het vereveningsjaar
10609.13
0 jaar, geboren in het voorafgaande jaar
3236.30
1–4 jaar
2491.74
5–9 jaar
2237.10
10–14 jaar
2211.01
15–17 jaar
2289.06
18–24 jaar
2063.53
25–29 jaar
2085.93
30–34 jaar
2082.53
35–39 jaar
2140.97
40–44 jaar
2183.59
45–49 jaar
2301.53
50–54 jaar
2417.44
55–59 jaar
2655.07
60–64 jaar
2867.73
65–69 jaar
3165.09
70–74 jaar
3551.15
75–79 jaar
3988.07
80–84 jaar
4411.39
85–89 jaar
5000.29
90+ jaar
5972.23
Vrouwen en onbepaald geslacht
0 jaar, geboren in het vereveningsjaar
9529.27
0 jaar, geboren in het voorafgaande jaar
2921.12
1–4 jaar
2242.28
5–9 jaar
2217.81
10–14 jaar
2254.27
15–17 jaar
2415.63
18–24 jaar
2305.91
25–29 jaar
2825.74
30–34 jaar
3035.50
35–39 jaar
2624.75
40–44 jaar
2361.48
45–49 jaar
2385.81
50–54 jaar
2456.63
55–59 jaar
2527.85
60–64 jaar
2673.74
65–69 jaar
2902.02
70–74 jaar
3167.78
75–79 jaar
3477.83
80–84 jaar
4053.28
85–89 jaar
4663.13
90+ jaar
5392.93
Tabel 1.2. Gewichten voor het vereveningscriterium FKG’s (in euro’s per verzekerde)
Geen FKG
-269.91
Schildklieraandoeningen
-48.34
Glaucoom
52.68
Depressie
36.22
Psychose
43.39
Epilepsie
464.82
Chronische antistolling
623.25
Transplantaties
3639.94
Parkinson
3177.94
Hartaandoeningen: overig
1739.30
Chronische pijn exclusief opioïden
797.32
Neuropatische pijn
1289.21
Diabetes type II zonder hypertensie
316.85
Diabetes type II met hypertensie
711.20
Diabetes type I zonder hypertensie
1219.61
Diabetes type I met hypertensie
1757.30
Cystic fibrosis/pancreasenzymen
2863.25
Groeistoornissen o.b.v. add-on
2991.78
Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: overig
3380.86
Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: multiple sclerose
4456.51
HIV/AIDS
837.50
Psoriasis
398.40
Ziekte van Crohn/Colitis Ulcerosa
468.29
Reuma
596.85
Auto-immuunziekten o.b.v. add-on
2789.00
Nieraandoeningen
9611.02
Acromegalie
13797.31
Immunoglobuline o.b.v. add-on
13448.80
Astma
179.10
COPD/Zware astma
1375.81
COPD/Zware astma o.b.v. add-on
12448.89
Hormoongevoelige tumoren
1045.61
Kanker
732.70
Kanker o.b.v. add-on
10292.13
Pulmonale arteriële hypertensie
15912.81
Maculadegeneratie o.b.v add-on
2468.61
Hypercholesterolemie
2410.44
Hartaandoeningen: anti-aritmica
630.98
Verslaving exclusief nicotine
1168.69
Extreem hoge kosten cluster 1
102109.88
Extreem hoge kosten cluster 2
200833.32
Extreem hoge kosten cluster 3
351095.35
Extreem hoge kosten cluster 4
535090.64
Tabel 1.3. Gewichten voor het vereveningscriterium DKG’s (in euro’s per verzekerde)
Geen DKG
-352.32
1
203.39
2
803.28
3
1052.66
4
1706.71
5
2398.33
6
2867.32
7
3256.38
8
3615.90
9
4094.48
10
4675.53
11
4729.78
12
5565.17
13
5147.73
14
7659.71
15
7612.96
16
11699.82
17
12833.45
18
12762.83
19
11412.14
20
14667.92
21
15227.70
22
16414.61
23
20988.60
24
27989.85
25
51101.04
26
55036.30
Tabel 1.4. Gewichten voor het vereveningscriterium HKG’s (in euro’s per verzekerde)
Geen HKG
-82.65
CPAP apparatuur
433.69
Therapeutische elastische kousen
267.73
Voorzieningen voor stomapatiënten
1631.08
Vernevelaar met toebehoren
3629.20
Middelen voor urine-opvang
2345.19
Injectiespuiten met toebehoren (excl. diabetes)
2287.47
Zuurstofapparaten met toebehoren
3476.55
Voedingshulpmiddelen (excl. zuigelingen)
8839.13
Slijmuitzuigapparatuur
17938.46
Draagbare infuuspompen
7029.18
Compressiehulpmiddelen
2071.79
Orthesen
1288.45
Beenprothesen
2320.56
Insulinepompen
1346.03
Tabel 1.5. Gewichten voor het vereveningscriterium AVI (in euro’s per verzekerde)
70+ jaar
0.00
Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA)
0–17 jaar
214.98
18–34 jaar
1460.99
35–44 jaar
1075.21
45–54 jaar
898.53
55–64 jaar
611.63
65–69 jaar
469.94
Arbeidsongeschikten excl. IVA
0–17 jaar
147.55
18–34 jaar
210.89
35–44 jaar
461.19
45–54 jaar
449.64
55–64 jaar
328.51
65–69 jaar
386.43
Bijstandsgerechtigden
0–17 jaar
188.74
18–34 jaar
271.67
35–44 jaar
274.30
45–54 jaar
301.23
55–64 jaar
250.68
65–69 jaar
247.19
Studenten
0–17 jaar
-29.81
18–34 jaar
-171.26
Zelfstandigen
0–17 jaar
-104.39
18–34 jaar
-70.01
35–44 jaar
-111.87
45–54 jaar
-147.12
55–64 jaar
-187.83
65–69 jaar
-16.58
Hoogopgeleiden
0–17 jaar
-118.07
18–34 jaar
15.97
35–44 jaar
-62.53
Referentiegroep
0–17 jaar
-2.71
18–34 jaar
26.75
35–44 jaar
-20.50
45–54 jaar
-49.27
55–64 jaar
-61.07
65–69 jaar
-103.18
Tabel 1.6. Gewichten voor het vereveningscriterium regio (in euro’s per verzekerde)
1
51.96
2
29.46
3
20.92
4
8.08
5
-8.71
6
-10.39
7
-15.33
8
-12.32
9
-22.68
10
-39.26
Tabel 1.7. Gewichten voor het vereveningscriterium SES (in euro’s per verzekerde)
1 (zeer laag)
0–17 jaar
57.60
18–69 jaar
-9.14
70+ jaar
-125.41
2 (laag)
0–17 jaar
35.65
18–69 jaar
14.71
70+ jaar
1.75
3 (midden)
0–17 jaar
-28.88
18–69 jaar
20.25
70+ jaar
66.38
4 (hoog)
0–17 jaar
-33.59
18–69 jaar
-23.72
70+ jaar
42.13
Tabel 1.8. Gewichten voor het vereveningscriterium PPA (in euro’s per verzekerde)
0–17 jaar
0.00
Wlz-instelling, blijvend
18–69 jaar
-633.20
70–79 jaar
-2022.69
80+ jaar
-3358.71
Wlz-instelling, instromend
18–69 jaar
10399.83
70–79 jaar
12791.05
80+ jaar
10355.31
Eenpersoonshuishouden
18–69 jaar
-3.48
70–79 jaar
230.84
80+ jaar
202.71
Overig
18–69 jaar
-1.62
70–79 jaar
-126.76
80+ jaar
-199.32
Tabel 1.9. Gewichten voor het vereveningscriterium MHK (in euro’s per verzekerde)
Geen MHK
-544.23
Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 30 procent
80.49
2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent
2493.28
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 15 procent
2024.11
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent
3295.44
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 7 procent
4930.71
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 4 procent
8623.56
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 1,5 procent
18818.55
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 0,5 procent
46105.35
Tabel 1.10. Gewichten voor het vereveningscriterium FDG (in euro’s per verzekerde)
Geen FDG
-28.77
1
471.51
2
1507.06
3
6647.03
4
6638.74
Tabel 1.11. Gewichten voor het vereveningscriterium MVV (in euro’s per verzekerde)
Geen MVV
-206.22
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 3,5 procent
1089.78
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 3 procent
1703.36
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 2,5 procent
3114.95
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 2 procent
5705.44
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 1,5 procent
8551.67
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 1 procent
12293.37
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 0,5 procent
17415.95
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 0,25 procent
30076.55
Kosten V&V voorafgaand jaar in top 0,25%; 0 – 17 jaar
71498.22
Tabel 1.12. Gewichten voor het vereveningscriterium HSM (in euro’s per verzekerde)
Geen HSM
-82.18
Ten minste 1 keer in positieve somatische morbiditeitsklasse in vereveningsjaar 3 jaar eerder
98.12
Tabel 1.13. Gewichten voor het vereveningscriterium MFK (in euro’s per verzekerde)
Geen MFK
-154.55
Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren farmaciekosten in top 25 procent
338.67
Tabel 1.14. Gewichten voor het vereveningscriterium SEI (in euro’s per verzekerde)
Seizoenarbeider
-149.47
Geen seizoenarbeider
113.29
Bijlage
2
Normbedragen vereveningsmodel geneeskundige GGZ (behorende bij artikel 6 van de Regeling risicoverevening 2022)
De bijlage betreft de kosten van zorg behorende tot het cluster ‘geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’.
De in deze bijlage genoemde vereveningscriteria zijn van toepassing voor verzekerden van achttien jaar of ouder; de gewichten zijn bedoeld voor de ex ante berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 6). De gewichten bevatten geen correctie voor hogekostencompensatie.
Tabel 2.1. Gewichten voor het vereveningscriterium leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde)
Mannen
18–24 jaar
374.46
25–29 jaar
362.49
30–34 jaar
334.67
35–39 jaar
330.35
40–44 jaar
305.56
45–49 jaar
280.41
50–54 jaar
267.71
55–59 jaar
257.76
60–64 jaar
257.76
65–69 jaar
256.84
70–74 jaar
252.86
75–79 jaar
252.86
80–84 jaar
245.51
85–89 jaar
245.51
90+ jaar
245.51
Vrouwen en onbepaald geslacht
18–24 jaar
480.03
25–29 jaar
409.04
30–34 jaar
355.71
35–39 jaar
348.17
40–44 jaar
320.41
45–49 jaar
297.24
50–54 jaar
278.03
55–59 jaar
257.76
60–64 jaar
257.76
65–69 jaar
256.84
70–74 jaar
252.86
75–79 jaar
252.86
80–84 jaar
245.51
85–89 jaar
245.51
90+ jaar
245.51
Tabel 2.2. Gewichten voor het vereveningscriterium FKG’s psychische aandoeningen (in euro’s per verzekerde)
Geen FKG psychische aandoeningen
-32.92
ADHD
103.86
Verslaving exclusief nicotine
149.42
Angststoornissen (benzodiazepinen)
1014.05
Chronische stemmingsstoornissen
234.24
Bipolaire stoornissen regulier
851.06
Bipolaire stoornissen complex
2107.33
Psychose
1886.39
Chronische stemmingsstoornissen complex
1749.10
Psychose depot
5456.05
Tabel 2.3. Gewichten voor het vereveningscriterium DKG’s psychische aandoeningen (in euro’s per verzekerde)
Geen DKG psychische aandoeningen
-120.51
1 (gebruik basis GGZ in het voorgaande jaar)
339.29
2
639.68
3
1270.71
4
2262.56
5
4781.39
6
5447.53
7
5662.23
8
7968.61
9
11769.09
10
10013.48
11
15702.79
12
21490.01
13
37644.23
14
35332.11
15
59517.62
16
32045.03
17
62281.85
18
31924.53
Tabel 2.4. Gewichten voor het vereveningscriterium AVI (in euro’s per verzekerde)
70+ jaar
0.00
Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA)
18–34 jaar
356.42
35–44 jaar
211.04
45–54 jaar
-12.98
55–64 jaar
-3.04
65–69 jaar
-2.11
Arbeidsongeschikten excl. IVA
18–34 jaar
482.29
35–44 jaar
351.04
45–54 jaar
138.19
55–64 jaar
32.03
65–69 jaar
14.23
Bijstandsgerechtigden
18–34 jaar
560.35
35–44 jaar
208.57
45–54 jaar
74.39
55–64 jaar
-3.04
65–69 jaar
-2.11
Studenten
18–34 jaar
-84.70
Zelfstandigen
18–34 jaar
-73.09
35–44 jaar
-55.59
45–54 jaar
-17.74
55–64 jaar
-3.04
65–69 jaar
-2.11
Hoogopgeleiden
18–34 jaar
-61.45
35–44 jaar
-41.88
Referentiegroep
18–34 jaar
-6.79
35–44 jaar
-19.02
45–54 jaar
-12.98
55–64 jaar
-3.04
65–69 jaar
-2.11
Tabel 2.5. Gewichten voor het vereveningscriterium GGZ-regio (in euro’s per verzekerde)
1
55.45
2
12.86
3
-3.91
4
-9.18
5
-9.18
6
-9.18
7
-9.18
8
-9.18
9
-9.18
10
-9.18
Tabel 2.6. Gewichten voor het vereveningscriterium SES (in euro’s per verzekerde)
1 (zeer laag)
18–69 jaar
20.43
70+ jaar
17.86
2 (laag)
18–69 jaar
-12.52
70+ jaar
-4.17
3 (midden)
18–69 jaar
-12.52
70+ jaar
-3.61
4 (hoog)
18–69 jaar
6.69
70+ jaar
-9.23
Tabel 2.7. Gewichten voor het vereveningscriterium PPA (in euro’s per verzekerde)
Wlz-instelling, blijvend
18–69 jaar
-49.58
70–79 jaar
-45.15
80+ jaar
-37.80
Wlz-instelling, instromend
18–69 jaar
788.76
70–79 jaar
492.60
80+ jaar
75.12
Eenpersoonshuishouden
18–69 jaar
71.55
70–79 jaar
27.27
80+ jaar
-1.85
Overig
18–69 jaar
-11.86
70–79 jaar
-11.88
80+ jaar
4.40
Tabel 2.8. Gewichten voor het vereveningscriterium GGZ-MHK (in euro’s per verzekerde)
Geen GGZ-MHK
-62.97
Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 98,5 procent met kosten GGZ >10 euro
187.49
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 10 promille1
1567.26
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille1
2961.81
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille1
5277.85
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 1 promille1
10014.62
5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille
14502.37
5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille
25124.95
1 Voor verzekerden jonger dan 24 jaar: ten minste 1 van de 5 voorafgaande jaren.
Tabel 2.9. Gewichten voor het vereveningscriterium SEI (in euro’s per verzekerde)
Seizoenarbeider
-12.65
Geen seizoenarbeider
9.76
Bijlage
3
Normbedragen vereveningsmodel geneeskundige GGZ bij toepassing van hogekostencompensatie (behorende bij artikel 12, tweede lid, van de Regeling risicoverevening 2022)
De bijlage betreft de kosten van zorg behorende tot het cluster ‘geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’.
De in deze bijlage genoemde vereveningscriteria zijn van toepassing voor verzekerden van achttien jaar of ouder; de gewichten vormen de basis voor de ex post berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 12, tweede lid). De gewichten bevatten een correctie voor hogekostencompensatie.
Tabel 3.1. Gewichten voor het vereveningscriterium leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde)
Mannen
18–24 jaar
375.09
25–29 jaar
359.91
30–34 jaar
329.80
35–39 jaar
328.83
40–44 jaar
306.19
45–49 jaar
283.56
50–54 jaar
269.02
55–59 jaar
256.15
60–64 jaar
256.15
65–69 jaar
255.09
70–74 jaar
250.76
75–79 jaar
250.76
80–84 jaar
244.71
85–89 jaar
244.71
90+ jaar
244.71
Vrouwen en onbepaald geslacht
18–24 jaar
477.56
25–29 jaar
414.12
30–34 jaar
361.39
35–39 jaar
351.46
40–44 jaar
322.68
45–49 jaar
298.94
50–54 jaar
281.94
55–59 jaar
258.00
60–64 jaar
256.15
65–69 jaar
255.09
70–74 jaar
250.76
75–79 jaar
250.76
80–84 jaar
244.71
85–89 jaar
244.71
90+ jaar
244.71
Tabel 3.2. Gewichten voor het vereveningscriterium FKG’s psychische aandoeningen (in euro’s per verzekerde)
Geen FKG psychische aandoeningen
-32.40
ADHD
122.11
Verslaving exclusief nicotine
218.17
Angststoornissen (benzodiazepinen)
965.68
Chronische stemmingsstoornissen
243.65
Bipolaire stoornissen regulier
796.02
Bipolaire stoornissen complex
2108.46
Psychose
1832.15
Chronische stemmingsstoornissen complex
1847.13
Psychose depot
4997.64
Tabel 3.3. Gewichten voor het vereveningscriterium DKG’s psychische aandoeningen (in euro’s per verzekerde)
Geen DKG psychische aandoeningen
-120.34
1 (gebruik basis GGZ in het voorgaande jaar)
355.72
2
720.11
3
1313.14
4
2303.52
5
4799.17
6
5581.12
7
5770.03
8
7868.61
9
11375.96
10
9879.82
11
15008.44
12
19590.48
13
31955.20
14
31483.84
15
50327.40
16
31222.99
17
44321.92
18
31493.07
Tabel 3.4. Gewichten voor het vereveningscriterium AVI (in euro’s per verzekerde)
70+ jaar
0.00
Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA)
18–34 jaar
363.88
35–44 jaar
196.51
45–54 jaar
-15.83
55–64 jaar
-2.96
65–69 jaar
-1.90
Arbeidsongeschikten excl. IVA
18–34 jaar
425.53
35–44 jaar
339.68
45–54 jaar
148.67
55–64 jaar
31.18
65–69 jaar
12.81
Bijstandsgerechtigden
18–34 jaar
542.35
35–44 jaar
202.85
45–54 jaar
74.35
55–64 jaar
-2.96
65–69 jaar
-1.90
Studenten
18–34 jaar
-80.79
Zelfstandigen
18–34 jaar
-69.40
35–44 jaar
-57.18
45–54 jaar
-20.01
55–64 jaar
-2.96
65–69 jaar
-1.90
Hoogopgeleiden
18–34 jaar
-58.85
35–44 jaar
-39.06
Referentiegroep
18–34 jaar
-4.75
35–44 jaar
-17.95
45–54 jaar
-13.42
55–64 jaar
-2.96
65–69 jaar
-1.90
Tabel 3.5. Gewichten voor het vereveningscriterium GGZ-regio (in euro’s per verzekerde)
1
49.05
2
13.99
3
-1.78
4
-7.10
5
-9.00
6
-9.00
7
-9.00
8
-9.00
9
-9.00
10
-9.00
Tabel 3.6. Gewichten voor het vereveningscriterium SES (in euro’s per verzekerde)
1 (zeer laag)
18–69 jaar
23.30
70+ jaar
16.52
2 (laag)
18–69 jaar
-10.50
70+ jaar
-3.98
3 (midden)
18–69 jaar
-12.23
70+ jaar
-2.99
4 (hoog)
18–69 jaar
3.05
70+ jaar
-8.79
Tabel 3.7. Gewichten voor het vereveningscriterium PPA (in euro’s per verzekerde)
Wlz-instelling, blijvend
18–69 jaar
-52.04
70–79 jaar
-42.81
80+ jaar
-36.77
Wlz-instelling, instromend
18–69 jaar
871.97
70–79 jaar
532.81
80+ jaar
87.17
Eenpersoonshuishouden
18–69 jaar
74.06
70–79 jaar
24.38
80+ jaar
-2.39
Overig
18–69 jaar
-12.31
70–79 jaar
-11.23
80+ jaar
3.80
Tabel 3.8. Gewichten voor het vereveningscriterium GGZ-MHK (in euro’s per verzekerde)
Geen GGZ-MHK
-62.72
Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 98,5 procent met kosten GGZ >10 euro
194.20
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 10 promille2
1617.07
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille2
2986.77
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille2
5211.98
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 1 promille2
9032.13
5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille
13908.28
5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille
23295.84
2 Voor verzekerden jonger dan 24 jaar: ten minste 1 van de 5 voorafgaande jaren.
Tabel 3.9. Gewichten voor het vereveningscriterium SEI (in euro’s per verzekerde)
Seizoenarbeider
-12.65
Geen seizoenarbeider
9.76
Bijlage
4
Normbedragen vereveningsmodel voor de eigen betalingen ten gevolge van het verplicht eigen risico alleen volwassenen zonder FKG/DKG/HKG/FDG/MVV en niet ingedeeld bij MHK-klasse ‘2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent’ of hoger (behorende bij artikel 9, tweede lid, van de Regeling risicoverevening 2022)
De bijlage betreft de eigen betalingen ten gevolge van het verplicht eigen risico.
De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de berekening van de specifiek voor een zorgverzekeraar geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico (artikel 9, tweede lid) en vormen de basis voor de herberekening van de opbrengst van het verplicht eigen risico ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage van een zorgverzekeraar (artikel 18, tweede lid).
Tabel 4.1. Gewichten voor het vereveningscriterium leeftijd en geslacht (in euro’s per verzekerde)
Mannen
18–24 jaar
129.31
25–29 jaar
128.79
30–34 jaar
129.96
35–39 jaar
133.45
40–44 jaar
137.61
45–49 jaar
144.58
50–54 jaar
156.84
55–59 jaar
174.84
60–64 jaar
193.58
65–69 jaar
214.73
70–74 jaar
232.59
75–79 jaar
248.56
80–84 jaar
246.55
85–89 jaar
247.70
90+ jaar
231.93
Vrouwen en onbepaald geslacht
18–24 jaar
179.91
25–29 jaar
179.79
30–34 jaar
175.88
35–39 jaar
169.85
40–44 jaar
175.18
45–49 jaar
182.37
50–54 jaar
190.97
55–59 jaar
196.47
60–64 jaar
206.71
65–69 jaar
221.42
70–74 jaar
236.51
75–79 jaar
249.94
80–84 jaar
248.49
85–89 jaar
235.44
90+ jaar
192.92
Tabel 4.2. Gewichten voor het vereveningscriterium AVI (in euro’s per verzekerde)
70+ jaar
0.00
Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA)
18–34 jaar
76.78
35–44 jaar
67.05
45–54 jaar
58.18
55–64 jaar
41.65
65–69 jaar
23.30
Arbeidsongeschikten excl. IVA
18–34 jaar
45.70
35–44 jaar
57.09
45–54 jaar
47.60
55–64 jaar
31.49
65–69 jaar
19.16
Bijstandsgerechtigden
18–34 jaar
43.83
35–44 jaar
47.74
45–54 jaar
39.57
55–64 jaar
20.17
65–69 jaar
-1.91
Studenten
18–34 jaar
-6.62
Zelfstandigen
18–34 jaar
-3.94
35–44 jaar
-7.21
45–54 jaar
-8.14
55–64 jaar
-12.00
65–69 jaar
-8.10
Hoogopgeleiden
18–34 jaar
-7.31
35–44 jaar
-10.95
Referentiegroep
18–34 jaar
0.67
35–44 jaar
-0.36
45–54 jaar
-2.75
55–64 jaar
-1.84
65–69 jaar
-1.53
Tabel 4.3. Gewichten voor het vereveningscriterium regio (in euro’s per verzekerde)
1
5.59
2
3.37
3
0.70
4
0.58
5
-0.72
6
-1.24
7
-2.26
8
-2.20
9
-2.38
10
-1.35
Tabel 4.4. Gewichten voor het vereveningscriterium MHK (in euro’s per verzekerde)
Geen MHK
-29.34
Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 30 procent
61.53
Tabel 4.5. Gewichten voor het vereveningscriterium SEI (in euro’s per verzekerde)