Artikel
1
Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder
-
a.
betaalbare woning:
-
1°.
sociale huurwoning: huurwoning met een aanvangshuurprijs onder de grens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag;
-
2°.
huurwoning voor middenhuur: huurwoning met een aanvangshuurprijs van ten minste het bedrag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, en in 2020 ten hoogste € 1.000, of, indien er voor een geliberaliseerde woning voor middenhuur als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel j, van het Besluit ruimtelijke ordening in de gemeentelijke verordening ten hoogste een aanvangshuurprijs is bepaald die lager is dan € 1.000, ten hoogste dat bedrag. De in de vorige zin bedoelde bovengrens van € 1.000 wordt met ingang van elk kalenderjaar gewijzigd met het percentage waarmee het bedrag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag wordt gewijzigd; of
-
3°.
betaalbare koopwoning: koopwoning met een koopprijs van ten hoogste de kostengrens voor woningen zonder energiebesparende voorzieningen, bedoeld in de voorwaarden en normen voor de onder auspiciën van de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen ontwikkelde Nationale Hypotheek Garantie;
-
1°.
-
b.
Minister: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening;
-
c.
onrendabele top: gemiddeld bedrag per woning uit te geven aan:
-
–
sloopwerken, saneringskosten en bouwrijpmaakkosten;
-
–
onderzoeks- en milieukosten;
-
–
verwervingskosten;
-
–
aan de te realiseren woningen gekoppelde kosten met betrekking tot de inrichting van openbare ruimte en woonrijpmaakkosten;
-
–
gemeentelijke plankosten;
-
–
planschade; en
-
–
andere kosten gerelateerd aan de bouw van woningen.
-
–
-
d.
uitkering: uitkering als bedoeld in artikel 2, eerste lid;
-
e.
Waddengemeenten: gemeenten Texel, Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog.